‘Een maatschappelijke transitie voor afscheid van fossiele energie’

De overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energie raakt alle Nederlanders ‘tot achter de voordeur’. Het grijpt in op de manier waarop we onze woningen verwarmen, we onszelf en onze goederen verplaatsen, ons voedsel produceren en hoe Nederland eruit gaat zien. 30 regio’s werken aan een regionale energiestrategie (RES) om met duurzame energie (windmolens en zonnepanelen) en warmtebronnen vooruit te kunnen.

Nederlands weiland met schapen en windmolen

Tegelijkertijd gaan gemeenten met hun inwoners en allerlei partijen op zoek naar alternatieven voor aardgas. De studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen kijkt naar drie onderdelen van de energietransitie:

  • De totstandkoming van de RES’sen en hun ruimtelijke inpassing;
  • De benodigde infrastructuur voor de grootschalige, duurzaam opgewekte energie en het toekomstige energiesysteem
  • Het realiseren van de warmtetransitie in de gebouwde omgeving.

Samen vooruit struikelen

‘Het Klimaatakkoord is het gezamenlijke vertrekpunt voor overheden om aan de slag te gaan, maar een goede realistische uitvoeringsstrategie is er nog niet. Dat gaan we met elkaar uitvinden. Met vallen en opstaan, struikelen we vooruit. En we moeten puzzelen. Ieder stukje grond in Nederland heeft een bestemming. Daar komen nu meer windturbines en zonnepanelen bij’, zegt Bernard ter Haar (voorzitter van de studiegroep), ‘De strijd om de ruimte zal groter worden, zowel boven als onder de grond.’

Martijn van der Steen (hoogleraar en lid van de studiegroep) reageert op het samenwerken: ‘Provincies, gemeenten en waterschappen hebben zelf de regio-indeling gemaakt voor de RES-sen en gaan nu ‘van onderaf’ met elkaar plannen maken. Het Rijk kijkt vanaf een afstand toe. Ik ben als bestuurskundige geïnteresseerd in netwerksturing. Zoals we nu samenwerken met de RES-sen, dat hebben we nog niet eerder in Nederland op deze schaal gedaan. De energietransitie verandert Nederland niet alleen landschappelijk maar ook bestuurskundig.’ Jan Jacob van Dijk (bestuursvoorzitter en lid van de studiegroep): ‘We staan voor een grote opgave en moeten elkaar als overheden onderling, maar ook met marktpartijen en maatschappelijke partners, goed kunnen vinden. Hopelijk slagen we erin om het bestuurlijk en financieel zo met elkaar te regelen dat er geen nieuwe verzuiling optreedt die ons later in de weg gaat zitten.’

Aan het werk

De leden van de studiegroep pluizen nu de casus uit: ze bestuderen onderzoeken en gaan met verschillende deskundigen in gesprek over de energietransitie. En natuurlijk maken de leden optimaal gebruik van elkaars kennis en ervaring. Hetzelfde doen zij bij nog twee andere casussen: de woningbouwproductie en de ambulantisering van de GGZ. Eind maart, zo is de planning, komt de studiegroep met eerste bevindingen: kansen, knelpunten en dilemma’s om als overheden beter samen te werken aan de grote maatschappelijke opgaven. Op het gebied van de casussen, maar ook in het algemeen. Daarna gaat de studiegroep ‘on tour’ om die bevindingen te bespreken en verder uit te werken. Voor de zomer van 2020 komt de studiegroep met een rapport, zo is het plan.