Stel: je wilt een verpauperd stedelijk gebied transformeren tot een wijk met onderwijs, wonen en werken op gemiddeld grootstedelijk niveau. En je weet: de verschillende beleidsterreinen die hiervoor met elkaar moeten samenwerken, spreken niet dezelfde taal, hebben eigen belangen en wijzen vooral naar elkaar. Wat doe je dan? Je luistert naar de vierde In Transformatie Therapie podcast met Marco Pastors, algemeen directeur van Nationaal Programma Rotterdam Zuid. Zijn bedrieglijk eenvoudige recept: neem aan het begin uitgebreid de tijd voor het gemeenschappelijke verhaal, maak op basis daarvan harde afspraken en zorg voor iemand die ‘afspraak is afspraak’ bewaakt. Plus: neem geen genoegen met ‘haalbaar’, want dan krijg je nooit echt een transformatie voor elkaar.

Beeld: © Robin Utrecht

Marco Pastors: ‘Als iedereen zegt: kan niet, dan denk ik: dat zullen we nog weleens zien.’

Auteur: Eduard van Holst Pellekaan

Het is 1990 als de net afgestudeerde Marco Pastors Pim Fortuyn tegen het lijf loopt. De twaalf jaar later gruwelijk vermoorde Fortuyn is dan net door OCW-minister Wim Deetman gevraagd om iets te doen wat niemand voor mogelijk houdt: een ov-studentenkaart invoeren in anderhalf jaar tijd. Fortuyn denkt: ik moet dat niet gaan doen met mensen van ov-bedrijven en ministeries – dat schiet niet op, maar met leuke, slimme jonge mensen die net van de universiteit komen. Pastors is er daar een van en gaat werken bij de BV OV-Studentenkaart, die inderdaad voor elkaar krijgt wat niemand had gedacht.

Pastors, 36 jaar later: ‘Dat is altijd mijn motto gebleven. Als iedereen zegt: kan niet, dan denk ik: dat zullen we nog weleens zien.’

Die houding vind je terug in zijn werkethos. Te veel mensen, en zeker ook ambtenaren, denken in termen van haalbaarheid. Daarmee, vindt Pastors, leg je de lat al voor je begonnen bent te laag. Als je écht iets wilt bereiken, echt resultaat wilt boeken, moet je – zoals Fortuyn vroeger al zei – beginnen bij dénkbaar. Is het voorstelbaar dat we dit gaan realiseren?      

Veertien jaar gebiedsontwikkeling

Hij is alweer veertien jaar programmadirecteur van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ). Een programma met als doel dit gebied in Rotterdam – met 200.000 inwoners – in twintig jaar net zo opgeleid, wonend en werkend te krijgen als een gemiddelde wijk in een van de vier grote steden.

Welke lessen zijn er geleerd in die afgelopen veertien jaar over gebiedsontwikkeling? Hoe ga je om met de beleidskokers die horizontaal moeten samenwerken maar daar zacht gezegd moeite mee hebben? Welke transformatie krijgt Pastors in het gebied voor elkaar?

"Praten ze weleens met elkaar, vroeg Deetman zich af"

Deetman had gelijk

In het gesprek met gastheren Arre Zuurmond (Professionals Bevrijdingsfront) en Wouter Welling (Digicampus) in de vierde aflevering van de podcast In Transformatie Therapie, staat Pastors ten eerste uitgebreid stil bij hoe je een aanpak begint. 

Je moet eerst het probleem scherp krijgen, zegt hij. In het geval van Rotterdam Zuid had je te maken met een gebied waar al van alles was geprobeerd om de wijk naar een hoger niveau te brengen. Dan vraag je je af: waarom werkte die oude wijkaanpak niet? Vervolgens bepaal je wat mogelijk wel werkt.

Toenmalig minister van Wonen, Wijken en Integratie, Eberhard van der Laan, stuurde in 2009 de voormalige burgemeesters Wim Deetman en Jan Mans met die opdracht Rotterdam Zuid in. Deetman zou daarna kwartiermaker worden van het nationale programma.

Het onderzoek duurde anderhalf jaar. Pastors zat op dat moment in de Rotterdamse gemeenteraad en in de tijdelijke commissie die de twee onderzoekers moest volgen. ‘En wij zeiden dan: hoe lang ben je al niet bezig? Ben je nou nog niet klaar? Dan zei Deetman: iedereen vertelt een ander verhaal en ik ga pas met een advies komen als ik het met iedereen eens ben over wat er aan de hand is. Ik kon dat toen maar matig waarderen. Nu weet ik: hij had volkomen gelijk.’

