Burgerinitiatieven hebben de wind mee. Volgens minister Pieter Heerma (BZK) zitten we zelfs middenin een ‘coöperatieve revolutie’. Floor Ziegler en Teun Gautier zijn ervan overtuigd dat Nederland er beter van wordt wanneer je het vermogen van de samenleving verbindt met dat van de overheid. En burgers net zo goed (of beter) bijdragen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. In navolging van de Huizen van Actief Burgerschap die overal in het land worden geopend, hebben ze een plek gecreëerd waar aan die samenwerking gebouwd kan worden: Centrum van Actief Burgerschap op Landgoed Zonheuvel in Doorn. Van 13 tot en met 17 juli vindt daar het Zomeratelier plaats: een week vol workshops, verdieping en ontmoeting. Dat moet het startsein worden voor een nieuwe overheid, die gebruikmaakt van de kennis en kunde van de samenleving.

Beeld: © Peter van Embden

Floor Ziegler (links) en Teun Gautier tijdens een Leer je Rijk-bijeenkomst op Landgoed Zonheuvel in Doorn.

Auteur: Lotte Breunesse

Volgens Teun Gautier voelt de overheid zich probleemeigenaar, en dus ook oplossingseigenaar. Daarin schuilt een soort plichtsgevoel jegens de belastingbetaler: wij worden ervoor betaald, dus wij moeten het oplossen.

“Terwijl je veel beter kunt beginnen bij wat er al is in de samenleving, en dan daarop verder bouwen. Daarmee wordt het vinden van een oplossing niet alleen goedkoper, maar je creëert ook meer draagvlak. Mensen ervaren minder weerstand wanneer je iets met hen organiseert, dan wanneer je enkel over hen beslist. Daarnaast wordt het werk ook nog eens leuker, omdat je simpelweg meer voor elkaar krijgt – iets dat ook meehelpt voor de reputatie van het Rijk als werkgever.”

"Je kunt veel beter beginnen bij wat er al is in de samenleving, en dan daarop verder bouwen"

Samenwerking in de tussenlaag

“Het leveringsvermogen van de overheid neemt af, terwijl het aantal bewonersinitiatieven en de professionaliteit daarvan toeneemt”, meent Gautier. “De overheid wordt daardoor steeds ontvankelijker voor samenwerking.” Dat merken Gautier en Ziegler bijvoorbeeld doordat er voor de ontwikkeling van een basistraining ‘burgergericht werken voor rijksambtenaren’ actief contact met hen gezocht wordt.

Eens in de twee weken komen er op die manier acht ambtenaren uit het ministerie naar het Centrum van Actief Burgerschap om in samenspraak met burgers deze cursus te ontwikkelen. “Dat zorgt ervoor dat wij met hen mee kunnen denken, en hier ook steeds kunnen reageren”, legt Ziegler uit. “Wij laten op onze beurt zien wat er kan, en wat dat oplevert.” Volgens Ziegler en Gautier is het aan de overheid om deze omslag te maken van ‘we doen het voor de samenleving’ naar ‘we doen het met de samenleving, door te beginnen bij wat er al is’. En wat er al is, dat kom je tegen op het Zomeratelier.

Met de We Doen Het Samen-Coalitie (WDHS) en de veertig lokale Huizen van Actief Burgerschap en het landelijke Centrum van Actief Burgerschap is er een soort tussenlaag ontstaan tussen leef- en systeemwereld, die de samenwerking tussen die twee vergemakkelijkt.

“Je kan ons nu gewoon bellen en bij ons langsgaan – dat is al zoveel waard. Ambtenaren werken niet zomaar met ‘Piet op de hoek’ samen, maar met georganiseerde groepen die zorgen voor de aansluiting van beleid op de samenleving”, illustreert Ziegler. Dit uit zich bijvoorbeeld in het feit dat de WDHS-Coalitie meedenkt over de invulling van het Gemeenschapsfonds, en dat er ambtenaren vanuit ministeries regelmatig aansluiten bij landelijke overleggen van de lokale Huizen van Actief Burgerschap.

"Het verhaal van iemand uit de praktijk is veel doorleefder dan dat van een hoogleraar"

Praktijk en ontmoeting tijdens de lunch

De kracht van het Zomeratelier zit enerzijds in de mensen die je op Landgoed Zonheuvel in Doorn kunt ontmoeten. Er zijn (top)ambtenaren, initiatiefnemers en ervaringsdeskundigen aanwezig, en alles daartussenin. De ontmoeting tussen de leef- en de systeemwereld vindt hier plaats bij een broodje tijdens de lunch, in plaats van op een participatieavond of over de telefoon. Anderzijds is het ‘t programma dat het Zomeratelier bijzonder maakt. Midden in de natuur is er volgens Ziegler de rust die nodig is om verder te komen. Het belangrijkste element: een groot deel van de maar liefst 60 sessies wordt gegeven door mensen uit de praktijk.

“Hun verhaal is veel doorleefder dan dat van een hoogleraar. Het is de ideale kans om af te tasten wat er leeft over het thema waar jij als ambtenaar mee bezig bent”, vindt Gautier.

“Hun voorbeelden zijn ontzettend waardevol, omdat ze per definitie waar zijn”, zegt Ziegler. “Ze bestaan al, dus je hoeft niet meer te onderzoeken en bewijzen dat iets werkt. En door deze verhalen aan te horen, krijgt de samenleving een gezicht. Dan weet je: hier wil ik mij voor inzetten.” De workshops op het Zomeratelier functioneren ook als een soort voorproefje van de leergangen die Ziegler en Gautier vanaf september willen aanbieden.

"We hopen dat leidinggevenden bij ons geïnspireerd raken en de boodschap weten te vertalen naar ambtenarentaal"

Nieuw normaal in ambtenarentaal

Om te voorkomen dat ambtenaren de volgende maandag weer terugvallen in hun oude patroon, wordt elke sessie afgesloten met het opstellen van twee acties. Dat kan beginnen met een koffieafspraak, of de vraag ‘kun je eens met mij meelezen?’ “We hopen dat er allerlei bondgenootschappen gaan ontstaan”, zegt Ziegler. “Mensen die een gelijkwaardige relatie opbouwen, omdat ze elkaar hier gevonden hebben op een bepaald thema. Juist die persoonlijke relaties zorgen voor nieuwe motivatie en urgentie.”

Evenementen zoals het We Doen het Samen-Festival en het Zomeratelier spreken vooral mensen aan die al wel geloven in de kracht van samenwerking met de maatschappij. De vraag is nu: Hoe laat je dit ook landen bij de mensen die nog weerstand voelen?

“We hopen dat leidinggevenden bij ons geïnspireerd raken en de boodschap weten te vertalen naar ambtenarentaal”, aldus Ziegler. “Om er zo het nieuwe normaal van te maken dat je je als ambtenaar eerst afvraagt: moet ík dit wel doen, of zijn er al burgers of collega’s die dit doen?”

Daarvoor moeten bestaande reflexen worden doorbroken, en dat gaat niet vanzelf. Daar hebben Ziegler en Gautier ook begrip en respect voor. “Uiteindelijk zijn ambtenaren net als wij enorme idealisten die een betere wereld willen. Maar wij hebben dat systeem niet om ons heen, en zij wel. Daarin kunnen wij hen eigenlijk vooral heel erg helpen.”

Daarom luidt de oproep: mensen die geloven dat we een betere wereld krijgen als de systeem- en (be)leefwereld elkaar weten te vinden, moeten zich aanmelden voor het Zomeratelier. En, zeggen Ziegler en Gautier, allemaal één iemand meenemen bij wie dit geloof nog moet groeien.