Het sociaal domein kent een overvloed aan goede bedoelingen. Bij overheden zowel als maatschappelijke en particuliere organisaties. Maar hoe organiseer je die overvloed zo dat de transformatie van – bijvoorbeeld – 48 betrokken professionals naar één gezinsregisseur, daadwerkelijk gebeurt? ‘Als overheid hebben we er niet het geld en de kennis voor; als we het gezamenlijk doen, lukt het wel’, vertelt Justine Ruitenberg, na bijna dertig jaar bij SZW nu directeur Stadsdeel Centrum in Amsterdam.

Beeld: © Hilbert Krane

Justine Ruitenberg: 'Mijn ideaal? Eén programma sociaal domein met één financieringsstroom richting de gemeenten.’

‘Ik heb ooit mijn kappersdiploma gehaald en heel lang geknipt in een buurthuis. Dan hoor je de verhalen, wat mensen meemaken aan wanhoop en eenzaamheid. Die ervaring was voor mij heel goed. Als je niet op een soortgelijke manier in contact staat met de werkelijkheid, heb je maar een beperkt beeld van de samenleving waar je als ambtenaar voor werkt.’

Kortgeleden maakte ze de overstap naar de gemeente Amsterdam waar ze nu werkt als directeur Stadsdeel Centrum. Daarvoor werkte Justine Ruitenberg 28 jaar bij het ministerie van Sociale Zaken (SZW). Inspectie, onderzoek, toezicht, beleid – ze werkte in veel disciplines en in haar laatste functie was ze directeur van het Nationaal Programma Armoede en Schulden. De ‘sociale opgave’ stond altijd centraal.

In de podcast reflecteert Ruitenberg op de pogingen in het sociaal domein om te komen tot een integrale aanpak. Waarbij je niet alleen de andere ministeries nodig hebt, maar ook de gemeentes, maatschappelijke organisaties, professionals en particulieren. Oh, had men overal maar zoveel goede bedoelingen als in dit domein. Maar die goede bedoelingen stroomlijnen tot een veel effectievere aanpak, is nog altijd een groot probleem. Later in dit stuk meer over de barrières die integraliteit nog altijd vaak in de weg staan.

Eerst vertelt Ruitenberg over de aanloop naar het Nationaal Programma Armoede en Schulden (NPAS), dat in 2025 van start ging en waarvan ze tot voor kort programmadirecteur van was.

"Zonder harde, concrete doelstelling voelt niemand de druk die nodig is"

Boeggolf

Daarvoor gaat ze terug naar de jaren 2020-2022, als Nederland worstelt met de coronacrisis en er bij SZW wordt gevreesd dat er, als Covid eenmaal voorbij is, een boeggolf van mensen met schulden en in armoede op de overheidstorens af zal komen. De energiecrisis, veroorzaakt door de Russische inval in Oekraïne, lijkt er ook voor te gaan zorgen dat veel Nederlanders het dramatisch slechter zullen krijgen.

Die boeggolf is er nooit gekomen. En zou zomaar – in ieder geval deels – kunnen zijn uitgebleven dankzij de intensievere aanpak van armoede en schulden die rond die tijd werd ingezet. Onderdeel van die aanpak, die zou uitmonden in het NPAS, was het formuleren van een harde doelstelling: in 2030 moet de armoede in Nederland zijn gehalveerd ten opzichte van de armoede in 2015.

Ruitenberg: ‘Het was iets waar de regering zich echt aan committeerde. Dat doel moest en zou binnen bereik komen en blijven. Ook als dat zou betekenen dat bijvoorbeeld het minimumloon moest stijgen en het kindgebonden budget overeind zou blijven. Ik vond het stoer van het kabinet dat het er echt voor ging.’

Zonder zo’n concrete doelstelling vanuit de politieke macht bereik je veel en veel minder, zegt Ruitenberg. ‘Dan voelt niemand de druk die nodig is. Nu hadden we iets wat voor alle partijen helder was, ook in de samenleving, en waaraan bijvoorbeeld ook de werkgevers zich konden verbinden. Of de gerechtsdeurwaarders, die een meer sociale rol wilden gaan spelen: niet alleen beslagleggen, maar ook doorverwijzen naar schuldhulpverlening – daar loopt nu een pilot voor.’