"Deetman ging net zo lang heen en weer tussen de partijen tot hij een eenduidige probleemdefinitie had"

Eenduidige probleemdefinitie

Deetman ging alle primaire groepen langs – basis- en voortgezet onderwijs, werkgevers, werk & inkomen, hulpverlening, woningcorporaties, stadsontwikkeling – en vroeg: waar komt het nou door, wie doet wat verkeerd en wat moeten we anders doen?

Maar elke partij bleek daar een eigen verhaal bij te hebben. En al die verhalen – je kunt ook zeggen: probleemdefinities – pasten niet op elkaar. Praten ze weleens met elkaar, vroeg Deetman zich af.

Pastors: ‘Hij is toen net zo lang heen weer gegaan tussen de partijen (jij zegt dit, maar die andere zegt dat – hoe zit het nou?) tot hij een eenduidige analyse (probleemdefinitie) had van wat er aan de hand was.’

Vervolgens was de vraag: wie moet er dan wat anders gaan doen om het beter te laten gaan? Ofwel: wat kun jij voor een ander betekenen? Wat heb jij van een ander nodig?

Pastors: ‘En dat hele setje is het Nationaal Programma Rotterdam Zuid geworden.’

Schuld bij de ander

Pastors hamert erop: ‘Dit is iets wat bij heel veel aanpakken wordt overgeslagen: goed kijken, wat is nou het probleem? Wie kan er zorgen voor een oplossing? En waarom is die er nog niet? Je moet je daarbij voor ogen houden: mensen en organisaties hebben de neiging de schuld bij een ander te leggen en niet naar zichzelf te kijken.’

Pastors geeft een voorbeeld van die reflex en hoe je daarmee om kunt gaan: de ‘aan de bak’-garantie in het NPRZ.

"Ik ben akelig redelijk"

Afspraak is afspraak

Nog even terug naar het begin van de transformatieve opgave en wat er nodig is om goed van start te kunnen. En op koers te blijven.

Pastors daarover: ‘Als je dat gemeenschappelijke verhaal en die gemeenschappelijke ambitie scherp hebt met elkaar, is het tijd om afspraken te maken. Heel belangrijk daarbij is dat íedereen meedoet. Dus niet 56 van de hierboven genoemde 59 basisscholen. En dan hopen dat die resterende drie later nog aanhaken. Of het niet erg vinden dat er een paar niet meedoen. Want dat zou dan het maximaal haalbare zijn. Nee! Ze moeten alle 59 meedoen. Ik eis dat als programmadirecteur. Anders moeten ze maar een andere gaan zoeken.’

Heb je alle partners aan tafel, dan moet iedereen zeggen: wij willen dit, wij snappen dat daar werk aan zit en we gaan dat doen. Eerder moet je niet beginnen met je aanpak.

Pastors: ‘Ik heb altijd een presentatie bij me en mijn tweede sheet is alle handtekeningen uit 2011 die toen zijn gezet door alle bestuurders die toen verantwoordelijk waren voor al deze onderwerpen school, werk, wonen, hulpverlening en veiligheid. Die hebben dit gewild, voor een periode van twintig jaar, met deze interventies als vertrekpunt en met dat doel om over twintig jaar te hebben behaald.’

Dus daar houd ik ze aan. In de tussentijd maken we vier- of vijfjarige uitvoeringsplannen en dan gaan daar ook weer al die handtekeningen onder. Ik zeg weleens: ik ben akelig redelijk.’

"Ik lig best wakker van hoe we nu de nieuwe woonwijken bouwen en organiseren"

Volgende keer

In de volgende aflevering gaat het met Erik Gerritsen, bestuursvoorzitter van woningcorporatie Ymere en voormalig SG van VWS, over de woonopgave die vaak vastloopt in bestaande systemen. Na de opname is er weer ruimte voor reflectie, discussie en borrel, en daar kun je bij zijn! Kom op 30 april naar de Spuicampus in Den Haag. Kijk hier voor meer informatie en aanmelding.

'In Transformatie Therapie' is een samenwerking van FUTUR, Digicampus, Staat van de Uitvoering, Vereniging voor Overheidsmanagement, Informatieacademie, TU Delft en Overheid van Nu.