Het werd wel geprobeerd tijdens het Tweede Kamerdebat over ‘verward/onbegrepen gedrag en veiligheid’. Iedereen wil – al jaren – snellere en betere zorg voor mensen die verward of onbegrepen gedrag vertonen. En iedereen wil meer veiligheid voor de samenleving. Maar dan moeten zorg, veiligheid, wonen en het sociaal domein echt met elkaar samenwerken. En zorgen voor passende woonvormen, betere gegevensdeling, regie en financiering. De Kamerleden drongen aan en vroegen om concrete daden, de ministers benadrukten complexiteit en hielden het bij intenties. Zo ontstond een gevoel van stilstand.
Beeld: © John Beckmann
Minister Sophie Hermans (VWS) en een lid van het ondersteunende ambtenarenapparaat tijdens het Tweede Kamercommissiedebat ‘Verward/onbegrepen gedrag en veiligheid’ op 9 april 2026.
Auteur: Ton Baetens
Wanneer iemand met verward of onbegrepen gedrag betrokken raakt bij een incident, volgt vrijwel altijd dezelfde reflex. Verontwaardiging, onbegrip en de vraag hoe het zover heeft kunnen komen. Achter die vraag schuilt echter een complexer probleem. Namelijk meerdere systemen die langs elkaar heen werken. Waardoor mensen met complexe problemen tussen wal en schip raken. Zorg, veiligheid, wonen en het sociaal domein zijn allemaal betrokken, maar zijn lang niet altijd goed onderling verbonden.
Tegelijkertijd speelt een institutioneel probleem: hoe help je mensen als het aantal beschikbare slaapplekken ontoereikend is? Je zou denken: creëer meer slaapplekken. Maar dat stuit op gebrek aan financiering. En op de inrichting van onze woningmarkt waar simpelweg te weinig woningen ‘sociale huur’ of beschermde woningen worden gerealiseerd.
Het Tweede Kamerdebat van 9 april jongstleden laat zien hoe politiek Den Haag worstelt met die realiteit. Het debat maakte glashelder dat urgentie breed wordt gevoeld. Maar na een hele ochtend debatteren is net zo duidelijk dat de Kamer het lastig vindt om van analyse naar uitvoering te komen. Twee perspectieven domineren dit debat: dat van veiligheid en dat van zorg. Enerzijds wijzen Kamerleden op overlast, incidenten en op het veiligheidsgevoel van burgers. Anderzijds pleiten Kamerleden voor preventie, vroegsignalering en het centraal stellen van de mens.
"Er is geen tijd meer voor pilots"
Tweede Kamer: tijd van ‘proberen’ is voorbij
Dat lijkt een scherpe tegenstelling, maar over veel onderwerpen is er ook overeenstemming. De tijd van praten en proberen is voorbij, klinkt het. Kamerlid Van der Plas (BBB) verwoordt dat scherp: ‘Er is geen tijd meer voor pilots.’
Vrijwel alle partijen erkennen dat het huidige systeem tekortschiet en dat mensen tussen wal en schip vallen. Dat is ook de kern van eerdere, bredere analyses uit het veld.
Die rapporten stellen vast dat mensen met onbegrepen gedrag vaak kampen met een combinatie van problemen: psychische kwetsbaarheid, verslaving, schulden, dakloosheid en sociale isolatie. De ondersteuning bij dergelijke problematiek is per domein (lees: versnipperd) georganiseerd. Professionals uit die verschillende domeinen werken met eigen regels en financiering. Dat maakt het aanbrengen van samenhang moeilijk. En vergroot het risico dat hulp te laat of niet op de juiste plek wordt geboden.
In het Kamerdebat wordt die analyse onderschreven.
Straatman (CDA) stelt: ‘Verward en onbegrepen gedrag raakt bijna elk beleidsterrein.’ Andere Kamerleden benoemen het tekort aan passende woonplekken, de gebrekkige gegevensdeling en de versnipperde financiering als belangrijke knelpunten. Het gevolg is dat problemen escaleren. Waardoor mensen met verward en onbegrepen gedrag uiteindelijk in de strafrechtketen belanden, terwijl nu juist zorg nodig is.
"Hoe kan het dat het realiseren van de Skaeve huse zo lang duurt?"
Vastgelopen systeem aan de praat?
