Er ligt een sleutel op mijn bureau. Een kleine, gewone sleutel. Toch bewaar ik hem. Hij doet me denken aan Milan. Negentien jaar. Vastgelopen. Niet omdat hij niet wilde, maar omdat hij niet meer wist waar hij moest beginnen.
Beeld: © EMMA
Jannick van der Veen: ‘Soms gebeurt mijn werk met iets heel kleins: luisteren zonder meteen iets te verplichten.’
Milan had zich inmiddels een beeld van de gemeente gevormd. Als er een brief op de mat viel, verwachtte hij geen hulp, maar een nieuwe verplichting. Weer iets wat moest. Weer iets waaraan hij moest voldoen. Dus hield hij afstand.
Tot ik bij hem langsging.
Niet met een formulier. Niet met een lijstje voorwaarden. Niet met de vraag wat hij allemaal moest regelen. Gewoon met een gesprek. Ik wilde eerst weten wie Milan was. Wat er was gebeurd. Waar hij tegenaan liep. En vooral: wat hij zelf wilde. Pas daarna gingen we kijken naar wat er nodig was om verder te komen.
Na onze eerste ontmoeting zei Milan tegen mij: “Oh, de gemeente kan me dus ook echt helpen.”
"Een negentienjarige die uitvalt, is niet ineens een verloren jongere"
Die zin bleef me bij. Want dat is precies waar mijn werk als doorstroomcoach voor mij over gaat. Niet alleen een jongere vertellen welke route hij moet volgen, maar eerst zorgen dat hij weer durft te geloven dat er een route ís.
Ik loop niet vóór een jongere uit om te vertellen welke kant hij op moet. Ik probeer naast hem te staan wanneer hij zelf even niet meer weet welke kant dat is. Soms is dat een gesprek. Soms één telefoontje. Soms drie telefoontjes. Soms een verbinding leggen tussen mensen en organisaties die elkaar nodig hebben, maar elkaar niet vanzelf vinden.
En soms begint het met iets veel kleiners: luisteren zonder meteen iets te verplichten. Want een negentienjarige die uitvalt, is niet ineens een verloren jongere. Hij is negentien. Hij moet nog beginnen aan een groot deel van zijn leven.
Voor Milan kwam er weer beweging. Dat is waar die sleutel op mijn bureau voor staat.