De beste kunstmestvervanger zou weleens uit de Achterhoek kunnen komen

‘We bedenken iets en dan gaan we het gelijk doen.’ Onder dat motto vond Stichting Biomassa een vervanger voor kunstmest. Hun pilot Kunstmestvrije Achterhoek leverde belangrijke input voor het maken van nieuwe Europese regelgeving rondom kunstmestvervangers. Hoe is dat gelukt? 

Een bemester op landbouwgrond
Beeld: ©Stichting Biomassa

In 1 minuut

  • In 2012 werd de stichting Biomassa opgericht, naar aanleiding van experimenten die verschillende boerenbedrijven (ForFarmers, Slootsmid, Nijhuis Industries, Wilba Techniek, Estede Scientific, Waterstromen, Dorset en Groot Zevert Vergisting) deden met eendenkroos.
  • Rondom de aanpak van mest- en mineralenoverschotten kwam de stichting in 2018 in contact met beleidsmedewerkers van de Provincie Gelderland. Zo ontstond het project Kunstmestvrije Achterhoek. In het project wordt gezocht naar een kunstmestvervanger.
  • Het project kreeg van het ministerie van LNV een vierjarige vrijstelling vanuit het zesde Nitraat Actieprogramma om proeven te doen met herwonnen bemestingsproducten uit dierlijke mest: Groene Weide Meststof. Het doel was om reguliere (chemische) bemestingsproducten te vervangen. 
  • Van 2018 tot 2021 onderzocht Wageningen University & Research de opbrengst en milieueffecten van Groene Weide Meststof en kunstmest. Die bleken vergelijkbaar.
  • Daardoor kan Groene Weide Meststof erkend worden door de Europese Commissie. De onderhandelingen over die wetgeving spelen momenteel, de verwachting is dat de kunstmestvervanger volgend jaar Europees erkend wordt en gebruikt kan worden op grotere schaal. 

Praten en doen

Op een zonnige dag staat het erf van Winsect er vrolijk bij: een witte partytent, foodtrucks aan de zijkant geparkeerd en een grote groep genodigden. De een met een bekertje koffie of thee, de ander in de rij voor een naambadge. 

Allemaal naar aanleiding van het 10-jarig jubileum van de Stichting Biomassa. 

Alhoewel… ‘Eigenlijk waren we dit symposium al aan het organiseren en toen kwamen we erachter dat we inmiddels tien jaar bestaan’, vertelt Hayo Canter Cremers, coördinator van stichting Biomassa. 

De stichting gaat over praten en doen, vertelt Canter Cremers. ‘We bedenken iets en dan gaan we het gelijk doen’, vat hij samen.

‘Iedereen in ons bestuur is gek van innovatie, daarom steken we er zoveel van onze vrije tijd in’

Eendenkroos

Op een netwerkdag in 2009 kwam Canter Cremers te spreken met Arjan Prinsen van bedrijf Groot Zevert. Ze hadden het over het stikstof- en nitraatprobleem, dat momenteel volop in het nieuws is. Maar dat toen, dertien jaar geleden, ook al urgent was.

Prinsen en Canter Cremers deelden dezelfde ideeën over een alternatieve eiwitbron: eendenkroos. Daarmee wilden ze het mestoverschotprobleem oplossen. 

Dat zit zo: eendenkroos is een klein, maar zeer eiwitrijk plantje. Het groeit goed op water dat is gemengd met mest. Daardoor zou eendenkroos kunnen dienen als veevoer- en sojavervanger. Bovendien kom je zo als boer van je mestoverschot af. 

Arjan Prinsen presentatie op jubileum
Beeld: ©Stichting Biomassa

Naast Groot Zevert raakte een aantal andere bedrijven ook betrokken bij de proeven. Uiteindelijk leverden die te veel problemen op, maar het zorgde wel voor de oprichting van stichting Biomassa in 2012. Het doel? Met de bedrijven gezamenlijk innovatieve oplossingen voor erkende problemen ontwikkelen en er financiën voor zoeken.

