Na acht afleveringen van In Transformatie Therapie keren dezelfde patronen terug: publieke transformaties blijven vaak hangen in optimalisatie, de overheid reageert op incidenten en systemen vragen steeds opnieuw om doorbraken. In de negende aflevering leggen Wouter Welling en Arre Zuurmond die lessen naast de opdracht van staatssecretaris Eric van der Burg: hoe wordt de overheid zelf slagvaardiger? Het antwoord blijkt ongemakkelijk. Want eenvoud klinkt aantrekkelijk, totdat die raakt aan eigen regels, uitzonderingen en routines.

Beeld: © John Beckmann

Eric van der Burg: ‘Slagvaardigheid vraagt ook om iets ongemakkelijks: accepteren dat een vrije samenleving niet volledig maakbaar of risicoloos is.’

Auteur: Joris Jenster

Na acht afleveringen over transformatie in verschillende maatschappelijke sectoren, draait de negende aflevering van In Transformatie Therapie niet om een nieuw domein. Dit keer staat de vraag centraal wat al die gesprekken samen zichtbaar maken. Wat leren de verhalen over zorg, fiscaliteit, uitvoering, wonen en andere publieke opgaven over de manier waarop de overheid verandert – of juist niet?

Podcastmakers Wouter Welling en Arre Zuurmond leggen die lessen naast één actuele opdracht: het werken aan een slagvaardige overheid. Te gast is Eric van der Burg, staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid.

Zuurmond trapt af met een aantal rode draden uit de serie. In vrijwel alle domeinen is sprake van grote transformatieopgaven, maar ‘in de praktijk blijven die vaak steken in optimalisatie van het bestaande systeem’. De overheid loopt nog te vaak achter problemen aan, stelt hij, in plaats van ze voor te zijn. Volgens hem worden problemen bovendien vaak zo gedefinieerd dat een ander eigenaar wordt. En waar doorbraken nodig zijn, is de vraag of je met die aanpak het probleem oplost of vooral zichtbaar maakt dat het systeem zelf ziek is.

Daarmee verschuift het gesprek al snel van de vraag hoe de overheid slagvaardiger kan zijn naar een fundamentelere vraag: waarom organiseert de overheid zichzelf steeds opnieuw zo dat slagvaardigheid moeilijk blijft?

Leveren binnen democratische spelregels

Maar wat verstaat de staatssecretaris zelf eigenlijk onder die term? Van der Burg definieert slagvaardigheid nadrukkelijk niet als simpelweg sneller, goedkoper of efficiënter werken. ‘De overheid is geen bedrijf’, benadrukt hij. ‘Democratische besluitvorming, rechtsstatelijke waarborgen en parlementaire controle brengen soms bewust vertraging, ritueel en procedure met zich mee.’

Slagvaardigheid betekent voor hem vooral ‘dat de overheid levert wat mensen van haar verwachten’. Dat gaat over paspoorten en rijbewijzen, maar ook over rechtsstaat, democratie en gelijke behandeling. ‘Een overheid die wetten aanneemt, moet die wetten ook uitvoeren. Een overheid die iets belooft, moet dat zichtbaar waarmaken.’

Dat klinkt eenvoudig, maar de opdracht waarmee de staatssecretaris behept is, is behoorlijk ingewikkeld: Van der Burg moet de overheid slagvaardiger helpen maken, maar beschikt niet over een eenvoudige knop waaraan hij kan draaien. Als staatssecretaris komt hij vaak pas laat in beeld bij beleid of wetgeving die al jaren onderweg is. ‘Ik kan niet tegen andere departementen zeggen: “gij zult”.’ Zijn instrumenten zijn eerder overtuiging, inhoud, gunfactor. En, zoals hij het zelf noemt, ‘soms een beetje plagen, kriebelen of laten jeuken’.

Een lichte vorm van ironie zal u niet ontgaan zijn: de staatssecretaris voor slagvaardigheid werkt in een systeem waarin mandaten, verantwoordelijkheden en belangen zijn opgeknipt. En precies dat systeem moet hij helpen veranderen.

