Een onverlicht park. Een sportveld zonder zitplekken. Een bankje zonder zicht op het achterliggende pad. Stuk voor stuk voorbeelden van plekken in de openbare ruimte waar jonge vrouwen zich niet op hun gemak of welkom voelen. Door in kaart te brengen wat meiden belangrijk vinden én dit door te ontwikkelen tot concrete ontwerpen en tools, zorgt gemeente Apeldoorn ervoor dat hun behoeftes niet langer over het hoofd worden gezien. Dankzij de Regio Deal Stedendriehoek blijft het niet bij één project, maar vindt Plek voor Meiden op verschillende plekken weerklank.

Beeld: © EMMA / Nicky van Oort

Linda Hooijer: 'Als landschapsarchitect denk je dat het mooi is als je beschut kan zitten en het fietspad niet zichtbaar is, maar jonge vrouwen ervaren dit juist als onveilig.'

Auteur: Lotte Breunesse

Het basketbalveld in het Matenpark in Apeldoorn is verlaten. Dankzij de warme zomer is het gras eromheen ook een tikkeltje uitgedroogd. In de verte zitten Linda Hooijer en Emma Roelofs aan een picknicktafel. Deze plek zal er over een jaar mede dankzij hen heel anders uitzien. Want ook zonder verdord gras komen jonge vrouwen hier liever niet.

Uit onderzoek blijkt dat jonge vrouwen minder gebruik maken van de openbare ruimte, omdat zij zich vaker onveilig, oncomfortabel of onwelkom voelen dan mannen. Met een groep van twaalf meiden tussen de 12 en 21 jaar heeft gemeente Apeldoorn in samenwerking met de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN) binnen het project Plek voor Meiden inzichtelijk gemaakt wat ervoor nodig is om dit soort plekken wél toegankelijk te maken voor jonge vrouwen.

Voor het onderzoek bezochten ze gedurende twee jaar verschillende locaties, hielden brainstormsessies en pitch-tafels. Uiteindelijk heeft dat een dialoogkaart opgeleverd, die ontwerpers kunnen gebruiken om het gesprek te voeren met jonge vrouwen voor wie zij ontwerpen. In het Inspiratieboek is verder informatie over het project te lezen. Binnen het programma Samen voor Leefbaarheid van regio Stedendriehoek wordt de blik van de meiden nu structureel meegenomen. Daarmee raakt het project aan de vraag: hoe zorg je dat de leefwereld van inwoners niet alleen tijdens een participatietraject wordt opgehaald, maar ook daadwerkelijk onderdeel wordt van de manier waarop beleid en uitvoering tot stand komen?

Beeld: © EMMA / Nicky van Oort

Ontwerpers kunnen de dialoogkaart die tijdens het project ontwikkeld is gebruiken om het gesprek te voeren met de jonge vrouwen voor wie zij ontwerpen.

'Ik vond het best een interessant onderwerp, en ook wel belangrijk', vertelt Roelofs (15) over het moment dat ze voor het eerst over Plek voor Meiden hoorde op haar school. Hoewel ze toen, op twaalfjarige leeftijd, zich nog niet zo bewust was dat de openbare ruimte toegankelijker was voor jongens, meldde ze zich toch aan om mee te doen. 'In het begin vond ik het wel apart om er zo bij stil te staan, maar ik ben eigenlijk vooral blij dat er mensen zijn die zich hier wel mee bezig houden.'

Toegegeven, Roelofs werd aan de start van het project vooral gemotiveerd door de goede snackservice. 'Voor elke bijeenkomst maakten we een boodschappenlijst met de meiden, en dat ging ik dan ophalen bij de supermarkt', lacht Hooijer. 'Dat is wel even wat anders dan de hele dag achter je bureau zitten. Dan besef je dat het om impact te maken nodig is dat je soms eropuit gaat en kijkt naar: waarom doe ik dit, wat is de bedoeling en wat is daarvoor nodig?'

Beeld: © EMMA / Nicky van Oort

Linda Hooijer: 'Ik werk al mijn hele leven met buitenruimte maar ik had hier nog nooit bij stilgestaan.'

Linda Hooijer is projectmanager bij de gemeente Apeldoorn, met een achtergrond als landschapsarchitect. Ze werd voor het eerst geconfronteerd met het feit dat jongens vaker buitenspelen dan meiden tijdens een congres. 'Ik vond het best wel erg van mezelf, want ik werk al mijn hele leven met buitenruimte en ik had hier nog nooit bij stilgestaan. Ik voelde me best wel aangesproken en schaamde me ook een beetje.'