Gek van innovatie

‘Iedereen in ons bestuur heeft veel passie voor innovatie,’ vertelt Arjan Prinsen met een ondeugende glimlach. ‘Daarom steken we zoveel van onze vrije tijd hierin.’

‘Onze zwakte is dat we te weinig tijd hebben om dingen uit te voeren. Daarom staat Hayo nu aan het roer. Wij leggen het lijntje, hij pakt het op. Hayo versnelt’, zegt Prinsen erover. 

Na een aantal jaar gewerkt te hebben met stagiairs, stelde de stichting Hayo Canter Cremers aan als coördinator. Hij is druk met allerlei administratie en projectmanagement: mensen bij elkaar roepen, ideeën opschrijven, subsidies aanvragen, tussenrapportages schrijven, presentaties geven. 

Canter Cremers overlegt regelmatig met waterschappen, regio Achterhoek, de provincie en ministeries. 

‘Het mooiste bewijs van onze samenwerking is de vrijstelling vanuit het zesde Nitraat Actieprogramma’

Kunstmestvrije Achterhoek

Hoe gaan die overleggen? Canter Cremers: ‘We praten over de ontwikkelingen die wij zien vanuit de praktijk en adviseren dan welk beleid daarvoor nodig is. Het is een wisselwerking: zij kunnen vanuit het beleid ook vertellen waar wij op moeten focussen.’

Rondom de aanpak van mest- en mineralenoverschotten kwam de stichting in 2017 in contact met beleidsmedewerkers van de Provincie Gelderland.  

Zo ontstond het project Kunstmestvrije Achterhoek. ‘Die naam gebruikten we als werktitel, maar die is uiteindelijk gebleven’, vertelt Canter Cremers. ‘We hebben er nog weleens last van gehad, want het is niet ons doel om kunstmest volledig uit te bannen.’

Prinsen is goed bekend in Den Haag en bij andere overheden. Naar eigen zeggen omdat hij altijd heeft gedaan wat hij zei en daarmee vertrouwen heeft opgebouwd

Bemesting verduurzamen

Kunstmestvrije Achterhoek werkt niet alleen samen met de provincie, maar zit ook aan tafel bij ministeries.

Het mooiste bewijs van hun samenwerking met ministeries vindt Canter Cremers de vrijstelling vanuit het zesde Nitraat Actieprogramma. Mede dankzij de inzet van de stichting kregen de Achterhoek en Groot Zevert Vergisting  een vierjarige vrijstelling voor enkele regels van de mestwetgeving van het ministerie van LNV.

Op die manier kon de stichting Biomassa met hun project Kunstmestvrije Achterhoek proeven doen met herwonnen bemestingsproducten uit dierlijke mest: Groene Weide Meststof. Het doel was om reguliere (chemische) bemestingsproducten te vervangen. 

Groene Weide Meststof

Groene Weide Meststof is een mineralenconcentraat afkomstig van de mestvergistingsinstallatie Groot Zevert in Beltrum, gebaseerd op vergistte vleesvarkensmest. Uit de varkensmest wordt biogas en meststof gewonnen. De kunstmestvervanger is bedoeld voor grasland. Voor de aanwending ervan is een speciale machine ontwikkeld tijdens de pilot. 

Randvoorwaarden

Hoe kwam de stichting aan tafel bij het ministerie van LNV? Harm Smit, beleidsmedewerker team Mest en Milieu bij het ministerie, vertelt hoe de gesprekken in 2017 zijn gestart. 

‘Dit project werd ons aangedragen vanuit verschillende hoeken, zoals de provincie Gelderland, LTO Nederland en er waren al bestaande contacten tussen Groot Zevert en de Wageningen Universiteit.’
Smits ministerie was op dat moment bezig met het opstellen van het zesde Nitraat Actieprogramma. 

