Toen de huisarts vijftien jaar geleden zijn vertrek aankondigde, richtte dorpskern America zich op en ging op zoek naar manieren om de zorg overeind te houden. Inmiddels worden typische Wmo-taken uitgevoerd door vitaliteitscoöperatie America Left! En is er de wethouder van Horst aan de Maas die weet hoe je samen met de bewoners moet optrekken. ‘Het huidige zorgsysteem is terminaal. Daarom experimenteren we in America met een verschuiving van professionele zorg naar gemeenschappelijke verantwoordelijkheid, waarin formele en informele zorg beter met elkaar zijn verbonden.’ 

Beeld: © Beeld eigen beheer

Vitaliteitscoöperatie America Left! met geheel rechts Ben van Essen.

Toen de huisarts van America – een dorp van zo’n 2200 inwoners in de Noord-Limburgse gemeente Horst aan de Maas – rond 2010 aankondigde dat hij op termijn wilde stoppen, werd dat in eerste instantie vooral als een persoonlijke zaak gezien. Tot de implicaties doordrongen. In een kleine kern als America betekent het vertrek van een huisarts al snel: geen zorg meer in het dorp. Want: geen opvolger. En dus: geen apotheek meer en geen vanzelfsprekende toegang tot medische basisvoorzieningen.  

De huisarts in kwestie probeerde eerst zelf een gezondheidscentrum op te zetten. Dat lukte niet. Vervolgens zette hij een tweede, cruciale stap. Hij maakte ‘zijn’ probleem van tot het probleem van het dorp. Dit is niet mijn vraagstuk, zei hij tegen betrokken inwoners, dit is óns vraagstuk. 

Over hoe het dorp zich na deze aderlating revancheerde, belde Overheid van Nu met Ben van Essen. Van Essen is oud-gemeenteraadslid en wethouder in de toenmalige gemeente Sevenum. Vierentwintig jaar bedreef hij lokale politiek. Daarnaast was hij altijd maatschappelijk actief bij onder meer de Landelijke Vereniging voor Kleine Kernen en nu de Lokale Democratie Coalitie. 'Naast de democratie van de staat, was de democratie van de straat voor mij altijd van belang. Wanneer die twee elkaar weten te vinden, kun je krachtige gemeenschappen bouwen.'  

"Naast de democratie van de staat, is de democratie van de straat voor mij altijd van belang."

Vanuit die filosofie sloot van Essen destijds aan bij een Americaanse werkgroep die al gestart was. Niet één persoon, maar een groep sleutelfiguren met trekkracht. Mensen die het dorp kenden, die elkaar vertrouwden en die bereid waren tijd en energie te investeren in een oplossing die nog niemand precies voor ogen had. Wat volgde was geen klassiek inspraaktraject, maar een Dorpsdagboek. Jongeren, gezinnen en ouderen kregen een blanco schetsboek met één opdracht: schrijf op hoe jij de toekomst van dit dorp ziet. Geef het daarna door aan een leeftijdgenoot.  

Na anderhalve maand lagen er 220 pagina’s vol dromen, zorgen en ideeën. Die 220 pagina’s werden samengevat in thema’s. Rond elk thema ontstond een werkgroep. Zo groeide uit een dreigend verlies van zorg een bredere beweging rondom de herinrichting van het lokale zorg- en welzijnssysteem. 

Vitaliteitscoöperatie

De eerste grote tastbare stap was de realisatie van een gebouw - geen tijdelijk onderkomen, maar een investering van 1,2 miljoen euro. In 2011 richtte de werkgroep een stichting op om dat mogelijk te maken. Met een forse provinciale subsidie, een bijdrage van de gemeente en een hypotheek werd in 2017 een multifunctioneel gebouw geopend. Daarin vestigden zich medische functies – huisarts, fysiotherapie – maar ook maatschappelijke initiatieven. Een ruilbibliotheek. Een dorpskeuken. Een kloostertuin. Een repaircafé. ‘Het is niet alleen een plek voor mensen met een zorgvraag’, zegt Van Essen. ‘Het is ook de plek waar mensen elkaar ontmoeten.’ 

