Ons overheidssysteem is gericht op het voorkomen van falen, in plaats van op het mogelijk maken van succes. En daardoor lopen ambitieuze ambtenaren vast allerlei in vergaderingen, procedures en regels. Dat is het beeld dat Wessel Tiessens schetst in zijn boek Ambtenaren met Ballen. Daarin zet hij zijn eigen ervaringen als projectmanager in de gebiedsontwikkeling om in handzame lessen. Met de hacks die Tiessens aanreikt, moeten ambtenaren de verlamming kunnen doorbreken.

Beeld: © EMMA / Nicky van Oort

Wessel Tiessens: ‘Ik heb als ondernemer ook ervaren hoe gekmakend het kan zijn als de ambtenarij zichzelf tegenwerkt.’

Auteur: Lotte Breunesse

Ambtenaren met ballen. Over wat voor ballen hebben we het eigenlijk?

‘Het gaat over spierballen, over moed, vooral over lef. Het had ook ambtenaren met eierstokken kunnen heten. Maar het systeem heeft de ambtenaar ook bij de figuurlijke ballen, omdat die er eigenlijk in gevangen zit. Sinds de omslag naar een bedrijfsmatige overheid in de jaren tachtig en negentig heeft het management-denken hoogtij gevierd en is vakmanschap verdwenen. Daarnaast is de burger mondiger geworden, wordt er niet meer vertrouwd op de expertise van de professional en heeft corona een anti-overheidsdenken in gang gezet. Die overgang van inhoud naar management heeft gezorgd voor een controledrang om fouten te voorkomen.’

"Waarom moeten we zoveel vergaderen, terwijl twee derde niet eens goed voorbereid is?"

Je omschrijft verschillende manieren waarop de publieke sector vastloopt door te willen deugen. Zijn die vergaderingen, regels en procedures dan nergens goed voor?

‘Natuurlijk is het belangrijk om bepaalde regels en wetten te hebben. Maar waarom moet je als gemeente onderling uren factureren? Waarom moeten we zoveel vergaderen, terwijl twee derde niet goed voorbereid is? Ik ben niet tegen samenkomen, maar ga dan iets doen. Zo min mogelijk vergaderen, zoveel mogelijk workshoppen. Bereid het goed voor, zorg voor een goede werkvorm en creëer iets met elkaar. De standaard vergadering vind ik vaak niet nuttig. Alsof je voor elke klus een hamer nodig hebt. Soms heb je ook gewoon een zaag, een boor en een beitel nodig.’

Waarom ben jij de aangewezen persoon om dit boek te hebben geschreven?

‘Ik heb de verschillende rollen binnen en rondom de overheid meegemaakt. Ik ben zowel ambtenaar geweest als adviseur, ontwikkelaar en stadmaker – een functie waarbij je met bewoners kleine projecten in de openbare ruimte oppakt. Ik heb geleerd dat je op verschillende schaakborden tegelijkertijd moet spelen, waarbij een zet op het ene bord effect heeft op het andere. Professionals, politiek, ondernemers en bewoners moeten gehoord worden.

Als ambtenaar kun je die onderlinge relaties regisseren, en kunnen verschillende krachten elkaar gaan versterken. Zo heb ik recent gewerkt aan de nieuwe visie voor de Scheveningse haven, waar uiteindelijk een telefoontje van de visserij richting de oppositie een blokkade in de gemeenteraad ophief.’

"Ambtenaren hebben niet door hoe heftig het effect van “vertraging” kan zijn – bedrijven gaan failliet, relaties lopen stuk"

Hoofdstuk 3 heet ‘Van manager naar systeemhacker’. Wanneer maakte jij die stap?

‘Ik ben nooit echt een goede manager geweest (lacht). Als ambtenaar in het systeem had ik af en toe wel last van de vertraging, maar ik dacht dat dat er gewoon bij hoorde. Maar toen ik betrokken raakte bij de ontwikkeling van de Zeeheldentuin in Den Haag, stond ik er voor het eerst echt buiten. Ik werd zo vaak van het kastje naar de muur gestuurd, dat ik – zoals ik het zelf noem – radicaliseerde.

Toen ben ik als inspreker naar de gemeenteraad gegaan, waardoor de ambtenarij weer harder ging werken. Eigenlijk ben ik vanaf dat moment op die verschillende borden gaan schaken, omdat ik ontdekte dat dat de enige manier is om je echte doel te bereiken.

