‘Eigenlijk zijn we als overheid digitaal op papier gaan werken. Of beter gezegd: blijven werken. Als je kijkt naar hoe het gemiddelde ministerie nu werkt, dan zie je een soort pdf-pakhuis waarin we elkaar word-bestanden en excel-lijstjes mailen, zegt Arjan Spruijt. Als kernteamlid en projectmanager datagestuurde gebiedsontwikkeling bij DMI-ecosysteem laat hij zien hoe het ook kan. ‘Digitale technologie is bij uitstek geschikt om integrale opgaven aan te pakken.’
Beeld: © EMMA / Astrid Vermeer
Arjan Spruijt: ‘Het mooie van zo’n digitaal ecosysteem is dat het gezamenlijkheid opwekt.’
Hoewel we een van de meest gedigitaliseerde landen ter wereld zijn, gebruiken we de mogelijkheden die technologie ons biedt, nog maar ten dele. ‘Europa’, zegt Arjan Spruijt, ‘beheerst maar tien tot vijftien procent van de technologie die we dagelijks gebruiken en waarvan we in veel opzichten afhankelijk zijn. Lange tijd was dat een gegeven waar we niet zoveel bij stil stonden.’
Maar nu Amerikaanse techgiganten het niet lijken te accepteren als Europa moeilijk gaat doen over privacy en soevereiniteit, lijken we - tot Spruijts vreugde - wakker te worden. Ook de geopolitieke ontwikkelingen dwingen ons tot heroriëntatie en het besef dat we veel meer op basis van Europese afspraken en standaarden, en met Europese menselijke waarden, Europese technologie moeten ontwikkelen en inzetten.
Het is ook hoognodig, zegt hij. Ook de ministeries doen meer en meer digitaal en je zou verwachten dat we nu optimaal gebruikmaken van de mogelijkheden. Echter: ‘Eigenlijk zijn we als overheid digitaal op papier gaan werken. Of beter gezegd: blijven werken. Als je kijkt naar hoe het gemiddelde ministerie nu werkt, dan zie je een soort pdf-pakhuis. We mailen elkaar word-bestanden en excel-lijstjes en dat is het wel zo’n beetje.’
Toch is Spruijt optimistisch: ‘Ik zie het huidige tijdsgewricht als een wake up call. Een window of opportunity. Maatschappij, probleem en oplossing komen nu samen. En als dat gebeurt, dan kun je gaan investeren. Je ziet dat dat nu wel gebeurt.’
‘Ik zie het huidige tijdsgewricht als een wake up call: maatschappij, probleem en oplossing komen nu samen’
Integrale gebiedsontwikkeling
Arjan Spruijt doet veel. Hij is bestuurslid van FUTUR, het jonge ambtenarennetwerk, waarbinnen hij onder meer de aanjager is van het nadenken over de overheid van de toekomst. In het dagelijks leven is hij ook - zoals gezegd - projectmanager datagestuurde gebiedsontwikkeling bij DMI-ecosysteem. De gemene deler: de ontwikkeling van technologie en hoe je die inzet voor een beter werkende overheid en samenleving.
Digitale technologie, zegt Spruijt, is bij uitstek geschikt om te helpen integrale opgaven aan te pakken. Een goed, actueel voorbeeld is gebiedsontwikkeling. ‘Dus, zeg, je moet als gebiedsontwikkelaar in een willekeurige stad 3000 woningen realiseren in een hoogstedelijk gebied. Maar je moet niet alleen die woningen neerzetten, je moet in datzelfde gebied ook zorgen voor mobiliteit en energie. Je moet ook rekening houden met klimaatverandering, met stikstof, met de bewonerswens te leven in een schone, veilige, sociale en groene omgeving. Kortom, het gebied moet volgens allerlei op elkaar af te stemmen eisen worden ontwikkeld.’
‘Maar dat is nog niet alles. Als gemeente heb je ook te maken met schaarste. Schaarse ruimte, schaarse plancapaciteit, schaarse mensen. In dat gat tussen Rijk en wijk, zoals ik het maar even noem, springen wij. ‘
Het rekening houden met al die factoren gaat domweg een stuk gemakkelijker als je het overzicht hebt. En dankzij dat overzicht snel kunt schakelen tussen de verschillende belangen. Dat overzicht krijg je als je een zogenoemde ‘Digital Twin’, een digitaal evenbeeld van de fysieke leefomgeving, bouwt.
‘De kern van innovatie is niet méér data en info genereren – dat is er allemaal wel’
Beeld: © EMMA / Astrid Vermeer
Arjan Spruijt: ‘Persoonlijk zou ik de inzet van AI-ambtenaren toejuichen.’
Digital Twin
Deze virtuele representatie van een fysiek object – maar het kan ook een proces of een systeem zijn - wordt continu bijgewerkt met data uit de echte wereld. Je gebruikt deze digitale kopie om processen te simuleren, prestaties te analyseren en te optimaliseren, en zelfs om toekomstige ontwikkelingen te voorspellen.
