Burgerberaden geven inwoners een stem en invloed, maar brengen ook binnen het gemeentehuis heel wat teweeg. Ambtenaren toetsen hun eigen aannames, ontdekken wat inwoners belangrijk vinden en kijken met hernieuwd enthousiasme naar hun werk. De nieuwe Inspiratiegids Burgerberaden laat zien hoe deze ontmoetingen ambtelijk vakmanschap en plezier in het werk versterken.
Beeld: © EMMA
Bij het waardegedreven burgerberaad in Tilburg kreeg de abstracte 'inwoner' een gezicht.
Auteur: Lotte Breunesse
Gemeentemedewerkers die op een zaterdagochtend om acht uur ‘s morgens stralend de zaal binnen komen. Die trots zijn op wat hun gemeente doet en beseffen: hiervoor ben ik bij de overheid gaan werken. Dat is wat het burgerberaad teweegbracht in ’s-Hertogenbosch, waar de gemeente besloot het zelf te organiseren om de kosten te drukken.
Wat begon als simpelweg een bezuiniging, mondde uit in een inkijkje in een wereld die de gemeenteambtenaar achter het bureau gemakkelijk uit het oog verliest. Programmamanager Guido Jochems: ‘Dit burgerberaad was voor mij ook hardcore organisatieontwikkeling.’ Hoe verschillende typen burgerberaden leiden tot verschillende lessen voor ambtenaren, lees je terug in de Inspiratiegids Burgerberaden.
‘De afstand tussen het gemeentehuis en de burger is nog nooit zo klein geweest' – Willem van de Ven, wijkburgerberaad Vliedberg
Ontmoeting
‘Als gemeente zie of hoor je vaak de mensen die zichzelf naar de voorgrond brengen. Als je een bredere groep bij elkaar zet, kunnen er heel andere thema’s blijken te leven dan waar je vanuit het gemeentehuis zicht op hebt’, zegt Remco van der Stoep van burgerberadenorganisator G1000, die het wijkburgerberaad in Vliedberg (gemeente Heusden) organiseerde. Daar bleek dat de aannames die de gemeente achter de tekentafel maakte, lang niet altijd overeenkwamen met de werkelijkheid. Thema’s waarvan de gemeente vreesde dat die zouden overheersen, bleken niet bovenaan het lijstje te staan van de deelnemers.
Voor ambtenaren is dat een toets op hun eigen probleemanalyse: werken zij aan wat inwoners belangrijk vinden, of vooral aan wat binnen de organisatie als urgent ervaren wordt?
Dat is een van de krachten van het burgerberaad: doordat een burgerberaad er doorgaans redelijk in slaagt om een zo representatief mogelijke groep inwoners te betrekken, ontstaat er een completer beeld van wat er in de gemeente leeft. Je spreekt dan niet alleen de mensen de gemeente normaliter ook wel weten te vinden, maar ook mensen die vaak meer op de achtergrond blijven. ‘De afstand tussen het gemeentehuis en de burger voor wie je iedere dag werkt, is voor mij nog nooit zo klein geweest’, zegt Willem van de Ven, destijds als ambtenaar betrokken bij de energietransitie in de gemeente Heusden.
Dezelfde taal spreken
Bij het organiseren van het burgerberaad in Den Bosch bleek dat woorden en termen die binnen het gemeentehuis vanzelfsprekend zijn, daarbuiten nauwelijks betekenis te hebben. Om dit jargon begrijpelijk te maken, werd er bijvoorbeeld een wijkmanager ingeroepen die een ingewikkeld begrip uitlegde met herkenbare voorbeelden rond FC Den Bosch, supporters en frikandellen. Maar de vertaalslag naar een taal die alle betrokkenen begrepen, ging verder.
De organisatie van het burgerberaad bleek ook de communicatie tussen verschillende gemeentelijke afdelingen makkelijker te maken. Die hebben toch ook vaak afzonderlijk van elkaar hun eigen taalgebruik en cultuur rondom een thema opgebouwd en moesten elkaar in de samenwerking voor het beraad beter leren verstaan. Ook na afloop van het burgerberaad bleef de focus op taal sterk: zogenoemde ‘waarmakers’ keken en schreven mee aan de gemeentelijke participatievisie om de begrijpelijkheid te bewaken. Dit werkte volgens programmamanager Jochems ook door in het opstellen van de daaropvolgende verordening.
Ambtenaren oefenen op deze manier om beleid niet alleen vanuit hun eigen vakgebied te formuleren, maar ook vanuit de vraag wat inwoners nodig hebben om het te begrijpen.
