Georganiseerde criminaliteit in Noordelijke zeehavens: weten wat je mag delen om beter samen te kunnen werken

Dát er georganiseerde criminaliteit plaatsvindt in de zeehavens in Friesland en Groningen, daar bestaat weinig twijfel meer over. Maar wat zich er precies afspeelt, weet eigenlijk niemand. Politie, andere handhavingsorganisaties, bedrijven en gemeenten hebben allemaal een puzzelstukje in handen, maar de uitwisseling van informatie gebeurt nog maar mondjesmaat. Zo concludeert ook Nicolette Woestenburg van onderzoeksbureau Pro Facto, die de gezamenlijke informatiepositie van de politie en andere handhavingspartners nader bekeek. ‘Iedereen heeft wel het idee dat er iets moet zijn, maar verwijst ook weer naar elkaar.’

Schip vaart in haven in schemerlicht
©Ministerie BZK

In 1 minuut

  • Er zijn vermoedens dat criminelen vrij spel hebben in de havens in Groningen en Friesland. Het gaat dan waarschijnlijk met name om mensenhandel en drugscriminaliteit.
  • Op dit moment is de criminaliteit in de Noordelijke havens geen prioriteit voor opsporing- en handhavingsorganisaties. Daarom is er maar weinig aandacht voor het probleem en weinig over bekend.
  • Het ontbreekt aan goede informatie en het samenbrengen van de stukjes informatie van de verschillende handhavingspartners, concludeert onderzoeksbureau Pro Facto, dat onderzoek deed naar de Noordelijke zeehavens.
  • Systemen beter op elkaar laten aansluiten en afspraken maken over informatiedeling kan de gezamenlijke informatiepositie versterken.

Wel vermoedens, geen bewijs

Begin oktober presenteerde Politie en Wetenschap een rapport over georganiseerde criminaliteit in de Noordelijke zeehavens. Daarin werd gekeken naar de aard en omvang van de georganiseerde criminaliteit in de Noordelijke zeehavens en de gezamenlijke informatiepositie van de politie en andere handhavingsorganisaties.

De conclusie? Er zijn sterke vermoedens dat er georganiseerde criminaliteit plaatsvindt in de Noordelijke zeehavens, maar er is weinig informatie bekend over het hoe en wat. Het ontbreekt aan concrete bewijzen.

Nicolette Woestenburg is onderzoeker bij Pro Facto en voerde met collega’s het onderzoek uit.

Woestenburg: ‘Het vermoeden was, op basis van eerder onderzoek en signalen uit de havens van Amsterdam en Rotterdam, dat er ook in het Noorden ‘iets’ moest zijn. Maar het signaal bleef heel vaag. Gedurende het hele onderzoek zijn er vrijwel geen concrete voorbeelden boven water gekomen.’

Systemen op elkaar laten aansluiten

Dat heeft volgens Woestenburg met verschillende dingen te maken.

In de eerste plaats zijn de zeehavens op dit moment geen prioriteit. Er is weinig toezicht en er zijn veel personeelswisselingen bij de verschillende organisaties. Daarnaast is de capaciteit beperkt. Aandacht en samenwerking hangt nog vaak af van persoonlijke bevlogenheid.

Ook heeft het geringe aantal voorbeelden dat bekend is te maken met de registratie van criminaliteit, geeft ze aan. De systemen van de verschillende organisaties sluiten niet goed op elkaar aan. Dat maakt het lastig om een volledig beeld te krijgen van de situatie.

Eén van de adviezen in het rapport is dan ook: sluit systemen beter op elkaar aan. In Noord-Holland zijn ze hier al mee bezig, geeft Woestenburg aan. Daar zijn op een andere manier labels gaan gebruiken om informatie beter te kunnen ontsluiten.

Woestenburg: ‘De politie werkt vanuit thema’s, maar eigenlijk zou je willen dat de zeehavens worden gezien als een knooppunt, een plek waar goederenstromen samenkomen. Nodale oriëntatie heet dat. Je kunt nu zoeken op ‘diefstal’ bijvoorbeeld, maar je kunt niet zoeken op ‘zeehaven’. Dat maakt het lastig om een analyse te maken van de criminaliteit daar.’

‘Je hoeft echt niet constant aanwezig te zijn als politie. De marechaussee en douane zijn er, Rijkswaterstaat komt er ook. Als je de samenwerking opzoekt, hoef je niet alles zelf te doen.’

Je hoeft echt niet altijd aanwezig te zijn, maar zoek de samenwerking op

Afspraken over informatiedeling

Woestenburg is zich ervan bewust dat het delen van informatie niet altijd even eenvoudig is. Toch is er nog ruimte voor meer uitwisseling, merkt ze op.

‘Het overleg dat ik bedoel zit in de directe werksituatie-overleggen. De afgelopen jaren weten partners elkaar al beter te vinden, maar het blijft op grote lijnen. Elkaar leren kennen, wie is wie. Je zou willen dat er meer ruimte is om elkaar te bellen en informatie te delen.’

Wat ook kan helpen, zo geeft ze aan, is vastleggen in convenanten welke informatie wel en niet mag worden gedeeld en met welk doel. Dat wordt nu gedaan in Vlissingen.

Woestenburg: ‘Je kunt natuurlijk niet afwijken van de wet, maar door het opstellen van convenanten wordt duidelijker voor de praktijk wat je mag delen. Bij onduidelijkheden ben je toch vaak terughoudender, want dan kun je het zeker niet verkeerd doen.’

Kortom: weten wat je mag delen, helpt om beter te kunnen samenwerken.

Vicieuze cirkel

De politie Noord-Nederland en andere handhavingsorganisaties hebben naar aanleiding van het onderzoeksrapport aangegeven dat zij ermee aan de slag willen. Hoe dat precies handen en voeten krijgt is nog niet bekend.

Volgens Woestenburg is het allerbelangrijkste om te beslissen in hoeverre de criminaliteit in de Noordelijke zeehavens prioriteit is voor de organisaties.

Alleen dan kan de vicieuze cirkel – er is weinig aandacht voor, dus weinig over bekend, dus weinig aandacht voor – worden doorbroken.

Weten wat je mag delen, draagt bij aan beter kunnen samenwerken

3 adviezen over samenwerken uit het onderzoek naar de Noordelijke zeehavens

  • Sluit systemen beter op elkaar aan, bijvoorbeeld door een andere manier van taggen.
  • Voorkom dat de informatiepositie afhangt van de bevlogenheid van een aantal mensen door structureel prioriteit aan dit onderwerp te geven.
  • Maak afspraken over wat je mag delen en met welk doel.

En belangrijker nog, aldus Woestenburg: ‘Houd risicogerichte controles. Doe iets!’

Meer lezen over dit onderzoek? Het rapport is te downloaden op de website van Pro Facto.