Almere viert dit jaar zijn vijftigjarig bestaan. In die tijd groeide de stad van een leeg polderlandschap uit tot een van de tien grootste steden van Nederland. De lichting van stedenbouwer Brans Stassen kreeg de vrijheid om de stad te ontwerpen; aan stedenbouwer Elena Selezneva en haar collega’s de nobele maar ingewikkelde taak om hem toekomstbestendig te maken. Als ambtenaar, maar evengoed als bewoner en ontwerper.

Beeld: © EMMA / Nicky van Oort

Brans Stassen (l): ‘Net zoals wij een lichaam en een geest hebben, zo heeft de stad een lichaam in de vorm van straten en pleinen. Maar de geest van de stad, dat zijn de mensen.’

Auteur: Lotte Breunesse

Bij aankomst in Almere word je meteen geconfronteerd met de logica van het bouwplan. Een lange, rechte straat leidt richting het Stadhuisplein, ooit gebaseerd op het beroemde San Marcoplein in Venetië. Op de plek van de kathedraal staat hier het stadhuis, van waaruit de gemeente werkt. Net als in Venetië kijk je, met het stadhuis aan je linkerkant, de verte van Almere in. De pioniersstad die inmiddels 230.000 inwoners heeft, en maar blijft doorgroeien.

Eind jaren zestig werd begonnen met het ontwerpen van Almere. Brans Stassen stond aan die tekentafel, en schetst hoe dat eraan toeging: ‘Planologen, architecten, stedenbouwers, landschap experts, cultuurdeskundigen, verkeersdeskundigen, noem het maar op. Die werden allemaal bij elkaar gezet: ga maar een stad maken. Alles kon nog, het was fascinerend. Onze directeur heeft wel eens uitgeroepen: jullie denken dat je God bent!’

Het is een mate van vrijheid waar de stedenbouwkundige van nu alleen maar van kan dromen. Ondanks dat Stassen en zijn collega’s onder gezag stonden van het langzaam vorm krijgende openbaar bestuur van Almere, ervoeren zij dat niet zo sterk. ‘Wij voelden ons helemaal geen ambtenaar, en wilden dat ook niet zijn. Welke ambtenaar werkt er nou de hele nacht door aan een ontwerp? Maar we waren het natuurlijk wel’, vertelt hij lachend.

En ook nu is een stedenbouwkundige nog een beetje een vreemde eend in de bijt binnen het ambtenarenapparaat. Selezneva voelt zich, zegt ze, eerder ontwerper en bewoner – sinds 2007 woont ze in Almere. ‘Het voelt een beetje alsof je in je eigen woonkamer zit te ontwerpen. Het is een bijzonder gevoel, je wil je eigen stad beter maken. Als ambtenaar krijg je die kans.’

"Alles kon nog, het was fascinerend; onze directeur riep: jullie denken dat je God bent!"

Van onbewoonde polder naar thuis

Hoewel ze als stedenbouwkundigen te maken hebben met beleid, bewoners en politiek, laten Stassen en Selezneva zich ook leiden door hun visie op de ideale stad. Waar hij de vrijheid had om het blanke canvas van de Flevopolder in de jaren zeventig in te kleuren, houdt zij zich vooral bezig met het toekomstbestendig maken (ook wel: transformeren) van de wijken die Stassen en zijn collega’s bedacht hebben. ‘Hoe een stad is opgebouwd bepaalt hoe de mensen erin leven’, zegt Selezneva. Maar andersom moet de stad ook meegroeien met de veranderende behoeftes van de bevolking.

Stassen: ‘Met bewoners hadden wij nog niet te maken, die waren er simpelweg nog niet. Dat vonden we wel jammer. Dus moesten we het houden bij rollenspellen, en bij ons eigen idee van de ideale stad. We waren ook best teleurgesteld toen er kritiek kwam op onze eerste huizen, met “gewoon” een trapgeveltje aan de gracht. Dat typeerde de kneuterigheid van het eerste begin, waarin mensen niet meteen die “nieuwe stad” terugzagen. Natuurlijk kan niet alles kan ideaal zijn. Maar je moet het wel proberen.’

Beeld: © EMMA / Nicky van Oort

Almere is in veel opzichten uniek, maar delen ervan zijn ook geïnspireerd door bestaande steden.

Almere is nog altijd volop in ontwikkeling en aan het uitbreiden om nieuwe inwoners te verwelkomen. Voor Selezneva zit de uitdaging vooral in het tevredenstellen van de mensen die nu in de stad wonen, werken en leven. Voor de kinderen van toen, maar ook voor de jeugd van nu, met focus op bijvoorbeeld het aanbod van theoretisch onderwijs en ontmoetingsplekken.

