Regionale samenwerking helpt overheden om maatschappelijke opgaven aan te pakken die gemeente- en provinciegrenzen overstijgen. Tegelijk staan volksvertegenwoordigers vaak op afstand en ontbreekt het aan overzicht en democratische legitimiteit. Overheid van nu organiseerde op 7 juli een lunchlezing over de belangrijkste dilemma’s en denkrichtingen rondom de ‘Visie op de Regio’, over de positie van de regionale samenwerking in het openbaar bestuur. Deze visie moet meer samenhang en houvast bieden, en tegelijkertijd rechtdoen aan de verscheidenheid aan regionale samenwerkingsverbanden. Melanie Huurneman, die namens het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan de visie werkt, reflecteert op de inzichten die naar voren kwamen tijdens de lezing.

Beeld: © EMMA / Nicky van Oort

Oproep vanuit het publiek: Regionale samenwerking is mensenwerk – structuur moet vooral een hulpmiddel zijn.

Op de vraag welke positie regionale samenwerking toebedeeld zou moeten krijgen binnen het openbaar bestuur, lopen de antwoorden sinds jaar en dag uiteen. Zo ook tijdens de lunchlezing van Overheid van Nu over dit onderwerp. Sommigen zien überhaupt geen probleem in het werken in regio’s. Anderen houden hun democratisch hart vast.

Uit de bijdragen van de sprekers kwamen die verschillen in herkenbare vorm naar voren. Emiel Reiding (directeur Stadsregio Parkstad Limburg) benadrukte vooral het vermogen van regio’s om oplossingen van maatschappelijke opgaven te realiseren. Het van meerwaarde zijn voor inwoners, met ruimte voor bestuurders.

Geerten Boogaard (hoogleraar decentrale overheden aan de Universiteit Leiden) hamerde op de rol van gemeenteraadsleden en politieke afwegingen. Michael Mekel (plaatsvervangend secretaris-directeur van de Raad voor het Openbaar Bestuur), ging in op de verwachtingen van de rol die het ministerie van BZK kan spelen, binnen het Rijk en richting medeoverheden.

Uit het gesprek bleek ook dat vanuit verschillende perspectieven verschillende waarden centraal worden gesteld: slagkracht, democratische legitimiteit of juist goede interbestuurlijke verhoudingen als vertrekpunt. En die waarden zijn ook onderliggend aan en bepalend voor aan welke oplossingen er dan wordt gedacht. Van het behouden van de huidige positie van de regio in het openbaar bestuur tot het instellen van een regioraad.

Staar niet blind op een ‘optimale schaal’

In zijn bijdrage brengt Emiel Reiding in dat sommige taken efficiënt uit te voeren zijn op het schaalniveau van gemeente of provincie, andere beter in samenwerking op regio of sub-regionale schaal. Opgaven houden zich niet aan grenzen, en kunnen binnen betrokken overheden ook verschillen. Hij schetst dat regionale samenwerking nodig is en een gat vult dat door provincies niet gedicht kan worden. Daarbij varieert in zijn ogen de mate waarin regionale samenwerkingsverbanden aandacht verdienen van gemeenteraadsleden. Beleidsarme samenwerking, bijvoorbeeld op het gebied van bedrijfsvoeringstaken, kan op verdere afstand staan. Terwijl samenwerking op beleidsrijke opgaven, zoals mobiliteit en economie, meer betrokkenheid vragen. Daarbij geldt dat de samenwerking in sommige regio’s, zoals Parkstad, inmiddels goed herkenbaar en ingeburgerd is. Volgens Reiding is Parkstad een efficiënte en effectieve samenwerking, met betrokken bestuurders in een gemeenschappelijke regeling, ondersteunend bureau, gezamenlijke agenda, en een aantal gesloten regiodeals.

