Toekomstbestendig wonen

De vraag naar woningen is sinds een paar jaar enorm. Er zijn meer woningen nodig van goede kwaliteit, op de juiste locatie en passend bij de financiële mogelijkheden en wensen van bewoners. Daarom moet de komende periode extra aandacht besteed worden aan meer en het sneller bouwen van woningen. Daarnaast is goed benutten en transformeren van de bestaande woningen belangrijk en moet er aandacht zijn voor betaalbaarheid en duurzaamheid. Ook de relatie met mobiliteit (op de weg en met openbaar vervoer) is van groot belang.

Wouter Pronk over deze opgave

IBP-opgave in beeld: Toekomstbestendig wonen

Wouter Pronk in beeld: 'Ik ben Wouter Pronk en ik werk vanuit het ministerie van Binnenlandse Zaken aan het thema ‘ Toekomstbestendig wonen’, en dat doe ik samen met gemeenten, met provincies, met waterschappen, om iedereen van een passende woning te verzien, van een betaalbare woning, een woning die op de goede locatie staat, en dan ook nog in de wijken waar iedereen wil wonen. Niemand van alle overheden kan zelf een huis bouwen: het rijk niet, de provincie niet, gemeentes niet. Daarom hebben we allerlei andere partijen nodig, maar daarom is het ook belangrijk om interbestuurlijk samen te werken. Juist om daarom helder te krijgen wát we neer willen zetten met z’n allen, en hoe we meer woningen gaan bouwen.

Die interbestuurlijke samenwerking is juist nodig zodat ouderen langer thuis kunnen wonen, dat spoedzoekers snel een woning kunnen vinden, dat studenten een woning kunnen vinden in de stad waar ze willen studeren, dat starters toegang hebben tot de woningmarkt en dat middeninkomens een betaalbare woning vinden en daar wil ik mij voor inzetten met het IBP, al die medeoverheden en al die andere partijen. Het IBP heeft heel erg geholpen en helpt eigenlijk nog steeds om gewoon met al die partijen datzelfde doel nog eens te benadrukken. Dus waar gaan we met z’n allen nou aan werken? En dat iedereen een helder beeld heeft waar die aan gaat werken , en hoe we dan ook die samenwerking vorm gaan geven.'

Er is sprake van grote regionale verschillen. In schaarstegebieden zoals de Randstad spelen problemen rondom het woningtekort en de uitdagingen om bestaand vastgoed te transformeren. Anderzijds spelen er in krimpgebieden juist vraagstukken rondom sloop en herstructurering en het bereikbaar houden van voorzieningen. Dit vraagt om maatwerk per regio.

Hierbij moet oog zijn voor enkele specifieke aandachtgroepen. Deze zijn onder meer studenten, ouderen, statushouders en personen met verward gedrag (GGZ-problematiek).

De relatie tussen de ontwikkelingen op de woningmarkt en de klimaat- en energietransitie is duidelijk. Woningen en gebouwen moeten worden verduurzaamd. De relatie tussen wonen en de verduurzaming is verder uitgewerkt in de IBP-opgave ‘Samen aan de slag voor het klimaat’.

Het IBP zet zich in voor:

  1. Opstellen van een nationale woonagenda met woningcorporaties, private partijen en vertegenwoordigers van bewoners nodig. De afspraken uit dit IBP zullen in die woonagenda verder worden geconcretiseerd.
  2. Een goede afstemming tussen de betrokken overheden, om de mobiliteit optimaal en zo duurzaam mogelijk in te richten. Nieuwbouwlocaties moeten goed bereikbaar zijn.
  3. Vergroting en aanpassing van de woningvoorraad. Het Rijk gaat daarover in gesprek met de regio’s. Die gesprekken monden uit in concrete afspraken over hoe de in de regio aanwezige knelpunten worden opgelost en wie daarbij welke rol heeft. Het kan hierbij gaan om het vergroten van de woningvoorraad, maar ook om sloop. In deze gesprekken neemt het Rijk het voortouw om samen met de medeoverheden een analyse te maken van de in de regio aanwezige (kwantitatieve en kwalitatieve) woningbehoefte, de mogelijkheden om daaraan te voldoen, de doelgroepen en de knelpunten. De afspraken leggen we vast in woondeals. De eerste woondeal is getekend in Groningen op 9 januari 2019.
  4. Daarnaast wordt ingezet op meer ruimte voor andere woonvormen, naast traditionele koop en (sociale) huur. De wooncoöperatie is hiervan een goed voorbeeld. De komende periode wordt bezien hoe Rijk en gemeenten ervoor kunnen zorgen dat wooncoöperaties gestimuleerd worden. Bijvoorbeeld door prestatieafspraken, het wegnemen van belemmeringen in het overnemen en realiseren van woningen en het stimuleren van zelfbeheer.
  5. Aandacht voor speciale doelgroepen. Om kwetsbare groepen meer kansen op de woningmarkt te geven starten provincies, gemeenten en het Rijk een project om woonruimteverdeling, huurvormen en woonvormen beter af te stemmen op de woonbehoefte van deze groepen. Voor ouderen, mensen met licht verstandelijke beperkingen en psychische, psychosociale en verslavingsproblematiek is nog weinig aanbod tussen thuis en een instelling en is er een tekort aan beschikbare betaalbare woningen. Het toenemend aantal ouderen vraagt om meer levensloopbestendige woningen en meer aanpassingen van bestaande woningen. Er wordt ingezet op het verbeteren van de doorstroming en een betere aansluiting tussen vraag en aanbod. Samen met onder meer gemeenten en kennisinstellingen wil het Rijk afspraken maken over de aanpak van huisjesmelkers en de huisvesting van (internationale) studenten.

Meer informatie

Op de website www.woningmarktbeleid.nl lees je meer over wonen: nieuws en achtergronden, wet- en regelgeving, woonbeleid en praktijkverhalen.