De ‘ja-ambtenaar’ sluit – vaak op gemeentelijk niveau – aan bij wat er nodig is in de woonplaats, brengt verschillende perspectieven samen en zoekt binnen de gemeentelijke organisatie vasthoudend naar ruimte om een initiatief verder te helpen. Martine Koppe, themamanager actief burgerschap bij de gemeente Zaanstad, werkt op die manier.

Beeld: © Eigen beheer

Martine Koppe: ‘Werken vanuit ‘ja’ moet een gezamenlijke werkwijze worden, waarin ambtenaren zorgvuldig onderzoeken wat er wél mogelijk is.’

Auteur: Imani Lamp

Martine Koppe vertelt: ‘Een scoutingvereniging in Zaanstad had vorig jaar last van een pand dat lekte. De eerste constatering aan gemeentezijde was dat Zaanstad geen specifiek beleid of ondersteuning heeft voor scouting. De scouting vertelde dat ze overal een beetje tussenin vallen. Het is ook geen sportvereniging. Ze kwamen er niet goed uit en trokken aan de bel.

Ze wilden bovendien graag gebruik maken van een verduurzamingsubsidieregeling, maar er was weinig tijd en ze konden geen partij vinden die zo snel een plan van aanpak kon maken. De druk werd gevoeld.

Via het netwerk van de collega’s van Grondzaken lukte het me om een organisatie te vinden die snel een plan van aanpak kon laten maken. Met een mooi subsidiebedrag als resultaat.

De scouting had daarnaast diverse leuke verkoopacties opgetuigd, sponsoren gezocht en via lokale fondsen geld opgehaald. Dat bleek niet genoeg. Ook als gemeente hebben we nog een mooie bijdrage gedaan om te zorgen dat ze het dak konden herstellen en hun toekomst zekerder werd.’

Geen beleid, toch een route

Past dit, kan dit, hoe kunnen we het mogelijk maken? Dat is volgens Martine Koppe steeds de zoektocht. Daarbij kijkt zij niet alleen naar het pand of de aanvraag, maar ook naar wat de vereniging betekent voor de omgeving.

‘Binnen de scouting leren kinderen en jongeren belangrijke vaardigheden zoals verantwoordelijkheid nemen, samenwerking, respectvol omgaan met anderen. Erg mooi om te zien hoe zij samenwerken in en voor hun omgeving. ‘Ze zijn echt onderdeel van de buurt en van de wijk.’

Mogelijk maken

Op de vraag waarin zij zichzelf herkent als ja-ambtenaar, antwoordt Koppe: ‘Wat ik doe, is: mogelijk maken. Aansluiten bij wat er 'buiten' speelt en leeft. Een weg vinden om dingen voor elkaar te krijgen.’

Inwoners en ondernemers kennen volgens haar hun eigen buurt goed. Zij zien de gevolgen van beleid, merken waar het hapert en weten wat er nodig is. Die kennis en ervaring wil zij benutten. Martine gebruikt daarbij met enige aarzeling de woorden ‘leefwereld’ en ‘systeemwereld’. Die termen maken het verschil in tempo, verwachtingen en perspectief begrijpelijk, maar kunnen volgens haar ook de indruk wekken dat het om twee losstaande werelden gaat. Terwijl ze elkaar juist kunnen versterken.

Haar rol ligt vaak op het kruispunt van een initiatief uit de stad en de gemeentelijke organisatie. Dat is ook zichtbaar bij Next Level Chill Academy, een vrijwilligersorganisatie voor jongeren. Jongeren kunnen er vijf dagen per week binnenlopen, huiswerk maken, een spelletje spelen en meedoen aan activiteiten. Een team van vrijwilligers houdt de plek draaiende. Ook de partners weten deze plek te vinden.

‘Dat bloeit en groeit’, zegt Koppe lachend. Maar succes brengt ook een nieuwe vraag mee. Op een gegeven moment zijn kleinere initiatievensubsidies niet meer voldoende. Dan moet de gemeente opnieuw kijken: hoe verhoudt zij zich tot zo’n organisatie, welke impact heeft het initiatief en waar kan financiering vandaan komen? Voor 2027 is dat nog niet helemaal geregeld.

‘Daar moet ik achteraan blijven gaan en de wil is er vaak bij iedereen. Het punt is vooral dat er een verschil is in aandacht en behoefte aan zekerheid.’ Voor Koppe betekent dat: blijven agenderen, aandacht blijven vragen en zorgen dat het initiatief tijdig en goed in beeld blijft. ‘

"”Ja- ambtenaar” betekent voor mij niet dat alles kan"

Kritisch zijn en vertrouwen hebben

Werken als ja-ambtenaar vraagt volgens Koppe om verantwoordelijkheidsgevoel, een positieve houding, het meenemen van mensen en het kunnen inbrengen van verschillende perspectieven. Dat laatste is belangrijk, omdat niet alles kan. De ambities zijn fors en de financiële middelen beperkt. Koppe vindt daarom dat het gesprek steeds opnieuw gevoerd moet worden: ‘Dat gesprek met elkaar blijven voeren: aan welke opgave draagt het bij, hoe belangrijk vinden we dit?’

‘Ja-ambtenaar’ betekent voor haar niet dat alles kan. Het betekent wel dat een ambtenaar niet direct stopt bij de constatering dat iets niet binnen bestaand beleid of regelgeving past, maar onderzoekt welke ruimte er wél is.

"Dat gesprek moeten we met elkaar blijven voeren: hoe draagt het bij, hoe belangrijk vinden we dit?"

Samendoen

De samenwerking met maatschappelijke voorzieningen en vrijwilligersorganisaties vraagt om iets anders dan de relatie met een commerciële organisatie. Hun behoeften verschillen en de ondersteuning kost extra inzet.

In haar voorbeelden komt een ‘ja’ bovendien tot stand doordat verschillende collega’s, contacten en middelen met elkaar worden verbonden. Bij de scouting waren collega’s van Grondzaken, hun netwerk, een subsidieregeling en aanvullende financiering nodig. Bij Next Level Chill Academy is afstemming met beleidscollega’s nodig. Voor Martine komt de vraag hoe meer ambtenaren vanuit ‘ja’ kunnen werken neer op één ding: meer samendoen.

"De grotere vraag is telkens: wat voor samenleving willen we zijn?"

Lessen

Voor andere ambtenaren ligt hier een praktische les. Kijk niet alleen naar het beleidsvakje waarin een initiatief zou moeten passen. Maak zichtbaar wat er 'buiten' gebeurt, betrek collega’s met een ander perspectief en gebruik het netwerk van de organisatie. En houd de grotere vraag in beeld: ‘Wat voor samenleving willen we zijn?’

Niet iedere ambtenaar hoeft daarin dezelfde rol of dezelfde drive te hebben, benadrukt Koppe. Maar het helpt wel om het eindbeeld in het vizier te houden. Zo wordt werken vanuit ‘ja’ een gezamenlijke werkwijze waarin ambtenaren zorgvuldig onderzoeken wat er wél mogelijk is.