Trekpleister of probleemwijk: Veluwse gemeenten leggen vakantieparken onder de loep

Lange tijd lagen ze letterlijk én figuurlijk uit het zicht: verloederde vakantieparken waar nauwelijks recreatie plaatsvindt en toeristen wegblijven. Reden voor 11 Veluwse gemeenten om de circa 500 vakantieparken in hun gemeenten tegen het licht te houden. Insteek? Voor elk park een plan. Een flinke klus, aldus Rob van den Hazel, programmamanager Vitale Vakantieparken. ‘We moeten ook vraagstukken oplossen die niets te maken hebben met economie en toerisme.’

Vervallen caravan in bosrijke omgeving
Beeld: Markus Spiske/Unsplash

In 1 minuut:

  • In het programma Vitale Vakantieparken werken 11 Veluwse gemeenten (Apeldoorn, Barneveld, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten) en de provincie Gelderland samen met recreatieondernemers, veiligheidspartners en andere stakeholders.
  • Het doel is een toekomstbestendig aanbod van vakantieparken, met voldoende kwaliteit, diversiteit, leefbaarheid, veiligheid en beheer.
  • Het programma startte eind 2013 en werpt intussen z’n eerste vruchten af. Ook in andere delen van Nederland wordt het Veluwse voorbeeld gevolgd.
  • De netwerksamenwerking binnen het programma kent voor- en nadelen, aldus programmamanager Rob van den Hazel. Flexibel zijn is een voordeel, maar als het lastig wordt, ontbreekt het soms aan doorzettingskracht.

Voor elk park een plan

Toen hij zeven jaar geleden de opdracht kreeg ‘iets te doen’ met vakantieparken na signalen van verloedering, kon Rob van den Hazel niet bevroeden dat het zo’n breed en integraal programma zou worden. Een programma dat inmiddels ook in andere gebieden in Nederland tot soortgelijke initiatieven leidt. ‘Maar’, zo benadrukt hij, ‘de gemeenten doen al het werk’.

In het programma Vitale Vakantieparken werken 11 Veluwse gemeenten en de provincie Gelderland samen aan zoveel mogelijk kwalitatief goede vakantieparken. De vakantieparken maken een belangrijk onderdeel uit van de regionale economie. Tegelijkertijd zijn er parken die verloederen en waar nauwelijks meer gerecreëerd wordt.

Omdat de parken zo verschillend zijn is het credo: voor elk park een plan. Eenvoudig is dat allerminst.

Van den Hazel: ‘We moeten ook vraagstukken oplossen die niets te maken hebben met economie en toerisme.’

Letterlijk en figuurlijk uit het zicht

Van den Hazel doelt op parken die gebruikt worden voor illegale activiteiten, zoals het opslaan van drugs, mensenhandel en illegale prostitutie. Of criminelen die vakantieparken opkopen om geld wit te wassen.

Maar er is ook sociale problematiek, zo legt hij uit.

‘Op de Veluwse parken wonen bijna 10.000 mensen permanent. Dat mag niet, maar dat gebeurt wel. Je hebt mensen die in het gewone aanbod niet meer terechtkunnen. Sommigen zijn zelfredzaam, maar we zien ook veel mensen die in de problemen zitten. Vakantieparken zijn soms echt de rafelranden van de samenleving geworden.’

Als een vakantiepark sterk verloederd is, is soms de enige oplossing om een nieuwe bestemming te vinden. Dat betekent dan ook dat er voor de permanente bewoners oplossingen moeten worden gevonden. Daar spelen zorgpartijen en de corporaties een belangrijke rol in.

Een nieuw probleem is het niet, geeft hij desgevraagd aan, maar lange tijd lagen de parken ‘letterlijk en figuurlijk’ uit het zicht van overheden.

‘We wisten niet exact hoeveel parken er waren, wie de ondernemers waren, en hoeveel mensen er permanent woonden. De eerste jaren hebben we gebruikt om zicht te krijgen op het vraagstuk en op de samenwerking om die problemen aan te pakken.’

Dat is inmiddels gelukt. Alle 500 parken in de regio zijn sinds de start van het programma (eind 2013) onder de loep genomen. Meerdere parken zijn inmiddels gesloten, andere parken zijn opgeknapt of worden gerenoveerd. Voor zo’n 20 voormalige vakantieparken wordt gewerkt aan een andere bestemming.

‘Sommige vakantieparken zijn echt de rafelranden van de samenleving geworden’

4x4x4

De samenwerking waarvoor is gekozen, is een netwerksamenwerking waarin de opgave (vitale vakantieparken) centraal staat. In het programmaplan wordt dit omschreven als 4x4x4: vier functies, vanuit vier domeinen met vier prioritaire thema’s.

Die functies zijn: een platform voor samenwerking (1), het vergaren van kennis en vergroten van inzichten (2), het vullen van de gereedschapskist (3) en de uitvoeringskracht versterken (4).

Van den Hazel: ‘Het belangrijkste is, denk, ik dat we zorgen dat gemeenten en anderen het spel kunnen spelen. Overheden zijn goed in het maken van plannen en regels, maar minder sterk in de uitvoering van die plannen. Terwijl er op parkniveau veel moet gebeuren.’

