Bij de geboorte van een baby krijg je een kraampakket. Bij een huwelijk een envelop met geld. Bij een nieuw huis een ‘jeej-nieuw-huis’-pakket, inclusief cadeaukaart van de IKEA of Intratuin. Gaat iemand met pensioen? Dan gaan we met de pet rond, wordt er een afscheidslied gemaakt en is er een receptie.
Voor al die overgangsrituelen weten we ongeveer wat we moeten doen op werk. Maar bij rouw…. En dus is Dewi’s vraag: wat zou er eigenlijk in een rouwpakket moeten zitten?
Beeld: © Eigen beheer
Dewi: ‘Een handleiding voor het zorgen voor een stervende vader en hoe je vervolgens goed rouwt was erg handig geweest.’
Auteur: Dewi Brinkhuis
Toen ik 22 jaar was, werd ik wees. Mijn beide ouders hadden inmiddels twee keer kanker gehad; mijn moeder overleed toen ik 17 was en mijn vader vijf jaar later. In die tijd studeerde ik in Leeuwarden en had ik een bijbaan bij FBTO. Omdat mijn vader zo ziek was, moest ik zorgverlof van mijn studie opnemen en kreeg ik ondertussen doorbetaald. Dat vond en vind ik nog steeds zo bijzonder. Ik had genoeg zorgen, maar geldzorgen en studiezorgen waren er op dat moment niet.
Terugkijkend was dit de meest bizarre en onwerkelijke periode uit mijn leven. Van de blinde paniek die ik voelde toen mijn vader maar bleef klappertanden door de ‘kankerkoorts’, het klooien met de tape voor de stoma’s die maar niet bleef plakken op een sterk vermagerd lichaam, tot het extreme schuldgevoel dat ik het niet goed genoeg deed. Het moest beter. Ik moest meer geduld hebben, minder emoties hebben. Een handleiding voor het zorgen voor een stervende vader en hoe je vervolgens goed rouwt was erg handig geweest.
Misschien was dat ook wel waarom ik er tijdens mijn studie Antropologie opnieuw naar wilde kijken.
Niet als dochter, maar als antropoloog.
"Wat gebeurt er met je als de wereld om je heen gewoon doorgaat, terwijl jouw wereld voorgoed veranderd is?"
In 2012 schreef ik een paper over mijn eigen rouw en interviewde ik een aantal anderen. Wat was rouw eigenlijk? Hoe voelde het? Welke rituelen waren er? Wat gebeurt er met je als de wereld om je heen gewoon doorgaat, terwijl jouw wereld voorgoed veranderd is? Hoe leer je je angst van intuïtie weer onderscheiden?
Het gevoel dat ik vooral heb onthouden: dát nooit meer. Een volgende keer overleef ik niet.
Maar dat is natuurlijk naïef. De dood en het leven zijn als een symbiotische tweeling. Een dichotomie. Ze horen bij elkaar, ze spiegelen elkaar. Waar leven is, is uiteindelijk ook verlies. En waar verlies is, moet je opnieuw uitvinden hoe je verder leeft.
Want rouw is persoonlijk, maar we rouwen nooit helemaal alleen. We doen het binnen een familie, een vriendengroep, een gemeenschap en – of we dat nu willen of niet – ook binnen een organisatie.
En dat opnieuw uitvinden doen we niet alleen thuis. We doen het ook op ons werk.
"We rouwen nooit helemaal alleen. We doen het – of we dat nu willen of niet – ook binnen een organisatie"
Regelmatig verschijnt er op ons Rijksportaal – het intranet van de Rijksoverheid – een In Memoriam. Trouw scroll ik door de reacties. Wie was deze persoon? Heeft iemand een anekdote geschreven? Iets dat typisch was voor deze persoon, of een herinnering die ervoor zorgt dat je iemand, die je zelf nooit hebt gekend, toch een beetje leert kennen.
En daarna vraag ik mij vaak af: hoe gaat het eigenlijk verder?
Want inmiddels weten we steeds meer over rouw op het werk. Zo verscheen er onlangs op O&P Rijk een artikel met de titel: “Verdriet hoeft geen reden te zijn om weg te blijven”. Daarin wordt uitgelegd dat rouw geen ziekte is en dat werk juist houvast en ritme kan bieden. Tegelijkertijd hebben mensen in rouw tijd en ruimte nodig. Voor collega’s en leidinggevenden zijn er daarnaast steeds meer handvatten: blijf in contact, probeer niets op te lossen, geef ruimte maar ook richting en maak afspraken over de terugkeer naar werk.
"Voor de meeste overgangsrituelen hebben we op het werk iets geregeld; maar voor rouw…"
Het is goed dat er daar steeds meer taal voor komt. Want misschien is dat wel het meest ingewikkeld aan rouw op de werkvloer: we willen graag weten wat we moeten doen en dat we het dan ook goed doen.
En laat dat nou precies zijn waar we op het werk heel goed kunnen:
Dingen organiseren.
Voor de meeste overgangsrituelen – in de antropologie rites de passage genoemd – hebben we iets geregeld.
Bij de geboorte van een baby krijg je een kraampakket. Bij een huwelijk een envelop met geld. Bij een nieuw huis een ‘jeej-nieuw-huis’-pakket, inclusief cadeaukaart van de IKEA of Intratuin. Gaat iemand met pensioen? Dan gaan we met de pet rond, wordt er een afscheidslied gemaakt en is er een receptie.
Voor al die overgangsrituelen weten we ongeveer wat we moeten doen op werk.
"Je moet je opnieuw verhouden tot je omgeving, je werk, je toekomst en soms zelfs tot wie je zelf bent"
Dus is mijn vraag eigenlijk heel simpel: Wat zou er eigenlijk in een rouwpakket moeten zitten?
Een doos tissues natuurlijk. Absoluut onmisbaar.
Een tegoedbon voor eten. Want koken is ingewikkeld als je hoofd alleen maar bezig is met overleven.
Een spoedcursus verandermanagement. Want vergis je niet: je ondergaat een paradigmashift. De wereld is dezelfde wereld, maar tegelijkertijd totaal veranderd. Je moet je opnieuw verhouden tot je omgeving, je werk, je toekomst en soms zelfs tot wie je zelf bent.
Een playlist met rouwnummers (vrij interpreteerbaar). Enkele suggesties; “Into My Arms” van Nick Cave , “Avond” van Boudewijn de Groot, “The Promise”, “The Only One” én “Unsung Psalm” van Tracy Chapman en “I Always Wanna Die (Sometimes)” van The 1975.
En misschien een kleine gebruiksaanwijzing voor je terugkeer naar het werk. Wanneer vertel je het? Aan wie? Wat zeg je als iemand vraagt hoe het gaat? Wat als je ineens moet huilen tijdens een vergadering? Mag je een vergadering verlaten? Hoe lang mag je verdriet hebben?
Maar misschien moet er in dat rouwpakket vooral iets zitten wat je niet kunt kopen of voorschrijven: de mogelijkheid om een tijdje niet te weten hoe nu verder.
Daarom zit er helemaal onder in het rouwpakket een klein leeg doosje. Een doosje voor alles waar geen woorden, protocol of handleiding voor bestaat. Voor tijd en ruimte.