Hoe help je mensen met onbegrepen gedrag die nergens meer terechtkunnen? Volgens Tara Jane Thomas, adviseur GGZ bij het Leger des Heils, begint de oplossing niet bij regels of diagnoses, maar bij iets veel fundamentelers: een bed, veiligheid en menselijk contact. Met outreachend werk, bemoeizorg en langdurige begeleiding probeert het Leger een groeiende groep op te vangen die steeds vaker tussen wal en schip valt in het Nederlandse zorgsysteem: ‘Deze mensen hebben nergens een plek,’ zegt ze. ‘Niet in de samenleving, maar eigenlijk ook niet in het huidige zorgsysteem.’

Beeld: © Marcel van den Bergh
Slaapkamer in een opvang van Het Leger des Heils voor cliënten met complexe psychische problemen.
Auteur: Ton Baetens
Tara Jane Thomas houdt zich landelijk bezig met de ontwikkeling van zorg, binnen én buiten het Leger des Heils. Een van haar portefeuilles is de groeiende groep mensen met (in beleidstermen) ‘onbegrepen gedrag’. Mensen die maar al te vaak vermalen raken in ons huidige zorgsysteem.
Bijna onzichtbare verschuiving
Uit recent onderzoek van het Leger des Heils blijkt dat steeds meer ‘personen met onbegrepen gedrag’ een beroep doen op de opvang van het Leger des Heils. Inmiddels nemen deze mensen tweederde van alle plekken in de maatschappelijke opvang en beschermd wonen-voorzieningen van het Leger in.
De groei is met name in de afgelopen drie, vier jaar gerealiseerd: ‘In de afgelopen jaren is dat percentage met 65 procent gegroeid,’ zegt Thomas. ‘Daarmee neemt de druk op onze opvang- en woonvoorzieningen toe. Evenals de druk op onze medewerkers. En het vraagt steeds meer van ons om adequate zorg te organiseren.’
Thomas benadrukt dat de term ‘onbegrepen gedrag’ een brede categorie mensen omvat. Vaak gaat onbegrepen gedrag om een combinatie van factoren: een verstandelijke beperking, verslaving, psychiatrische problematiek en trauma. Die combinatie maakt het organiseren van zorg voor deze mensen niet alleen ingewikkeld, maar ook moeilijk te plaatsen binnen bestaande systemen.
‘Veel organisaties zijn ingericht op één type problematiek’, legt Thomas uit. ‘Maar deze mensen hebben er bij wijze van spreken drie tegelijk. En dan ontstaat er een probleem: voor elke afzonderlijke component is misschien een plek, maar voor de combinatie niet. En dan worden mensen van het kastje naar de muur gestuurd.’
"De missie van het Leger: Wij kijken eerst naar de hele mens"
Geen plek in het systeem
Precies daarin schuilt de kern van het probleem, aldus Thomas. ‘Deze mensen vinden niet zo gemakkelijk een plek in onze huidige maatschappij én ze passen niet naadloos in een van de segmenten van ons zorgsysteem’, zegt ze. En dus kloppen ze, vaak ten einde raad, bij het Leger des Heils aan.
Het Leger zegt geen ‘nee’, verklaart Thomas. ‘Wij zijn het van oudsher gewend om te werken met mensen die elders niet terechtkunnen.’ De missie van het Leger: ‘Wij kijken niet primair naar indicaties of uitsluitingscriteria. Wij kijken eerst naar de hele mens.’ En om die reden worden mensen niet de deur gewezen. Dat doet het Leger des Heils altijd al: hulp bieden aan mensen die aan de rafelranden van onze samenleving leven. Thomas: ‘We proberen altijd te kijken: wat kunnen we wél doen? Wat heeft deze persoon nodig om te stabiliseren?’
Dat klinkt eenvoudig, maar het heeft verstrekkende consequenties. De opvanglocaties van het Leger slibben langzaamaan dicht.
"Bij ons is zorg bieden vooral zorgen voor rust en veiligheid"
Begin bij de basis
Op de vraag wat er dan eigenlijk nodig is om te stabiliseren, klinkt snel een bekende drieslag. Stabilisatie begint vrijwel altijd bij de basis: een bed, een bad en brood.