In 2022 kreeg de beweging een nieuwe organisatievorm: vitaliteitscoöperatie America Left. Daarin kwamen de eerdere werkgroepen en activiteiten samen. Onder de coöperatie vallen inmiddels ook Wmo-taken. Zo wordt de huishoudelijke hulp in America onder regie van het dorp georganiseerd en betaald vanuit gemeentelijke budgetten. Een coördinerend wijkverpleegkundige is verbonden aan de coöperatie, net als twee dorpsondersteuners en een groeiend aantal betaalde krachten voor huishoudelijke hulp.  

"Je kunt niet vanuit het gemeentehuis bepalen hoe zo’n dorp mee moet doen in de transformatie van zorg naar gezondheid"

Gemeentelijke rugdekking

Dat een dorp Wmo-taken uitvoert, is bestuurlijk gezien geen kleine stap. Immers, gemeenten blijven wettelijk verantwoordelijk voor deze taken. Toch koos Horst aan de Maas ervoor om budget beschikbaar te stellen aan de coöperatie – in het eerste jaar voor acht Wmo-casussen. 

De wethouder in kwestie is Roy Bouten, inmiddels ruim zes jaar in functie. Die nieuwe balans tussen gemeentelijke betrokkenheid en bescheidenheid ziet hij niet als een sprong in het diepe, maar als een logische voortzetting van een bredere overtuiging. Horst aan de Maas bestaat namelijk uit zestien kernen, elk met een eigen sociale structuur. ‘Je kunt niet vanuit het gemeentehuis bepalen hoe zo’n dorp mee moet doen in de transformatie van zorg naar gezondheid,’ zegt hij. ‘Daarvoor heb je mensen nodig die de eigen sociale structuur kennen.’ 

Die overtuiging gaat verder dan de zorg alleen. In nabuurdorp Griendtsveen nam het dorp enkele jaren geleden ook de lokale basisschool over, toen het schoolbestuur dreigde te stoppen vanwege het dalende leerlingenaantal. Er zaten nog maar 41 kinderen op school. De gemeente besloot te investeren in een nieuw schoolgebouw en hielp de initiatiefnemers om het schoolbestuur over te dragen. 'Ondanks kritische geluiden over de levensvatbaarheid, telt de school inmiddels 51 leerlingen.' 

Voor Bouten is dat geen romantiek, maar een keuze voor vitaliteit. Als de gemeente nu niet investeert, weet ze zeker dat de voorziening verdwijnt. En met het verdwijnen van de school verschraalt het dorp als geheel. 'Het is niet alleen die school voor vijftig kinderen. Het gaat om de ontmoetingsplek, de sociale samenhang, het perspectief voor jonge gezinnen.'  

"Als gemeente moet je accepteren dat een initiatief niet altijd netjes in één beleidsdomein past."

Ontschotten of crashen 

De symbiose tussen gemeente en gemeenschappen ontstaat niet alleen door initiatieven ruimte te geven, maar soms ook door bewust ‘tegen de rekenkundige logica in’ te investeren. ‘Het gaat om respect, ruimte en rugdekking’, zegt Van Essen. ‘De gemeente Horst aan de Maas heeft haar dorpen steeds behandeld als een biedende partij. Als een gelijkwaardige samenwerkingspartner.’ 

Bouten sluit daarbij aan. ‘Als gemeente moet je accepteren dat een initiatief niet altijd netjes in één beleidsdomein past. En je moet bereid blijven om bij te springen wanneer dat nodig is.’ 

Onder de oppervlakte speelt volgens hem een fundamentelere beweging. ‘Overheden moeten stoppen met redeneren vanuit de Wmo, de Participatiewet of de Jeugdwet. Denk vanuit de inwoner die een vraag heeft.’ Investeren in ontmoetingsplekken kan zorgkosten drukken, een vervoersinitiatief kan eenzaamheid verminderen en een gemengde wijk kan preventief werken voor gezondheid. Maar, waarschuwt hij: ‘Als elk domein alleen naar zijn eigen begroting kijkt, blijft die samenhang onzichtbaar.’ 

