In Oss groeide Stichting Thuis in Oss in tien jaar tijd uit van een initiatiefrijke Facebookgroep tot centrale partner in de lokale vluchtelingenopvang. Wat begon met vrijwilligers die fietslessen, taalactiviteiten en ontmoeting organiseerden rond een omstreden azc, mondde uit in een vorm van opvang waarin gemeente en gemeenschap samen verantwoordelijkheid dragen. ‘In Oss is iedereen het met elkaar eens: integratie verdraagt geen uitstel.’
Beeld: © Patrick Post
Angelo Schuurmans: ‘Vrijwel elke afwijking van het gangbare opvangregime moest worden bevochten.’
Een avond in Oss, april 2022. Een chauffeur zet een volle touringcar met asielzoekers uit Ter Apel af bij het gemeentehuis en vertrekt. Zijn dienst zit erop. Binnen proberen burgemeester, wethouder en ambtenaren te achterhalen wie er precies zijn aangekomen, waar hun familieleden gebleven zijn en wat er die nacht moet gebeuren. Het is bovendien ramadan.
Aan de overkant van de straat staat het oude belastingkantoor, waar stichting Thuis in Oss op dat moment al een opvang voor Oekraïners heeft ingericht. Initiatiefnemer en directeur Angelo Schuurmans telt de bedden, kijkt naar de lege kamers en concludeert dat het eigenlijk heel simpel is: deze mensen kunnen hier slapen, daar is iedereen het over eens.
‘De Oekraïense bewoners hielpen vervolgens zelf mee om stretchers klaar te zetten voor de nieuwaangekomen groep’, vertelt hij in gesprek met Overheid van Nu.
Op dat moment kwamen twee werelden samen: de praktische vindingrijkheid van een lokale stichting en de bestuurlijke keuze van een gemeente om vluchtelingenopvang niet uitsluitend als logistieke of veiligheidsopgave te benaderen. Sander van den Berk, strategisch beleidsadviseur bij de gemeente Oss, stond namens de gemeente aan de wieg van deze unieke samenwerking:
‘Anders dan de landelijke aanpak van het COA, hebben wij in Oss gekozen voor een gemeentelijke vorm van opvang waarin een initiatiefrijke particuliere organisatie de lead heeft. De Spreidingswet biedt die ruimte, al is daar weinig aandacht voor.’
In Oss wordt de opvang van vluchtelingen dus niet alleen geregeld, maar ook gemeenschappelijk gedragen. Door vrijwilligers, betrokken Ossenaren en een organisatie die ooit begon als een warm tegengeluid in een stad waar de komst van een azc tot veel onrust leidde.
"Oss koos voor opvang waarin een bewonersinitiatief de lead heeft –de Spreidingswet biedt die ruimte"
Andere kijk op opvang
Om te begrijpen waarom dit in Oss kon ontstaan, moeten we tien jaar terug in de tijd. Bij de gemeente valt een brief van het ministerie op de mat: er moet een azc komen. Van den Berk is nog maar net in dienst als hij zich over die precaire opgave moet buigen. ‘Rond de komst van alleenstaande Syrische mannen ontstond toen direct veel commotie, en het bekende repertoire diende zich aan: angst, verdachtmakingen, verhalen over onveiligheid.’
In diezelfde periode keert Angelo Schuurmans terug naar Nederland na vrijwilligerswerk op een Grieks eiland, waar veel Syrische vluchtelingen aankwamen in Europa. Wat hem daar treft: de mensen die in Nederland in het publieke debat vooral als probleem of als hulpbehoevende groep worden gezien, blijken in werkelijkheid net zo goed dragers van initiatief en gastvrijheid.
‘Families die zelf nauwelijks iets hadden, nodigden je uit voor thee en deelden het beetje eten dat zij bezaten. Zij hielpen mij daar op weg.’
