Met het ‘hoe’ beginnen we aan de verkeerde kant van de cirkel

Integraliteit is een woord dat gemakkelijk gebruikt wordt, maar moeilijk af te pellen is. En door een opgave te simpel voor te stellen, verliezen we het hogere doel van de opgave misschien uit het oog. Te vaak beginnen we aan de verkeerde kant van de cirkel: met het ‘hoe’ en met op welke manier we iets gaan uitvoeren. En niet met het ‘met wie dan’ of ‘waarom’ we iets willen. 

Eind vorig jaar is daarom de studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen in het leven geroepen. Een groep mannen en vrouwen met een brede mix aan ambtelijke en bestuurlijke ervaring, die aanbevelingen doet om overheden in staat te stellen gezamenlijk grote maatschappelijke opgaven beter en met meer impact op te pakken. In de afgelopen week is de studiegroep in een zogenoemde 24uurs-sessie de diepte in gedoken. Een kort gesprek met topambtenaar en voorzitter Bernard ter Haar over de opbrengsten van deze twee dagen.

De opbrengst van de 24uurs-sessie ‘in 1 minuut’:
  • Is het om de grote maatschappelijke vraagstukken gaat, staan we eigenlijk niet lang genoeg stil bij de complexiteit van de opgave.
  • Voorbeeld: ‘bouw 75.000 woningen’ is niet precies genoeg. Waar? Voor wie? Hoe flexibel? Welke impact op de leefkwaliteit?

Wat moet ik me eigenlijk bij een 24uurs-sessie voorstellen?

‘Nou, in de eerste plaats, dat het in werkelijkheid een middag, avond en ochtend besloeg. Drie dagdelen, dus. Dat neemt niet weg dat we echt veel met elkaar hebben kunnen bespreken. En ons bezinnen. De afgelopen maanden hebben we vooral veel informatie opgehaald. In ‘Ronde tafelgesprekken’ bijvoorbeeld, waar we ons door experts en stakeholders hebben laten bijpraten. Wat me bij die ronde tafels opviel: niemand zegde af, iedereen was aanwezig én betrokken. Wat voor mij een bewijs is, dat de drie casussen (ambulantisering van de GGZ, de woonproductie en de duurzame energieproductie op land, red.) écht leven. Uiteraard werden er zorgen gedeeld. Maar het was ook goed om te horen, dat er op deze dossiers ook al veel in gang gezet is. Het is dus niet alleen kommer en kwel.’

‘Als studiegroep hebben we inmiddels ook al drie keer intensief met elkaar gesproken. Maar de tijd om de diepte in te gaan, die hadden we nog niet. En dus kwam die 24uurs-sessie als geroepen. En als je wilt samenwerken moet je je ook in elkaar verdiepen, om elkaars krachten te ontdekken en de gezamenlijke opdracht te bepalen. En, daar ben ik blij mee, we zijn een ambitieuze club, we willen echt een verschil gaan maken.’ 
 

'Niemand zegde af. Iedereen was betrokken.'

Met welk doel gingen jullie die spreekwoordelijke hei op?

‘Met een dubbele ambitie. Allereerst om de casussen beter te analyseren: om met elkaar te bekijken welke handvatten we aan iedere individuele casus konden bieden. En wat meer overstijgend, of er lessen te formuleren zijn die voor alle casussen zouden gelden. De tweede ambitie was, dat we ook wel hoopten dat we op die manier een model zouden kunnen ontwerpen, waardoor we ook in de toekomst interbestuurlijk beter samenwerken.’

Een logische vraag: is die tweede ambitie ook gelukt?

Een korte stilte. ‘Ja, tot op zekere hoogte zeker. Met elkaar hebben we een bestuurlijke cirkel ontworpen, die uit vier stappen bestaat. Waarbij de eerste stap is met elkaar vaststellen welk doel we eigenlijk willen bereiken, vanuit welke visie. Dat doel stel je in gezamenlijkheid vast. In de tweede stap leg je je toe op het bepalen met wie je dat gaat doen. Om pas daarna (in de derde stap, red.) je druk te maken over het hoe. Vanuit welke sturingsfilosofie ga je werken, waar ligt de regie? Tot slot kom je bij het instrumentarium, de randvoorwaarden zoals bestuur, financiën, organisatie en juridische zaken.  En mocht je denken, dat deze cirkel wel wat weg heeft van de NSOB-aanpak, voor meerlaagssturen, dan kan dat best kloppen. Martijn van der Steen zit niet voor niks in deze groep. ‘

Is dat niet …

‘Voor je nu gaat vragen, of deze aanpak niet erg vanzelfsprekend is … ja, deze aanpak zou inderdaad vanzelfsprekend moeten zijn. Maar toch bleek in alle drie de casussen dat dit niet het geval is. En dat is toch logischer, dan het ogenschijnlijk lijkt. Neem bijvoorbeeld de woningopgave: voor de een is het doel ‘bouw 75.000 woningen.’ Voor een ander is dat niet precies genoeg: als we écht willen dat de bouw van 75.000 woningen iets aan de woningmarkt toevoegt, dan moeten we preciezer met elkaar vaststellen voor welke doelgroepen we eigenlijk willen bouwen: gaat het om huishoudens met kinderen? Om alleenstaanden? Om woningen, die we ook tijdelijk kunnen bestemmen? Enzovoort.’

