Toen Nederland tijdens corona op slot ging, ging Yordi Lassooy-Tekle juist aan de slag. Ze bracht vrijwilligers en professionals bij elkaar en gezamenlijk werd een coronahelpdesk voor statushouders en anderstaligen ingericht. Persconferenties werden snel vertaald en omgezet in begrijpelijke taal. Vooroordelen over vaccineren werden in kaart gebracht en handelingsperspectief werd geformuleerd. Zo kregen ook mensen die de Nederlandse taal niet machtig waren, snel inzicht in hoe om te gaan met corona. Een mooi initiatief, waar de landelijke en gemeentelijke overheid zich al snel bij aansloot. Die helpdesk bewees waar Lassooy-Tekle in gelooft: als je écht contact zoekt, bereik je (bijna) iedereen. Precies dat doet de pilot Stadverbinders: een brug slaan tussen samenleving, overheid en beleid. Overheid van Nu zocht initiatiefnemers Yordi Lassooy-Tekle en Esseline van de Sande op.

Beeld: © Agenda Stad

Stadverbinders Yordi Lassooy-Tekle en Esseline van de Sande: 'Stadverbinders als experiment slaagt pas echt als bewoners en verbinders eigen onderwerpen kunnen agenderen, worden betaald voor hun expertise en toegang krijgen tot functies binnen de overheid.'

Die corona-ervaring is van wezenlijke betekenis, zeggen Yordi Lassooy-Tekle en Esseline van de Sande. Vanuit actieonderzoek en de samenwerking met Gemeente Amsterdam, Buurtbaan en Pharos ontstond de basis voor een werkwijze waarin systeem- en leefwereld gelijkwaardig zijn. Maar die je in de werkelijkheid van alledag zelden terugvindt: de Stadverbinders.

De missie van Stadverbinders: bij beleidsmakers de meerwaarde benadrukken van het inbrengen van ervaringskennis in beleidsprocessen. Waarbij vier principes centraal staan: altijd willen ophalen, langdurig relaties durven onderhouden, verschillende vormen van kennis erkennen en – last but not least – macht willen delen.

Want, zeggen Lassooy-Tekle en Van de Sande, overheden weten lokale netwerken eigenlijk best goed te vinden ‘als een beleidstraject om input verlegen zit.’ Veel moeilijker blijkt het om die kennis, de opgebouwde relaties en de ervaringsdeskundigheid (die in die netwerken is ingebracht), tot blijvend onderdeel van beleid te maken.

We stappen (al te snel) in de valkuil van ‘ophalen’

Aan participatie is er immers geen gebrek. Gemeenten organiseren bewonersavonden, wijkpanels en burgerberaden. Ministeries werken met klankbordgroepen, met kennissessies, enzovoort. En met datzelfde enthousiasme wordt ook de kennis van stadverbinders binnengehaald. Een stadverbinder beschikt namelijk over ‘iets’ waar de overheid dringend behoefte aan heeft: toegang tot informele netwerken en het vermogen om signalen uit die netwerken in hun context te begrijpen. Dat lukt omdat stadverbinders het vertrouwen van die netwerken genieten.

Lassooy-Tekle, zelf stadverbinder, doet dat met veel plezier: ‘Ik hoor verhalen van hier en daar en ik verzamel dat allemaal en dat koppel ik terug aan het beleid.’ Maar wat nog belangrijk is: ‘Daarbij praat ik dus niet alleen over mezelf, maar met de input van vele mensen achter mij.’ Zo maakt ze duidelijk hoe die ervaringskennis een eigen professionele waarde heeft. En veel meer is ‘dan een ‘n=1-verhaal’.

Maar tot duurzame interactie leidt dat niet: ‘Als er iets aan de hand is, dan willen ze best naar de gemeenschappen toekomen en input verzamelen. Maar dan is het toch ook in de meeste gevallen zo, dat ze daarna weer weg zijn’, licht Lassooy-Tekle toe.

Ervaringskennis blijft (als we niet oppassen) ondergeschikte kennis

Dat besef dringt ook door in de overheid. En dus wordt er op een aantal plekken geïnnoveerd. Bijvoorbeeld bij het Platform Inburgeraars van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. ‘Daar ontstaat, als ik dat zo mag zeggen, beweging.’ Een waardevolle eerste stap, die navolging van andere ministeries verdient. Eén (vaste) beleidsmaker onderhoudt contact met een groep betrokken inwoners. Vier keer per jaar bespreekt de groep beleidsstukken.

Tegelijkertijd: ‘De agendapunten komen nu toch vooral van het ministerie.’ Met elkaar zoeken ministerie en deelnemers nu naar agendaruimte voor onderwerpen die vanuit de deelnemers zelf komen.

Want, wederkerigheid is nog steeds niet volledig gerealiseerd: terwijl dat in de ogen van Van de Sande en Lassooy-Tekle een essentiële toevoeging is aan participatie. Die wederkerigheid is o zo bepalend of mensen daadwerkelijk invloed ervaren.

"Wederkerigheid is nog steeds niet volledig gerealiseerd"

Moet dat nu altijd gratis?