Terug in Oss botst die ervaringen frontaal met de Nederlandse publieke opinie. Die andere blik heeft meteen gevolgen voor zijn idee van opvang. Niet controle, afscherming en protocol moeten vooropstaan, vindt hij, maar ontmoeting en toegankelijkheid. En dus doet Schuurmans iets heel eenvoudigs: hij begint een lokale Facebookgroep voor mensen die niet tegen, maar vóór opvang zijn.
"Families die zelf nauwelijks iets hadden, nodigden je uit voor thee en deelden het beetje eten dat zij bezaten"
Van Facebookgroep naar publieke partner
Die actie blijkt een gevoelige snaar te raken. In korte tijd sluiten zich 130 vrijwilligers aan. Zij organiseren rond de toenmalige COA-opvang precies datgene waar in het systeem weinig ruimte voor is: kinderactiviteiten, taal- en fietsles, ontmoeting en praktische ondersteuning. ‘Wij zagen: als je die verbinding met de omgeving eenmaal tot stand brengt, volgen allerlei andere dingen daar veel makkelijker uit.’
Toen de COA-locatie – zoals dat gaat – na acht maanden alweer sloot, viel Thuis in Oss niet uiteen. Integendeel. Het initiatief verlegde haar aandacht naar statushouders die zich in Oss vestigden en de gemeente begon hen te faciliteren met subsidie voor de coördinatie van activiteiten.
‘Al waren zij niet meteen uitvoerder van opvang, wel werden zij door de gemeente erkend als organisatie die wist hoe je mensen in beweging krijgt, hoe je contacten legt en hoe je een maatschappelijk heet onderwerp menselijk kunt maken’, vertelt Van den Berk.
"Laat je het oude patroon gelden, of durf je vast te houden aan die andere logica?"
Oekraïneopvang
Als weer een paar jaar later de oorlog in Oekraïne uitbreekt en gemeenten opnieuw worden verzocht opvang te organiseren en woonbegeleiding aan te bieden, ziet Oss dat het ambtelijke organisatie daar niet voor is toegerust. Om die reden kozen veel gemeenten voor de landelijke oplossing, met het COA aan het roer. Maar opNa een korte periode van bezinning datzelfde moment kijkt het gemeentebestuur opnieuw naar Thuis in Oss.
Van den Berk: ‘De redenering was: de stichting kent de stad, heeft vrijwilligers, heeft ervaring met nieuwkomers en heeft in de jaren ervoor al laten zien dat ze veel resultaat boekt met hun verbindende aanpak.’
De gemeente blijft verantwoordelijk, maar kiest ervoor om de uitvoering dicht bij de gemeenschap te organiseren. Dat blijkt meteen vruchtbaarder, maar ook ingewikkelder. Want Thuis in Oss kan veel, maar is op dat moment nog een organisatie die groot is geworden vanuit vrijwillige inzet. ‘Er was nog geen ervaring met werkgeverschap, HR of het aansturen van grotere professionele teams’, vertelt Schuurmans.
Om de stichting de tijd te geven naar een professionelere vorm toe te groeien, besluit de gemeente daarop om het extra personeel dat Thuis in Oss nodig heeft, in loondienst te nemen. Dit, met de ‘uitdrukkelijke bedoeling om die later over te hevelen naar de stichting zodra die daar klaar voor was’, vertelt Van den Berk.
Inmiddels is Thuis in Oss uitgegroeid tot een organisatie met meerdere opvanglocaties, dertig medewerkers en ruim tweehonderd vrijwilligers.
"Thuis in Oss moet voelen dat de gemeente haar dekt en vertrouwt"
Regie houden, vertrouwen geven
Terug naar die avond in april 2022 als de touringcar uit Ter Apel een groep asielzoekers in Oss achterlaat. De Oekraïne-opvang draait al, deze groep nieuwe asielzoekers arriveert onverwacht, ineens staat Oss voor een principiële keuze.
