Iedere vrijdagmiddag komen Eritrese jongeren in Amsterdam Nieuw-West samen om ervaringen uit te wisselen en hun weg te vinden in de Nederlandse samenleving. Ondertussen is deze laagdrempelige ontmoetingsplek onder aanvoering van initiatiefnemer Feshaye uitgegroeid tot een programma over democratie, werk en verantwoordelijkheid. Met steun van Loket D bouwt Beles Talent Hub verder aan een gemeenschap waarin deelnemers niet alleen ondersteuning vinden, maar ook zelf initiatief nemen. ‘Na de training te hebben afgerond organiseren jongeren zelf iets voor de buurt en worden ook zij initiatiefnemer in de wereld om hen heen.’

Beeld: © Stichting Beles Talent Hub

Philip Romer (VFonds) over Stichting Beles Talent Hub: ‘Deelnemers ontdekken hoe zij hun stem kunnen gebruiken én hoe ze zelf een plek kunnen innemen. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de samenleving.’

Auteur: Joris Jenster

Vanaf 2019 werden Feshaye [volledige naam bekend bij de redactie] en een vriend - toen sinds een paar jaar in Nederland - steeds vaker benaderd door Eritrese jongeren uit Amsterdam Nieuw-West. Soms belden zij op, soms spraken zij hen aan op straat of in een restaurant. Dan kwam er tijdens het koffiedrinken ineens een brief van de Belastingdienst op tafel. Of een aanmaning, een rekening of een document dat iemand niet begreep.

Feshaye en zijn vriend hadden de Nederlandse taal in de jaren daarvoor relatief snel geleerd en daarmee hun weg naar werk en instanties gevonden. Zo werden zij vanzelf een aanspreekpunt. 'Op een gegeven moment merkten we dat er binnen de gemeenschap een brede behoefte was aan een vaste plek waar mensen met hun vragen terechtkonden. Toen dachten we: wij moeten dit organiseren.'

Ze vonden een ruimte in een buurthuis en begonnen op vrijdagmiddag een inloop. Mensen konden er terecht voor hulp bij een brief, maar ook gewoon voor koffie, thee en een gesprek. Na een onderbreking tijdens de coronaperiode pakte de groep de ontmoetingen opnieuw op. Sindsdien is de vrijdagmiddag uitgegroeid tot een vast moment voor de Eritrese gemeenschap in en rond Nieuw-West.

"Mensen zeggen soms: als ik hier niet ben geweest, voel ik mij de rest van de week niet goed. Ik moet hier zijn"

Eerst vertrouwen, dan een programma

De bezoekers van de ontmoetingsplek liepen volgens Feshaye niet alleen tegen de Nederlandse taal aan. Veel Eritreeërs zijn opgegroeid in een samenleving waarin weinig ruimte bestond om zelf keuzes te maken, vragen te stellen of zich publiekelijk uit te spreken. Ook Feshaye moest na zijn komst naar Nederland wennen. Hij had in Eritrea economie en publiek management gestudeerd, maar kon na zijn opleiding niet zelf bepalen welk werk hij ging doen. Hij werd aangewezen om les te geven. In 2015 kwam hij naar Nederland. Hier leerde hij de taal, vond hij werk en bouwde hij een nieuw bestaan op.

Hij zag tegelijkertijd dat dit niet voor iedereen even gemakkelijk ging. Inburgeringslessen alleen boden volgens hem onvoldoende houvast. ‘Mensen gingen twee dagen naar school en zaten de andere dagen thuis. Als je de taal nog niet spreekt, stap je ook niet zomaar naar een instantie. De medewerker achter het bureau wil je misschien graag helpen, maar als je elkaar niet begrijpt, gaat het toch mis.’

De eerste opgave was daarom niet het aanbieden van trainingen, maar het opbouwen van vertrouwen, legt hij uit. De initiatiefnemers wilden een plek creëren waar mensen zich veilig genoeg voelden om te vertellen waarmee ze worstelden. Dat vroeg om geduld en continuïteit.

