Dijkgraaf Geert-Jan ten Brink: ‘Geef water een leidende rol’

Op 1 juli vindt het Dorpenfestival plaats. In een reeks artikelen blikken we hierop vooruit. Geert-Jan ten Brink, dijkgraaf van waterschap Hunze en Aa’s, heeft een uitgesproken visie: ‘Maak water een leidend principe in ruimtelijke ontwikkelingen en toon slim, creatief bestuurlijk leiderschap. De “u vraagt, wij draaien” mentaliteit kan niet meer’. 

Geert-Jan ten Brink aan de Hunze
©Waterschap Hunze en Aa's

In 1 minuut 

  • We spraken Geert-Jan ten Brink, dijkgraaf van waterschap Hunze en Aa’s, over de specifieke problematieken en uitdagingen van klimaatverandering voor zijn waterschap.
  • Het waterschap kan als het erg droog is de snel stijgende watervraag voor beregening bijna niet bijhouden; ‘We hebben de grenzen van maakbaarheid bereikt’, weet Ten Brink. 
  • Water moet volgens hem dus een leidend principe worden in vraagstukken van ruimtelijke ordening: ‘niet eerst allerlei plannen voor woningbouw en landbouw maken en verwachten dat het waterschap het waterbeheer wel regelt, maar aan het begin al nadenken over een slimme ruimte-indeling waarin watersysteem en grondgebruik in samenhang worden beschouwd.’
  • Kijk naar de opgaven in een gebied, en probeer die te combineren in één oplossing.
  • Daarbij is de dialoog met overheden, inwoners en agrariërs cruciaal voor het komen tot werkende oplossingen.  
  • ‘Bij de ophoging van de Brede Groene dijk in Noordoost Groningen,waren er nul bezwaren tijdens de hele procedure. Dat komt omdat we vanaf het begin iedereen aan tafel hadden.’

‘In april fietste ik langs een perceel in het Drentsche-Aa-gebied. Vorig jaar stond er mais, het jaar daarvoor aardappels. Nu stonden er bloemen en werd het perceel al beregend. Toen was het nog niet eens mei! En dat  op hoge zandgronden die gevoelig zijn voor droogte,’ aldus Geert-Jan ten Brink.

Als dijkgraaf heeft hij ook zorgen bij de problematiek van veenoxidatie. ‘Als veen droog komt te liggen, oxideert het en daalt de bodem. Als we ons waterbeheer aanpassen aan de dalende bodem door waterpeilen te verlagen, komt meer veen droog te liggen. Met als gevolg verdere oxidatie. En dus bodemdaling. Dit is geen duurzame oplossing. We moeten hier anders naar gaan kijken, zodat het grondgebruik op lange termijn in overeenstemming is met het watersysteem en het klimaat.’

We hebben altijd gedacht dat het waterschap wel voor voldoende water zorgt, maar die vanzelfsprekendheid is voorbij

Klimaatverandering

‘Weet je wat ik vroeger dacht? Het waterschap heeft een beetje een duf imago: het is een functionele overheid die zorgt voor voldoende schoon water. Die gaan hun gang maar. Maar dat is niet zo. Het waterschap is ontzettend spannend, klimaatverandering zorgt voor grote vraagstukken en uitdagingen’.

Hierom besloot Ten Brink in 2017 dijkgraaf te willen worden van waterschap Hunze en Aa’s en te solliciteren. Hij zit opgewekt tegenover me, terwijl hij over serieuze vraagstukken praat. Dat komt misschien wel omdat hij in elk probleem een uitdaging ziet; denk aan het perceel in het Drentsche-Aa-gebied. Tijd om het gesprek aan te gaan en iets te ondernemen, vindt Ten Brink. 

Eindige maakbaarheid

‘In Nederland heerst een “u vraagt, wij draaien” mentaliteit. We hebben altijd gedacht dat het waterschap wel voor voldoende water zorgt, maar die vanzelfsprekendheid is voorbij. In drie jaar tijd is de watervraag voor beregening in ons waterschap met vijftig procent toegenomen. Dat kunnen we niet allemaal bedienen. We hebben de grenzen van maakbaarheid bereikt. Klimaatverandering legt dit meer en meer bloot.’

Zijn voorstel? ‘Laat water een leidend principe zijn in de ruimtelijke ordening’. Volgens Ten Brink zou dat uitkomst bieden: niet eerst allerlei plannen voor woningbouw en landbouw maken en verwachten dat het waterschap er wel voor zorgt dat het niet te nat of te droog is, maar aan het begin al nadenken over een slimme ruimte-indeling waarin het watersysteem en het grondgebruik in samenhang worden beschouwd.

Verantwoord grondgebruik 

Hoe mooi zijn visie ook is, de realiteit is weerbarstig.

Ten Brink ziet agrariërs die uien kweken op hoge zandgronden in plaats van op de lager gelegen kleigrond in Groningen. ‘Dan moet je continu beregenen, zo creëer je je eigen ellende’.

‘Als waterschap moet je nadenken over hoe je de watervraag gaat regelen, de provincie en gemeenten moet nadenken over ruimtelijke ordening. Waar past een nieuwe woonwijk bijvoorbeeld wel en waar niet? En zo kunnen agrariërs nadenken over verantwoord grondgebruik: wat verbouw je waar? Willen we een slimme, duurzame ruimte-indeling realiseren,  dan moeten we over dit soort onderwerpen met elkaar in gesprek zijn.’ 