Van de Sande en Lassooy-Tekle zien mensen die jarenlang adviseren, bemiddelen en problemen voorkomen, maar dat vrijwel altijd vanuit vrijwilligerswerk of een uitkering doen. Vanuit het principe: ‘Vrijwilligerswerk is gratis.Formele experts worden voor hun kennis betaald; de mensen die de leefwereld toegankelijk maken, moeten hun deskundigheid al te vaak gratis inzetten.

Ook dat kan anders, betogen Van de Sande en Lassooy-Tekle. Sterker nog: ‘Het moet ook betaald worden. Stadverbinders zijn goud waard voor onze samenleving.’

De oplossing is eigenlijk best overzichtelijk. Van de Sande pleit voor het creëren van een betaalde functie voor ervaringskennis: ‘Een soort van permanente tussenrol.’  Een rol die wel goed op het beleidsproces aangesloten moet zijn. Want zo voorkom je dat die nieuwe positie geïsoleerd raakt.

Met als doel om nieuwe, nog ontbrekende perspectieven ‘binnen de torens’ te halen. ‘Waarbij deze mensen ook de kans krijgen om door te groeien naar andere functies. Zo zou je dan meteen voor doorstroom kunnen en moeten zorgen.’

Het voordeel: zo gaat het instellen van een betaalde functie meer dan ‘een baan alleen’ opleveren. Naast de vergoeding voor tijd, betekent een formele positie dat je invloed hebt op de probleemdefinitie.

Ook voor de overheid (en andere organisaties) levert dit veel op. Op deze manier kun je ook daadwerkelijk nieuw talent benutten.

"Heel mooi, die diversiteit op de foto's – maar maak het nu ook in de processen zichtbaar"

Wat als inzichten botsen?

Maar hoe gaat het in de praktijk? Soms botst ervaringskennis met ‘de feiten’ (lees: inzichten die we bijvoorbeeld door middel van onderzoek hebben opgedaan). Hoe gaan we met die verschillen om? Van de Sande en Lassooy-Tekle stellen vast dat ervaringskennis anno nu vaak niet eens de positie krijgt om zo’n inhoudelijk conflict aan te gaan. 

Mocht dat wel gebeuren: onderzoek en ervaringskennis hoeven niet om voorrang te strijden. Onderzoek kan patronen laten zien; ervaringskennis kan laten zien waar een categorisering, indicator of aanname in het dagelijks leven anders uitpakt. Of waar beleid anders uitpakt dan bedoeld.

"Stadverbinders als experiment slaagt pas echt, als ook het beleidsproces daadwerkelijk verandert"

Een stadverbinder is geen doekje voor het bloeden

Trekken de stadverbinder en de overheid eenmaal gelijkwaardig met elkaar op, dan zijn er ook risico’s. Bijvoorbeeld dat de overheid lui wordt. Zo’n sleutelfiguur biedt de overheid op een gemakkelijke manier toegang tot een gemeenschap. Waardoor de overheid gaat denken dat ze zelf niet hoeft te veranderen. Steeds wordt dan dezelfde persoon op het podium gezet, wordt deze bij ieder nieuw traject gebeld en steeds opnieuw gevraagd om de doelgroep te vertegenwoordigen.

‘In werkelijkheid is de ervaringskennisgroep heel groot. Als je telkens juist die ene persoon vraagt – dat is ook uit ons onderzoek naar voren gekomen – dan raken mensen overvraagd, overbelast.’ Aldus Esseline van de Sande.

In het slechtste geval wordt de verbinder dan een doekje voor het bloeden. Een interventie, die mogelijk maakt dat de systeemwereld zelf nog steeds op afstand blijft.

Van de Sande is stellig: het is zaak om een breder netwerk op te bouwen, waarin verschillende ervaringen elkaar kunnen aanvullen én tegenspreken. Dat vraagt van ambtenaren iets anders dan het beheersen van een participatiemethode. Het vraagt om nieuwsgierigheid, om het vermogen contact te maken zonder dat er direct een beleidsvraag te beantwoorden is. En vooral om ruimte voor een antwoord dat niet in de bestaande beleidscategorie past.

De landelijke pool van Agenda Stadverbinders, waaraan De Stadscoalitie en Migration Inc. werken, moet die beweging binnen City Deals zichtbaar maken.

Van de Sande zag bij de Dag van de Stad, vorig jaar in Enschede, al wat stadverbinders teweeg kunnen brengen: mensen die niet vanzelf naar de Dag van de Stad zouden komen, voelden zich welkom. ‘Kijk’, zegt ze, ‘dat is heel mooi, die diversiteit op de foto's. Maar maak het nu ook in de processen zichtbaar. Anders blijft het een lege huls.’

Dus, ‘dit is nog maar een begin‘, zegt Van de Sande. Stadverbinders als experiment slaagt pas echt, als ook het beleidsproces daadwerkelijk verandert. Als bewoners en verbinders eigen onderwerpen kunnen agenderen, worden betaald voor hun expertise en toegang krijgen tot functies binnen de overheid.