‘Wij zijn er niet alleen als organisatie, maar ook als mensen en als landgenoten. Je hoeft niet hoogopgeleid te zijn. Je hoeft niet te werken en je hoeft nog geen Nederlands te spreken. Je hoeft alleen maar binnen te lopen. Je bent altijd welkom.’

De deur bleef vrijwel iedere vrijdag open: in de zomer, in de winter en rond de feestdagen. Inmiddels komen er op drukke dagen ongeveer zeventig deelnemers. Sommigen reizen vanuit andere delen van Amsterdam, Amstelveen of Zaandam naar Nieuw-West. ‘Mensen zeggen soms: als ik hier niet ben geweest, voel ik mij de rest van de week niet goed. Ik moet hier zijn.’

"Het programma is vanuit de doelgroep ontwikkeld, vanuit de doelgroep aangevraagd en wordt door de doelgroep uitgevoerd"

Democratie begint bij je stem

Vanuit de ontmoetingsplek ontstond de behoefte om meer te doen dan individuele vragen beantwoorden. De initiatiefnemers ontwikkelden trainingen over democratisch burgerschap, gespreksvaardigheden en presenteren. Later kwamen daar modules bij over identiteit, werk, carrière en het organiseren van activiteiten.

Loket D maakte het mogelijk om dat programma verder uit te bouwen en aan meer deelnemers aan te bieden. Feshaye had de regeling via LinkedIn gevonden. De aanvraag schreef hij niet alleen met een klein bestuur: de groep sprak ongeveer anderhalf jaar met deelnemers over hun vragen en behoeften. Een klankbordgroep van zes à zeven jongeren dacht mee en ook in de WhatsAppgroep werden plannen uitvoerig besproken.

‘Wij hebben de aanvraag niet zomaar op papier gezet. We hebben aan de deelnemers gevraagd: wat vinden jullie belangrijk en wat hebben jullie nodig? Het programma is vanuit de doelgroep ontwikkeld, vanuit de doelgroep aangevraagd en wordt door de doelgroep uitgevoerd.’

Een belangrijk onderdeel is uitleg over de democratische rechtsstaat. Voor veel Nederlandse deelnemers aan zo’n gesprek zijn verkiezingen, vrijheid van meningsuiting en het recht om eigen keuzes te maken vanzelfsprekend. Voor een deel van de Eritrese jongeren zijn ze dat niet. ’Ik heb in Eritrea nooit kunnen stemmen. Ik heb in Nederland voor het eerst in mijn leven gestemd’, vertelt Feshaye. ‘Dan brengt een hoop vragen: móét ik stemmen? Waar kan ik praktische informatie vinden? Op welke partij moet ik stemmen?’

In die trainingen bespreken deelnemers niet alleen hoe verkiezingen werken, maar ook wat het betekent om een eigen mening te vormen en die uit te spreken. Ze oefenen met debat en dialoog, leren luisteren naar een ander en praten over onderwerpen waarop opvattingen sterk kunnen verschillen. Daarbij komen ook persoonlijke keuzes aan bod die in Nederland wettelijk beschermd zijn, maar die kunnen botsen met religieuze of culturele overtuigingen.

‘Het doel is niet om deelnemers voor te schrijven wat zij moeten vinden’, benadrukt Feshaye. ‘Het gaat erom dat ze leren dat verschillende perspectieven naast elkaar kunnen bestaan en dat ze hun eigen opvattingen onder woorden mogen brengen.’

Philip Romer, project- en beleidsadviseur bij Vfonds, behandelde destijds Feshaye's subsidieaanvraag. Hij herkende daarin precies wat Loket D wil ondersteunen. Een initiatief hoeft volgens hem niet te beginnen bij de gemeenteraad of een formeel participatietraject. Een ‘democratische ervaring’ kan ook in een buurthuis of binnen een gemeenschap ontstaan.

