Leestip: Kosten gemeentelijke samenwerking structureel over budget

Het staat buiten kijf dat complexe maatschappelijke uitdagingen vragen om sterke interbestuurlijke samenwerking. Tegelijkertijd is het goed om scherp te blijven op het functioneren en de prijs daarvan. In dat licht houdt het onderzoek van Investico, De Groene Amsterdammer, Trouw en de Gelderlander naar de kosten van gemeentelijke samenwerking een belangrijke spiegel voor.

foto van hoogbouw.
Beeld: ©EMMA

Structureel over budget

De belangrijkste conclusie van het onderzoek: gemeentelijke samenwerkingen gaan structureel over hun budget. In het onderzoek, gepubliceerd in maart 2022, is gekeken naar de jaren 2018, 2019 en 2020. In die jaren slokten de samenwerkingen honderden miljoenen aan onverwachte uitgaven op. De gemiddelde overschrijding van het budget ligt net boven de elf procent.

Investico, De Groene Amsterdammer, Trouw en de Gelderlander kwamen tot deze conclusies na een grootschalige inventarisatie van gemeenschappelijke regelingen – want dat is waarin gemeentelijke samenwerkingen meestal plaatsvinden – en een zo compleet mogelijke vergelijking van hun begroting met hun jaarrekening. 

Van de 419 regelingen die er zijn, ontvingen de onderzoekers van 203 regelingen informatie, goed voor 1.299 documenten. Regelingen die niet aangesloten zijn bij een gemeente maar bij andere overheidsorganen, zijn niet meegenomen in de uiteindelijke dataset. Op die manier dekt het onderzoek ongeveer acht miljard euro aan uitgaven, ongeveer twee derde van de totale lasten van alle geregistreerde gemeenschappelijke regelingen.

Regelingen in allerlei soorten en maten

Gemeenschappelijke regelingen – samenwerkingsverbanden tussen meerdere overheden – zijn er in allerlei soorten en maten. De veiligheidsregio’s, de gemeentelijke gezondheidsdiensten, omgevingsdiensten en werkvoorzieningsschappen horen er bijvoorbeeld bij. Ongeveer twee derde van de onderzochte regelingen overschrijdt elk jaar de oorspronkelijke begroting.

Drechtsteden

In een artikel gewijd aan het onderzoekt pikt De Groene Amsterdammer de Drechtsteden eruit als voorbeeld van een mislukte gemeentelijke samenwerking. 

Toen de gemeenten Dordrecht, Zwijndrecht, Papendrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Sliedrecht, Alblasserdam en Hardinxveld-Giessendam in 2004 op allerlei vlakken gingen samenwerken onder de gemeenschappelijke regeling ‘de Drechtsteden’, waren zij een voorbeeld voor de rest van het land. 

Maar uit het onderzoek komt naar voren dat het samenwerkingsverband een van de koplopers is in het overschrijden van begrotingen. Alleen al de gemeente Dordrecht was minstens 180 miljoen euro duurder uit. Mede daardoor is besloten het samenwerkingsverband te stoppen.

Het stoppen met een gemeenschappelijke regeling is echter ook niet altijd makkelijk. Trouw haalt het voorbeeld van de gemeenten Zutphen en Lochem aan, die samen hun uitkeringen en andere sociale diensten aan burgers zouden gaan leveren. Dat zou kosten moeten besparen. Het initiatief eindigde volgens het dagblad in een ‘vechtscheiding’, waarna de twee gemeenten ieder weer een eigen dienst moesten optuigen. Trouw stelt dat Zutphen en Lochem ‘nooit op een lijn zaten’, was er geen uitgewerkt plan en ontbrak het aan politieke keuzes om kosten te besparen.

De Groene maakt ook melding van een andere mislukte samenwerking van de gemeente Zutphen met vijf andere gemeenten in Gelderland. Het doel: een sociale werkvoorziening. De operatie bleek zo duur dat de gemeente Zutphen uit de samenwerking wilde stappen. Daar moest de gemeente uiteindelijk twee miljoen euro voor betalen.

Samenwerkingen niet per definitie efficiënt

In het licht van bovenstaand onderzoek is ook het rapport Regionaal samenwerken! Wie bepaalt en wie betaalt? van de Raad voor het Openbaar Bestuur uit 2019 interessant. Daarin staat onder meer dat op kostenbesparing weliswaar scherp moet worden gestuurd, maar dat daartoe niet in alle gevallen de mogelijkheden even groot zijn. ‘Kostenbesparing is beter mogelijk naarmate de doelen van een samenwerkingsverband helderder zijn, de taken voorspelbaarder, en wanneer het productieproces zich leent voor automatisering en arbeidsdeling.’
 

Lees meer over het onderzoek: