‘Niemand heeft het recht te gehoorzamen’, is een beroemde uitspraak van filosoof Hannah Arendt, waarmee ze oproept tot morele verantwoordelijkheid en kritisch denken. In de leergang ‘Macht en Moed’ van de Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) krijgen ambtenaren met behulp van westerse filosofen handvatten om tegenspraak te bieden. Als eindopdracht schrijven ze hun eigen, persoonlijke ambtseed. In deze reeks artikelen bespreken we zo’n persoonlijke ambtseed met de maker zelf. Met deze keer Karolien Runia, arbeidsdeskundige, jurist en landelijk adviseur maatwerk bij UWV.

Beeld: © Eigen beheer

Karolien Runia: ‘Ik sta niet boven het veld; ik sta erin.’

Auteur: Jaike Reitsma

Parabel: De sleutel tot het veld

Mij werden zonnebloemzaadjes toevertrouwd.

Niet omdat ik ze bezat,

maar omdat ik de sleutel kreeg tot het veld.

Ik kreeg richtlijnen over wanneer te zaaien,

over hoeveel water voldoende was,

tabellen over opbrengst

en kaarten waarop stond waar groei wenselijk was.

Toch bleef de vraag:

wat vraagt dit zaadje, hier, nu?

Elk zaadje droeg een belofte in zich,

maar geen garantie.

Sommige waren sterk, andere beschadigd,

weer andere al zo vaak verplaatst

dat ze vergeten waren hoe het voelt om te wortelen.

Mijn macht zat niet in het zaadje zelf,

maar in wat ik wel en niet deed:

waar ik grond losmaakte,

waar ik wachtte,

waar ik besloot niets te zaaien

omdat eerst de aarde moest herstellen.

Ik kon kiezen voor overzicht en orde,

voor rechte rijen en meetbare groei.

Of ik kon blijven bij de rommelige werkelijkheid van het veld,

waar zorg tijd en aandacht kost

en geen protocol volgt.

Ik ontdekte dat rechtvaardigheid

niet ontstaat door ieder zaadje hetzelfde te geven,

maar door verantwoordelijkheid te nemen

voor de ongelijkheid van zon, water en bodem.

Dat zorg geen gunst is,

maar een publieke taak.

Dat moed soms betekent

dat ik afwijk van het schema,

mijn macht zichtbaar maak

en verantwoording afleg over twijfel

in plaats van zekerheid te veinzen.

Ik sta niet boven het veld.

Ik sta erin.

Met vuile handen

en de wetenschap dat mijn nalaten

evenveel invloed kan hebben als mijn handelen.

Daarom handel ik voortaan

alsof elk zaadje een stem heeft,

ook wanneer ik die niet direct versta.

Alsof zorg een publieke waarde is,

geen privédeugd.

Dit is geen belofte van succes.

Het is een belofte van aandacht.

En van moed

om macht te dragen

zonder haar te verbergen.

Deze parabel is daarmee geen alternatief voor de ambtseed als belofte van loyaliteit aan het systeem, maar als belofte van trouw aan de relationele werkelijkheid waarin dat systeem werkzaam is.

Waar staat het zonnebloemzaadje voor?

‘Het idee voor het zonnebloemzaad ontstond toen we het hadden over de zorgethiek van Tronto. Een zonnebloemzaadje heeft ook zorg en aandacht nodig om te groeien. Als je het zaadje in vruchtbare grond stopt, water geeft en in de zon zet, gaat het groeien. Maar, niet elk zaadje heeft precies evenveel water nodig. Hetzelfde geldt voor mensen. Voor 80 procent van de mensen werkt het systeem prima. Ze zijn digitaal vaardig, kunnen goed lezen en schrijven en kunnen een hobbel wel aan. Maar er zijn ook mensen die echt wat anders nodig hebben. Niet omdat ze kwetsbaar zíj́n, maar omdat ze in een kwetsbare situatie zitten.’

Je schrijft in het eerste deel van je verhaal: ‘Ik ontdekte dat rechtvaardigheid niet ontstaat door ieder zaadje hetzelfde te geven, maar door verantwoordelijkheid te nemen.’ Hoe doe je dat?

‘Door het toe te geven als je ergens over twijfelt. Natuurlijk kan niet elke beslissing een maatwerkbeslissing zijn, dat is niet efficiënt. Maar ik denk wel dat we onze ambtelijke voelsprieten moeten gebruiken. Het gebeurt soms dat een situatie waarin je het even niet weet nadelig uitpakt voor de burger. Wat bij het UWV bijvoorbeeld weleens voorkomt: je hebt meer informatie nodig van een cliënt, maar kunt diegene niet bereiken. Dan is het makkelijker en sneller om te zeggen: we kunnen niets betekenen. Maar je kan het ook juist als een signaal zien dat het misschien niet goed gaat met diegene, en dan een extra stapje zetten.’

Had je al interesse in filosofie voordat je aan de opleiding Macht en Moed begon?

‘Ja. Ik heb rechten gestudeerd en was vooral geïnteresseerd in systemen en de filosofie daarachter. Het boek Macht en Moed van Erik Pool sprak me daarom meteen aan. Ik ben idealistisch en kan echt een strijder zijn, maar in deze opleiding was het juist de terughouding die me aansprak. Ik wilde graag een praktische filosofische basis die mij leert om niet meteen ten strijde te trekken, maar om zaken van alle kanten te bekijken en soms gewoon vragen te stellen.