‘Bewoners moeten zelf een vraag en een wens hebben en zelf eigenaarschap voelen’, zegt Romer. ‘Het gaat om de ervaring dat je een stem hebt, samen keuzes kunt maken en vanuit je eigen leefomgeving in beweging kunt komen.’

"Na de training te hebben afgerond organiseren jongeren zelf iets voor de buurt en worden ze initiatiefnemer in de wereld om hen heen"

Van leren naar verantwoordelijkheid nemen

En de trainingen blijven niet bij kennisoverdracht. Deelnemers oefenen ook met presenteren, solliciteren en samenwerken binnen een Nederlands team. Die praktische component is volgens Feshaye een belangrijke voorwaarde om daadwerkelijk mee te kunnen doen aan de samenleving.

Sommige deelnemers zijn gewend om overal ja op te zeggen, vertelt hij, ook als zij een afspraak niet kunnen nakomen. In de training leren zij dat duidelijk communiceren ook kan betekenen dat je nee zegt. ‘In Nederland moet je op een positieve manier voor jezelf opkomen. Als je geen tijd of ruimte hebt, moet je eerlijk tegen een collega kunnen zeggen: helaas, ik kan dit niet doen.’

Maar misschien wel het allermooiste: aan het einde van het programma maken deelnemers zelf een plan voor een activiteit in hun buurt. Ze bepalen wat ze willen organiseren, schrijven het plan en zoeken uit waar ze - indien nodig - een klein budget kunnen aanvragen. Zo ontstonden sportactiviteiten, een eetavond voor bewoners van een azc en een actie waarbij jongeren afval prikten in de buurt.

‘Na de training moedigen we jongeren aan om zelf iets voor de buurt te organiseren’, zegt Feshaye. ‘Dan hebben ze niet alleen over democratie geleerd. Ze hebben ervaren dat ze zelf verantwoordelijkheid kunnen nemen en iets voor andere mensen kunnen betekenen.’

Daarmee verandert ook hun positie. Ze zijn niet uitsluitend ontvanger van hulp of deelnemer aan een integratieprogramma, maar worden initiatiefnemer in de wereld om hen heen. Precies die beweging maakt het programma volgens Romer bijzonder.

‘Het combineert kennis van de democratische rechtsstaat met vaardigheden en concrete activiteiten. Deelnemers ontdekken hoe zij hun stem kunnen gebruiken én hoe ze zelf een plek kunnen innemen. Niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de samenleving.’

"Wij financieren op vertrouwen. Die vrijheid levert projecten op die aansluiten op concrete behoeften en aansluit op de leefwereld van deelnemers"

Financieren op vertrouwen

Voor Feshaye maakte niet alleen de financiële bijdrage van Loket D verschil. Ook de manier waarop Vfonds communiceerde, hielp. Vragen werden snel beantwoord en wanneer de praktijk anders liep dan vooraf gedacht, was er ruimte om daarover in gesprek te gaan.

Een concreet voorbeeld over groei: toen vanuit andere plaatsen belangstelling ontstond voor het trainingsprogramma, nam Feshaye eerst contact op. Formeel liep het eerste project nog, maar de vraag groeide sneller dan verwacht. In overleg met Vfonds kon hij parallel een nieuwe aanvraag voorbereiden.

‘Er zat vertrouwen in de samenwerking en de communicatie was vanaf de kennismaking snel en duidelijk’, zegt hij. ‘Bij veel grote organisaties wordt eerst gekeken hoe lang je al bestaat, hoeveel inkomsten je hebt en of je jaarrekeningen op orde zijn. Bij Loket D is de drempel lager. Daardoor kan een initiatief dat écht vanuit mensen zelf ontstaat ook een aanvraag doen.’

Romer vat de werkwijze kernachtig samen: ‘Wij financieren op vertrouwen.’ Na een toekenning gaat Vfonds niet op de stoel van de initiatiefnemer zitten. Er zijn afspraken over resultaten en verantwoording, en medewerkers bezoeken projecten of bespreken tussentijdse ontwikkelingen. Maar de uitvoering blijft bij de aanvrager.

