Loket D bestaat één jaar. Voor BZK en Vfonds is dat aanleiding om terug te kijken op meer dan een subsidieregeling: op een samenwerking waarin publiek geld, maatschappelijk initiatief en democratisch vertrouwen samenkomen. Wat leert Loket D over ruimte geven, laagdrempelig financieren en de veranderende rol van de overheid? ‘Je kunt als ministerie ook verantwoordelijkheid nemen door juist ruimte te maken.’
Beeld: © Lilian van Rooij
Marieke van Schijndel, directeur-bestuurder van Vfonds, en Mathijs Wartna, beleidsmedewerker bij de directie Democratie en Bestuur (BZK): ‘Loket D laat zien dat je als ministerie best een stap terug kunt doen en anderen ruimte kunt geven, zonder daarmee weg te lopen voor je verantwoordelijkheid.’
Auteur: Joris Jenster
In de Kamerbrief van toenmalig minister Uitermark over gemeenschapskracht werd Loket D genoemd als een van de manieren waarop het kabinet werk wil maken van democratisch burgerschap en lokale zeggenschap. Niet door als overheid zelf maatschappelijke initiatieven te organiseren, maar door ruimte te maken voor mensen die in hun wijk, dorp of gemeenschap iets willen veranderen. Loket D werd daarin gepresenteerd als concreet instrument: een laagdrempelige subsidiemogelijkheid voor bewonersinitiatieven, die meedoen, meepraten en meebeslissen versterken.
Nu Loket D één jaar bestaat, is de vraag wat die aanpak oplevert. Want achter het loket gaat een bredere samenwerking schuil tussen BZK, Vfonds en andere maatschappelijke fondsen. BZK is subsidiegever en beleidsmatig partner, Vfonds bouwt op basis daarvan aan een bredere alliantie rond democratisch burgerschap.
"Loket D een oefening in een andere rolopvatting van de overheid"
Daarmee is Loket D ook een oefening in een andere rolopvatting van de overheid. Hoe kun je publiek geld inzetten zonder maatschappelijke energie dicht te regelen? Hoe blijf je aanspreekbaar op legitimiteit en verantwoording, terwijl je initiatieven juist laagdrempelig en op vertrouwen wilt ondersteunen? En wat vraagt dat van de samenwerking tussen een ministerie en een fonds? Over die vragen sprak Overheid van Nu met Marieke van Schijndel, directeur-bestuurder van Vfonds en Mathijs Wartna, beleidsmedewerker bij de directie Democratie en Bestuur (BZK).
"De energie uit de samenleving willen we ondersteunen met positieve democratische ervaringen"
Om te beginnen bij de context waarin jullie je werk doen: waarom was Loket D nodig?
Marieke van Schijndel: ‘Voor Vfonds was het rapport Koester de democratie! van de Commissie Marcouch een belangrijke aanleiding. Wij lazen dat rapport als een uitnodiging, als een opdracht aan iedereen om daarin verantwoordelijkheid te nemen. Democratie is niet alleen iets van politici, ambtenaren of instituties. Democratie is van ons allemaal.
Wat ons daarbij opvalt, is dat de democratie weldegelijk leeft. Ondanks zorgen over afnemend vertrouwen en democratische erosie zie je dat mensen niet achteroverleunen. Ze willen invloed uitoefenen, zelf de agenda bepalen en niet alleen onderwerp zijn van politieke discussie. Die energie wilden we ondersteunen met wat we positieve democratische ervaringen, dicht bij huis, zijn gaan noemen.’
Mathijs Wartna: ‘Binnen het team Invloed en Zeggenschap, waar ik werk, zeggen we weleens dat we ons bezighouden met de democratie tussen verkiezingen in. Daar werken we aan door te zoeken naar manieren waarop mensen in hun wijk, dorp of gemeenschap kunnen meedenken en meebeslissen. Met Loket D wordt dat heel concreet, omdat lokale initiatieven ondersteuning krijgen om daarmee aan de slag te gaan.’
"De ervaring begint altijd bij een idee of een behoefte van mensen zelf – het toont ons ook waar Nederland mee bezig is"
Leg eens uit, wat bedoelen jullie met die positieve democratische ervaring?
Van Schijndel: ‘Voor ons begint die ervaring altijd bij mensen zelf. Mensen hebben een idee, een plan, een wens of een behoefte. Wij bepalen niet waarop zij invloed kunnen uitoefenen. Dat vinden we principieel belangrijk, want wij weten immers niet wat relevant is in iemands leefomgeving. Het kan dus over van alles gaan: jongeren die een buurtfeest willen organiseren, initiatieven rond armoede, informele voedselbanken, educatie rond discriminatie of de inrichting van de openbare ruimte. Juist die breedte maakt het interessant. Het toont ons ook waar Nederland mee bezig is.’