Ik denk dat veel mensen deze manier van werken niet fijn vinden, omdat het kan voelen alsof je ze in het nauw drijft. Maar zij hebben niet door hoe heftig het effect van die vertraging kan zijn. Bedrijven gaan failliet, relaties lopen stuk. Met de heftige voorbeelden in het boek wil ik dat ook aangeven. Het is niet alleen ‘lastig, maar het hoort erbij’: het heeft serieuze invloed op mensenlevens.’

Schuilt er niet een bepaald cynisme in het feit dat we een systeem hebben dat bespeeld moet worden om te werken?

‘We zitten nu in een wantrouwend systeem, en dat vind ik inderdaad heel cynisch en zorgelijk. Ik probeer mensen wakker te schudden: we zijn opgeleid in een systeem waarin expertise, inzet, communiceren en braaf zijn, werkt en wordt gewaardeerd. Maar de werkelijkheid is inmiddels zo dat je, alleen als je bochten afsnijdt, je doel bereikt – en dat noem ik dan systeemhacken.

Ik hoop dat de Tweede Kamer ook een keer tot een systeem komt gebaseerd op vertrouwen. We hebben nogal wat problemen die om een lange termijnaanpak vragen, en daar zetten we potjes met specifieke regels en incidenteel geld tegenover. We hebben de grootste verbouwingsopgave ooit, gigantische onderwijsproblemen en drie kabinetten in vier jaar. En daar moeten ambtenaren mee dealen. Dat doe je enerzijds door te hacken, maar je moet elkaar ook opzoeken. Je bent niet alleen, samen kunnen we het leuk maken en elkaar ondersteunen. Het systeem helen kan je niet in je eentje.’

"Misschien moeten we minder brave mensen aannemen"

Eigenlijk zijn al jouw voorgestelde versnellers sociaal: psychologische veiligheid, teamwork, begrijpen, rituelen, menselijke verhalen. Hoe verhoudt dat zich tot onze individuele prestatiemaatschappij?

‘We leven in een hypernerveuze samenleving, we zitten allemaal in ons eentje op ons telefoontje in een prestatiemaatschappij waarbij je er perfect uit moet zien, doordeweeks een super carrière moet hebben en in het weekend een avontuurlijk privéleven. Daar worden mensen heel gestrest van. Als we elkaar weer weten te vinden in real life, dan kunnen we dat doorbreken.

Ik werk in de ruimtelijke ordening, waarbij vaak gezegd wordt dat financiën en techniek zorgen voor versnelling. Daar ben ik het gewoon totaal niet mee eens: sociale skills, hoe je samen dingen oplost, dát zorgt voor versnelling. Ik denk dat veel mensen dit wel in zich hebben, maar de ambtenarij is niet per se representatief voor Nederland. Misschien moeten we minder brave mensen aannemen.

Ik dacht op een gegeven moment dat ik niet op de goede plek zat, maar nee: er moeten juist meer mensen zijn die anders denken. De nieuwe generatie snapt dit meteen, zeker als je hen op sleeptouw neemt. Daarom werk ik graag met een buddysysteem, waarbij je nieuwe en ervaren medewerkers aan elkaar koppelt. Als je met zijn tweeën op twee projecten zit, gaat dat sneller dan als ieder er één doet. Je vult elkaar aan, en het wordt ook leuker.’

"Financiën en techniek zorgen níet voor versnelling; sociale skills, hoe je samen dingen oplost, dát zorgt voor versnelling"

Hoe kun je als ambtenaar onder een ego-manager toch het verschil maken? Of ben je volledig overgeleverd aan de grillen van wie er aan de top staat?

‘Je moet wel van boven naar beneden de trap schoonvegen. Het lijkt me heel onveilig om als junior te proberen de directeur te veranderen. Maar je kan wel eerlijk zijn en je grenzen aangeven als iets niet haalbaar is onder de voorwaarden die aan jou gesteld zijn. Want jij bent aangesteld om een klus te klaren, en de randvoorwaarden moeten wel kloppen.

Durf ook nee te zeggen. Dit is het engste wat er is, en daarom heb je er ook ballen voor nodig. En medestanders. Als je het met elkaar doet, dan kom je er wel. Aan het einde van de dag is de vraag: wil je dat je leven geregeerd wordt door angst, of met lef?’

"Wees die persoon die wél het stadhuis uitgaat en gewoon kopjes koffie gaat drinken"

Hoe kunnen ambtenaren hier morgen mee aan de slag?

