Waar denk jij aan bij het woord bureaucratie? Als burger misschien aan de keer dat je je DigiD opnieuw moest instellen. Of aan dat moment waarop je een half uur in de wacht stond bij de Belastingtelefoon, om vervolgens doorgeschakeld te worden naar de verkeerde afdeling. Als ambtenaar mogelijk als je weer eens wanhopig wordt omdat er niets lijkt te mogen. Het woord bureaucratie roept in ieder geval zelden warme gevoelens op. Maar de ‘Bureaucratie Podcast’ van het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) kan daar zomaar verandering in brengen.  

Beeld: © Taco van der Erb

Albert-Jan Kruiter: ‘Het is heel leerzaam om vanuit het perspectief van inwoners, die specialist integraal zijn, te kijken naar de bureaucratie.’

Door: Jaike Reitsema 

Bureaucratie krijgt vaak de schuld van grote maatschappelijke problemen: de stikstofcrisis, de woningnood, armoede. En dat is volgens Albert-Jan Kruiter niet helemaal onterecht. In gesprek met podcasthost en collega Freek van Berkel erkent hij dat bureaucratie stroperig en frustrerend kan zijn. Tegelijkertijd is het ook precies het instrument waarmee je problemen voor miljoenen mensen tegelijk kunt aanpakken. Een zorgverzekering voor iedere Nederlander? Of één miljoen woningen bouwen? Probeer dat maar eens zonder bureaucratie. 

Voor de grondwet, de trias politica en ambtelijke systemen was er vooral tirannie.

Van koninklijke willekeur naar regels en formulieren 

De ‘Bureaucratie Podcast’ is een serie interviews met actieonderzoekers van het IPW, waarin deze telkens hun ervaringen met de bureaucratie en hun pogingen om die te verbeteren, bespreken. De eerste aflevering is anders. Hierin geeft IPW-oprichter Kruiter college over de ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling van bureaucratie: waar komen we vandaan, waar staan we nu en hoe trekken we die wel degelijk zo waardevolle bureaucratie de 21ste eeuw in? 

Kruiter neemt je eerst een paar eeuwen mee terug in de tijd. Voor de grondwet, de trias politica en ambtelijke systemen was er vooral tirannie. Koningen konden van de ene op de andere dag besluiten nemen, simpelweg omdat ze daar zin in hadden. Socioloog Max Weber zag na de Verlichting een nieuw type macht ontstaan: de macht van regels en procedures. Geen willekeur van vorsten meer, maar standaarden die voor iedereen gelden. Achter bureaus ontstond een systeem van formulieren, regels en administratie dat juist bedoeld was om macht eerlijker en voorspelbaarder te maken. 

Autofabrieken ontwikkelden een nieuwe manier van werken. De overheid ging op een vergelijkbare manier naar publieke problemen kijken.

De overheid als lopende band 

Die ontwikkeling paste ook bij de tijd. Na de industriële revolutie ontstonden nieuwe, grootschalige problemen. Iedereen naar school laten gaan? Massaal woningen bouwen? Dat vroeg om een rationele manier van organiseren. In hun autofabrieken ontwikkelden Benz, Daimler en Ford een nieuwe manier van werken: niet één vakman die een hele auto bouwt, maar een proces waarin iedereen een specifieke taak uitvoert. De overheid ging op een vergelijkbare manier naar publieke problemen kijken. De ene organisatie houdt zich bezig met schulden, een andere met toeslagen en weer een andere met studiefinanciering.  

De kracht van onpersoonlijk 

Onpersoonlijk? Misschien. Maar dat was toen juist de kracht ervan. Gelijke gevallen worden gelijk behandeld en niemand staat boven de wet, zelfs de koning niet. Iedereen heeft bepaalde rechten en die rechten zijn afdwingbaar (je kunt naar de rechter stappen). De overheid heeft zich niet te bemoeien met de individuele vrijheid en dus kregen we vrijheid van godsdienst, pers en meningsuiting. De macht van de (vroeger zo willekeurige) overheid werd aan banden gelegd. De overheid kwam op afstand te staan. 

Maar dat verandert met de opkomst van de verzorgingsstaat na de Tweede Wereldoorlog. De overheid komt steeds dichter bij het dagelijks leven van mensen. Ze financiert onderwijs, regelt zorg en biedt ondersteuning wanneer je inkomen wegvalt. Van de wieg tot het graf: de overheid is erbij. 

Het gaat niet om het efficiënt verstrekken van een uitkering. Het gaat om het realiseren van bestaanszekerheid.

Onze bureaucratie verdient een make-over 

Maar nu? In de negentiende eeuw bouwden we de rechtsstaat, in de twintigste eeuw de verzorgingsstaat. Maar wat, vraagt Kruiter, bouwen we voor de 21ste eeuw? Het antwoord is iets daartussen in. Een bureaucratie die antwoorden heeft voor de complexiteit van het moderne leven. Een complexiteit die paradoxaal genoeg ook deels voortkomt uit die bureaucratie.  

Hoe dat er dan precies uitziet, ook Kruiter heeft dat nog niet haarscherp. Er zijn wel (denk)richtingen aan te geven. De belangrijkste is misschien wel dat de publieke dienstverlener/bureaucraat/ambtenaar moet werken vanuit een goed, geïnternaliseerd beeld van de publieke waarden van de overheid. Waarbij – bijvoorbeeld – ‘rechtvaardig’ hoger wordt aangeslagen dan ‘rechtmatig’, en ‘rendabel’ belangrijker wordt gevonden dan ‘efficiënt’.  

Kruiter: ‘Het gaat niet om het efficiënt verstrekken van een uitkering. Het gaat om het realiseren van bestaanszekerheid. Het gaat niet om het reduceren van voortijdig schoolverlaters op een efficiënte manier, maar om het bewerkstelligen van het recht op onderwijs voor kinderen.’  

Het goede nieuws: de ruimte voor een mensgerichte, domein overstijgende, flexibele, op outcome (in plaats van output) gerichte bureaucratie is er. Minder de systeemlogica op één zetten, meer focussen op probleemoplossend vermogen – het kan. In de ‘Bureaucratie Podcast’ hoor je hoe IPW daarin graag voorop wil lopen.