Na twee jaar nog steeds verliefd?

Vandaag, 14 februari, is het precies twee jaar geleden dat gemeenten, provincies, waterschappen en het Rijk tekenden voor het Interbestuurlijk Programma (IBP). Het doel was en is om samen meer te bereiken op grote maatschappelijke opgaven.

Samenwerken gaat niet altijd vanzelf, dat is ook tussen overheden zo. Hoe kijken directbetrokkenen terug? Het IBP-Programmateam gaf adviesbureau AEF de opdracht dat aan ze te vragen. De resultaten vind je hier. En wat is de ervaring van de leden van het programmateam zelf? Een paar leden delen hun persoonlijke ervaring.

Verjaardagscadeau

Iemand die jarig is, verdient een cadeautje! Wat zou jij het jarige IBP geven?

Renske Steenbergen van de VNG: ‘Meer voeding uit het land. Ik denk dat we het IBP vaak zien als iets wat zich in Den Haag afspeelt, tussen departementen en de koepels. Daar is het zeker een nuttig instrument om elkaar scherp te houden op verhoudingen. Maar eigenlijk gaat het IBP over iets anders: het gaat over opgaven die in de regio’s plaatsvinden en die gebaat zijn bij een meer gezamenlijk optrekken van de verschillende partijen en een integrale blik. Ik zou het IBP wensen dat we dat wat meer in de schijnwerpers zetten.’

Michiel Koetsier van het IPO: ‘Ik zou onze mislukkingen vieren! Mijn achtergrond is die van de regionale praktijk. Als ik daar één ding heb geleerd dan is het wel dat het vrijwel nooit meteen goed gaat. En als je dat vooraf aan ziet komen is het zaak om daarover ook in gesprek te gaan met bestuur en volksvertegenwoordiging. Dan kun je bespreken welke ruimte nodig en acceptabel is om met de partners mee te bewegen. En achteraf ontstaat ruimte om ook te bespreken waar het nog beter kan. Ach, dit is ook gewoon het verhaal van de altijd winnende coach… Als je wint heb je het resultaat en als je verliest heb je er meer van geleerd. Mooi toch?!’ 
 

'Ik kan iedereen aanraden eens op en andere plek aan tafel te gaan zitten!'

Yolanthe Sinnige van BZK: ‘Na jarenlang interbestuurlijk samenwerken met VNG, UvW en BZK vanuit het IPO, doe ik dit nu voor BZK. Een andere plek aan tafel, hetzelfde speelveld. Ik vind het heel leerzaam te ervaren hoe een andere (veel grotere) organisatie werkt. In het kader van het verdiepen in de positie en belangen van de ander kan ik iedereen aanraden eens op en andere plek aan tafel te gaan zitten!’

Rob Uijterlinde van de Unie van Waterschappen: ‘Het cadeau ligt er eigenlijk al, dat is het IBP zelf, een proeftuin voor interbestuurlijke samenwerking. Met een budget om knelpunten op te lossen en te kunnen versnellen. Daarmee is het IBP ook een cadeau voor gemeenten, provincies en waterschappen, om op basis van gelijkwaardigheid samen te werken. Via de website www.overheidvannu.nl worden spelregels en goede ervaringen ontsloten. Het mooiste cadeau voor IBP is als hiervan gebruik gemaakt wordt, zodat we aan het einde van deze regeerperiode kunnen zeggen: er is een basis gelegd voor krachtig samenspel tussen rijk en alle decentrale overheden.’
 

Wat opviel

‘Er zijn veel ervaringen om te delen,’ begint Rob. ‘Wat je vaak ziet is dat de aandacht uitgaat naar wat er niet goed gaat. Terugkijkend op twee jaar IBP zie ik vooral een groeiende overtuiging dat je als gezamenlijke overheden aan de lat staat voor de opgaven. Een voorbeeld: iedereen wordt geconfronteerd met een veranderend klimaat, dat besef is er in Nederland. Toch is klimaatbestendig bouwen niet vanzelfsprekend in de uitrol van de woonagenda. Met het IBP brengen we die verbinding aan. Dit kost tijd en die tijd is vaak beperkt door de druk om resultaten te boeken. Daarnaast ervaren we spanning tussen de ondernemende overheid en de klassieke regels, financierings- en verantwoordingsmechanismen.’

Renske: ‘Over de uitgangspunten van de IBP werkwijze is geen discussie. Op papier is het vanzelfsprekend. Maar het is ontzettend lastig is om echt te werken zoals we dat hebben afgesproken. Het definiëren van de opgaven in de samenleving, het bepalen wat je nu echt samen te doen hebt. En van daaruit kijken wie daarmee bezig is, hoe verhoudingen in elkaar zitten en wie kennis kan leveren. Aan al die stappen gaan we vaak voorbij.’
 

'Ik ben trots op de stappen die zijn gezet rondom regionale economie. Daar staat nu echt een team dat bereid is om ieders belang zo goed mogelijk te dienen'

‘Samenwerken gaat niet vanzelf en het is echt belangrijk je te verdiepen in de positie en belangen van de ander’, vult Yolanthe aan, ‘En het is essentieel om zelf ook open te zijn. Natuurlijk kan je niet altijd alles op tafel leggen over wat er speelt in je eigen organisatie of achterban, maar veel wel. Als je uitlegt waarom iets niet opschiet of lastig ligt, wordt het in mijn ervaring meestal door de ander herkend en begrepen. Dan lukt het vaak om een goede oplossing of alternatief te vinden. Ik vind het ook belangrijk continue in het oog te houden of de samenwerking in het team nog steeds goed gaat. Dat alles op tafel komt wat besproken moet worden. Zo kan je nog bijsturen en voorkom je dat het te laat duidelijk wordt dat je het niet eens bent en er niet meer uit kunt komen.’

‘Het IBP is voor mij een hele waaier aan ervaringen’, zegt Michiel, ‘van het enthousiasme bij het opstellen van het IBP, tot de eerste moeizame stapjes om elkaar echt te vinden in gezamenlijke inhoud. Je komt niet zomaar los van de opdracht waar je voor jouw eigen organisatie (ook) aan moet werken. Ik ben trots op de stappen die zijn gezet rondom regionale economie. Daar staat nu echt een team dat bereid is om ieders belang zo goed mogelijk te dienen en niet alleen het eigen stukje. Daarvoor is heel belangrijk dat de ambtelijk opdrachtgevers ook bij elkaar zitten met diezelfde houding. En super waardevol dat we een IBP-programmateam hebben waar we heel direct en vertrouwd contact hebben met elkaar. Dan kun je ook tegen een stootje.’