Het succesverhaal van een groep ambtenaren met een gevoel van urgentie

Bijna twee keer zoveel mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt vindt een baan via de methode IPS in vergelijking tot andere methodieken. Een groot succes, en daarom krijgt de re-integratiemethode Individuele Plaatsing en Steun (IPS) voor de komende twee jaar 18 miljoen euro uit de rijksbegroting. Achter die 18 miljoen zit een verhaal van een bevlogen samenwerking tussen ambtenaren van verschillende overheden, verenigingen en zorgpartijen. Hoe is dat gegaan? En hoe ervaren werkgevers de samenwerking met GGZ, UWV en gemeente? 

Een foto van Henk-Jan Grotenhuis.
©Patrick van den Hurk (EMMA)

In 1 minuut

•    Een derde van de mensen met een uitkering ontvangt GGZ-hulp. En bijna 60 procent van de totale GGZ-kosten gaat naar mensen met een uitkering, ontdekten drie ambtenaren op het ministerie van SZW.
•    De oplossing: re-integratiemethode IPS. IPS is een methode waarbij mensen met psychische problemen, die daarvoor in behandeling zijn bij een GGZ-instelling, niet pas ná hun behandeling op zoek gaan naar werk. In plaats daarvan worden ze tijdens hun behandeling geholpen aan betaald werk bij een werkgever.
•    IPS leidt bij 44 procent van de deelnemers binnen 30 maanden tot betaald werk, terwijl die uitkomst bij andere methodieken 25 procent is. 
•    De komende twee jaar krijgt IPS 18 miljoen euro uit de rijksbegroting. En dat is te danken aan de inspanningen van onder meer het ministerie van SZW, het ministerie van VWS, De Nederlandse GGZ, UWV, Cedris, Divosa, Mensen met Mogelijkheden, MIND, Valente, Stichting Samen Sterk zonder Stigma, de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten en werkgeversvereniging AWVN - verenigd in het initiatief Sterk door Werk.
•    Hans van Beek (U-stal) en Rob van Erven (DonnyCraves) zijn als werkgevers erg te spreken over de IPS-methode. Beiden merken ze dat er op de achtergrond veel afstemming is geweest, waardoor zij niet tegen praktische problemen aanlopen. 

Wat bleek? Een derde van de mensen met een uitkering ontving GGZ-hulp

‘Ik zeg altijd: werk, je kunt ervan afknappen maar je kunt er ook erg van opknappen.’ Aan het woord is Henk-Jan Grotenhuis, ambtenaar op het ministerie van SZW bij de directie Participatie en decentrale voorzieningen. Die directie houdt zich bezig met onder meer de participatiewet, schuldhulpverlening en armoedebestrijding. Vanuit die directie behartigt Grotenhuis het onderwerp Samenwerking tussen de domeinen GGZ en Werk&Inkomen (gemeenten/UWW).

Het begon allemaal in 2013. Of 2014. Grotenhuis twijfelt even. ‘Samen met vooral twee collega’s, Yvonne Wijnands en Marcel Einerhand, heb ik geprobeerd dit thema hoger op de agenda te zetten. Vanuit intrinsieke motivatie.’

‘We hadden het idee dat psychische problemen er vaak toe leiden dat mensen een bijstands- of arbeidsongeschiktheidsuitkering nodig hebben. We wilden weten over wie we het nou eigenlijk hadden in ons werk. We hadden sterk het vermoeden dat dit een groot maar weinig besproken maatschappelijk probleem is: de invloed van mentale gesteldheid op het vinden en behouden van werk.’ 

Met twee collega’s initieerde Grotenhuis een onderzoek om de vermoedens te toetsen. Wat bleek? Een derde van de mensen met een uitkering ontving GGZ-hulp. En bijna 60 procent van de totale GGZ-kosten ging naar mensen met een uitkering. 

‘Enerzijds wil je dat mensen de ‘echte’ wereld weer ingaan, anderzijds benadruk je dat mensen dat nog niet kunnen. IPS draait het op heel verfrissende manier om.’

Beeldvorming omdraaien

IPS is een methode waarbij mensen met psychische problemen, die daarvoor in behandeling zijn bij een GGZ-instelling, niet pas ná hun behandeling op zoek gaan naar werk. In plaats daarvan worden ze, als zij dat willen, tijdens hun behandeling geplaatst bij een werkgever. Het begint dus meteen met echt betaald werk. Een trajectbegeleider begeleidt zowel de client als de werkgever. 

IPS leidt bij 44 procent van de deelnemers binnen 30 maanden tot betaald werk, terwijl die uitkomst bij andere methodieken 25 procent is. 
Grotenhuis: ‘Voor werkgevers zijn mensen met psychische problemen het meest onberekenbaar. Daarnaast is het uitgangspunt van de GGZ-wereld nog vaak om mensen eerst te laten herstellen om daarna pas aan werk te gaan denken.’