‘Wij vullen de gereedschapskist en bedenken welke instrumenten je nodig hebt om iets op te lossen. We ontwikkelen bijvoorbeeld nieuwe methodes of nieuwe vormen van bestemmingsplannen. We zijn erg gericht om de uitvoeringskracht van de gemeenten te versterken, zij moeten het uiteindelijk doen.’

Een voorbeeld is de oprichting van een aparte BV met de provincie en gemeenten als aandeelhouder: de Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken. Deze BV heeft de opdracht om vakantieparken op te kopen of te helpen transformeren naar een andere bestemming dan recreatie. Want het bleek voor veel partijen lastig om zelfstandig in actie te komen, vertelt Van den Hazel.

‘Daarom hebben we de BV opgericht, als een soort sociale projectontwikkelaar.’

©Programmaplan Vitale Vakantieparken 2019-2022

Vrijwillig maar niet vrijblijvend

De basisfilosofie van het programma is een losse samenwerking, legt Van den Hazel uit. Zonder directe beleidsmatige consequenties, maar met een inspanningsverplichting.

De 11 gemeenten en provincie financieren weliswaar het programma en zijn de primaire opdrachtgevers. Maar gemeenten blijven zelf verantwoordelijk voor hun beleid en de besluiten die zij nemen over de vakantieparken in hun gemeente. Gezamenlijk beleid wordt alleen ontwikkeld als alle partijen daar de meerwaarde van zien.

Van den Hazel: ‘Het voordeel is dat je flexibel bent. Je kunt veel ontwikkelen. Het nadeel is dat gemeenten soms hun eigen plan gaan trekken, ook als de problematiek eigenlijk vraagt om gezamenlijk handelen.’

Een samenwerking zoals het programma Vitale Vakantieparken werkt vooral goed als je de wind mee hebt, geeft hij aan. Als alle neuzen dezelfde kant op staan, iedereen de urgentie voelt, en daar ook tijd en budget voor wil vrijmaken.

‘Met tegenwind is het lastiger, dan kan zo’n vrijwillige samenwerking ook gemakkelijk aan de kant gezet worden. Je bent geen gemeente, geen provincie, geen gemeenschappelijke regeling, dat is ergens ook een risico. Soms heb je meer bestuurskracht nodig om iets geregeld te krijgen. Dat is een continue spanning.’

Deelnemende gemeente Ermelo ziet de rol van de gemeente dan ook vooral als ‘verbinden, mogelijk maken en stimuleren’, zo valt te lezen op haar website. Het vraagt ‘maatwerk’ van alle deelnemers, de gemeente zelf incluis: een flexibele houding omdat elk park anders is. Tegelijk wordt benadrukt dat de ondernemers en eigenaren zelf verantwoordelijk blijven voor het slagen van het project.

‘Overheden zijn goed in het maken van plannen en regels, maar minder sterk in de uitvoering van die plannen’

Excessen onder controle

Toch is Van den Hazel na zeven jaar niet ontevreden. Omdat de partijen de schouders eronder hebben gezet zijn er al veel problemen opgelost. ‘Zeker in het veiligheidsdomein is er meer grip op wat er in de parken gebeurt. Veel excessen zijn nu onder controle. Het kwaliteitsteam heeft 50 à 60 ondernemers geholpen bij het maken van verbeterplannen. Het zijn langjarige processen, maar we zijn goed op weg.’

Het resultaat verschilt per gemeente, geeft hij aan, maar dat heeft vooral te maken met het aantal parken per gemeente. ‘De gemeente Harderwijk is al heel ver, maar heeft ook maar 8 parken. De gemeente Ermelo is ook al heel ver, maar heeft bijna 100 parken. Dan is het lastiger om snel resultaat te zien.’

Het huidige programmaplan loopt tot 2022. Hoe het programma daarna vorm krijgt, daar wordt over nagedacht.

©Programmaplan Vitale Vakantieparken 2019-2022

Spin-off in Drenthe

De succesvolle Veluwse samenwerking is ook elders in het land niet onopgemerkt gebleven. Zo is er intussen een Drents programma Vitale Vakantieparken. In andere provincies gebeuren vergelijkbare dingen, al dan niet onder een andere naam. En er is een nationale actie-agenda vakantieparken.

Toch blijft er – uiteraard – nog wat te wensen over.

Van den Hazel: ‘Gemeenten kunnen het niet alleen oplossen. Uit de actie-agenda blijkt dat dit geen klein, regionaal probleem is, maar meer dan dat. De krappe woningmarkt, een niet goed georganiseerde sector – dat zorgt dat sommige vakantieparken veranderen in de probleemwijken van het landelijk gebied.’

Graag ziet hij daarom bestuurlijke steun vanuit het rijk, met de juiste instrumenten en voldoende middelen. Met de kanttekening dat daarbij de lokale en regionale kennis uit de betreffende gebieden benut wordt.

‘De gemeenten zijn het best in staat om de afweging te maken hoe de toekomst van een vakantiepark eruit zou moeten zien. Door goed samen te werken op regionaal niveau kun je ongewenste effecten voorkomen, zoals het risico dat het probleem zich verplaatst naar een nabijgelegen gebied.’

En daar is iedereen gebaat bij.

Benieuwd naar de ervaringen van de betrokken gemeenten? Neem eens een kijkje op de website van Vitale Vakantieparken en de pagina’s op de websites van de betrokken gemeenten.