‘We zochten projecten om het mestbeleid in Nederland te verbeteren, in samenhang met de milieukwaliteit en toewerkten naar Kringlooplandbouw. Dit project paste daar goed in, vanwege het feit dat deelnemende boeren op basis van grondmonsters bemestingsadvies kregen en advies werd ingevuld met hoogwaardige meststoffen uit dierlijke mest uit de regio. 

‘Verdere pluspunten waren het feit dat deze pilot in een nieuwe regio was – we werkten immers al in Brabant en Limburg en de wetenschappelijke ondersteuning vanuit de universiteit, waardoor de resultaten wetenschappelijke geborgd zijn.’

‘Dat was voor ons genoeg reden om in het project mee te gaan. We hebben wel een aantal randvoorwaarden gesteld, zodat het afgekaderd werd als een pilot: maximaal 150 deelnemers, een beperkt aantal hectaren en een tijdspad van vier jaar.’

Vanuit de regio, via Den Haag naar Brussel

Als je hen vraagt hoe ze aan tafel kwamen bij het ministerie en of ze daarbij geholpen zijn door de regio of de provincie, vertelt Prinsen trots dat hij dat zonder adviseurs heeft gedaan, maar wel met de regio en de provincie. 

‘De kracht is om het samen te doen. En de juiste plek te zoeken waar je moet beginnen. Soms is dat de gemeente, maar in dit geval was het de regio en de provincie.’

Hoe hij het vervolgens aanpakt? ‘Gewoon bellen en gaan.’ 

Prinsen is goed bekend in Den Haag bij de ministeries en bij andere overheden. Naar eigen zeggen omdat hij altijd praktische projecten heeft uitgevoerd en daarin heeft gedaan wat hij zei. Daarmee heeft hij vertrouwen opgebouwd. Hem wordt soms ook gevraagd naar input voor beleid.

Zo ziet hij het dan ook het liefst: dat projecten vanuit de regio, via Den Haag naar Brussel gaan. 

‘Wij hebben een passie voor de sector en een groot netwerk. De slagkracht die wij hebben moet je benutten.’

‘Je moet het gewoon laten zien en het gaan doen.’ Dat is het motto van Prinsen.  

Hij maakte een lijstje van boeren die hij kende. Die belde hij op. Of ze zin hadden om hun land beschikbaar te stellen voor een proef met Groene Weide Meststof. 

‘Wat levert het me op?’ vroegen sommigen aan hem. ‘Niks! Zei ik dan, je weet het nog niet. Het kan eigenlijk vooral tegenvallen. Het is een proef’, vertelt Prinsen lachend. 

Of hij de boeren dan erg moest overtuigen? ‘Nee, hoor.’ Degenen die twijfelden, belde hij niet meer op. Toch hield hij tien boeren over, die drie jaar lang drie hectaren landbouwgrond beschikbaar stelden voor de proeven. 

Stuurgroep

Er ontstond een stuurgroep, bestaande uit financierders en uitvoerders: LTO, For Farmers, provincie Gelderland, het ministerie van LNV en I&W en de WUR. 

LTO-Noord was projectbegeleider en deed de communicatie met de veehouders. Zij leverde, met hen in contact gebracht door Prinsen, een lijst aan van deelnemende bedrijven, RVO zorgde voor een ontheffing op basis van de door LNV afgegeven vrijstelling, de WUR voerde het onderzoek en monitoringsprogramma uit. De provincie, LNV en I&W waren medefinancier van onderzoek en deden communicatieactiviteiten.

‘De stuurgroep kwam twee keer per jaar bij elkaar’, vertelt Smit. ‘In de praktijk vonden er wetenschappelijke proeven plaats, dus er was altijd wat te vertellen. Naast de presentatie van de tussentijdse resultaten bespraken we de planning voor de komende tijd. We voerden gesprekken over het tevredenheidsonderzoek van LTO over Groene Weide Meststof en iedereen was heel geïnteresseerd in hoe het product straks een eigen/generieke plek krijgt.’