"Hoe transformeren we een stad met strikt gescheiden clusters naar een levendig, gelaagd netwerk waar mensen, functies en plekken door elkaar vloeien?"

Buiten de lijntjes

Geboren in de voormalige Sovjet-Unie is het concept van een “geplande stad” Selezneva niet onbekend. Maar ze heeft ook gezien wat er gebeurt als een stad volwassen wordt en de ruimte buiten die geplande lijntjes gaat opvullen – zo’n stad begint te leven. Hoewel er in Almere geen sprake is van een kantelpunt als in 1991, toen de Sovjet-Unie instortte, is er weldegelijk een nieuwe fase aangebroken.

‘Het is een stad die volledig is gebouwd op een concept. Een ideaalbeeld van hoe mensen optimaal zouden kunnen samenleven. Dat zie je sterk terug in het DNA van de stad, zoals de meerkernige opzet en de strikte scheiding van verkeersstromen. Het was een briljante blauwdruk voor de eerste fase’, zegt Selezneva.

De geplande stad heeft blijvende paradepaardjes – busbanen, meerkernigheid en ruimte voor groen – maar kan ook rigide zijn als het aankomt op organische groei. ‘Er is inmiddels enorm veel opgebouwd en je voelt dat de verbindingen tussen de mensen onderling, én tussen de mensen en hun stad, steeds sterker en dieper worden. Daar ligt nu precies de grootste uitdaging voor de toekomst van Almere. Hoe transformeren we een stad met strikt gescheiden clusters van functies en plekken naar een levendig, gelaagd netwerk waar mensen, functies en plekken door elkaar vloeien? En vooral: hoe doen we dat met behoud van de unieke identiteit van Almere als die meerkernige stad met ongekend veel ruimte en groen?’

"Almere is echt een unicorn case voor een stedenbouwkundige"

Een jonge stad voorbereiden op volwassenheid

Er zitten duidelijke verschillen tussen een oude stad als Amsterdam, waar Selezneva eerder werkte, en een jonge stad als Almere. ‘Almere is echt een unicorn case voor een stedenbouwkundige. Er is geen handboek voor hoe je een geplande stad zoals deze kunt transformeren. Ook in die zin zijn we in Almere nog steeds aan het pionieren.’

Beeld: © EMMA / Nicky van Oort

Het scheiden van de verkeersstromen is één van voordelen van het geplande karakter van Almere. Fiets, bus en auto kunnen vrij van elkaar bewegen.

Waar oude steden zoals Utrecht en Amsterdam langzaam zijn gegroeid, is een groot deel van Almere in één keer bedacht en gerealiseerd. ‘Net zoals wij een lichaam en een geest hebben, zo heeft de stad een lichaam in de vorm van straten en pleinen. Maar de geest van de stad, dat zijn de mensen. Die twee zijn hier bij elkaar gezet, en jij bent ermee bezig om er een geheel van te maken’, knikt Stassen Selezneva toe.

Het “oude” winkelcentrum doorkruisend, wordt die veelzijdigheid van Almere duidelijk merkbaar. Er zijn niet alleen veel mensen op straat, maar ook veel verschillende mensen. Om je heen hoor je allerlei talen. Dit zijn de mensen die Stassen nog niet kende toen hij de eerste schetsen op papier zette, maar waar Selezneva nu rekening mee moet houden. Zij hebben voor bepaalde kwaliteiten van Almere gekozen, en aan de stedenbouwkundigen van nu de taak om die te behouden terwijl ze de stad voorbereiden op de toekomst.

Vanaf het Weerwaterplein is de ontwikkeling van de stad goed te zien. Hier is de bouw van Almere Stad begonnen, met de Stedenwijk. Het staat voor Stassen symbool voor hoe er vanuit het niets een hele stad kan ontstaan. ‘Je kon je tot aan de andere kant van de stad kijken. Inmiddels is het volgebouwd en zijn sommige gebouwen zelfs alweer verdwenen. Maar dat is juist het mooie van een stad: die is altijd in ontwikkeling en verandert continu.’

Beeld: © EMMA / Nicky van Oort

Brans Stassen vertelt hoe de ontwikkeling van Almere te zien is vanaf het Weerwaterplein, dat grenst aan de eerste wijk van Almere Stad, de Stedenwijk.

"Als je een idee hebt, moet je dat ook zichtbaar maken. Durf het debat aan te gaan over de toekomst"

Ambtenaar in een pioniersstad

Selezneva: ‘We werken nu vooral vanuit onderzoek naar wat de toekomst nodig heeft. Economische groei, sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen, ruimteclaims. Maar de omgevingsvisie van Almere blijft heel abstract. We weten wat we nodig hebben – ontmoetingsplekken, ruimte voor jongeren, alles rondom vergrijzing – maar we blijven heel erg per project werken.’