"Slagvaardigheid gaat niet alleen over sneller leveren, maar ook over weten wat je níet meer dichtregelt"

Eenvoud doet ergens pijn

Op hoofdlijnen is bijna niemand tegen een slagvaardiger overheid. Minder regels, betere dienstverlening, eenvoudiger wetgeving en het “doorbreken van Haagse muren”. Het zijn ambities waar weinig mensen bezwaar tegen zullen maken. Maar volgens Van der Burg wordt het spannend zodra die ambities concreet worden:

‘Iedereen wil standaardiseren, totdat blijkt dat niet de eigen standaard wordt gekozen. Iedereen wil gezamenlijk inkopen, totdat de eigen vertrouwde leverancier verdwijnt. Iedereen wil minder uitzonderingen, totdat de eigen uitzondering geraakt wordt. En iedereen wil minder regels, behalve op het terrein waar de eigen zorgen, belangen of achterban spelen.’

Daarmee wordt zichtbaar dat complexiteit niet alleen een technisch probleem is. Achter regels, uitzonderingen en regelingen zitten vaak begrijpelijke belangen. Ze zijn ontstaan om maatwerk te leveren, risico’s te verkleinen, groepen te beschermen of politieke toezeggingen waar te maken. Maar bij elkaar opgeteld maken ze de overheid steeds moeilijker te begrijpen, te sturen en uit te voeren.

Dat patroon kwam ook in eerdere afleveringen van de podcastreeks terug. In het gesprek over het belastingstelsel werd duidelijk hoe politieke wensen, uitzonderingen en gerichte regelingen zich kunnen opstapelen tot een systeem dat bijna niemand nog overziet. Vereenvoudiging klinkt dan logisch, maar betekent ook dat sommige voordelen, uitzonderingen of zekerheden verdwijnen.

De kernvraag is dus niet alleen hoe de overheid eenvoudiger kan worden. De vraag is ook wie bereid is de prijs van eenvoud te betalen.

De prijs van alles willen voorkomen

Een belangrijke motor achter complexiteit is volgens Van der Burg ‘de Nederlandse neiging om risico’s uit de samenleving te willen organiseren’. Als er iets misgaat, volgt al snel de vraag: hoe voorkomen we dat dit ooit nog gebeurt? Vervolgens komen er regels, meldplichten, coördinatoren, registers of extra verantwoordingsmechanismen.

Die reflex is begrijpelijk, ziet ook de staatssecretaris. ‘Regels voorkomen soms daadwerkelijk ongelukken, willekeur of onrecht. Maar ze hebben ook een prijs. Elke nieuwe regel vraagt uitvoering, toezicht, uitleg en afstemming. En elke uitzondering maakt het systeem weer iets ingewikkelder.’

Slagvaardigheid vraagt volgens hem daarom om iets ongemakkelijks: ‘accepteren dat een vrije samenleving niet volledig maakbaar of risicoloos is’. Soms betekent eenvoud dat regels generieker worden. Soms betekent het dat niet ieder specifiek geval vooraf dichtgeregeld kan worden. En soms betekent het dat bestuurders en politici moeten zeggen: dit probleem zien we, maar we maken het systeem er niet nóg ingewikkelder voor.

Dat hoeft overigens niet te betekenen dat de menselijke maat verdwijnt. Van der Burg wijst op hardheidsclausules en hardheidsbeslissers als manier om eenvoudiger regels te combineren met ruimte voor schrijnende gevallen. Niet voor ieder denkbaar geval een aparte regeling, maar wel een plek waar uitzonderlijke situaties serieus gewogen kunnen worden.

"Iedereen wil minder uitzonderingen op regels, totdat de eigen uitzondering verdwijnt"

Minder regels begint met zelfbeheersing

Daarmee komt ook de politiek zelf in beeld. Kamerleden vragen om minder regels, maar staan tegelijk onder druk van incidenten, media, belangenorganisaties en groepen burgers die willen dat hun probleem wordt opgelost. ‘In de eigen portefeuille is de roep om nieuwe maatregelen vaak groot.’

