Toen het oog van documentairemaker Ton van Zantvoort viel op het veelkleurige inburgeringsschema van de gemeente Breda, wist hij: dit is een film. Klantreis volgt dit gelijknamige traject dat statushouders doorlopen wanneer zij aankomen in hun nieuwe woonplaats. Het volgt twee Somalische zussen uit Saoedi-Arabië en een groot gezin uit Syrië, vanaf hun eerste kennismaking met stroopwafels en de vogeltjesdans, tot de vele bijeenkomsten over regelingen, financiën en opleiding. En hoe ervoeren de ambtenaren van Breda de film en de totstandkoming ervan? Overheid van Nu zocht Ton van Zantvoort en betrokken beleidsadviseur Lot van Schendel op.

Beeld: © Ton van Zantvoort

Beleidsadviseurs sociaal domein Lot van Schendel (l) en Carien van Weezel, met achter hen het Klantreis-traject.

Auteur: Lotte Breunesse

In een van de eerste scènes, tijdens een netwerkbijeenkomst voorgezeten door beleidsmakers Lot van Schendel en Carien van Weezel, is hij voor het eerst te zien: de klantreiskaart. Van Schendel was beleidsadviseur inburgering toen de nieuwe Wet inburgering 2021 van kracht werd. Sindsdien ligt de verantwoordelijkheid voor de inburgering van nieuwkomers in Nederland namelijk niet langer bij henzelf, maar bij de gemeente. Naar aanleiding van deze wijziging kreeg Van Schendel ook meer uitvoerende taken. In een poging het ingewikkelde proces in kaart te brengen, ontwikkelde de gemeente Breda de Klantreis. Met verschillende kleuren en stroomdiagrammen moet duidelijk worden waar in het traject een statushouder zich bevindt en begeeft. Voor de nieuwkomers zelf, maar ook voor de vele uitvoeringspartners die aan de hand hiervan samenwerkingsafspraken kunnen maken. Wanneer iemand bij jouw onderdeel aankomt, mag je ervanuit gaan dat alle voorgaande stappen genomen zijn.

"De film laat zien wat er daadwerkelijk gebeurt in de mensenlevens voor wie de Klantreis is bedacht"

Eén groot Excelbestand

Dit schema werd de basis voor de documentaire van filmmaker Ton van Zantvoort, waarin duidelijk wordt dat die reis lang niet zo overzichtelijk is voor de mensen die hem afleggen. Van Schendel kan dat eerlijke beeld juist waarderen: “Als beleidsmaker zit je er natuurlijk best wel ver vanaf. Je zet iets op papier, en collega’s in de uitvoering gaan hiermee aan de slag. Zo lijkt het alsof je als nieuwkomer in één groot Excelbestand verandert waarin vinkjes moeten worden gezet. De film laat zien wat er daadwerkelijk gebeurt in de mensenlevens voor wie het allemaal bedacht is.”

En dat is nogal wat. De kijker wordt meegenomen in de ervaringen van twee van origine Somalische zussen, die uit Saoedi-Arabië zijn gevlucht omdat ze daar als zwarte vrouwen uit de LHBTI-gemeenschap zichzelf niet konden zijn. Je ziet hen worstelen met eenzaamheid, studeren en de Nederlandse taal. Het Syrische gezin van in totaal acht personen moet een woning accepteren die ze te klein vinden. Ouders en oudste zoon zitten in de ene na de andere bijeenkomst over regelingen, subsidies en financiën, waarvan maar weinig informatie echt over lijkt te komen. Het schema lijkt voor hen aardig door elkaar te lopen.

Dat is juist waarom Van Zantvoort deze film wilde maken. Hij zag dat de gemeente trots was op haar schema, maar zelf begreep hij er maar weinig van. “Wat je ziet in de film, is tekenend voor onze samenleving en hoe wij die proberen uit te leggen.”