Het debat komt uit op een fundamentele vraag: hoe zorgen we dat mensen tijdig passende hulp krijgen, zonder dat het systeem hen eerst laat vastlopen?
Dat is tegelijkertijd een belangrijke rode draad in het debat: de roep om meer regie. Over de volle breedte klinkt de wens om duidelijkere sturing vanuit het Rijk en betere samenwerking tussen domeinen. Die roep komt niet alleen uit de politiek, maar ook uit het veld. Gemeenten, zorgorganisaties en politie geven al langer aan dat zij vastlopen door gebrek aan samenhang en duidelijke kaders. Ook inspecties en koepelorganisaties pleiten voor versterkte landelijke regie.
Hoe gaan we dan daadwerkelijk aan de slag? Kamerleden zijn op zoek naar concrete stappen die kunnen worden gemaakt:
Kamerlid Straatman (CDA) vraagt om een toezegging voor bemoeizorg. En om het versnellen van de opgave rond beschermd wonen: ‘Hoe kan het dat het realiseren van de Skaeve huse (gepland waren er 1150 woningen, er zijn er nu pas 150 gerealiseerd) zo lang duurt?
Dat leidt tot een interruptie. Ten Hove (Groep Markuszower) vraagt: ‘Kan er structurele financiering geregeld worden? Vind ik dan CDA aan mijn kant?’ Ook Kamerlid Struijs (50plus) interrumpeert.
Een andere interactie verloopt als volgt:
Wendel (VVD) vraagt aandacht voor het veiligheidsperspectief, want ‘het veiligheidsgevoel van mensen in de buurten is in het geding’.
Kamerlid Westerveld (PRO) interrumpeert: ‘Hoe dan? Ik lees nergens in het coalitieakkoord hoe dat gaat gebeuren? En waarom bezuinigen op de GGZ?’
Ten Hove (Markuszower) verwoordt wat alle Kamerleden in hun bijdragen laten doorklinken: verward en onbegrepen is een veelkoppig monster. Maar, zo stelt ze vast: het begint bij wonen – bij het realiseren van voldoende Skaeve huse, bij passende plekken.
Met enige regelmaat kijken ministers naar elkaar: ‘ben jij daar nu van?’
Beurt aan het kabinet
Alleen al het feit dat er vier bewindspersonen bij het Kamerdebat aanwezig zijn, onderschrijft het belang dat het kabinet hecht aan dit dossier. En toch, ondanks al die goede bedoelingen, maakt die aanwezigheid ook zichtbaar, dat het aanbrengen van die broodnodige regie nog een klus zal zijn. Met enige regelmaat kijken ministers naar elkaar. Ze lijken daarbij (wellicht onbedoeld) te zeggen: ‘ben jij daar nu van?’
Minister Heerma (BZK) start zijn bijdrage door te stellen dat de kern van de aanpak ligt bij (meer) procesregie en interdepartementale samenwerking. Hij positioneert zichzelf als ‘procesregisseur’ en benadrukt het grote belang van horizontale sturing tussen departementen. Dit wordt institutioneel ondersteund door een interdepartementaal programmateam en gezamenlijke gesprekken met het veld.
Het kabinet omarmt ook nadrukkelijk de eerdere analyses uit het veld en de parlementaire verkenning: het belang van snelle voortgang op de vier prioriteiten (realiseren van passende woonvormen, gegevensdeling, regie en financiering) wordt onderschreven. Daarmee bouwt het kabinet voort op bestaand beleid (dat deels al in kabinet-Rutte IV en deels in kabinet-Schoof is geformuleerd).
"Een ‘actieplan’ is iets heel anders dan een ‘noodplan’"
Hoe vul je een regierol in?
Tegelijkertijd wordt in het debat duidelijk dat deze regierol vooral coördinerend is. Er is geen sprake van één partij die doorzettingsmacht heeft of knopen kan doorhakken over domeinen heen. Dat leidt tot spanning.
Ook als Kamerleden actief vragen naar (meer) concrete handvatten en maatregelen, benadrukken verschillende ministers dat het probleem complex is. Heerma wijst expliciet het idee af dat één actor het probleem kan oplossen. Dat is logisch. Maar het ligt een aantal Kamerleden zwaar op de maag. Ze wijzen op het feit dat er nu al bijna twee jaar verstreken is, sinds een Kamerbrede motie werd aangenomen, waarin het kabinet werd opgeroepen met een noodplan te komen.