"Ik vind wel dat het heel langzaam gaat"

Gezinsgerichte aanpak

Het gesprek focust op een concreet aspect van de integrale aanpak van armoede en schulden: de ‘gezinsgerichte aanpak’.

Ruitenberg vertelt hoe de inwerkingtreding van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Participatiewet, tien jaar geleden, er al toe leidde dat de verschillende disciplines in en rond het sociaal domein nauwer moesten samenwerken. Beter integrale hulp bieden aan het gezin als geheel dan aan de individuen in het gezin, zoals voorheen het beleid was.

Gemeenten kregen geld en konden zelf die integrale aanpak organiseren. Maar in de praktijk bleek dat best enorm ingewikkeld. Niet alleen voor de betrokken departementen, maar ook voor gemeenten en de professionals in het veld. Elke partij met z’n eigen codes, richtlijnen, indicatoren, werkwijzen, visie en verantwoordingsinstrumenten.

Ruitenberg: ‘De ene partij redeneert dat je in het gezin eerst de basis op orde moet krijgen en bedenkt daarvoor een behandelplan. Maar als dat behandelplan in werking treedt en dat betekent dat een gezinslid niet kan werken, dan doorkruist dat de agenda van een andere hulpverlener die dat gezinslid juist weer zo snel mogelijk aan het werk wil krijgen.’

"Elke goedwillende partij heeft toch z’n eigen visie, werkwijze en verantwoordingsinstrumenten"

Het goede doen

Kun je dan zeggen dat zo’n gezinsgerichte aanpak gewoon niet kan lukken? Dat gaat Ruitenburg echt te ver. ‘Maar ik vind wel dat het heel langzaam gaat.’

Ze noemt op: ‘Je hebt het programma ‘Kansrijke start’ van VWS, de Gelijke Kansen Alliantie van OCW, ‘Preventie en Gezag’ van IenW en ‘Armoede en Schulden’ van SZW.  We proberen allemaal vanuit ons eigen sectorperspectief het goede te doen. Het is een overvloed aan goede bedoelingen. En de gemeenten moeten dat uitvoeren. Met verschillende wetgeving, verschillende financieringsstromen en verschillende gegevensstromen.’

Haar ideaal? ‘Één programma sociaal domein met één financieringsstroom richting de gemeenten.’ Het klinkt bedrieglijk eenvoudig.

"Als we het met elkaar doen, is er voldoende bereidwilligheid en geld"

Bereidwilligheid

Maar stel dat die ontschotting op departementniveau tot stand is gebracht, zijn we er dan? Nee, zegt Ruitenberg. Want de maakbaarheidsgedachte dat de overheid zorgt voor de sociale zekerheid, zodat mensen niet in schulden en armoede terecht komen, ‘kunnen we gewoon niet waarmaken. We kennen de samenleving niet goed genoeg en er is ook een gebrek aan middelen. We moeten ons als overheid wat nederiger opstellen’.

Ze verwijst naar de vrijwilligers – de brugfunctionarissen op scholen, de ooievaarsmoeders. Naar de maatschappelijke organisaties en private fondsen. Allemaal partijen die ook een sleutelrol spelen in het sociaal domein.

‘Als we het met elkaar doen, dan is er voldoende bereidwilligheid en voldoende geld. We willen allemaal het juiste doen. Maar hoe organiseer je dat dat in samenhang gebeurt? Die bereidwilligheid moeten we nog steeds organiseren.’

Volgende keer

In de volgende speciale aflevering op 2 juli gaan Wouter Welling en Arre Zuurmond in gesprek met Eric van der Burg, staatssecretaris van BZK en verantwoordelijk voor de Taskforce ‘Slagvaardige overheid’.

Aan de hand van de eerdere afleveringen reflecteren ze op de rode draden, de terugkerende patronen en de hardnekkige dilemma’s in publieke transformatie. Kom op 2 juli naar de Spuicampus in Den Haag. Kijk hier voor meer informatie en aanmelden.

'In Transformatie Therapie' is een samenwerking van FUTUR, Digicampus, Staat van de Uitvoering, Vereniging voor Overheidsmanagement, Informatieacademie, TU Delft en Overheid van Nu.