Wil je weten of jouw tekst ‘werkt’ voor de burgers van jouw gemeente? Laat hem dan eerst door diezelfde mensen lezen. Je leert er meer van dan je denkt. En je tekst wordt er alleen maar beter van.
Beeld: © EMMA / Astrid Vermeer
Myrthe Sterk is ontwerper, beleidsmaker en conceptontwikkelaar bij de gemeente Sittard-Geleen. Ze is top 3 Jonge Ambtenaar van het Jaar en heeft Instagram-account @debeleidsmaker over creatief beleid maken. Myrthe schrijft columns over de overheid van nu.
Als overheid schrijven we veel teksten die bedoeld zijn voor inwoners. Ze zijn alleen niet altijd even gemakkelijk te begrijpen. Daarom schreef ik eerder al de column ‘Gebruik je mooie woorden met beleid’. Het is belangrijk dat inwoners onze teksten begrijpen, zodat ze bijvoorbeeld geen geld mislopen. De boodschap moet voor inwoners dus passend en begrijpelijk zijn.
Maar wat is begrijpelijk en passend? Laatst schreef ik een mail aan een blinde inwoner. Eerst typte ik: ‘We gaan elkaar zeker nog zien!’ Best begrijpelijk, niet zo passend. Ik veranderde ‘zien’ door ‘treffen’. Verder weet ik dat zijn mails worden voorgelezen door een computer. Daarom schreef ik ‘Kiep up de goed wurk!’, zodat het voorleesprogramma het goed uitspreekt. Natuurlijk had ik ook ‘Ga zo door!’ kunnen schrijven. Dat is inclusiever voor een brede groep, maar voor deze inwoner paste dit beter. Het ging tenslotte over zijn harde werk.
Als je weet voor wie je schrijft, kun je je tekst veel inclusiever maken. Zo is het voor iemand met autisme die alles letterlijk neemt, beter om geen uitdrukkingen te gebruiken als ‘houd dat vast’, terwijl dat voor iemand met dyslexie minder snel een probleem is. Schrijf je voor een grote en diverse groep, dan wordt het lastiger. Het is tenslotte moeilijk om je in iedereen tegelijk in leven.
"Als je weet voor wie je schrijft, kun je je tekst veel inclusiever maken"
groep, ontstaan vanuit de Lokale Inclusie Agenda, bestaat uit inwoners die moeite hebben (gehad) met lezen. Zij lezen gemeentelijke teksten en geven feedback. De schrijver gaat daarna aan de slag om de brief te verbeteren. Zo kunnen we teksten delen die meteen duidelijk zijn.
De Meeleesgroep komt zeven keer per jaar samen. Onlangs schoof ik aan. De groep is divers: deelnemers zijn laaggeletterd, hebben een licht verstandelijke beperking, autisme, niet-aangeboren hersenletsel, een andere moedertaal of om een andere reden moeite met lezen.
We bespraken een stuk over de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning). Een deelnemer zei meteen: ‘Die eerste zin loopt niet’. Ik had het zelf niet door, maar de begeleider van de groep gaf hem gelijk. ‘Er ontbreekt inderdaad een werkwoord, dat maakt het onduidelijk.’ Daarna volgden opmerkingen als ‘De titel is misleidend’ en ‘Kan de opsomming met cijfers? Kleine aanpassingen met groot effect.
Een perfecte tekst voor iedereen bestaat niet. Maar je kunt het inwoners wel een stuk makkelijker maken door je in te leven. En wil je echt weten of je tekst werkt? Laat hem lezen door verschillende inwoners. Je leert er meer van dan je denkt. En je tekst wordt er alleen maar beter van.