Ambtenaren zijn net mensen
Rechtstreeks in contact staan met bewoners kan soms ongemakkelijk zijn. Zo werd Willem van de Ven tijdens een bijeenkomst in de wijk Vliedberg flink aangesproken op alles wat ‘de gemeente’ verkeerd had gedaan. Toen legde hij uit dat hij slechts voor een klein deel van de gemeentelijke taken verantwoordelijk is: ‘Je zag ineens het inzicht ontstaan: o ja, achter die gemeente zitten dus ook gewoon mensen.’
Tijdens een ‘klassiek burgerberaad’ in Deventer kwamen er experts vanuit de gemeente langs die de deelnemers vertelden over onderwerpen als biodiversiteit, circulariteit, klimaatadaptatie en netcongestie. Projectleider Bas Noor: ‘Veel deelnemers begonnen met een vrij kritisch beeld van de gemeente. Zo van: jullie doen maar wat. Maar gaandeweg zagen ze hoeveel afwegingen er achter beleid schuilgaan. En dat daar gewoon mensen werken die hun vak verstaan.’
Het vroeg van de ambtenaren meer dan kennis overdragen: ook de afwegingen, onzekerheden en grenzen van het eigen werk moesten bespreekbaar worden.
‘We vroegen bewoners vooral hun eigen ervaringen en hun eigen morele kompas mee te brengen’ – Mark Barrois, waardegedreven burgerberaad Tilburg
Abstracte 'inwoner'
Andersom krijgt de abstracte ‘inwoner’ in een burgerberaad ook een gezicht. Dat effect was sterk aanwezig in Tilburg. Daar focuste het burgerberaad zich niet op de technische oplossingen van de energietransitie, maar op de waarden die daaraan ten grondslag liggen: hoe kan de overstap naar duurzame energie eerlijk verlopen? ‘Wij vroegen mensen niet om in een paar bijeenkomsten beleidsmedewerker of technisch expert te worden’, zegt adviseur inwonerparticipatie Mark Barrois. ‘We vroegen ze vooral hun eigen ervaringen en hun eigen morele kompas mee te brengen.’
Deelnemers spraken niet alleen over argumenten, maar over overtuigingen die dicht bij henzelf lagen. Jongere deelnemers vertelden hoe zij de toekomst zagen. Oudere deelnemers keken vanuit heel andere levenservaringen naar dezelfde vraag. Zo kregen betrokken ambtenaren een inkijkje in de persoonlijke belevingswereld van inwoners over een bepaald vraagstuk, en hoe verschillend die visies eruit kunnen zien.
‘Inwoners bouwen kennis op, leren hoe de gemeente werkt en raken betrokken. Maar daarna houdt het ineens op’ – Bas Noor, burgerberaad Deventer
Relatie voortbouwen
‘Je investeert enorm in een groep inwoners’, zegt Noor over het burgerberaad in Deventer. ‘Ze bouwen kennis op, leren hoe de gemeente werkt en raken betrokken. Maar daarna houdt het ineens op.’ Volgens hem zouden gemeenten moeten nadenken over manieren om de betrokkenheid van het burgerberaad vast te houden. Dat deed Deventer bijvoorbeeld door uit de deelnemers een adviesraad samen te stellen.
Barrois zou naast de aanbevelingen in het vervolg willen toewerken naar een gezamenlijke set van uitgangspunten: dit verstaan wij als Tilburgers onder een eerlijke energietransitie. ‘De adviezen zijn waardevol’, zegt Barrois. ‘Maar voor toekomstige keuzes hadden we ook graag scherper gezien welke waarden deelnemers met elkaar hadden gewogen. Dat is uiteindelijk het kompas waar je later opnieuw op kunt terugvallen.’
Ten slotte is het belangrijk dat het burgerberaad niet op zichzelf staat. Om het tot een succes te maken, moet je volgens Jochems aan het einde beginnen: bepaal binnen de gemeentelijke organisatie van tevoren hoe de aanbevelingen kunnen worden opgevolgd, wie ervoor verantwoordelijk is en welke capaciteit beschikbaar is. Als inwoners niet terugzien wat er met hun werk gebeurt, verdampt de energie van het beraad.
De waarde voor het ambtelijk vakmanschap hangt daarmee ook af van wat de organisatie vasthoudt: het contact met inwoners, de inzichten achter hun adviezen en de bereidheid om de eigen werkwijze daarop aan te passen.