In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart maakt de Lokale Democratie Coalitie (LDC) zich hard voor hechtere relaties tussen plaatselijke volksvertegenwoordigers en bewonersinitiatieven. Want: hoe beter die verbinding, des te sterker je democratie. Maar hoe doe je dat, de lokale democratie versterken? Jornt van Zuijlen: ‘Met een verhaal over “de staat van de democratie” raak je niemand. Maar als je het hebt over hoe we met elkaar omgaan, hoe we omgaan met verschillen, met spanning, met besluiten die pijn doen — dan gaat het gesprek wél lopen.’
Beeld: © Eigen beheer
Jornt van Zuijlen (rechts): ‘Als vijfhonderd raadsleden zich verbinden aan betere participatie en democratische vernieuwing, vind ik dat al mooi.’
Jornt van Zuijlen, een van de initiatiefnemers en in het dagelijks leven programmamanager bij de flexpool van BZK, is openhartig over waar hij staat. ‘We zitten er echt middenin,’ zegt hij. ‘Maar we zijn ook gewoon een clubje vrijwilligers.’ De Lokale Democratie Coalitie is een netwerk met ongeveer honderd mensen, uit zo’n 25 organisaties. Dat netwerk draait grotendeels op onbetaalde inzet en een beperkt subsidiebudget. Tegelijkertijd zijn de ambities groot. Niet alleen bescherming en versterking, maar ook vernieuwing van de lokale democratie. Juist die spanning – tussen grote ideeën en de weerbarstige praktijk van een vrijwilligersproject – kenmerkt dit eerste jaar van de LDC.
Drie sporen, één hardnekkig probleem
De LDC werkt momenteel langs drie lijnen: lokale democratie-dialogen, een aantal strategische “doorbraken” en een netwerk van raadsleden. Het zijn drie manieren om lokale democratie te versterken en vernieuwen.
Het idee voor lokale democratie-dialogen is eenvoudig. Gemeenten, bewoners of maatschappelijke organisaties organiseren gesprekken over de staat van de lokale democratie, en de LDC ondersteunt daarbij. Met kennis, met formats en met ervaren gespreksleiders. ‘We hebben een toolbox gemaakt met alles wat we weten over het organiseren van zo’n dialoog’, vertelt Van Zuijlen. ‘En we hebben een pool van mensen die weten hoe je zo’n gesprek begeleidt, ook als het spannend wordt.’
Maar juist hier botst de ambitie op een hardnekkige realiteit. ‘Zodra je iets dergelijks een “lokale democratie-dialoog” noemt, haakt zo’n negentig procent van de mensen af,’ zegt Van Zuijlen. ‘Dat is confronterend, maar wel goed om ons te realiseren.’
"Ik noem onszelf wel eens gekscherend “democratiegekkies”"
Democratie: iets voor insiders
Die constatering dwong de LDC tot zelfreflectie. Want hoe democratisch is een aanpak die vooral mensen bereikt die toch al geïnteresseerd zijn? 'We merkten dat we vaak dezelfde groepen bleven aanspreken', vertelt Van Zuijlen. ‘Ons netwerk bestaat veelal uit mensen die al langer bezig zijn met democratische vernieuwing. Experts. Professionals. Ik noem onszelf wel eens gekscherend ‘democratiegekkies’.’
Daarmee beseft de LDC dat er een oplossing ligt in de toon en invalshoek die je kiest. ‘Als je bij een sportclub of een buurtvereniging binnenkomt met een verhaal over ‘de staat van de democratie’, dan raak je niemand’, stelt Van Zuijlen. ‘Maar als je het hebt over hoe we met elkaar omgaan, hoe we omgaan met verschillen, met spanning, met besluiten die pijn doen — dan gaat het gesprek wél lopen.’
Dat vraagt om een fundamentele draai, ziet hij. Minder praten over democratie, meer aansluiten bij wat mensen dagelijks meemaken. ‘Dan heb je het ineens over weerbaarheid, over samenleven, over gemeenschapskracht’, zegt Van Zuijlen. ‘En pas daarna, misschien, over democratie, vooral alledaagse democratie of gemeenschapsdemocratie.’
"We moesten een fundamentele draai maken: minder praten over democratie, meer aansluiten bij wat mensen dagelijks meemaken"
Waar gebeurt het al?