Erkenning door Europese Commissie

De landbouwgrond die bemest werd met Groene Weide Meststof groeide van tien keer drie hectaren snel uit tot een veelvoud daarvan. Meer boeren gingen meedoen, want de proeven bleken succesvol. 

In 2018 tot 2021 onderzocht de WUR de meststof en zijn werking. Het onderzoek toonde aan dat de kunstmestvervanger niet afwijkt van kunstmest, wat betreft opbrengst en milieueffecten, zoals nitraatuitspoeling. En de opbrengst van de graslanden met en zonder kunstmest bleek nagenoeg gelijk.

Er wordt verwacht dat de Europese Commissie Groene Weide Meststof zal erkennen, maar die discussie loopt nog. 

Hoe zeker is het dat er via Brussel landelijke toestemming komt om de kunstmestvervanger te gebruiken? Smit: ‘Dit project heeft duidelijk gemaakt dat het mogelijk is om kunstmest te vervangen. De uitkomsten van onder andere deze pilot geven ons extra argumenten om ons hier in Brussel hard voor te maken. Het onderwerp is ook zeker geagendeerd, maar we zijn nog aan het onderhandelen met de Europese Commissie om het mogelijk te maken.’

De vrijstelling voor de Groene Weide Meststof is nu voor één jaar verlengd, in het zevende Nitraat Actieprogramma, in afwachting op die onderhandelingen. De verwachting is dat het gaat lukken om de kunstmestvervanger geaccepteerd de krijgen. 

‘Je moet het gewoon laten zien en het gaan doen’

Stikstofuitstoot in de stal

Canter Cremers en Prinsen vinden wel dat het lang duurt, die nieuwe wetgeving. Het past ook niet echt bij hun mentaliteit van kort praten, gelijk doen. 

Hoe nu verder? Lang wachten? Geheel in stijl zijn Prinsen en Canter Cremers al begonnen met nieuwe projecten. 

Zes maanden geleden hingen ze stikstofsensoren op in de stal van Prinsen.

Hayo Cremer Canters op een weiland
Beeld: ©Stichting Biomassa

Canter Cremers: ‘Die sensoren leiden allereerst tot meer bewustzijn over stikstofuitstoot bij de boer. Maar het levert ook ideeën op: op een gegeven moment zagen we een enorme piek in de gemeten stikstof. We dachten eerst dat de sensor kapot was, maar toen bleek dat Arjan precies rond die tijd de mest had gemixt.’

Ze bedachten een proef: wat nou als je een robot water met een stofje over de stalvloer laat sproeien, die de werking van enzymen die stikstofuitstoot veroorzaken, remt? Dat zou systematisch tot de halvering van stikstofuitstoot kunnen leiden, denken ze. 

‘We hebben die proef nu één keer gedaan. Nu moeten we het alleen nog vaker doen. En de methode wetenschappelijk valideren.’

Wetenschappelijke validatie

Of dat alles is? Aan innovatieve ideeën bij de stichting Biomassa geen gebrek: ze willen het teveel aan veen wat gebruikt wordt in de potgrondindustrie, vervangen door organisch geproduceerde mest, waarmee de boer van zijn reststroom afkomt. 

En in netwerkcongestie zien Prinsen en Canter Cremers geen probleem, maar een kans. De energie van alle zonnepanelen die op het boerendak makkelijk passen, kan naar gerecyclede accu’s om, bijvoorbeeld, de melktank te koelen. 

Gestroomlijnde initiatieven zoals deze, gedragen door de sector en goed verbonden met verschillende overheden, hebben kortom nog veel in hun mars.  

Met welke les gaan Smit en zijn ministerie verder? ‘Ik raad anderen aan om ook pilots te starten met wetenschappelijke begeleiding. Zo is de pilot niet alleen voor de deelnemers interessant, maar haal je er een bredere waarde uit.’ 

‘In deze pilot is een mooie verduurzaming gerealiseerd: door reststromen te gebruiken die al in de regio zijn, neemt de druk op het hele systeem af.’