Wartna: ‘En de gemene deler is dat het plannen uit de samenleving zelf zijn. Bewoners doen actief mee, praten mee en beslissen mee over hun directe leefomgeving. Het zijn bewust kleinschalige projecten. Je zou bijna kunnen zeggen: oefenen met democratie. Niet betuttelend bedoeld, maar als een manier om te ervaren dat je werkelijk invloed hebt.’
Kunnen jullie een voorbeeld geven van zo’n democratische ervaring die jullie is bijgebleven?
Van Schijndel: ‘Een mooi voorbeeld is een initiatief van jongeren met een Eritrese achtergrond in Amsterdam. Zij zeiden: wij zijn niet opgegroeid in een democratisch systeem, onze ouders vaak ook niet. Maar we leven nu in een democratie. Hoe werkt zoiets?
Zij wilden oefenen met democratie, met stem en invloed. Het ging om kennis, maar op een wezenlijk niveau ook om ruimte innemen: wij zijn hier, wij blijven hier, wij doen ertoe. Om hun gemeenschap daarin te emanciperen, organiseerden ze onder meer workshops, werkbezoeken en gesprekken. En daarmee maakten zij de verbinding tussen informele en formele democratie.’
Wartna: ‘Wat daaraan interessant is: zulke initiatieven komen soms ook op andere plekken terug. Je ziet dan iets ontstaan dat lijkt op een lerend netwerk. Niet omdat je een project van bovenaf uitrolt, maar omdat mensen elkaar inspireren.’
"Als beleidsambtenaar vervul ik een brugfunctie: ik kan verbindingen leggen, maar moet niet doen alsof alle kennis bij ons zit"
Waarom zit BZK eigenlijk niet zelf aan het loket?
Wartna: ‘Wij vinden het simpelweg belangrijk om niet alles zelf te willen organiseren, en zijn ervan overtuigd dat je als ministerie ook verantwoordelijkheid kunt nemen door juist ruimte te maken. Onze partners zijn bovendien vaak de experts. Zij weten wat er speelt in de samenleving, waar energie zit en waar initiatieven tegenaan lopen.
Als beleidsambtenaar vervul ik een brugfunctie: ik kan verbindingen leggen binnen de rijksoverheid, maar moet niet doen alsof alle kennis bij ons zit. En dat werkt overigens twee kanten op. Wij hebben iets aan de kennis en netwerken van onze partners. Zij hebben iets aan onze ingangen bij andere departementen. Zo ontstaat een relatie waar beide partijen beter van worden.’
Dat kan ik me voorstellen, maar klinkt ook bekend. Wat maakt de samenwerking tussen BZK en Vfonds nu anders dan een klassieke opdrachtgever-opdrachtnemer-relatie?
Van Schijndel: ‘Wij ervaren dit echt als een samenwerking tussen partners. We hebben elkaar gevonden omdat we hetzelfde doel nastreven. En wat ik bij BZK sterk ervaar, is een open houding op basis daarvan. Er wordt niet meteen vanuit risico’s gedacht, en dat past bovendien goed bij hoe wij zelf proberen te werken: trust-based financieren. Kom met je idee, laat zien waarom het belangrijk is, en dan mag er ook iets mislukken. Sterker nog: als geen enkel project mislukt, hebben wij waarschijnlijk iets niet goed gedaan. Dan zit je er te dicht bovenop.’
Wartna: ‘Onze relatie is daarmee ook vrij informeel. Ik noem maatschappelijke partners als Marieke eerlijk gezegd vaak gewoon collega’s. Dat zegt wel iets over de manier waarop we samenwerken. Het gaat niet alleen om subsidie verlenen en verantwoorden waaraan geld besteed wordt, maar ook om samen leren wat werkt. Voor ons als professionals, maar vooral ook voor de mensen waarom het gaat.’
"Natuurlijk moeten wij begrijpen waar het geld naartoe gaat, maar we proberen de drempel voor burgers zo laag mogelijk te houden"
Jullie weten die verantwoordingskramp eruit te masseren. Maar hoe houd je Loket D laagdrempelig én legitiem?