Toch is alledaagse democratie volgens Van Zuijlen minder zeldzaam dan vaak wordt gedacht. ‘Eigenlijk zie je in bijna alle wijken en dorpen voorbeelden van bewoners die zelf initiatief nemen en daarbij de overheid tegenkomen’, zegt hij. Soms gaat dat soepel, maar vaak ook schuurt het. ‘In de documentaireserie Nederland van Binnen zijn zeven van zulke plekken in beeld gebracht: van bewonersinitiatieven tot lokale samenwerkingen rond zorg en leefbaarheid.’
Ook in aanloop naar de verkiezingen ziet hij veel gesprekken ontstaan die raken aan democratie, zonder dat ze expliciet zo genoemd worden. ‘Denk aan luistercampagnes, lokale dialoogtafels, gesprekken in bibliotheken of buurthuizen. Dat zijn geen formele democratieprojecten, maar ze zeggen veel over hoe mensen zich tot hun gemeente verhouden.’
Daarnaast, stelt hij, zien we steeds meer vitale gemeenschappen ontstaan door het hele land: ‘Neem Austerlitz, met de zorgcoöperatie. Of energie-initiatieven en dorpscoöperaties die zelf voorzieningen beheren. Of actieve wijkbewoners in Amsterdam met buurtplatforms, wijkbudgetten en maatschappelijke akkoorden.’
Kortom: de uitdaging zit volgens hem niet in het ontbreken van betrokkenheid, maar in de verbinding. ‘De kunst is om deze vormen van gemeenschapskracht beter te verbinden aan de politieke besluitvorming.’ En in het LDC-netwerk zijn beide werelden vertegenwoordigd, benadrukt hij. ‘Actieve bewoners, maar ook ambtenaren, zzp’ers en raadsleden. Op verschillende manieren proberen we te werken aan verbondenheid tussen die werelden.’
Niet alles kan tegelijk
De andere twee sporen van de LDC – de ‘doorbraken’ en het raadsledennetwerk – richten zich dan ook, meer indirect, op lokale politici en bestuurders. Bij de doorbraken gaat het om een beperkt aantal ideeën dat kansrijk is, zoals experimenten met burgerbegrotingen of het ontwikkelen van een eenvoudige ‘democratie-test’ voor gemeenten.
‘We wilden af van duizend bloemen laten bloeien,’ zegt Van Zuijlen. ‘Dat klinkt mooi, maar daar verlies je ook focus mee.’ Het raadsledennetwerk richt zich op raadsleden die werk willen maken van betere participatie en democratische vernieuwing. ‘We mikken niet op iedereen,’ vertelt hij daarover. ‘Als vijfhonderd raadsleden zich hier echt aan willen verbinden, vind ik dat al mooi.’
Toch is ook hier de vraag hoe groot de reikwijdte kan zijn; raadsleden hebben het druk, staan onder politieke druk en voelen zich niet altijd aangesproken door verhalen over ‘vernieuwing’. ‘Veel raadsleden zitten er vanwege een inhoudelijk thema,’ zegt Van Zuijlen. ‘Niet omdat ze de democratie willen heruitvinden.’
"De kunst is om de overal opbloeiende gemeenschapskracht beter te verbinden met de politieke besluitvorming"
Verkiezingen als testmoment
Voor Van Zuijlen zijn de komende verkiezingen geen eindpunt, maar een test. ‘Als lokale democratie ergens zichtbaar moet worden, dan is het op woensdag 18 maart aanstaande’, zegt hij. Niet per se in grote woorden, maar in kleine, concrete keuzes in collegeprogramma’s. ‘Als gemeenten expliciet zeggen: wij willen investeren in hoe we samen besluiten nemen, dan is dat al winst.’
Of dat lukt, is afwachten. De LDC kan agenderen, ondersteunen en verbinden, maar niet afdwingen, benadrukt hij. Misschien is dat ook precies de crux in dit verhaal: democratische vernieuwing laat zich niet organiseren als project, maar moet groeien in bestaande gemeenschappen. ‘Wijken en buurten zijn de kraamkamer van democratische vernieuwing.’ Daar ontstaan nieuwe woonconcepten, zorginitiatieven, energiecoöperaties, buurtprojecten en klimaatinitiatieven – maar, nog te vaak buiten de schijnwerpers van het bestuur.
Zijn oproep aan nieuwe gemeentebesturen is dan ook nuchter en tegelijk ambitieus: houdt die gemeenschappen nauwlettend in de gaten. Sta open voor hun vernieuwing, leer van wat er in de praktijk ontstaat en durf daarin te investeren. ‘Het kan anders’, zegt Van Zuijlen. ‘En het moet ook anders, willen we onze democratie behouden.’