Op de begrafenis van mijn opa Cees ontmoette ik veel mensen die vertelden hoeveel hij voor hen had betekend: hij stond altijd klaar om te helpen en verbeterde met zijn daden het leven van anderen. Toen realiseerde ik mij: als ik zo begraven word, heb ik een goed leven geleid. De les die ik van hem heb geleerd neem ik mee als kompas: de waarde van iets doen voor een ander.
Beeld: © EMMA
Pim Buijs: ’Ik realiseerde me: terwijl ik mij verdiep, verandert er niets. Ik verschuil me achter goede ideeën, maar handel er niet naar.’
Vol goede hoop ging ik aan de slag bij de overheid. Dat is immers de plek waar je iets doet voor de maatschappij. Met veel energie werk ik aan het beheer van de openbare ruimte van de gemeente Utrecht, een plek waar men dóet.
Tot mijn teleurstelling ontdekte ik al snel dat de overheid liever denkt dan doet. De nadruk ligt op beleid maken om te vertellen wat we gaan doen en op rapporteren hoe we het doen, terwijl de uitvoering als bijzaak wordt behandeld. Wat je aandacht geeft, groeit. Zo ontstaat een overheid met veel bureaucratie en weinig uitvoeringskracht.
Verdwaald ging ik op zoek naar hoe het anders kan. En daarvan leek er genoeg te zijn: rapporten, opiniemakers en programma’s die bureaucratie willen bestrijden. Ik verdiepte mij er graag in.
"Als de overheid nu overlijdt, komt er niemand op de begrafenis"
Maar op een dag, toen ik mijzelf in de spiegel aankeek, realiseerde ik me: terwijl ik mij verdiep, verandert er niets. Ik verschuil me achter goede ideeën, maar handel er niet naar. Terwijl ik ondertussen dondersgoed weet hoe het anders moet.
Wat ik niet zag, was dat ik zelf onderdeel was geworden van de bureaucratie. Door mee te gaan in hoe het gaat, blijft alles zoals het is. Door te lezen over verandering, hoef ik zelf niet te veranderen, terwijl ik toch het gevoel heb iets nuttigs te doen. Een pijnlijke realisatie.
Maar het is ook goed nieuws: als ambtenaar ben ik de verandering. Maar ik ben ook de stilstand. Er verandert niets als ik niets anders doe. Met dit inzicht, de les van mijn opa als kompas en een (on)gezonde dosis koppigheid, zet ik mij in om de nadruk te leggen op wat we doen als overheid en ons denken zo in te richten dat we beter doen.
Want ik wil een leven leiden als mijn opa, dat eindigt met een begrafenis vol waardering. Als de overheid nu overlijdt, komt er niemand op de begrafenis. Maar er zullen veel mensen zijn die achteraf dansen op het graf.