Belofte

Toen ik begon, gaf ik jullie allemaal een zonnebloemzaadje in je hand. 

Een klein gebaar, bedoeld om iets groters zichtbaar te maken. Het zaadje staat voor mij voor de burger. Voor mensen die, tijdelijk of structureel, afhankelijk zijn van het handelen van de overheid. Kwetsbaar. Niet omdat ze zwak zijn, maar omdat onze besluiten diep in hun leven ingrijpen. Dat zaadje herinnert mij eraan dat macht nooit losstaat van anderen. 

Hannah Arendt beschrijft macht niet als iets dat je bezit, maar als iets dat ontstaat tussen mensen, in het gezamenlijk handelen. Macht bestaat zolang we die ruimte samen dragen.

Tegelijkertijd laat Michel Foucault mij zien dat macht niet alleen zichtbaar is in besluiten, maar ook in systemen, routines en taal. In wat normaal wordt genoemd en in wat buiten beeld raakt. Juist daar bestaat vaak die kwetsbaarheid. Kijk bijvoorbeeld naar de huidige ontwikkelingen in de VS. Het zonnebloemzaadje staat symbool voor dat spanningsveld. Tussen samen handelen en systeemdruk. Tussen mogelijk maken en begrenzen. 

Joan Tronto helpt mij om zorg daar niet van los te koppelen. Zorg is geen aanvulling op beleid, maar een manier van kijken. Zorg begint bij aandacht: bij het zien van wat niet vanzelf spreekt. Zij maakt mij duidelijk dat goed bestuur vraagt dat we verantwoordelijkheid nemen voor de effecten van onze macht en bereid zijn te luisteren naar wat ons handelen teweegbrengt.

In mijn rol als ambtenaar betekent dat dat ik geen eigenaar ben van oplossingen, maar hoeder van een kwetsbare ruimte. Een ruimte waarin burgers niet worden gereduceerd tot dossiers, maar erkend als afhankelijk én handelend. Ik ga de opgedane oefening in socratische gespreksvoeringstechnieken inzetten om binnen mijn organisatie zelf scherper te zijn op mijn macht en de wijze waarop ik die inzet als hoeder van die kwetsbare ruimte. Ook zet ik mijn positie binnen de organisatie in om anderen te inspireren om meer vragen te stellen. Meer stil te staan. Meer moreel beraad te houden. Zich meer uit te spreken als de situatie daar om vraagt.

"Moed moet ook zitten in de aansturing en in de systemen"

Is er genoeg ruimte voor jou en je collega’s om je uit te spreken als de situatie daar om vraagt?

‘Inmiddels is die ruimte er wel. En hoewel dat mooi is, vind ik het ook een zwaktebod om het enkel bij de individuele ambtenaar neer te leggen. Moed moet ook zitten in de aansturing en in de systemen. Alles moet erop gericht zijn om drempelverlagend te werken, in plaats van drempelverhogend. Of een burger wel of niet geholpen wordt, moet namelijk niet afhangen van het lef van één ambtenaar. Het is prachtig als iemand opstaat tegen onrecht, maar voor één zo’n dappere ambtenaar zijn er ook weer tien ambtenaren voor wie dat niet realistisch is. Bijvoorbeeld omdat ze net in dienst zijn, een gezin te onderhouden hebben thuis of wat voor reden dan ook. Je kan niet van iedereen verwachten dat ze opstaan, en dat zou ook niet moeten. Het is een collectieve verantwoordelijkheid.’

Heb je in Macht en Moed gevonden wat je zocht?

‘Zeker, ik heb enorm veel inspiratie opgedaan. Niet alleen door de docenten en gastsprekers, maar vooral ook door de groep ambtenaren die daar allemaal met hun eigen reden zaten. Ambtenaren van gemeenten, ministeries, waterschap en meer: allemaal brachten ze een andere kijk op bepaalde zaken. Al op de eerste dag werd de vraag gesteld: wat hoop je uit deze cursus te halen en waar ben je juist bang voor? Toen zei iemand: ik ben bang dat mijn beeld na deze cursus zo is opgeschud dat ik ander werk wil gaan doen. Die openhartigheid van andere deelnemers vond ik net zo inspirerend als de lessen zelf.’

Heb je al situaties gehad op je werk die je anders hebt aangevlogen dan normaal?

Absoluut! Die terughouding heb ik gevonden. In plaats van meteen stelling nemen en iemand anders proberen te overtuigen, heb ik vaker gedacht: welke vraag zou helpend zijn om tot een bepaald inzicht te komen? Voor mij en voor de ander. In plaats van meteen ten strijde te trrekken stel ik meer open vragen. En dat werkt.

Afsluiting

“Misschien is dit zaadje niet alleen iets wat zorg vraagt, maar ook iets dat laat zien waar wij macht hebben zonder dat we dat altijd zo benoemen. Dat besef alleen al verandert iets.”

Vraag

Wat zou jij kunnen (of moeten) zeggen, maar zeg je meestal niet?

Wat houd je daarin tegen?