Wie de overheid slagvaardiger wil maken, komt al snel uit bij ruimte voor maatwerk. Maar volgens Meindert Smallenbroek, algemeen directeur van de Unie van Waterschappen, is dat een verkeerde reflex. Smallenbroek is niet blind voor verschillen tussen mensen of gebieden, maar ziet dat maatwerk te vaak moet ‘repareren wat eerder in beleid en bestuur niet is doordacht’. Zijn alternatief is even simpel als ongemakkelijk: durf keuzes te maken, accepteer grenzen en begin bij de uitvoering.

Beeld: © Eigen beheer

Meindert Smallenbroek: ‘Als je iedereen individueel wilt bedienen, organiseer je een systeem dat steeds zwaarder en complexer wordt. Uiteindelijk loopt die weg dood.’

Auteur: Joris Jenster

Tijdens de aftrap van de taskforce Slagvaardige Overheid in Den Haag stond één ambitie centraal: een overheid die eenvoudiger, daadkrachtiger en menselijker opereert. In een volle zaal spraken bewindspersonen, topambtenaren en uitvoerders over het slechten van Haagse muren, de uitvoering versterken en meer ruimte organiseren voor professionals. Begrippen als menselijke maat en maatwerk vielen veelvuldig, als noodzakelijke ingrediënten voor een overheid die dichter bij de burger staat.

In diezelfde zaal zat ook Meindert Smallenbroek, algemeen directeur van de Unie van Waterschappen. Juist op dat punt – maatwerk – plaatste hij een scherpe kanttekening. Want wat in het debat vaak als oplossing wordt gepresenteerd, ziet hij in de praktijk juist regelmatig als onderdeel van het probleem.

Volgens Smallenbroek is de overheid ‘doorgeslagen in het leveren van maatwerk’. Wat sympathiek klinkt, blijkt in zijn redenering vaak een teken dat de overheid te laat begint met de echte vragen: wat is nog uitvoerbaar, waar moeten we begrenzen, en wanneer moet de politiek simpelweg kiezen? Vanaf het Tilburgse gemeentehuis, waar hij op dit moment optreedt als verkenner voor het nieuw te vormen college, sprak hij met Overheid van Nu.  

U was bij de aftrap van de taskforce Slagvaardige Overheid. Wat viel u daar op?

Meindert Smallenbroek: ‘Het ging vooral over de slagvaardige ríj́ksoverheid. Dat deed het voorkomen alsof er in dit verhaal geen gemeenten, provincies, laat staan waterschappen, bestaan, terwijl die natuurlijk net zo goed onderdeel zijn van dezelfde overheid. Er werd gelukkig wel veel over de uitvoering gesproken, want het is verleidelijk om het alleen over beleid te hebben, terwijl een groot deel van waar de samenleving echt mee te maken heeft, in de uitvoering zit.’

"In gelijke gevallen moet je mensen gelijk behandelen – maatwerk zet met dat principe de hele overheid onder druk"

Waarom vindt u dat het debat over slagvaardigheid te veel een Haags of Rijksdebat is?

‘Omdat, ook wanneer het over uitvoering gaat, het vaak toch op rijksniveau bekeken wordt: DUO, de Belastingdienst, UWV, noem maar op. Terwijl een groot deel van de uitvoering inmiddels bij gemeenten ligt, en ook bij waterschappen. Daar wordt nog te gemakkelijk aan voorbijgegaan.’

In dat debat duikt al snel het woord maatwerk op. Waarom bent u daar kritisch op?

‘Maatwerk klinkt sympathiek, maar het vraagt voortdurend om uitzonderingen en individuele afwegingen. Dat is ontzettend arbeidsintensief. Vervolgens zijn we verbaasd dat de overheid, ook als het gaat om het aantal mensen, enorm gegroeid is.

Als je iedereen individueel wilt kunnen bedienen, vraagt dat simpelweg veel meer capaciteit. Dat systeem wordt zwaarder en complexer, en tegelijk leidt het vaak tot uitkomsten die mensen juist als onrechtvaardig ervaren. Maar als overheid heb je je ook aan het gelijkheidsbeginsel te houden: in gelijke gevallen moet je mensen gelijk behandelen. Maatwerk zet met dat principe de hele overheid onder druk.’

Een ongelijke behandeling kan toch ook leiden tot gelijke uitkomsten?

‘Dat klopt, maar de vraag is of dat altijd mag. Ik vergelijk het wel eens met de diaconie van vroeger (de sociale dienstverlening door kerken, red.). Die kon gelijke gevallen ongelijk behandelen, omdat men de mensen en hun omstandigheden goed kende. Maar de overheid mag dat niet zomaar. Die is gebonden aan wetten en regels. En toch vragen we ambtenaren om, onder het label maatwerk, precies dat te doen. Dat is heel ingewikkeld.’

"In sommige delen van Nederland heeft elke boerderij zijn eigen waterpeil – verfijnd, knap, maar enorm kostbaar"

Bent u zelfverklaard anti-maatwerk?