Boeren zijn niet de schuldigen 

Ten Brink is geen voorstander van wijzen met het vingertje. ‘We moeten niet roepen dat boeren er schuldig aan zijn dat het te nat of te droog is. Er zijn prachtige voorbeelden van agrarische natuurverenigingen, die zorg hebben voor biodiversiteit en de bodem. Die zorg zou sectorbreed gedeeld moeten worden’.

‘Dat is slag die gemaakt moet worden aan die kant. Die sector wil wel en staat voor geweldige opgaven. Als overheden moeten we meedenken en perspectief bieden.’

Daarom is de dialoog zo belangrijk voor Ten Brink. ‘We moeten niet roepen wat goed of fout is. Zelf weet ik dat ook niet. Ik zie spanningen ontstaan, daar moeten we iets mee’. 

Je moet integraal naar de opgaven van een gebied kijken

Verschillende opgaven, integrale benadering

Een aantal keer tijdens het gesprek benoemt ten Brink ‘de lange termijn’. Daarmee bedoelt hij niet de komende dertig jaar. Hij denkt aan de volgende generaties. ‘Juist voor hun toekomst moeten we het goed regelen; verstandige omgang met water en de ruimtelijke indeling’.

Het liefst pakt hij problemen integraal aan. ‘Je moet kijken naar de opgaven van een gebied en die proberen te combineren in één oplossing. Met oog voor de belangen die er zijn, maar ook met oog voor wat wel en niet kan.’

‘Wij hebben bijvoorbeeld in Noordoost Groningen, aan de Dollard, 27 kilometer zeedijk in een Natura 2000 gebied. Die dijk moet opgehoogd. Op de traditionele manier maak je zo’n dijk dan een paar meter hoger en leg je er beton met asfalt op. In technische zin heb je dan voldaan aan de voorwaarden. Maar het ziet er niet uit!’

Ten Brink vertelt enthousiast over de oplossing de ze daarvoor bedachten: de Brede Groene dijk. Een natuurlijk dijk waarvan de klei voor de ophoging wordt gewonnen uit verslibte binnendijkse natuurpolders. Het slib wordt gerijpt tot stevige klei.

‘In dat gebied ging het bovendien slecht met de kluten, dus hebben we daar ook een kluteneiland gemaakt. Zo probeer je voor allerlei belangen één oplossing te bedenken: het beschermde natuurgebied, het aanzicht voor bewoners en een voordelig kostenplaatje’.

Trots vertelt ten Brink dat er nul bezwaren waren tijdens de hele procedure. Dat komt omdat alle omwonenden vanaf het begin betrokken zijn. Volgend jaar wordt de eerste kilometer proefdijk aangelegd. 

Soms zijn er tegenstrijdige belangen. Daarom zijn gesprekken zo belangrijk

Ander grondgebruik én water vasthouden

‘Een ander actueel voorbeeld vind ik de gebieden in ons waterschap waar sprake is van veenoxidatie. Samen met de provincie, gemeenten, LTO en akkerbouwers moeten we kijken wat het perspectief is voor deze gebieden’.

Het steeds maar aanpassen van waterpeilen aan een dalende bodem is geen duurzame oplossing, aldus ten Brink. ‘Ook hier zie je dat er grenzen zijn aan de maakbaarheid.’ Tegelijkertijd werken mensen er hard aan mooie producten en aan een toekomst voor hun bedrijf. ‘Dat bijt elkaar. Je wilt zo’n bedrijf perspectief kunnen bieden, tegelijkertijd is er passend grondgebruik nodig. Daarom is het zo belangrijk om in gesprek te zijn’.

Het watertekort is niet alleen op te lossen door passend grondgebruik. Het is ook van belang dat er meer water wordt vastgehouden in het waterschap. Want klimaatverandering betekent ook dat we vaker te maken krijgen met extreem veel neerslag. Waterschap Hunze en Aa’s is daarom bezig met projecten om de Hunze weer te laten meanderen.

Daarnaast worden enkele beekjes in het stroomgebied van de Drentsche Aa met 20 centimeter opgehoogd.  Water vasthouden daar betekent ook dat beekjes hier buiten hun oevers kunnen treden. Deze gebieden zijn erop ingericht. ‘Dat ziet er prachtig uit en is ook nog eens heel belangrijk voor de natuurlijke werking van de grond’, aldus ten Brink. Hij doelt op de sponswerking van de grond: de overstromingen bevorderen deze. Daarnaast trekt dit ijsvogels en bevers aan. 

Bestuurlijk leiderschap

Ten Brink concludeert: ‘Waar het om gaat is dat er sprake is van een zorgvuldig proces met een omgeving, waarin de verschillende overheden weten wat er speelt in een omgeving en met welke belangen rekening moet worden gehouden.’ Toch weet hij ook dat je nooit iedereen gelukkig kunt maken. ‘Belangen kunnen nu eenmaal strijdig zijn.’

Zo is een groep uit Taarlo tegen de ophoging van de beekbodem, uit angst voor natte voeten. ‘Het is dan aan bestuurders om keuzes te maken,’ aldus ten Brink. Om deze inwoners tegemoet te komen, is het waterschap de eerste ophoging begonnen in Anloo (enkele kilometers verderop, red.).

Wat ten Brink ons graag wil meegeven? ‘Moeilijke keuzes moeten we niet uit de weg gaan. Daar is uiteindelijk niemand mee geholpen. Laten we onze verantwoordelijkheid naar toekomstige generaties nemen als een zorgvuldige, daadkrachtige overheid!’