‘Die bescherming, hoe goed bedoeld ook, is mijns inziens een paradoxale mededeling,’ vertelt Grotenhuis, ‘enerzijds wil je graag dat mensen de ‘echte’ wereld weer ingaan, anderzijds benadruk je dat mensen daar nog lang niet aan toe zijn. IPS draait het op heel verfrissende manier om.’ 

Volgens Grotenhuis gaat het erom die beeldvorming te veranderen. Maar toen hij de IPS-methode leerde kennen, werd IPS op kleine schaal nog maar door enkele GGZ-instellingen uitgevoerd, daartoe gestimuleerd door kenniscentrum Phrenos. 

‘Je merkt dat er op de achtergrond grote afstemming is geweest. Daardoor verdwijnt de ruis uit het traject.’

‘Soms lukt het niet door een externe partij. Zo zonde van de energie’

Werkgevers zijn enthousiast over IPS. Hans van Beek werkt bij U-stal, een stichting voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Ze beheren depots, fietsenstallingen en bieden schoonmaakdiensten aan. 
Bij Van Beek zijn negen mensen met een IPS- traject geplaatst. Acht daarvan waren een succes. De negende stopte vanwege medicatieproblemen. 

Van Beek is heel positief over IPS, zeker wanneer hij het vergelijkt met de andere re-integratie trajecten die hij heeft begeleid. ‘Je merkt dat er op de achtergrond grote afstemming is geweest. Daardoor verdwijnt de ruis uit het traject. De trajectbegeleider geeft de beperkingen aan en is een praktisch aanspreekpunt die alle gegevens bezit, daardoor hoef je niet steeds naar een andere instantie voor bepaalde informatie.’

Van Beek heeft dat ook weleens anders meegemaakt. Hij vertelt over een man die thuis gevonden werd in apathische staat. Het was moeilijk om hem nog ergens gemotiveerd voor te krijgen. Dankzij de vele inspanningen van U-Stal lukte het om de man weer met plezier naar het werk te krijgen. Totdat zijn medicatie, zonder afstemming of aankondiging, werd aangepast. 

Van Beek: ‘Voor we het wisten was hij weer in dezelfde staat als eerder. Het was handig geweest als wij geïnformeerd waren over zijn medicatie, dan konden wij ook weer het effect daarvan rapporteren. Nu hebben we ontzettend veel energie gestoken in deze man en heeft het uiteindelijk tot niets geleid. En dat komt dan door een externe partij. Dat is ontzettend zonde.’

‘Het IPS-traject vroeg wel degelijk iets van mij als werkgever, ik moest tijd vrijmaken voor de begeleiding, maar het traject verliep heel soepel.’

Nieuwe inzichten

Rob van Erven deed als werkgever al een aantal jaar geleden mee aan een IPS-traject. Hij is oprichter van het bedrijf DonnyCraves. In Amsterdam produceert hij met een klein team vegan brownies en (roze) koeken. 

Een vriend raadde van Erven de IPS-methode aan. Van Erven: ‘Hij dacht het bij ons zou passen om mensen te betrekken met verschillende achtergronden.’ Het ging om jongeren met een psychose. 

Van Erven vulde eerst een aantal formulieren van het UWV in, daarna had hij een intake bij een GGZ-instelling. Met collega’s bereidde hij een case voor over het financieren van een nieuw product. Er kwamen vier IPS-kandidaten langs om die case te bespreken. ‘Twee van hen pasten echt goed bij ons bedrijf,’ aldus van Erven.

Van Erven was erg blij met de jongen die uiteindelijk bij hem aan de slag ging. 

Van Erven: ‘We zijn heel goed begeleid. Het was een heel goede ervaring, ook voor de collega’s die met hem werkten.’

Zelf heeft hij er ook van geleerd. ‘Je krijgt andere inzichten.’ Wat hij daarmee bedoelt? ‘Wat na werk gebeurt is ook belangrijk, dat neem ik mee. Dat is bij iedere werknemer belangrijk om je bewust van te zijn.’
‘De jongen die bij ons werkte, had namelijk geen rem. We moesten hem echt naar huis sturen. Dat was wel apart, uit mezelf zou ik dat nooit doen. Ik dacht: het gaat voortvarend, maar ik zag niet wat er na werk gebeurt. Zijn trajectbegeleider gaf dan terug dat hij enorm moe was.’

Van Erven kreeg niks van de GGZ-behandeling mee, maar hoorde van de trajectbegeleider waar hij op moest letten. Met zijn trajectbegeleider had Van Erven een keer per week contact, soms was dat ook een kort telefoongesprek. 

Van Erven ondervond niet alleen weinig hinder van de veelheid aan betrokken overheden, hij kreeg er eigenlijk niets van mee. ‘Het IPS-traject vroeg wel degelijk iets van mij als werkgever, ik moest tijd vrijmaken voor de begeleiding, maar het traject verliep heel soepel.’ 

‘Die 18 miljoen is pas het begin. De samenwerking tussen partijen komt steeds meer tot bloei.’

Samenwerking versterken

Terug naar Grotenhuis, in de tijd dat IPS-trajecten nog op heel kleine schaal werden ingezet: ‘Er werd nog niet samengewerkt door de verschillende instanties. Werkgeversverenigingen werden überhaupt niet betrokken.’