‘Mijn punt is niet dat maatwerk als zodanig een slecht middel is. Maar we zijn als overheid doorgeslagen in het leveren ervan. De behoefte van politiek en overheid is om iedereen zo goed mogelijk te bedienen. Dat is ook menselijk: ja zeggen is leuker dan nee zeggen. Maar we zitten echt aan de grenzen daarvan. We kunnen het simpelweg niet meer betalen. En als we de mensen er al voor hebben, is het ontzettend arbeidsintensief. Dus we zullen keuzes moeten maken, ook pijnlijke keuzes. En we hebben bestuurders en politici nodig die die keuzes maken en ook willen uitleggen aan de samenleving.’

Op welke manier ziet u zich genoodzaakt tot pijnlijke keuzes, binnen de Unie van Waterschappen?

‘Waterschappen leveren al eeuwenlang maatwerk. Bijvoorbeeld in waterpeilen. In sommige delen van Nederland heeft zelfs elke boerderij zijn eigen peil. Dat is heel verfijnd en knap georganiseerd, maar ook enorm kostbaar. Door klimaatverandering nemen de verschillen toe, en wordt droog steeds droger, nat steeds natter en heet steeds heter. En het gebeurt vaker. Het wordt steeds moeilijker om dat huidige watersysteem vol te houden. Ook daar stellen we nu dus de vraag: kunnen we dit nog blijven doen? Of moeten we toe naar meer standaardisatie met gemiddelde peilen?’

Wat leert dat ons over de grenzen van maatwerk?

‘Dat de grens uiteindelijk heel concreet wordt. De kosten nemen toe, de druk op het systeem neemt toe, en dan moet je opnieuw de vraag stellen of maatwerk nog opweegt tegen de kosten en of het nog uitlegbaar is. Dat betekent ook dat we als waterschappen niet iedereen eindeloos kunnen blijven faciliteren.

Je ziet dat nu ook in de discussie over de bloembollenstreek. Daar is de vraag of er door klimaatverandering op termijn nog voldoende zoet water beschikbaar is. Ik merk: we belanden op het punt dat je niet alle belangen kunt blijven bedienen zoals voorheen.’

"De overheid is niet goed in het voeren van slechtnieuwsgesprekken"

Dat vraagt dus om duidelijkheid richting burgers?

‘De overheid is niet goed in het voeren van slechtnieuwsgesprekken. Bestuurders vinden het ingewikkeld om nee te zeggen en gaan dan toch maar weer mee in het faciliteren. Dan krijgt iemand links en rechts nog een extra toeslag, een aanvullende regeling of een uitzondering hierop. Je kunt dat maatwerk noemen, maar mijn punt is: daar zit een maximum aan. Uiteindelijk loopt die weg dood.

Je ziet dat ook in Groningen, bij de aardbevingsproblematiek. Daar zijn zo veel regelingen over elkaar heen gelegd dat het uiteindelijk leidt tot onrechtvaardige en onuitvoerbare uitkomsten. Dan wordt maatwerk niet meer de oplossing, maar een symptoom van een overheid die niet durft te kiezen.’

Of een overheid die graag dienstbaar wil zijn

‘Te graag. De overheid is inwoners steeds meer gaan beschouwen als consumenten: u vraagt, wij draaien, luidt het adagium. Maar dat is voor mij niet de rol van de overheid. De overheid is geen geluksmachine, of een producent van leuke dingen. Ze brengt ook leed toe, om het maar hard te zeggen. Dat begint al met belasting heffen of met het beperken van individuele vrijheden. Dat hoort er ook bij. Het is dus niet alleen zoete broodjes bakken, maar ook keuzes maken die pijn doen.’

"Maatwerk leidt vaak tot uitkomsten die mensen juist als onrechtvaardig ervaren’"

Als maatwerk niet de route is, wat is volgens u dan wel de weg naar een slagvaardiger overheid?

‘Voor mij is die route vrij eenvoudig: begin bij de uitvoering. Kijk eerst wat überhaupt uitvoerbaar is. In mensen, in organisaties en in uitvoeringskracht. Je hebt een maatschappelijk probleem dat je wilt oplossen; begin dan niet met beleid, maar met de vraag: welke uitvoering hebben we, wat kunnen zij aan? Is er wellicht nog iets extra’s nodig? En redeneer dan pas terug naar welk beleid daaromheen gebouwd moet worden.

Ik heb zelf lang in de beleidskolommen van Den Haag gewerkt. Daar begint het meestal met beleid en komt op het eind nog de vraag hoe het moet worden uitgevoerd. Vervolgens wordt het over de schutting gegooid. Het resultaat daarvan is een uitvoeringsorganisatie die niets kan met de regel, en daar keer op keer omheen moeten werken.’

Kampen we met een regel-overschot?

‘In de loop der jaren is er veel verstatelijkt: dingen die vroeger op natuurlijke wijze in de samenleving waren georganiseerd, zoals bepaalde zorgtaken, zijn naar de overheid toegetrokken. Daarmee worden ze meteen ook onderdeel van wetten, regels en gelijkheidsbeginsels en boet je in aan flexibiliteit. De uitdaging is daarom meervoudig: niet alleen bij de uitvoering beginnen, maar ook opnieuw bekijken wat de samenleving zelf kan organiseren nu bepaalde zaken te kostbaar worden om op rijksniveau te regelen.’