Zo blijkt: expertise helpt om de openbare ruimte vorm te geven, maar kan nooit volledig voorspellen hoe inwoners die ruimte daadwerkelijk ervaren. Het was voor haar het startsein om op zoek te gaan naar manieren om dit onder de aandacht te brengen.

Na een brainstorm met de HAN bleek dat er ruimte was om samen te werken en daarbij aanspraak te maken op de subsidie van de provincie Gelderland voor het bevorderen van inwonersparticipatie in kwetsbare wijken en dorpen. De uitkomsten van dat onderzoek worden nu meegenomen en doorontwikkeld binnen het programma Samen voor Leefbaarheid tot een direct toepasbare tool voor ontwerpers, en in een RAAK-Publiek onderzoek van de HAN in het onderzoek Geef Meiden de Ruimte, waar naast de gemeente Apeldoorn ook de gemeente Nijmegen meedoet.

Hot- en notspots

Het Matenpark was een van de focusplekken van het project. Roelofs vertelt over hoe ze hier rond hebben gelopen om ‘hot- en notspots’ aan te wijzen. Hotspots waren plekken waar ze wel gebruik van zouden maken. Notspots zijn de plekken waar ze liever niet alleen, of überhaupt niet zouden komen. Bij beide categorieën benoemden ze wat ze positief of negatief vonden aan een bepaalde plek. 'We keken bijvoorbeeld naar hoe goed je om je heen kan kijken, de viezigheid, hoeveel andere mensen er kwamen, de verlichting.' Er bleek best wat aan te merken op het park in Apeldoorn.

Voor Roelofs is veiligheid het belangrijkste element waaraan een plek voor meiden moet voldoen. Dat kwam in het project veel terug, maar Hooijer benadrukt dat er meer te winnen valt. In dit deel van het park zie je een basketbalveld, een volleybalveld en twee goaltjes, een picknicktafel en een bankje. Een indeling waar vaak voor wordt gekozen.

In gesprek met de meiden bleek dat dit voor hen niet de meest uitnodigende elementen zijn. Naast dat ze vaak geacht worden plek te maken voor de jongens op sportveldjes, begint het gebruik van de buitenruimte voor meiden bij ontmoeting en kletsen. 'Als je wil dat het gebruikt wordt, moet je bankjes niet naast elkaar maar tegenover elkaar zetten. En ze moeten kunnen kiezen welke plek op dat moment het best aansluit, mochten er anderen zijn waar je liever bij uit de buurt blijft', legt Hooijer uit.

"Toen ze vertelden wat er met onze inzichten werd gedaan, dacht ik wel: dit begint wel serieus te worden, dit is echt iets groots"

Zo staan er nog allerlei thema’s op de dialoogkaart, met voorgestelde vragen en aandachtspunten. Deze komen voort uit de gesprekken met de meiden: de uitkomsten hebben ze zelf geclusterd en gelabeld. 'We wilden het echt de stem van de meiden laten zijn. Daarom waren we erg zorgvuldig, zorgden dat we alles steeds bij hen checkten en ook terugkoppelden wat ermee gedaan werd.'

Roelofs geeft aan dat ze zich hierdoor ook echt gehoord voelde. 'In het begin had ik dat nog niet echt, omdat het nog heel nieuw was en er veel verzameld moest worden. Maar toen ik op een gegeven moment onze foto’s en opmerkingen aan een waslijn zag hangen in het buurthuis, en ons werd verteld wat ermee werd gedaan, dacht ik wel: dit begint wel serieus te worden, dit is echt iets groots.' Dat serieus nemen zit dus niet alleen in het ophalen van ervaringen. Minstens zo belangrijk is terugkoppelen wat ermee gebeurt en deelnemers invloed geven op de manier waarop hun inzichten worden geïnterpreteerd.

Beeld: © EMMA / Nicky van Oort

Emma Roelofs: 'Als je ook maar een beetje nadenkt, begrijp je toch wel dat meiden bang kunnen zijn als zij alleen door een onverlicht park moeten fietsen waar slechte verhalen over rondgaan, als je weet dat mannen waarschijnlijk sterker zijn dan jij?'

Hoognodige confrontatie

Een andere manier waarop duidelijk werd dat Plek voor Meiden echt bedoeld was om impact te maken, waren de gesprekken met professionals. Na een pitchworkshop gingen de meiden in gesprek met bijvoorbeeld een wijkbeheerder, projectleider, landschapsarchitect, initiatievenmakelaar of een gebiedsmanager om te vertellen over hun ervaringen.