Dat zorgt ervoor dat een ambtenaar in Almere soms bewuster zijn ruimte moet innemen, in tegenstelling tot een gemeente als Amsterdam die harde doelen stelt op basis van de politiek. Selezneva denkt dat men soms bang is om bewoners af te schrikken door van het oorspronkelijke plan af te wijken. Juist doordat de stad jong is, lijkt het moeilijk om een duidelijke richting te kiezen voor de toekomst.

Daarnaast is het ook niet altijd makkelijk om de verschillende stadskernen centraal en vanuit één visie te besturen, merkt Stassen op. Het kan helpen om binnen een stedenbouwkundigplan wat ruimte over te laten voor een uitkomst waar zowel de ontwerpers als de politiek en de burger zich in kan vinden. Toch roept Selezneva haar collega’s op om op te staan voor hun visie. ‘Als je een idee hebt, moet je die ook zichtbaar maken. Durf het debat aan te gaan over de toekomst.’

"In elke straat, plein en bocht van een stad zit een verhaal. Hier zijn ze geen honderden jaren oud, enkel vijftig, maar de verhalen zijn er"

Investeren in ontmoeting

Onderweg van Almere Stad naar Almere Buiten – zes kilometer die je in 25 minuten fietst – is goed te zien hoe Almere is opgebouwd als een stad met meerdere kernen: tussen de wijken is veel ruimte voor groen en kan het verkeer makkelijk bewegen. Het zijn deze onderdelen die steeds meer onder druk van de groeiende bevolking komen te staan.

Op de fiets vertelt Selezneva over hoe voor haar alles samenkwam toen ze voor de gemeente Almere aan de slag mocht met het transformeren van bestaande wijken. Zo werkt ze bijvoorbeeld aan de scholenstrook in de Molenbuurt, een van de oudste wijken van Almere Buiten. Daar moeten drie scholen worden samengevoegd tot twee.

Hoewel een buitenstaander de architectuur niet vanzelfsprekend weet te waarderen, zijn er toch mensen die de gebouwen met de kenmerkende architectuur van na 1965 willen behouden vanwege de herinneringen die eraan gekoppeld zijn. ‘Het zijn de fysieke ankers van de wijk, de plekken waar onze openbare en collectieve geheugens een thuis hebben’, zegt Selezneva. Daarom wordt ervoor gekozen in elk geval één van de gebouwen te laten staan.

Beeld: © EMMA / Nicky van Oort

Veel bewoners van Almere Buiten zien de post 65-architectuur niet graag verdwijnen, zelfs niet als er woningen voor in de plaats komen.

Zoals Stassen het zegt: ‘In elke straat, plein en bocht van een stad zit een verhaal. Hier zijn ze geen honderden jaren oud, enkel vijftig, maar de verhalen zijn er.’

Ondanks de woningcrisis pleitte Selezneva ervoor om niet extra huizen te bouwen op de vrijgekomen ruimte, maar juist te investeren in ontmoeting. Ze legt uit dat aan de ene kant van de busbaan vooral sociale huur staat, en aan de andere kant juist koophuizen. Zo is er een soort “aan de verkeerde kant van de busbaan”-sentiment ontstaan. Daarom is het belangrijk om de focus te leggen op verbinding tussen de wijken. Zo komt er nu een pad vanaf de “slechte kant” naar het uitgestrekte park aan “de goeie kant”.

Selezneva: ‘Onze grootste uitdaging bij het bepalen van de uitgangspunten voor dit gebied zit precies op dit snijvlak: hoe kunnen we de herinneringen aan deze plek verder versterken en het gebouw weer open en aantrekkelijk maken voor de buurt? Terwijl we tegelijkertijd het oorspronkelijke, bijzondere architectonische concept respecteren en bewaren? Dat is voor mij de absolute essentie van stadsvernieuwing in een volwassen wordend Almere.’

Stassen en zijn collega’s hadden een idee voor ogen, maar wisten nog niet wie er uiteindelijk echt in Almere terecht zou komen. Voor de generatie van Selezneva zijn juist de mensen die de jonge stad hun thuis noemen het vertrekpunt. Zij zegt: ‘Almere is een stad in zijn tienerschoenen, waar nog best veel ruimte is voor creativiteit. De grootste uitdagingen liggen in de toekomst, wanneer de stad volwassen wordt. Ik voel me verantwoordelijk voor de generaties die er nog gaan wonen en wil ervoor zorgen dat iedereen hier zijn plekje kan vinden. Echt iets op kan bouwen.’

Beeld: © EMMA / Nicky van Oort

Elena Selezneva: ‘Ik voel me verantwoordelijk voor de generaties die er nog gaan wonen en wil ervoor zorgen dat iedereen hier zijn plekje kan vinden. Echt iets op kan bouwen.’