De oorlog in Oekraïne en de wankele steun van de VS aan de NAVO maken pijnlijk duidelijk dat er een transformatie nodig is binnen defensie. Vrede in Europa is niet meer vanzelfsprekend, en daar moet op geacteerd worden. In aflevering 3 van de podcast In Transformatie Therapie zoeken Arre Zuurmond en Wouter Welling naar de obstakels en voorwaarden voor de transformatie van het Nederlandse defensieapparaat. Dat doen zij met Raymond Knops, voorzitter van stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIDV) en voormalig militair en Tweede Kamerlid.
Beeld: © Laurens van Putten
Raymond Knops: ‘De inzet van Nederlandse militairen in uitzendgebied toont dat we die omslag wel kunnen maken, maar onder de Haagse stolp blijkt dit lastiger.’
Auteur: Lotte Breunesse
Raymond Knops is sinds 2023 voorzitter van belangenbehartigingsorganisatie NIVD (Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid). Als militair en als politicus, vertelt hij, heeft hij aan den lijve ondervonden wat de verschillen zijn tussen defensieorganisaties in vredestijd en in oorlogstijd.
Eind 2004 wordt hij als actief reservist in de rang van luitenant-kolonel uitgezonden naar Irak, terwijl hij in het dagelijks leven wethouder ruimtelijke ordening in Horst aan de Maas is. Irak is, sinds de inval van de VS als reactie op de aanslag van 11 september 2001, in een permanente staat van oorlog.
Er moet ter plaatse een kanaal worden afgegraven. Vanuit zijn bestuurlijke achtergrond is Knops’ eerste actiepunt om de grondeigenaren om toestemming te vragen en draagvlak te creëren. Prima, vindt de Irakese minister, maar van hem hoeft het niet. Eenmaal samengekomen vraagt de bewindsman: Doen jullie mee? Om daaraan toe te voegen: Wie hierna toch nog dwarsligt, belandt in de cel. Drie weken later is het kanaal aangelegd en klaar voor gebruik.
Omslag maken
Niet de manier van werken waar we naartoe willen in Nederland, zegt Knops, maar wel typerend voor hoe je werkt in oorlogstijd. Dan is er urgentie, dan kun je stappen zetten. De snelle technologische ontwikkelingen in Oekraïne bevestigen dit ook in onze tijd. In oorlogstijd worden knopen doorgehakt en zijn resultaten belangrijker dan het bureaucratische proces.
‘De inzet van Nederlandse militairen in uitzendgebied laat zien dat we wel tot die omslag in staat zijn, maar onder de Haagse stolp blijkt dit lastiger’, aldus Knops.
Vredesdividend
Volgens Knops opereert de Nederlandse defensie nog altijd binnen een vredesparadigma. Het grijze gebied tussen directe militaire confrontatie en vrede wordt niet goed geadresseerd, vindt hij. ‘We moeten afscheid durven nemen van een aantal procedures die we in dertig jaar vredestijd hebben doorontwikkeld.’
Die procedures zijn het resultaat van wat het vredesdividend wordt genoemd: het verlagen van defensie-uitgaven na een tijd van verhoogde spanningen. In Europa gebeurde dit na afloop van de Koude Oorlog. Bij een dergelijk verlaagd budget wordt er extra zorgvuldig omgegaan met uitgaven. ‘Het heeft er wel voor gezorgd dat we in Nederland meester zijn in de efficiënte inrichting van ons defensieapparaat. Tegelijkertijd is de organisatie nu volledig dichtgeregeld, wat het moeilijk maakt om van vorm te veranderen wanneer dat nodig is. Zoals nu.’
Risicoaversie
Volgens Knops hebben we last van de risicoaversie van de overheid. In zijn loopbaan ziet hij dit telkens terugkomen: eerst als militair, toen als Kamerlid, nu als vertegenwoordiger van de industrie. ‘Mijn opvattingen blijven dezelfde. In het moment kun je om een obstakel heen manoeuvreren, omdat dat de snelste oplossing is. Maar op de lange termijn moeten die obstakels wel weggehaald worden.’
Welling denkt dat dit lastig is vanwege de senioriteit van veel kopstukken binnen defensie: veel obstakels zijn ontstaan onder hetzelfde regime dat die obstakels nu moet weghalen. Dat vereist een bepaalde mate van eerlijkheid, maar ook vergevingsgezindheid. Er moet begrip zijn voor hoe procedures tot stand zijn gekomen in vredestijd, maar ook daadkracht getoond worden in tijden van oorlog.
Oftewel: ‘We verwijten je niet wat je gisteren hebt gedaan, maar voor morgen hebben we iets anders nodig’, aldus Zuurmond.
Benieuwd geworden naar het hele verhaal? Beluister de aflevering via Spotify. Hieronder nog een aantal takeaways:
- De politiek moet bereid zijn om regels die opschaling in de weg staan, aan te passen. Daarnaast moet leiderschap worden getoond: binnen het ministerie moeten mensen hun nek durven uitsteken om verandering teweeg te brengen. Alleen met andere methodes bereik je nieuwe resultaten.
- Begin in het denken over de inrichting van defensie niet bij hoe het er nu uitziet, maar bij: wat heb ik nodig? Als ik nu niets zou hebben, zou ik het dan anders doen?
- De Nederlandse defensie-industrie bestaat veelal uit MKB-bedrijven, die vraag en toezegging nodig hebben om op te kunnen schalen. De overheid moet daarom een deel van de risico’s op zich nemen, en niet alles afschuiven op de markt. Ook al is dat “vloeken in de aanbestedingskerk”.
- De verhouding tussen overheid en industrie is aan het veranderen van verticaal naar horizontaal, waarbij zij meer een soort bouwteam vormen in plaats van de traditionele verdeling van opdrachtgever en opdrachtnemer. Zo creëer je besef van wederzijdse afhankelijkheid.
- Als er maatschappelijke bereidheid is om bij te dragen, voelen bedrijven ook intrinsieke motivatie om mee te denken.
- Als je als krijgsmacht bij wil blijven, moet je inzetten op moderne toepassingen, bijvoorbeeld op het gebied van data. Dat wil niet zeggen dat het oude meteen overbodig is: In Oekraïne zie je een combinatie van de erfenissen van de grote wereldoorlogen en nieuwe technologieën.
Samen vooruit
De eerste reflectie op het gesprek wordt dit keer gegeven door Nele Valkeneers, hoofd Innovatie Materieellogistiek Commando en adviseur Korps Commandotroepen bij het ministerie van Defensie. Zij herkent zich in het gesprek.
Vertraging, zegt ze, wordt ook veroorzaakt door het rouleren van zowel politici als militairen. Het kost ten eerste tijd om een relatie op te bouwen met een mandaathouder. En zodra het einde van een driejarige termijn in zicht is, wil iemand zijn vingers niet meer branden aan moeilijke vraagstukken. ‘Dat risicomijdende gedrag zorgt er ook vaak voor dat de boel stil komt te liggen, dus daar moeten we ook iets mee.’
Consortiumvorming
Wel wordt Defensie langzaamaan beter in consortiumvorming: hoe breng je bepaalde bedrijven bij elkaar? Ook lessen uit Oekraïne worden ter harte genomen. Maar de ontwikkeling blijft traag: ‘Het voor- en het achterstuk missen vaak. Daarbij kan de industrie ook helpen. Zo krijg ik soms tips vanuit raamcontractpartners of zelfs startups over hoe ik contracten zo vorm kan geven, dat we samen sneller zaken kunnen doen.’
‘Sommige operationele partners ervaren Defensie nu nog als een hindermacht. Als je elkaar eenmaal begrijpt en weet waar je samen naartoe wil, kom je ook verder.’
Ook de wetenschap is onmisbaar in de transformatie van het defensieapparaat, zien Knops en Valkeneers. ‘Partijen als TNO werden vroeger nog wel eens weggezet met: “de technologiemaffia komt infiltreren”. Tegenwoordig worden ze structureel betrokken: zo kijkt er iemand van TNO twee jaar bij het Korps Commandotroepen mee als adviseur op een project. Kennis staat steeds hoger op de agenda.’
Volgende keer
In de volgende aflevering gaat het met Marco Pastors over gebiedsgericht werken. Pastors is directeur van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. Na de opname is er weer ruimte voor reflectie en discussie, en daar kun je bij zijn! Kom op 16 april naar de Spuicampus in Den Haag. Kijk hier voor meer informatie en aanmelding.
'In Transformatie Therapie' is een samenwerking van FUTUR, Digicampus, Staat van de Uitvoering, Vereniging voor Overheidsmanagement, Informatieacademie, TU Delft en Overheid van Nu.