Roelofs: 'Ik moest op een gegeven moment praten met gewoon een gemiddelde, volwassen, witte man. Die was helemaal verbaasd dat ik in de schemering na 20.00 uur niet alleen door een park ga fietsen. Dat mannen dat niet beseffen, dat vind ik wel apart. Als je ook maar een beetje nadenkt, begrijp je toch wel dat meiden bang kunnen zijn als zij alleen door een onverlicht park moeten fietsen waar slechte verhalen over rondgaan, als je weet dat mannen sterker zijn dan jij?'

Toch denkt ze dat het gesprek wel iets teweeg heeft gebracht. 'De indruk op zijn gezicht was zo groot, dat ik wel denk dat hij iets veranderd is.' Daarmee wordt zichtbaar wat gemakkelijk buiten beeld blijft wanneer beleid en ontwerp vooral worden gemaakt door mensen die een plek zelf anders ervaren. En wat er gebeurt als je verder kijkt dan je eigen perspectief.

Tijdens een ronde door het park wijst Roelofs een bankje aan, waarachter bosjes zijn geplaatst, als een van de plekken die de meiden niet prettig vonden. 'Het is best confronterend', zegt Hooijer. 'Als landschapsarchitect denk je dat het mooi is als je beschut kan zitten en het fietspad erachter niet zichtbaar is, maar jonge vrouwen ervaren dit juist als onveilig.' In het nieuwe ontwerp wordt ook gewerkt met calisthenics, klimmen, verschillende zitplekken, verlichting, een overkapping en streetart, om dit stuk van het park meer uitnodigend te maken.

"Dit project bevestigt dat samenwerken met de mensen voor wie je ontwerpt van onschatbare waarde is"

Samenwerken naar de toekomst

Plek voor Meiden laat zien wat er verandert wanneer participatie niet als een los moment in een project wordt georganiseerd, maar als samenwerking gedurende het hele proces. Hooijer vond het geweldig om zo samen te werken met de meiden. 'Als gemeente werk je altijd voor inwoners, maar het komt niet vaak voor dat je zo intensief met hen in gesprek bent en alsmaar kan doorvragen om hen ook echt beter te begrijpen.'

De onderzoekers en gemeentewerkers investeerden in een goeie band met de meiden, bijvoorbeeld door zelf ook mee te doen met spellen zoals ‘Over de streep’, waarbij er situaties en ervaringen worden opgenoemd en deelnemers worden uitgenodigd om naar de andere kant te lopen als het bij hen van toepassing is. 'Vaak doen volwassenen bij dit soort dingen niet mee, dat jullie dat wel deden zorgde er wel voor dat je je comfortabeler gaat voelen en zelf ook dingen durft te delen', beaamt Roelofs.

Zij vond het in het begin wel spannend om over dit onderwerp in gesprek te gaan met de gemeente en onderzoekers. 'Ik dacht wel: deze mensen kunnen echt een grote impact maken. Als ik iets verkeerd verwoord en verkeerd wordt begrepen, komt er een hele andere uitkomst. Maar uiteindelijk was het vooral gaaf om met hen samen te werken.' Plek voor Meiden heeft ervoor gezorgd dat Roelofs ook bij andere jongerenorganisaties en projecten meedenkt. Hooijer: 'Dit project heeft voor mij wel bevestigd dat samenwerken met de mensen voor wie je ontwerpt van onschatbare waarde is en dat dat veel meer moet gebeuren.'

Hoewel het project zelf aan een tijdje afgerond is, gaat de behandeling van dit onderwerp verder. Ook nu nog worden de meiden regelmatig gevraagd om over het project te komen vertellen in bijeenkomsten en workshops. Binnen de Regio Deal gaat Hooijer de dialoogkaart samen met Hogeschool Saxion en gemeente Deventer doorontwikkelen tot een toepasbare tool voor ontwerpers en projectleiders, zodat zij 'op een zo laagdrempelig mogelijke manier zoveel mogelijk impact kunnen maken'. Deze gaat ze met een team testen op verschillende pilotlocaties en uiteraard ook evalueren. Het onderzoek ‘Geef meiden de ruimte’ van de HAN bouwt ook voort op de inzichten uit ‘Plek voor Meiden’ en onderzoekt hoe de samenwerking tussen jonge vrouwen en ruimtelijke ontwerpers verder vorm kan krijgen. 

De volgende opgave is daarom niet alleen om opnieuw met meiden in gesprek te gaan, maar om die manier van kijken onderdeel te maken van het reguliere werk van ontwerpers en gemeenten.