Van den Berk: ‘De vraag is dan: laat je het oude patroon gelden, met een apart regime voor de ene groep en weer andere regels voor de andere? Of durf je vast te houden aan die andere logica?’ In Oss kiest men voor dat laatste. Oekraïners en asielzoekers worden – anders dan bij het COA – in hetzelfde gebouw ondergebracht en niet als twee radicaal verschillende categorieën benaderd. ‘Het zijn allemaal mensen die gevlucht zijn en rust, veiligheid en perspectief nodig hebben.’
Die keuze markeert het moment waarop Thuis in Oss haar naam als onmisbare schakel in de lokale asielketen definitief vestigt. Met de gemeente als opdrachtgever slaagt de stichting erin de opvang in Oss ‘anders publiek’ te organiseren.
‘De beveiliging wordt vanuit de gemeente geregeld. Er is wekelijks overleg met Thuis in Oss over doelen, voortgang en knelpunten. Maar de stichting verzorgt in de praktijk wel het hart van de opvang: de woonbegeleiding, de dagbesteding, de verbinding met de omgeving en de sociale bedding’, benadrukt Van den Berk.
"Wie hier woont, moet hier ook een leven kunnen opbouwen"
Een opener opvang
Aan de kant van Thuis in Oss betekent het dat de opvang er wezenlijk anders uitziet dan op veel reguliere COA-locaties. Zo komen de belangrijke besluiten in Thuis in Oss democratisch tot stand: middels een bewonersraad. Bewoners praten vanuit de raad mee over huisregels, over hoe kamercontroles verlopen, over dagbesteding en educatie, en zelfs over de selectie van personeel.
‘Door de breed-gedragen keuzes en afspraken zijn minder sancties en beveiliging nodig.’ Bovendien worden overplaatsingen – zo normaal in veel vormen van opvang – in Oss zoveel mogelijk tegengehouden. ‘Wie hier woont, moet hier ook een leven kunnen opbouwen’, aldus Schuurmans.
Ook naar buiten toe kiest Thuis in Oss voor openheid. De locatie is geen afgesloten wereld waar je alleen van hoort als de vlam in de pan slaat. Vrijwilligers lopen in en uit. Buurtbewoners nemen deel aan activiteiten. Lokale organisaties gebruiken de plek. Daardoor verandert de opvang, ook in de ogen van de Ossenaar, van een anonieme voorziening achter regels en hekken in een plek waar mensen elkaar daadwerkelijk tegenkomen.
Van den Berk vat de bestuurlijke wens daarachter eenvoudig samen: ‘Wij willen geen opvang die heel streng en besloten is. We willen een opener opvang, die zich ook laat zien in de maatschappij.’ Dat vraagt volgens hem om strakke regie, maar vooral niet om bestuurlijke overname.
‘Een organisatie als Thuis in Oss moet voelen dat de gemeente haar dekt, dat er fouten gemaakt mogen worden en dat het gesprek openblijft als er iets schuurt. Zonder dat vertrouwen wordt elk initiatief teruggeduwd in de veilige marge van “leuk voor erbij”.’
"Dat kritische buurtbewoners later zelf vrijwilliger werden, zegt eigenlijk alles"
Pionieren, duwen en onderhandelen
Maar ook in Oss geldt: zonder wrijving geen glans. Aan de telefoon vertelt Schuurmans hoe vrijwel elke afwijking van het gangbare opvangregime bevochten moest worden: ‘Dat gold voor de openheid van de locatie, maar ook voor iets ogenschijnlijk eenvoudigs als het voorkomen van overplaatsingen. Veel valt of staat bovendien bij de bereidheid van vrijwilligers om aan te haken en de wil bij professionals om niet alleen volgens protocol te werken.’
Dit alles is naar zijn zeggen het resultaat van jaren pionieren, duwen en onderhandelen.