Van Schijndel: ‘Om op dat eerste in te gaan. We hebben het aanvraagproces bewust heel eenvoudig gemaakt. Voor Loket D vragen we een eenvoudig projectplan waarin mensen hun intentie beschrijven. Het belangrijkste criterium is: komt dit echt voort uit een behoefte van inwoners zelf? Daarnaast vragen we om een eenvoudige begroting. En belangrijk: Loket D biedt honderd procent financiering. Dat is uitzonderlijk, maar voor dit soort initiatieven heel behulpzaam. Dat doen we, want cofinanciering regelen is voor kleine lokale initiatieven vaak ingewikkeld.
Onze collega’s steken bovendien veel tijd in telefonische spreekuren en begeleiding. Dus natuurlijk moeten wij begrijpen waar het geld naartoe gaat – het gaat om publiek geld en ook om ons eigen geld en dat van onze partners – maar we proberen de drempel voor burgers zo laag mogelijk te houden.’
Wartna: ‘Vanuit het ministerie kan je beredeneren dat de spanning tussen ruimte geven en verantwoording natuurlijk blijft. Maar juist daarom is het belangrijk dat je goed nadenkt over je eigen houding en de manier waarop je communiceert. Voor maatschappelijke initiatieven is het vaak al een knelpunt om überhaupt in contact te komen met de overheid. Dan helpt het enorm als het loket dichterbij en toegankelijker voelt.’
Waar lopen jullie toch tegen de systeemlogica aan?
Van Schijndel: ‘Niet zozeer in de verantwoording tussen BZK en Vfonds. Maar wel bij initiatieven die, vanuit de leefwereld, nadrukkelijk de aansluiting zoeken bij de systeemwereld. Sommige initiatieven willen nadrukkelijk invloed uitoefenen op beleid of instituties. Dan wordt het spannend: in hoeverre is het systeem ontvankelijk voor die stemmen?
Daarom laten we nu ook onderzoeken hoe initiatieven functioneren in hun bredere omgeving. Want als mensen zich uitspreken en vervolgens merken dat er niets met hun stem gebeurt, kan dat ook een negatieve democratische ervaring opleveren.’
Wartna: ‘Ik kan me voorstellen dat initiatiefnemers het ministerie soms als institutioneel of ver weg ervaren. Dat is in mijn optiek ons probleem, daar moeten we iets aan doen. Vfonds en Loket D hebben een andere uitstraling. Die staan dichterbij. En dat maakt deze constructie een waardevolle ervaring en een belangrijke showcase. Andere overheden kunnen hier volgens ons echt wat van leren.’
"Afgewezen aanvragers komen terug met plannen die we alsnog kunnen honoreren"
Wat heeft één jaar Loket D tot nu toe opgeleverd?
Van Schijndel: ‘In de eerste twee rondes zijn ongeveer 150 projecten gehonoreerd. We zitten momenteel in de derde ronde. Wat ik daarbij positief vind, is dat het afwijzingspercentage daalt. Dat betekent dat onze communicatie steeds beter aansluit op wat we zoeken en dat aanvragers beter begrijpen waarvoor Loket D bedoeld is. Dat is belangrijk, want afwijzen is ook een negatieve ervaring. Maar we zien nu zelfs dat mensen terugkomen met aangepaste plannen die we later alsnog kunnen honoreren. Dat vind ik erg mooi om te zien.’
Wartna: ‘Als je uitzoomt, laat Loket D bovendien zien dat je als ministerie best een stap terug kunt doen en anderen ruimte kunt geven, zonder daarmee weg te lopen voor je verantwoordelijkheid. De gedachte van aansluiten op aanwezige kennis en energie zie je dus niet alleen terug in de ondersteuning van initiatieven, maar ook in de manier waarop deze samenwerking is georganiseerd.
Als jullie de blik naar voren richten, waar moet jaar 2 dan over gaan?
Wartna: ‘Een belangrijk doel is het verder uitbreiden van de maatschappelijke alliantie rond democratisch burgerschap. In dat netwerk – waar Loket D onderdeel van is – verbinden we overheden, fondsen, maatschappelijke organisaties en wetenschappers om de weerbaarheid van de democratie te vergroten en de democratische vaardigheden van burgers te versterken. Dus meer partijen verbinden, meer samenwerking organiseren en blijven leren van wat er gebeurt.’
Van Schijndel: ‘Ik zou naast Loket D nog graag een krachtig educatief programma ontwikkelen rond democratisch burgerschap voor volwassenen. We financieren al veel onderwijsprojecten voor jongeren, maar volwasseneneducatie is op dit terrein vaak nog onderbelicht.
Tegelijk moet je altijd kijken waar energie zit. Ik kan iets belangrijk vinden, maar als niemand erop zit te wachten, moet je misschien iets anders gaan doen. Ook dat hoort bij deze manier van werken.’