Van der Burg beschrijft dat niet als verwijt aan één partij of één bestuurslaag. ‘Het is een bredere cultuur. Bewindspersonen, Kamerleden, wethouders, bestuurders, uitvoeringsorganisaties, lobbyorganisaties en burgers doen er allemaal aan mee.’ De overheid wordt dus ook complexer omdat steeds opnieuw om nieuwe oplossingen wordt gevraagd – vaak voor terechte problemen.

Toch ligt daar volgens hem ook handelingsruimte. Vaker nee zeggen. Niet op ieder verzoek een brief toezeggen. Niet na ieder incident een nieuwe regel maken. Niet elk probleem vertalen in een nieuw programma of register. Dat vraagt geen nieuwe regel om regels te beperken, maar zelfdiscipline en cultuurverandering.

Of, zoals van der Burg het zelf samenvat: ‘minder regels begint niet met een extra afspraak over hoeveel regels er mogen zijn. Het begint met de bereidheid om sommige vragen niet met nieuw beleid te beantwoorden.’

Niet alleen regels, ook ruimte

Aan het einde van de opname brengt Mitchell Hendriks, voorzitter van FUTUR, het gesprek terug naar de praktijk van jonge ambtenaren. Zijn reflectie kantelt het gesprek. Want hoewel er veel is gesproken over regels, wetten en laaghangend fruit, ziet hij onder jonge ambtenaren ook een andere worsteling:

‘Veel jonge ambtenaren werken aan opgaven die dwars door bestaande kokers heen lopen: energietransitie, wonen, dakloosheid, zorg, bestaanszekerheid. Maar de overheid is nog vaak klassiek, bureaucratisch en sectoraal georganiseerd. Daardoor lopen veel professionals waarmee ik spreek niet alleen vast op regels, maar ook op de manier waarop de overheid zichzelf heeft ingericht.’

Zijn vraag is daarmee scherp: gaat slagvaardigheid ook over de ruimte voor ambtenaren om hun werk goed te doen? Over de mogelijkheid om andere vragen te stellen dan de vraag waarmee een traject begon? Over het organiseren van tegenspraak voordat beleid opnieuw in de bestaande logica wordt getrokken?

Van der Burg herkent dat punt. Jonge ambtenaren die nog niet door het systeem zijn gevormd, kunnen juist waardevol zijn, vindt hij. Maar tegelijkertijd vraagt dat ook iets van henzelf. ‘Niet alleen wachten tot het systeem verandert, maar in de eigen rol professioneel ongemak durven opzoeken.’

Arre Zuurmond noemt dat de Maverick-rol: ‘bestuurders hebben niet alleen mensen nodig die het systeem beheersen, maar ook een paar mensen die verder kijken en zeggen wat anderen niet zeggen.’ Van der Burg sluit daarbij aan. Tegenspraak is volgens hem essentieel in een team. Wie hetzelfde zegt als alle anderen, voegt minder toe.

Het is een ietwat onbevredigende reactie. Een, die een systeemvraag beantwoordt op het niveau van de individuele professional. Of begint alles toch bij dergelijk vakmanschap?

"Misschien zijn niet de vraagstukken te complex, maar organiseert de overheid ze te complex"

‘Help me’

Aan het slot vraagt Welling wat Van der Burg wil meegeven aan mensen die in en rond de publieke sector werken. Zijn antwoord is kort: ‘help me.’

Juist daarin zit misschien de bredere les van deze reflectie-aflevering. Een slagvaardige overheid is niet alleen een opdracht voor één staatssecretaris, één ministerie of één programma. Ze vraagt iets van het hele systeem: van politici die niet bij ieder incident om nieuwe regels vragen, van bestuurders die soms nee durven zeggen, van organisaties die hun eigen uitzonderingen durven loslaten en van ambtenaren die tegenspraak organiseren.

De eerdere afleveringen van In Transformatie Therapie lieten zien hoe transformaties in afzonderlijke domeinen vastlopen. Deze aflevering trekt die lijn door naar de overheid zelf. Slagvaardigheid vraagt niet alleen om regels schrappen, processen digitaliseren of muren doorbreken. Ze vraagt om de bereidheid om complexiteit niet telkens opnieuw te produceren.