Elke keer als wij als onderzoekers met innovatiekoplopers spreken, horen we dezelfde klacht: “De regels maken innovatie zo moeilijk.” En ja: wet- en regelgeving doet ertoe. Maar als je ons nieuwe HU‑onderzoek naar blokkades en kansen voor innovatie in de provincie Utrecht goed leest, valt één ding op: vóórdat het over wetten en regels gaat, gaat het over houding, proces en communicatie.

Beeld: © Branko de Lang

Ambtenaren van de provincie Overijssel (met links de kort geleden overleden Marjan Minnesma van Urgenda) onderweg naar Friesland aan boord van een niet-fossiel watertransportmiddel.

Auteurs: Rik Braams, Quirine Eijkman, Marco de Swart

Dit onderzoek helpt de Provincie Utrecht om de ambities uit het beleidskader Regionale Innovatiekracht te toetsen aan de juridische praktijk. En wat blijkt: regels zijn in de praktijk zelden de eerste barrière; maar ze zijn wel vaak de plek waar een stroef proces zichtbaar wordt.

De vraag waarmee dit verkennende onderzoek begon, is herkenbaar voor elke beleidsmaker: waar lopen innovatieve koplopers tegenaan in het woud van regels, en wat kunnen wij doen? Het wordt scherp neergezet: de provincie wil institutionele randvoorwaarden creëren die innovatie mogelijk maken, juist binnen bestaande juridische kaders. Dat is geen oproep tot uitzonderingswetgeving, maar tot slimmer organiseren, beter interpreteren en eerder met de markt in gesprek gaan.

De conclusie van het onderzoek bevestigt dat beeld. Ja, er zijn harde randen: aanbestedingsrecht, milieuregels, financiële rechtmatigheid. Maar de meeste frictie ontstaat in de “zachte” laag: lange doorlooptijden, diffuus eigenaarschap, te late interne afstemming, risicomijding, en communicatie die pas begint zodra het loket al dicht is. De auteurs zeggen het expliciet: de Provincie heeft meer invloed dan ze zelf denkt, juist in de manier waarop processen worden ingericht en uitgelegd.

"Juist in de manier waarop processen worden ingericht en uitgelegd, heeft de Provincie invloed"

Wat betekent dit voor ambtenaren? Drie prikkelende observaties:

  1. Regels zijn rekbaarder dan we willen toegeven.
    In de verkenning geven inkopers en juristen aan dat de wet meer speelruimte biedt dan we vaak denken – mits we die ruimte creatief en transparant verantwoorden. Het is de taak van ambtenaren bij de provincie om die ruimte zichtbaar te maken, niet om haar bij voorbaat dicht te zetten. Anders verwarren we onzekerheid met risico, en gaat procedure voor het doel: innovatie.
  2. De grootste versneller is vroegtijdig samen werken
    Veel ellende ontstaat omdat we als Provincie juristen, inkopers, controllers en inhoudelijke experts te laat aan tafel vragen. Vroege, interne afstemming maakt innovatie niet “wetteloos”, maar juist rechtmatig én doelgericht. Het onderzoek laat zien dat daardoor pilots, innovatieclausules en slimme subsidieregels wél binnen de kaders kunnen passen.
  3. Communicatie is beleid
    Koplopers ervaren het institutionele veld als diffuus: meerdere loketten, verschillende signalen, wisselende interpretaties per overheidsinstantie. Eén vast aanspreekpunt—iemand die begeleidt van idee tot uitvoering—werkt sneller dan de zoveelste handreiking. Ook een jaarlijkse innovatie‑challenge of structurele marktconsultaties verkleinen de afstand tussen behoefte en uitvraag.

Is wet- en regelgeving dan onbelangrijk? Integendeel. Ja, het onderzoek beschrijft concrete knelpunten—van referentie‑eisen die start‑ups buitensluiten, tot certificeringstrajecten die langer duren dan het kapitaal van de onderneming. Maar het laat óók zien dat we die knelpunten kunnen dempen door experimenteerruimtes, doelvergunningen, eenvoudige subsidieregelingen en expliciet een deel van het risico nemen in sandbox‑achtige trajecten (waar minder regels gelden, red.). Precies die instrumenten maken van regels een springplank in plaats van een stootblok.

Voor wie dit leest met de Provincie als opdrachtgever in het vizier: vraag niet eerst: mag het? Maar: hoe kan het wel?

"Je hebt als Provincie meer invloed dan je zelf denkt"

De provincie Utrecht wil, zoals gezegd, de regionale innovatiekracht vergroten. Het onderzoek biedt daarvoor richting: organiseer vroeg, werk integraal, communiceer helder, kies voor experimenteerruimte en wees expliciet over risico’s en verantwoording. Dat is geen pleidooi voor cowboy‑beleid, maar voor professioneel durven innoveren.

Concreet morgen doen? In plaats van de ondernemer zelf te laten puzzelen wie waarover gaat, moet de provincie intern één verantwoordelijke aanwijzen die de verschillende loketten en interpretaties stroomlijnt.

En verder:
- plan vóór publicatie van een regeling een marktconsultatie;
- ontwerp aanbestedingen op oplossingsrichtingen in plaats van productcategorieën;
- reserveer binnen projecten kleine, rechtmatig verantwoorde innovatiepotjes;
- start met één regelluwe proefzone waar je ook het leerproces verplicht stelt.

Dit kan allemaal - binnen de wet - als we het samen, vroeg en transparant organiseren.