Ook politiek bleef het spannend. Migratie is in Oss, zoals in vrijwel elke gemeente, een onderwerp waar verschil en weerstand zich snel organiseren. Ondanks – of misschien wel dankzij – dat gegeven, koos Oss voor een duidelijke bestuurlijke lijn:
‘De gemeente ging wel in gesprek met bewoners, via klankbordgroepen. Maar niet over de vraag óf er opvang zou komen. Dat stond vast. Het gesprek ging over hoe die opvang vorm zou krijgen, welke zorgen serieus genomen moesten worden en welke praktische oplossingen nodig waren’, legt Van den Berk uit.
Juist die combinatie van duidelijkheid en luisterbereidheid lijkt veel weerstand in de kiem te hebben gesmoord. Niet iedereen werd overtuigd, maar de discussie verschoof wel. ‘We creëerden daarmee explicieter ruimte voor een constructief gesprek rondom de vraag “hoe maken we dit werkbaar?” Dat sommige kritische buurtbewoners later zelf vrijwilliger werden bij Thuis in Oss, zegt eigenlijk alles.’
‘Veel van het maatschappelijk ongenoegen rondom asiel’, vertelt Schuurmans, ‘komt bovendien voort uit het idee dat nieuwkomers door veel instanties voorgetrokken worden’. Daarom is het volgens hem belangrijk dat opvanglocaties niet als parallel universum gaan functioneren, waarin voor nieuwkomers ineens van alles sneller of beter geregeld wordt dan voor inwoners die al langer wachten op bepaalde voorzieningen.
Toen er een aantal jaar terug een kind uit de opvang verdronk, was de logische reactie: alle kinderen moeten nu op zwemles. Maar in Oss bleken ook al lange wachtlijsten te bestaan voor andere gezinnen.
Schuurmans: ‘Dan kun je niet zomaar je eigen groep voorrang geven. Dus hebben we gezocht naar een oplossing voor beide groepen samen: zwemles voor kinderen uit Thuis in Oss en de andere kinderen uit de gemeente. Het punt is, je moet je continu afvragen hoe, wat jij aan het doen bent, een bijdrage levert aan het leven van nieuwkomers én van de gemeenschap waarin zij terecht komen.’
"Zoek als gemeente eerst uit wat voor opvang je wilt organiseren en vanuit welk mensbeeld"
Waarom Oss ertoe doet
Niet alles in Oss laat zich kopiëren. Je kunt geen Angelo Schuurmans bestellen. Je mobiliseert niet overal tweehonderd vrijwilligers. En niet elke gemeente heeft een initiatief klaarstaan op het moment dat een opvangvraagstuk urgent wordt. Maar wie Oss daarom wegzet als een unieke gelukstreffer, mist de kern.
Wél overdraagbaar zijn de principes onder deze samenwerking. ‘Het gaat om een zekere sensitiviteit voor wat er aan initiatief ontstaat in de samenleving’, zegt Van den Berk. ‘Daarop kunnen aansluiten, dat is de kunst. Zoek als gemeente eerst uit wat voor opvang je wilt organiseren en vanuit welk mensbeeld. Kijk vervolgens wie daar lokaal al aan bijdraagt en wat die partij nodig heeft om te groeien.’
Thuis in Oss toon dus niet enkel het verhaal van burgers die opvang overnemen van de overheid. Net zo goed is dit het verhaal van een overheid die haar verantwoordelijkheid serieus neemt zonder alles zelf te willen beheersen.
‘Juist rondom een onderwerp dat snel wordt platgeslagen tot een verzameling tegenstellingen, hebben wij een praktijk kunnen vormgeven die minder anoniem, minder afstandelijk en uiteindelijk minder ontwrichtend is’, besluit Schuurmans.
‘In Oss is vrijwel iedereen het nu met elkaar eens: integratie verdraagt geen uitstel. Als je wilt dat mensen onderdeel worden van je samenleving, moet je ze vanaf dag één behandelen alsof ze er al bij horen.’