Spruijt: ‘De kern van innovatie is niet méér data en info genereren – dat is er allemaal wel. Met een digitale interface kun je zorgen dat je de juiste data gebruikt en kun je daadwerkelijk verbinding realiseren, bijvoorbeeld tussen ‘silo’s’ zoals waterbeheer en economie.’
‘Onder ‘oude’ omstandigheden zouden deze domeinen – elk met hun eigen belangen – vroeg of laat met elkaar botsen. Maar als je vanaf het begin zorgt dat ze de juiste data gebruiken, kunnen ze samen optrekken in plaats van los van elkaar. Executiekracht ontstaat als we kennisoplossingen uit de domeinen bij elkaar brengen en beschikbaar maken voor iedereen. Zo werkt het DMI-ecosysteem.’
Het mooie van zo’n ecosysteem, zegt Spruijt, is dat het gezamenlijkheid opwekt. ‘Dat doen we door samenhang te brengen tussen verschillende domeinen, tussen de digitale wereld en de fysieke wereld, tussen publiek en privaat, tussen rijk en regio. Dus op al die schaalniveaus zijn we aan het verbinden vanuit heel concrete vragen. In dit geval gaat het om gebiedsontwikkeling. Maar het kan ook op het gebied van dienstverlening of data delen. Zo’n ecosysteem is op heel veel niveaus bruikbaar.’
‘Executiekracht ontstaat als we kennisoplossingen uit de domeinen bij elkaar brengen en beschikbaar maken voor iedereen’
Herbruikbaarheid
Zo’n ecosysteem neemt zelf geen besluiten, zegt Spruijt. Maar het brengt wel partijen bij elkaar die alle informatie in kaart brengen en de relaties inzichtelijk kunnen maken, zodat degenen die besluiten moeten nemen, die besluiten onderbouwd met data kunnen nemen.
Een mooi voorbeeld is een digital twin project in de provincie Flevoland, waar in Almere de domeinen woningbouw, mobiliteit en energie moeten samenkomen. De kick-off vond plaats in oktober 2023, de resultaten moeten herbruikbaar zijn voor andere gemeenten in het DMI-ecosysteem. Ook andere gemeenten zoals Dordrecht, Hilversum, Breda en Rotterdam zijn bezig met digitale ecosystemen voor hun steden.
‘Als je als overheid echt goed contact wilt met de samenleving, moet je visueler werken’
AI-ambtenaar
Als bestuurslid van FUTUR, het jonge ambtenarennetwerk, is Arjan Spruijt ook de aanjager van het nadenken over de overheid van de toekomst. Hoe moet die overheid beleid maken? Met welke middelen? In welke taal? Hoe moet die overheid omgaan met zijn burgers? Hoe kan de dienstverlening beter en toegankelijker? En welke rol kan bijvoorbeeld AI daarin spelen?
Spruijt: ‘Als je als overheid echt goed contact wilt hebben met de samenleving, moet je visueler gaan werken. Nu is de communicatie vanuit de overheid nog erg taalgericht. Waarbij dan ook nog vaak taal wordt gebruikt die niet voor iedereen toegankelijk is. In de toekomst zullen we meer de kracht van verbeelding moeten gaan benutten. En technologie kan daarbij helpen.’
Vorig jaar gooide FUTUR met de tentoonstelling ‘Overheid van de toekomst’ hoge ogen op de Dutch Design Week. Daar kon je toen ook interacteren met de eerste AI-ambtenaar. Dit jaar, zegt Spruijt, is FUTUR wederom in Eindhoven en worden er meer AI-ambtenaren gelanceerd. Daar kun je dan als deelnemer mee in gesprek gaan.
Spruijt: ‘Niet omdat we bij FUTUR vinden dat ze er per se moeten komen. Maar wel om het gesprek aan te zwengelen, begrip te krijgen van de technologische mogelijkheden en die te onderzoeken op hun maatschappelijke waarde. Dat gesprek moet ook plaatsvinden in de samenleving en tussen samenleving en overheid.’
‘Door AI-ambtenaren in te zetten, onderzoeken we de technologische mogelijkheden op hun maatschappelijke waarde’
Menselijke maat
Wat zou hijzelf vinden van de inzet van AI-ambtenaren? ‘Persoonlijk zou ik zo’n ambtenaar, zo’n verbeelding van een ambtenaar, toejuichen. Als je kijkt naar hoeveel tijd en moeite het nu kost om een parkeervergunning of hypotheek aan te vragen – telkens andere formulieren, veel dezelfde vragen, heel veel analoog, heel veel verschillende wachtwoorden moeten aanmaken – een mens wordt er gek van.’
‘Ik heb dan liever een interface waar je direct vragen aan kunt stellen en die persoonlijker is dan een website of dan een chatbot. Je moet in dit soort trajecten wel altijd een uitwijkmogelijkheid naar een mens hebben. En voor kwetsbare groepen moet je in je dienstverlening vol inzetten op de menselijke maat.’