‘Iedereen heeft de mond vol van ‘van buiten naar binnen werken’, maar heel veel mensen doen het niet. Wees die persoon die het wel doet: ga die kopjes koffie drinken, ga gewoon naar buiten. Ik denk dat iedereen dat toejuicht. We doen het niet omdat we het eng vinden. Maar wanneer je het wel doet, verander je vanzelf. Daarnaast zijn onze breinen ingericht op het onthouden van verhalen. Dus: word goed in storytelling. Wie is jouw held, wie is jouw draak, wat moet je overwinnen?

En kwetsbaarheid mag er ook zijn. Dat jij altijd alles moet weten, is onzin. Je moet het gesprek wel organiseren en nieuwsgierig zijn, maar je mag ook zeggen: Ik weet het niet. Dan heb je een heel ander gesprek. Zie het als een soort groeipad. Maar ga vooral ook eens dat stadhuis uit.’

Een mooi voorbeeld in je boek is dat van de raadsleden die in het Haagse Westbroekpark tegels tillen. Waar staat dat voor?

‘Toen wij het plan voor Greens lanceerden – een biologisch restaurant met een zorgmoestuin waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werken – werden we al snel doodgeknuffeld met complimenten. Het plan stond al overal in de krant, maar er was nog helemaal niks van de grond gekomen. Ondertussen mocht ik steeds gratis op komen draven voor inspiratiesessies met mensen die in loondienst waren.

‘Uit frustratie heb ik toen gezegd: kom maar naar mij toe, maar dan moeten jullie ook voor mij werken. Als er iemand met ons wilde komen praten, moesten ze eerst een uur tegels tillen. Dat hebben we een stuk of twintig keer gedaan. Met raadsleden, maar ook de directeur van de Rabobank. Hij zei bij zijn pensionering dat hij dat hij het ‘t gaafste hypotheekgesprek van zijn carrière vond.

Op die manier val je dus op: samenwerken met je handen zorgt voor meer verbinding dan praten. Dat merken we hier in de moestuin elke dag. Het is een grote gelijkmaker, en je hebt een gedeelde ervaring buiten je comfortzone. Dat alles brengt je dichter bij elkaar. Tegels tillen is toch ook veel leuker dan rapporten schrijven?’

"Samenwerken met je handen zorgt voor meer verbinding dan praten"

Veel ambtenaren zullen zich herkennen in wat jij hebt opgeschreven. Maar wat je noemt is niet per se nieuw. Wat maakt jouw boek anders dan andere producties over dergelijke knelpunten?

‘Ik schrijf in het boek niet alleen over goede voorbeelden, maar ook over situaties waarbij ik de fout in ben gegaan. Juist die persoonlijke verhalen maken dat Ambtenaren met Ballen van een saai verhaal, dat eerder aanvoelde als een rapport, tot een leesbaar boek is gegroeid. Het maakt taaie kost beeldend.

Ik ben geen professor die aan ambtenaren komt vertellen hoe het zit. Ik laat zien dat ik die fouten zelf ook heb gemaakt – en nog steeds maak. Het is van binnenuit, vanuit de loopgraven geschreven. Ik ben ook een soldaat die in diezelfde loopgraaf zit. Ik heb er alleen toevallig over nagedacht waarom we daar zitten en hoe we eruit kunnen komen. Het is een soort grassroots boek met een helicopterview. Met elkaar zijn we sterker, en het moet ook gewoon leuk zijn om te lezen.’

"We kunnen elkaar steunen – af en toe bij elkaar uithuilen, elkaar een voetje geven en af en toe een high-five"

En als een ambtenaar het boek uitheeft, wat is dan de volgende stap?

‘Dan moeten diegene lid worden van de Versnellerclub. Dat is een soort online community die ik heb opgericht om elkaar op te zoeken. Daar wil ik regelmatig digitale intervisies doen. Mensen kunnen dan delen waar ze tegenaanlopen. Zo kunnen we elkaar steunen. Af en toe bij elkaar uithuilen, af en toe elkaar een voetje geven en af en toe een high-five.

Daarnaast ga ik ook een fysieke opleiding aanbieden waarbij je, met je opdrachtgever of baas, met de lessen uit het boek verder kunt oefenen. Ik hoop dat door dit boek een beweging ontstaat, dat het inspireert om anders te gaan denken. Dat het ook een beetje hoopvol is.’