‘Dat klinkt misschien eenvoudig, maar het is essentieel’, zegt Thomas. ‘Deze mensen hebben geen vaste verblijfplaats, hebben bijvoorbeeld trauma, schulden, een verslaving, een gebrekkig netwerk en in de regel weinig grip op hun eigen situatie. En dan is zorg bieden eigenlijk vooral zorgen voor rust en veiligheid.’ Complexe zorginterventies volgen later.
Pas vanuit die stabiliteit kan er gekeken worden naar de onderliggende problematiek. Maar of dat lukt, is vaak de vraag. Veel mensen in deze doelgroep hebben negatieve ervaringen met hulpverlening en zijn wantrouwig.
‘Ze gaan je testen’, zegt Thomas. Bijvoorbeeld als ze in de opvang zitten: ‘Je zegt wel dat ik hier mag zijn. Maar wat gebeurt er als ik dit doe? Of dat?’ Ze zoeken grenzen op. ‘Voor onze hulpverleners betekent het dat je vanaf het allereerste begin moet investeren in het opbouwen van een vertrouwensrelatie. Zonder dat vertrouwen kom je nergens.’
En dus is er soms ook een andere vorm van zorg nodig: bemoeizorg. Een wat beladen begrip.
"Wij blijven hoe dan ook outreachtend werken"
De noodzaak van outreachend werken
In ons huidige zorgstelsel wordt van iedereen verwacht dat hij of zij zelf hulp zoekt. En in staat is om de eigen hulpvraag te formuleren. ‘We gaan er als samenleving eigenlijk automatisch vanuit dat je zelf moet kunnen begrijpen dat er iets mis is met je. En dat je vervolgens weet waar je moet aankloppen. En tot slot in staat bent om zelf die stap te zetten’, legt Thomas uit. Maar je voelt aan je water: voor mensen met onbegrepen gedrag is dat vaak zo goed als onmogelijk.
Het begint met outreachend werken. Dat is volgens Thomas essentieel om deze groep mensen daadwerkelijk te kunnen helpen: ‘Je moet echt naar deze mensen toe durven stappen. Je moet hun situatie willen en kunnen zien. Ook als zij die zelf niet kunnen benoemen. En je moet erbij blijven, ook als het moeilijk wordt.’
Het Leger des Heils investeert bewust in die aanpak. Medewerkers zijn aanwezig in wijken en op straat, juist om contact te leggen met mensen die anders buiten beeld blijven.
‘Dat outreachende werk is in Nederland deels verdwenen’, zegt Thomas. ‘Vroeger was dat wellicht beter verankerd.’ Nu ligt de verantwoordelijkheid voor deze vorm van zorg bij gemeenten. Dat levert maatwerk op. Maar tegelijkertijd (dus) ook grotere verschillen. ‘Wij kiezen er als Leger des Heils bewust voor om hoe dan ook outreachtend te blijven werken. Want zonder dat eerste contact begint er niets. Althans, dat vinden wij.’
Het Leger des Heils is daarbij de partij die mensen eigenlijk nooit weigert. Die door haar outreachend werk mensen bereikt die zorgmijdend zijn. En waarbij, dankzij het contact dat er dan wordt opgebouwd, ook met bemoeizorg ondersteund kan worden. Tot achter de voordeur.
"Maar mensen zijn natuurlijk niet op te delen in systeemstukjes"
Systeem dat mensen opknipt
De problemen worden verergerd door de manier waarop het sociaal domein en ons zorgsysteem zijn ingericht. Verantwoordelijkheden zijn verdeeld over verschillende domeinen (zoals bijvoorbeeld zorg, wonen, veiligheid) en vaak ook over verschillende financieringsstromen.
‘In zekere zin vraagt het huidige systeem om mensen in stukjes op te delen. Om ze op die manier in het systeem te laten passen.’
‘Maar mensen zijn natuurlijk niet op te knippen. Dat werkt gewoon niet.’
Daar komt bij dat financiering gebaseerd is op gemiddelden: ‘De behandeltarieven gaan uit van de ‘gemiddelde cliënt’’, aldus Thomas. Maar ook dat past vaak niet. Je voelt al op je klompen aan: zorgverlenen aan mensen met onbegrepen gedrag is vaak niet een kwestie van gemiddelden: ’De zorgvraag is vaak veel zwaarder.’