Samen met zijn collega’s organiseerde Grotenhuis werkbezoeken, om het onderwerp op de politieke agenda te zetten in zijn organisatie. Met succes: in 2016 werd voor vijf jaar een subsidie verstrekt van 20 miljoen. Deze was bestemd voor mensen met een ernstige psychische aandoening die van het UWV een uitkering ontvingen. 

Door ontmoetingsbijeenkomsten te organiseren in de arbeidsmarktregio’s, werd geprobeerd de samenwerking tussen UWV, gemeenten en GGZ te versterken. Vervolgens bood het ministerie van SZW financiële ondersteuning aan regio’s met plannen voor het opzetten of verbeteren van de samenwerking. De werk- en inkomenafdelingen van gemeenten gingen in gesprek met de GGZ-instellingen. Er kwam in 2016 een convenant waarin het UWV en de GGZ hun samenwerking onderstreepten. 

Een foto van een ruimte vol mensen die naar een Powerpointpresentatie kijken.
©Henk-Jan Grotenhuis
De ambtelijke top van de ministeries van SZW en Financiën op werkbezoek bij GGZ-instelling Altrecht in Utrecht, juni 2018. IPS-trajectbegeleiders vertelden hun verhaal, aanwezig waren ook IPS-cliënten en werkgevers die werkten met de IPS-methode. Grotenhuis: ‘Tijdens zo’n werkbezoek gaat het pas echt leven bij ambtenaren.’

Het convenant werd in 2018 opgevolgd door het convenant Samen werken aan wat werkt!, ondertekend door De Nederlandse GGZ, UWV, Cedris, Divosa, Mensen met Mogelijkheden, MIND, Valente, Stichting Samen Sterk zonder Stigma, de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten en werkgeversvereniging AWVN.

Mede dankzij inspanningen van Sterk door Werk, een initiatief dat voortvloeit uit het convenant, is er voor de komende twee jaar 18 miljoen euro voor IPS toegekend door het kabinet. Grotenhuis: ‘Dat is niet heel veel, maar het dit is ook pas het begin. Die samenwerking komt steeds meer tot bloei. De samenwerking met het ministerie van VWS op dit thema is nu ook heel goed. Op bestuurlijk niveau is sprake van regulier overleg tussen de staatssecretarissen van SZW en VWS met een delegatie van de convenantpartijen.’

‘Het is echt geluk geweest dat we elkaar hebben gevonden, want als je zulke mensen vindt geeft dat heel veel energie.’

Een kwestie van knokken 

Dat een goede samenwerking tot stand brengen niet vanzelf gaat, weet Grotenhuis als geen ander. Hij is er al sinds 2013 mee bezig. 
‘Het is echt een kwestie van doorknokken. Maar als je dat met een groepje kunt doen, is het hartstikke leuk.’

Met zijn twee collega’s vond Grotenhuis een aantal gelijkgestemden bij Phrenos, De Nederlandse GGZ, Divosa, UWV en AWVN, die precies hetzelfde gevoel van urgentie hadden. ‘Dat is echt geluk geweest dat we elkaar hebben gevonden, want als je zulke mensen vindt geeft dat heel veel energie.’

Als een hoogtepunt noemt Grotenhuis een duiding van het zorginstituut in 2017; die bepaalt wat wel en niet uit de zorgverzekeringswet wordt bekostigd. Grotenhuis: ‘Als je je wil richten op re-integratie van mensen met een psychische aandoening, dan is het bijvoorbeeld belangrijk dat een GGZ-professional uren die nodig zijn voor afstemming met de gemeente en UWV, in de bekostigingssystematiek van de Zorgverzekeringswet kan declareren.’ 

Uiteindelijk lukte dat: IPS kon in de eerste fase gedeclareerd worden. Grotenhuis is er trots op. Maar hij relativeert het ook gelijk: ‘Er gingen verschillende dieptepunten aan vooraf.’ Daar heel uitgebreid op ingaan, wil hij liever niet. 

Toch laat hij er wel iets over los: ‘Op het moment dat je je nek uitsteekt, loop je het risico om het contact met je eigen organisatie te verliezen, dat vergt voortdurend ook veel aandacht. Je moet je eigen organisatie proberen mee te nemen en rijp te maken voor bepaalde ideeën.’

Tegelijkertijd benadrukt Grotenhuis het belang van een strategisch netwerk dat het onderwerp vanuit de buitenwereld agendeert. ‘De urgentie moet ook van extern komen,’ aldus Grotenhuis, ‘zo ondersteun je elkaar. En natuurlijk heb je ook geluk nodig.’

In zijn eigen woorden speelde Grotenhuis weleens hoog spel, maar dat was het meer dan waard. 

‘Ik vind dit een zeer inspirerend thema. We mogen mensen niet in de kou laten staan in Nederland, en dit is daar een voorbeeld van. Kinderen denken nog dat ze de wereld kunnen verbeteren. Dat kun je naïef noemen, maar ik denk juist dat we die energie moeten vasthouden!’