Juist die samenhang is volgens Bouten essentieel om het systeem toekomstbestendig te maken. ‘Het huidige zorgsysteem is terminaal’, zegt hij. In America wordt daarom geëxperimenteerd met een alternatief: een verschuiving van professionele zorg naar een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid, waarin formele en informele zorg beter met elkaar worden verbonden. 

Overheden moeten stoppen met redeneren vanuit de Wmo, de Participatiewet of de Jeugdwet - denk vanuit de inwoner die een vraag heeft.

Geen sprookje 

Het verhaal van America laat zich makkelijk vertellen als een succesverhaal. Een dorp dat opstaat. Een gemeente die meebeweegt. Een coöperatie die publieke taken uitvoert. Maar wie vijftien jaar terugkijkt, ziet geen rechte lijn omhoog. 

Er waren momenten waarop het initiatief had kunnen stranden. Toen een woningcorporatie zich onverwacht terugtrok uit afspraken over het gebouw. Toen huurinkomsten wegvielen omdat een apotheekhoudende huisarts stopte. Of toen een brand financiële gaten sloeg die niet volledig verzekerd bleken. Dat waren geen symbolische tegenvallers, maar concrete risico’s voor het voortbestaan van het initiatief. 

Ook nu is de beweging niet immuun voor bedreigingen, vertelt van Essen. ‘De huisartsen die nu in America actief zijn, hebben aangekondigd hun contract mogelijk niet te verlengen. Dat is momenteel een aandachtspunt.’ Ook bestuurlijke verjonging is noodzakelijk nu enkele kartrekkers afscheid hebben genomen. En financieel blijft het balanceren, moet hij toegeven: ‘Een coöperatie in een dorp van 2200 inwoners heeft geen grote reserves.’ 

Gemeenschapskracht vraagt daarom niet alleen om enthousiasme, maar ook om uithoudingsvermogen. Om nieuwe mensen die verantwoordelijkheid willen dragen. Om professionals die bereid zijn samen te werken zonder het initiatief over te nemen. En om een gemeente die bereid blijft om, waar nodig, tijdelijk rugdekking te bieden. 

Juist in die voortdurende kwetsbaarheid schuilt misschien wel de meest realistische les van Horst aan de Maas: gemeenschapskracht is geen eindstation, maar een proces dat onderhoud vraagt — bestuurlijk én maatschappelijk. 

"‘Gemeenschapskracht is geen eindstation, maar een proces dat onderhoud vraagt — bestuurlijk én maatschappelijk’"

Humuslaag 

Is dit schaalbaar? Het eerlijke antwoord is nee. Een dorp laat zich niet uitrollen als beleid. Inspireren kan, kopiëren niet. De sociale structuur van America – de korte lijnen, de sleutelfiguren, de bereidheid om verantwoordelijkheid te nemen – is niet één op één te reproduceren. ‘Je kunt de verantwoordelijkheden niet ergens anders neerleggen’, zegt wethouder Roy Bouten. ‘Maar je moet er wel klaar voor zijn als ze opgepakt worden.’ 

Tegelijkertijd is het ook te gemakkelijk om het verhaal weg te zetten als typisch Limburgs of als een uitzondering. De Burgercollectieven-monitor 2025 laat zien dat dit soort initiatieven in het hele land ontstaat. Van zorgcoöperaties in Amsterdam (stadsdorpen genaamd) tot energiecollectieven in middelgrote gemeenten: inwoners organiseren zich, vaak vanuit urgentie, soms vanuit idealisme, maar vrijwel altijd vanuit betrokkenheid bij hun directe leefomgeving. 

Volgens Ben van Essen bouwt die beweging voort op een bestaande infrastructuur. Nederland kent een sterke traditie van verenigingen, vrijwilligerswerk en informele netwerken. ‘We hebben een hele dikke humuslaag’, zegt hij. ‘Gemeenschapskracht is geen nieuw fenomeen, maar een herwaardering van iets dat er altijd al was.’