'Voor de een is het doel eenvoudig: ‘bouw 75.000 woningen.’ Voor een ander is dat écht niet precies genoeg'

‘Maar ook als we precies afpellen voor wie we willen bouwen, dan zijn we er niet. Want ‘goed bouwen’ raakt ook aan ruimtegebrek. Aan goed inpassen. En als het over binnenstedelijk bouwen gaat, ook aan groen en leefkwalititeit. Als we dat hebben vastgesteld, zijn we er nóg niet. De markt moet die woningen uiteindelijk ook willen en kunnen bouwen. De overheid bouwt die huizen niet zelf. Waar we vaak wel over gaan, is het bijbehorende instrumentarium. En tot op zekere hoogte voeren we via de Omgevingswet ook regie. Echt integraal werken is dus moeilijker dan het lijkt. En vraagt kennis die vaak niet aanwezig is daar waar die nodig is.’

‘Stap één van deze cirkel dient als checklist om de aard en omvang van de opgave vast te stellen: welke bedoelingen hebben we nu écht? We stappen er nu vaak te snel in, en gaan dan maar bouwen.’
 

Een deel van de studiegroep tijdens de tweedaagse. Niet op de foto: Marjolijn Olde Monnikhof, Petra Lugtenburg, Tonny van de Vondervoort, Co Verdaas.

Je punt is: integraliteit is een woord dat gemakkelijk gebruikt wordt, maar moeilijk af te pellen is. Door een opgave te simpel voor te stellen, verliezen we het hogere doel van de opgave al snel uit het oog?

‘Ja. Ook binnen de GGZ zijn voorbeelden te vinden: daar zijn we bijvoorbeeld het aantal bedden aan het verminderen. Met een goede bedoeling, we willen namelijk liever dat GGZ-patiënten zo lang mogelijk in hun eigen leefwereld worden opgevangen. Gedreven vanuit opgedane inzichten in andere landen, waar met deze aanpak goede resultaten worden geboekt. Dat is goed voor die mensen zelf, want er blijft zo langer ‘normaal’ sociaal contact. Blijft er langer iets van regelmaat in hun leven. En vallen mensen soms ook wat minder diep.’

‘Maar we zijn wél al best voortvarend aan de slag gegaan met het verminderen van die bedden, terwijl de gemeenten en corporaties nog niet helemaal zijn ingericht op het ‘langer opvangen in de eigen buurt.’ Al te vaak mondt zo’n discussie dan ook nog uit in een budget-discussie. Dan vernauwen we de discussie tot het ‘waarmee: wat voor budget hebben we eigenlijk? En dan begin je dus, als het ware, aan de verkeerde kant van de cirkel.’
 

'‘Je gaat er over of je gaat er niet over’ zorgde onbedoeld voor het uit elkaar rafelen van de integraliteit van de opgave'

Waar ligt dat dan aan? Waarom beginnen we dan eigenlijk allemaal ‘fout’?

‘Als je met elkaar naar de oorzaken zoekt, dan vallen al snel termen als ‘kredietcrisis’, ‘bezuinigingen’ en ‘de decentralisaties als bestuurlijke oplossing.’ Rutte I zorgde onbedoeld voor het uit elkaar rafelen van de integraliteit van de opgave. Door de nadruk te veel te leggen op ‘je gaat er over of je gaat er niet over’. Daar zijn we met elkaar in doorgeslagen.’

‘Eén overheid is dus anno nu écht nodig. Als in: we moeten het écht samen doen. Dat is een heel ander spel dan dat we onder Rutte I bedacht hadden. Dat betekent overigens niet dat het Rijk weer alles gaat bepalen, maar wel dat je het integraal met elkaar gaat aanpakken. Bijvoorbeeld in de vorm van een groot programma, waarin je gezamenlijk optrekt. Met een regisseur. In die zin dient Ruimte voor de Rivieren als een mooi voorbeeld van hoe het wel kan.’
 

Tot slot: hoe gaan jullie nu verder?

‘Het was nuttig om op deze manier naar de casussen te kijken. Een vervolgstap is nu dat we met een uitnodigend document ook ‘de rest van de wereld’ willen betrekken. Om met elkaar te werken aan dat nieuwe gezamenlijke bestuurlijke model. In maart willen we zo’n inspiratiedocument naar buiten brengen. Als startpunt voor een breed maatschappelijk gesprek.’