Het Leger des Heils weet daar deels mee om te gaan door verschillende vormen van financiering te combineren en (waar nodig) voor te financieren. Maar dat biedt geen structurele oplossing.
Thomas vertelt nuchter: ‘Wij kunnen dat doen omdat we een brede organisatie zijn. En we ook andere, aanvullende fondsen werven. Maar je kunt niet verwachten dat elke organisatie dat kan. Als je dit landelijk goed wilt organiseren, moet de financiering daarop worden aangepast.’
"Als we iets echt nodig hebben, dan zijn het woningen"
Wonen als sleutel
Misschien wel het grootste knelpunt is het gebrek aan passende huisvesting: ‘Als er één ding is dat we echt nodig hebben, dan zijn het woningen.’ Dat gaat niet alleen om reguliere woningen in de wijk, maar vooral om (meer) beschermde woonvormen (zoals de Skaeve Huse) waar intensieve begeleiding mogelijk is. Beide typen zijn nodig, omdat de doelgroep zo divers is.
‘Een deel van de mensen kan, als ze eenmaal gestabiliseerd zijn, weer zelfstandig wonen met begeleiding in de buurt,’ legt ze uit. ‘Maar er is ook een groep die langdurig intensieve zorg nodig heeft. Voor hen moeten er passende beschermde plekken zijn.’
In de praktijk ontbreekt het vaak aan beide. Bovendien speelt het bekende ‘not in my backyard’-effect een rol: de bereidheid om voorzieningen te realiseren is beperkt zodra het dichtbij komt.
‘Dat maakt het extra lastig’, zegt Thomas. ‘Terwijl deze mensen net als iedereen een huis willen. Als je hen vraagt naar hun droom, dan is dat vaak heel gewoon: een eigen plek, misschien werk, een normaal leven.’
"We hollen van crisis naar crisis"
De prijs van niets doen
Wat gebeurt er als er niets verandert? Volgens Thomas is dat scenario glashelder. En zorgwekkend: ‘Dan blijft de overlast groeien.’ En neemt de druk op politie en zorg nog verder toe, en blijven we in een cyclus van crisismanagement hangen.
Anno nu zijn we in Nederland nog niet echt bezig met het vinden van structurele oplossingen. We zijn in een situatie terechtgekomen, waarin voortdurend wordt gereageerd op incidenten: ‘We hollen van crisis naar crisis.’ Zolang we de basis niet op orde brengen, verandert dat niet.
Die basis bestaat uit wat Thomas de ‘voorwaarden voor een goed leven’ noemt: uit huisvesting, stabiliteit en passende zorg. Bed, bad en brood. Ze zei het eerder. Zonder die voorwaarden blijven problemen escaleren: voor de mensen zelf, maar ook voor ons, als samenleving.
"Het is niet zo ingewikkeld, we moeten het alleen wel willen"
Kwestie van willen
Waarom lukt het dan niet om dit anders te organiseren? Volgens Thomas ligt het antwoord deels in de complexiteit van het systeem, maar ook in de manier waarop verantwoordelijkheid is verdeeld.
‘Iedereen doet zijn deel, binnen zijn eigen domein’, zegt ze. ‘Maar niemand pakt het geheel.’ Dat leidt tot een situatie waarin oplossingen blijven steken in deelmaatregelen. Terwijl de problematiek juist vraagt om een integrale aanpak, over domeinen en ministeries heen.
‘Je moet dit probleem boven de afzonderlijke systemen uittillen’, zegt Thomas. ‘Of in ieder geval zorgen dat die systemen veel beter op elkaar aansluiten.’ Dat vraagt niet alleen om samenwerking, maar ook om een andere manier van denken. ‘We zullen kritischer moeten kijken naar ons eigen stelsel. En dat is spannend, want dat heeft consequenties.’
Toch is haar conclusie uiteindelijk verrassend eenvoudig. ‘We weten eigenlijk al heel goed wat werkt. Het begint met een plek voor mensen, met stabiliteit, met vertrouwen. En met samenwerken over grenzen heen.’
Ze pauzeert even en vat het samen in één zin:
‘Het is niet zo ingewikkeld. We moeten het alleen wel willen.’