Niet iedere regionale samenwerking vraagt om dezelfde mate van politieke betrokkenheid

Kijk naar vertegenwoordiging en politieke afwegingen

In regionale samenwerking staan raadsleden soms op afstand en ervaren beperkte grip. Tot ergernis van Geerten Boogaard worden ze dan op cursus gestuurd om het beter te begrijpen. In zijn ogen moeten gemeenteraden beter gefaciliteerd worden in het onderlinge gesprek over regionale vraagstukken en besluitvorming. Zo zou de werkwijze die eerder in de Drechtsteden gehanteerd werd (Drechtraad, waarbij raadsleden met ondersteuning vanuit een regiogriffie politiek bedreven in de regio) of het instellen van federatiegemeenten goed kunnen werken. Raadsleden moeten het algemeen belang waarvoor zij gekozen zijn kunnen afwegen: ‘De schaal moet leidend zijn voor de opgave’, aldus Geerten Boogaard. Van gemeenteraadsleden kan niet verwacht worden dat zij voor het regionale belang gaan, als dat niet in lijn is met hun lokale belangen. Daarbij gaf Boogaard aan dat de huidige praktijk waarin bestuurders samen – en buiten het zicht – richting geven aan een regio mogelijk op de lange termijn meer kost dan oplevert. En dat legitimatie door resultaten niet voldoende is.

Pak eigen rol als BZK

Door Michael Mekel werd aangestipt dat BZK een verbindende rol heeft en moet zorgen voor goede interbestuurlijke verhoudingen. Daarbij wees hij op de toenemende regionalisering door sectorale belangen vanuit departementen, wat tot spanningen kan leiden. BZK zou medeondertekenaar moeten zijn bij wetgeving van andere ministeries die gevolgen heeft voor decentrale overheden. Om te zorgen dat taken passend worden toegedeeld, met benodigde middelen, zodat gemeenten ook in staat zijn tot goede uitvoering te komen.

Heb aandacht voor de menselijke kant

Regionale samenwerking is mensenwerk. Met ambtenaren, bestuurders en politici die de kunst van samenwerken verstaan. Goede onderlinge relaties zijn van belang, en het vergt vaardigheden om dat tot stand te brengen en te behouden. Tijdens de lunchlezing ging het vaak over ordening en structuren, zoals regio-indelingen en -grenzen. Vanuit het publiek kwam de oproep om recht te doen aan het menselijke aspect van regionale samenwerking, en aan iedereen die zich dagelijks inzet om van betekenis te zijn voor de inwoners in het gebied. Door structuur vooral een hulpmiddel te laten zijn, blijft de kracht van regionale samenwerking behouden.

Door structuur vooral een hulpmiddel te laten zijn, blijft de kracht van regionale samenwerking behouden

Wees precies en specifiek

De regio en regionale samenwerking is omgeven met taal, én een bron van spraakverwarring en interpretatie. Wat is ‘de regio’? Waar de één spreekt over de regio als gebied waar maatschappelijke en economische ontwikkeling gestimuleerd kan en moet worden, gaat het voor een ander over een bestuurlijke indeling waar taken in samenwerking worden uitgevoerd. Hierbij gaat het snel over gemiddeldes (zoals aantallen samenwerkingsverbanden per gemeente) en generalistische beelden over waar samenwerking nu wel of niet in helpt.

Om recht te doen aan de diversiteit van samenwerkingsverbanden en de perspectieven, werd opgeroepen om niet generiek te kijken en alle samenwerkingsverbanden over één kam te scheren: samenwerking rondom belastingen en het ophalen van afval is van andere aard dan samenwerken rondom opgaven als mobiliteit en energie. Alle 42 samenwerkingsverbanden (het gemiddelde aantal per gemeenten) zijn verschillend. Daarom is het van belang om in de visie specifiek te zijn. Emiel Reiding gaf aan: ‘Wees meer pragmatisch dan dogmatisch.’ Daarbij werd ook de noodzaak om adaptief te zijn benadrukt: het is van belang om in te kunnen spelen op veranderingen of actuele opgaven.

Veel aspecten om rekening mee te houden

Het gesprek met zowel sprekers als de zaal bevestigde (nogmaals) dat er veel is om bij elkaar te brengen in een visie op de regio. Regionale samenwerking kent vele aspecten: het grote aantal samenwerkingen, de verschillende verschijningsvormen, integraliteit en samenhang, de rol van provincies en gemeenten, congruentie, financiële prikkels, onderliggende waarden zoals democratische legitimiteit en slagkracht.

En dat in beperkte tijd. De bedoeling is dat de Tweede Kamer aan het einde van dit jaar geïnformeerd wordt over de visie. Vanuit de zaal klonk de oproep om een zorgvuldig proces te doorlopen dat recht doet aan de complexiteit van het vraagstuk, en niet te kiezen voor snelle generieke maatregelen.