‘Op het moment dat wij geloven in een project, zeggen we: je krijgt ons vertrouwen en mag het gaan uitvoeren. Bij veranderingen horen we het graag, maar wij gaan het initiatief niet overnemen.’

Bij Beles Talent Hub zie je wat die ruimte kan opleveren, stelt Romer. Het programma is volgens hem goed doordacht, sluit aan bij concrete behoeften en wordt uitgevoerd door mensen die de leefwereld van de deelnemers kennen. Bovendien laat het een ander beeld zien van Eritrese jongeren dan het beeld dat doorgaans het nieuws haalt.

‘Dit zijn jongeren die vooruit willen, aan de slag willen en een leven in Nederland willen opbouwen. Dat het programma vanuit de Eritrese gemeenschap zelf wordt georganiseerd, maakt het extra sterk.’

"Wij willen een gemeenschap creëren die vanuit vertrouwen de verbinding met instanties kan leggen en iets bijdraagt aan de samenleving"

Wederkerigheid als einddoel

De belangstelling beperkt zich inmiddels niet meer tot Amsterdam. In Borculo en Rotterdam zijn trainingen gestart nadat mensen uit de lokale Eritrese gemeenschap zelf deelnemers en een locatie bij elkaar hadden gebracht. Feshaye stelt daarbij steeds dezelfde voorwaarde: het initiatief moet ook lokaal worden gedragen. ‘Ik zeg altijd: het is vanuit de community, voor de community. Als jullie zelf de jongeren bij elkaar brengen en een plek regelen, komen wij de training geven.’

En de effecten reiken vrijwel altijd verder dan het programma: in Borculo kenden jongeren elkaar wel van school of van straat, maar kwamen zij niet als groep samen. Nadat de trainingen begonnen, ontstond een vaste voetbalmiddag waaraan ongeveer twintig jongeren deelnemen.

Nu Feshaye ruim een jaar bezig is, verschuiven binnen Beles Talent Hub de rollen. De oorspronkelijke groep van zes à zeven initiatiefnemers doet bewust een stap terug. Inmiddels hebben twaalf nieuwe vrijwilligers de daglijkse taken overgenomen, vertelt Feshaye. ‘Ons doel is dat nieuwe mensen, oud-deelnemers, onze rol en verantwoordelijkheden overnemen. Zo kan het initiatief écht zelfstandig worden.’

Dat betekent niet dat de stichting zich afsluit van reguliere instanties. Integendeel: de ontmoetingsplek fungeert steeds vaker als verbinding met de rest van de samenleving. Bij juridische problemen, schulden of ingewikkelde verblijfsprocedures verwijst de stichting mensen vanuit daar door naar gespecialiseerde organisaties. Andersom weet ook de gemeente Amsterdam de groep te vinden en worden nieuwkomers naar de trainingen verwezen.

Voor Feshaye is juist die wederkerigheid het einddoel. Niet een apart circuit naast de overheid, maar een gemeenschap die vanuit vertrouwen de verbinding met instanties kan leggen.

‘Wij willen niet alleen met papier en beleid werken. We willen mensen met elkaar in contact brengen. Het initiatief is niet begonnen omdat er geld beschikbaar was, maar vanuit de intrinsieke motivatie om iets bij te dragen aan de samenleving.’

De eerste resultaten ziet hij inmiddels terug. Deelnemers vertellen dat zij hebben gestemd. Ze durven tijdens een sollicitatiegesprek iemand aan te kijken en een hand te geven. Ze spreken zich uit, zeggen soms nee en maken plannen voor hun buurt en voor hun toekomst. 

‘Als je denkt: ik ga iets bijdragen, dan wacht je niet tot de overheid geld of middelen beschikbaar stelt’, zegt Feshaye. ‘Wij kennen elkaar, dus wij moeten elkaar helpen. Als de overheid zich daarna aansluit, is dat prachtig. Maar wij moeten ook zelf iets bijdragen aan de samenleving.’