Minister Sterk (Langdurige zorg) benoemt dat dit ‘actieplan’ er ook daadwerkelijk is gekomen. En dat er nu aan de uitvoering gewerkt wordt. Hetgeen een Kamerlid doet verzuchten dat hierin misschien wel het meest pregnante verschil schuilt: ‘nood’ is iets anders dan ‘actie’.
Zo ontstaat in het debat toch ook een gevoel van stilstand. Kamerleden wijzen erop dat er al jaren over dezelfde problemen wordt gesproken en dat concrete doorbraken uitblijven. De oproep van Van der Plas (BBB) om te stoppen met verkennen en te beginnen met doen, verwoordt dat ongeduld treffend.
Concrete aantallen, deadlines en investeringen ontbreken
Wonen, gegevensdeling en financiering
Vooral op het thema wonen wordt duidelijk hoe groot de opgave is. Het gebrek aan passende woonplekken wordt gezien als een van de belangrijkste oorzaken van het vastlopen van de keten. Zonder stabiele woonplek is er geen rust, en zonder rust is effectieve zorg nauwelijks mogelijk. Het kabinet erkent dit en koppelt de opgave aan de bredere woningbouwambities. Er wordt gesproken over de inzet van een taskforce en over aandacht voor specifieke doelgroepen binnen de bouwopgave.
Tegelijkertijd blijft het bij intenties. Concrete aantallen, deadlines en investeringen ontbreken grotendeels. Daarmee blijft ook hier de vraag hoe snel de situatie daadwerkelijk verbetert.
Een tweede belangrijk thema is gegevensdeling. In de praktijk blijkt dat professionals vaak onvoldoende informatie hebben om tijdig in te grijpen. De spanning tussen privacy en veiligheid speelt daarbij een grote rol. Het kabinet erkent dat de huidige regels belemmerend werken en onderzoekt hoe deze kunnen worden aangepast. Tegelijkertijd wordt benadrukt dat zorgvuldigheid nodig is. Ook hier kiest het kabinet voor een stapsgewijze aanpak, terwijl de Kamer aandringt op snellere oplossingen.
Naast gegevensdeling komt ook bemoeizorg nadrukkelijk aan bod. Het idee dat eerder ingrijpen nodig is bij zorgmijdend gedrag wordt breed gedeeld. Professionals moeten meer ruimte krijgen om mensen actief te benaderen en te ondersteunen voordat situaties escaleren. Dat vraagt niet alleen om betere samenwerking, maar ook om duidelijke wettelijke kaders en voldoende middelen.
Financiering vormt een derde terugkerend knelpunt. Middelen zijn versnipperd over verschillende domeinen en vaak tijdelijk van aard. Het kabinet wil toewerken naar meer structurele en samenhangende financiering, maar ook hier blijven concrete keuzes voorlopig uit. Kamerleden vragen om duidelijkheid: wie doet wat, wanneer en met welk budget?
Een voorbeeld:
Kamerlid Westerveld (PRO): ‘Ik hoor goede dingen. Maar ik zie een aantal zaken niet in het coalitieakkoord staan. Mijn vraag: is er meer ruimte dan het coalitieakkoord en financiële middelen?’
Minister Heerma: ‘Een samenhangende financiële rapportage komt rond de zomer.’
Daarmee raakt deze interruptie aan de kern van het probleem. Zonder helderheid over (meer) middelen blijft uitvoering lastig.
Het kabinet kiest voor een geleidelijke, lerende aanpak
Na woorden geen daden?
Wat het debat uiteindelijk vooral zichtbaar maakt, is de spanning tussen urgentie en complexiteit. Aan de ene kant is er brede erkenning dat het zo niet langer kan. Aan de andere kant is het probleem zo verweven met verschillende systemen, dat snelle oplossingen moeilijk zijn. Het kabinet kiest daarom voor een geleidelijke, lerende aanpak. Maar de Kamer vraagt juist om versnelling, om concretisering en (vooral) om zichtbare resultaten.
Daarmee blijft de centrale vraag hangen: volgen er na al deze woorden die al jaren klinken, ook daden?