"Wat je ziet in de film, is tekenend voor onze samenleving en hoe wij die proberen uit te leggen"

Filmen in een politiek-bestuurlijke omgeving

Maar het vastleggen van dit alles ging niet vanzelf. Van Zantvoort heeft zo’n vier jaar gedaan over het maken van deze film, waarvan hij het eerste jaar vooral besteedde aan research. Toen hij eenmaal kon beginnen met filmen, was een aantal medewerkers van functie gewisseld of vertrokken. Ook medewerkers die eerder hadden toegezegd mee te willen werken. Hoewel de wethouder toestemming had gegeven om te filmen was het toch lastig om opnieuw medewerkers bereid te vinden mee te willen werken aan de film. En dat ondanks dat het team inburgering groeide van zes tot twintig. Van Zantvoort (lachend): “Op een gegeven moment dacht ik: neem dan eens iemand aan die wel gefilmd wil worden!”

Daar kwam bij: het inburgeringstraject van het Syrische gezin bleek niet erg soepel te verlopen – ze verbouwden bijvoorbeeld zonder toestemming hun huurhuis, kampten met betaalachterstanden en kregen later ook onderling heftige ruzie. Daartegenover stond dat de klantreis van de Somalische succesvoller verliep.

Het was, kortom, een productie met de nodige hobbels. Maar dat maakte niet dat de gemeente dwars ging liggen en bepaalde dingen niet in de film wilde. Van Zantvoort: “De gemeente heeft mij de volledige zeggenschap gelaten. Ik heb daar respect voor, want ze gaan met de billen bloot.”

Ook Van Schendel benadrukt dat de houding van het college richting de film getuigt van lef. “De film laat daardoor heel goed beide kanten zien. Je ziet hoeveel mensen eraan werken om iets te verbeteren in iemands leven, maar ook hoe complex het is voor alle partijen. Beeld is hierin heel veelzeggend, veel meer dan woorden op papier.”

En het beeld dat in deze film geschetst wordt, zou volgens haar eigenlijk op allerlei dossiers in het sociaal domein geplakt kunnen worden. Goede intenties worden dikwijls ingehaald door de complexiteit van de werkelijkheid, en tegelijkertijd is er vooral aandacht voor als het misgaat. “In de media lees je veel te weinig over wat er wel goed gaat.”

"Ik heb respect voor de gemeente Breda, want ze gaan met de billen bloot"

Eén film - meerdere conclusies

Met deze film heeft Van Zantvoort dan ook niet geprobeerd om een positief of negatief beeld neer te zetten. Klantreis wordt in ieder geval heel verschillend ontvangen: “Iedereen ziet er iets anders in, vaak dat wat hun eigen opvattingen versterkt.” Bij de een springt de absurditeit van de cursus eruit, voor de ander is dat het feit dat het gezin niet tevreden is met hun woning. Weer een ander ergert zich aan de houding van de inburgeringsbegeleiders, die volgens Van Zantvoort door sommigen ‘tenenkrommend’ wordt genoemd.

Bijvoorbeeld de scène waarin de nieuwkomers worden onthaald met de vogeltjesdans. Van Schendel neemt het voor hen op. “Het hoeft toch niet allemaal zo zwaar te zijn? Wie goed kijkt, ziet dat er ook ouderen bij aanwezig waren. Het heeft dus een bredere functie. Deze mensen hebben stuk voor stuk zulke mooie intenties.”

De gemeente krijgt ook veel positieve terugkoppelingen. Zo zijn de aanmeldingen voor het Buddy to Buddy-programma flink gestegen sinds de première en is er veel bewondering voor sociaalwerker Job, die het gezin tegen het einde van de film begeleidt. Maar ook onder nieuwe Nederlanders kan de film op waardering rekenen. “Er kwamen mensen huilend naar mij toe na het zien van de film, omdat zij de ervaringen uit de film herkennen en zich eindelijk gezien voelen. Anderen zeggen over de vader gedroomd te hebben, omdat zijn onmacht hen zo bijgebleven is”, vertelt Van Zantvoort.

"Er kwamen mensen huilend naar mij toe na het zien van de film"

Verantwoordelijk gevoel

In een zekere zin voelt Van Zantvoort zich wel verantwoordelijk voor het beeld dat de film schetst van de verschillende partijen die bij de inburgering betrokken zijn. Maar hij benadrukt ook dat het niet de objectieve waarheid is, maar zijn blik als documentairemaker op de werkelijkheid: “Ik ben erin gegaan met oprechtheid en respect.”

De vrijheid die de regisseur kreeg bij het maken van de film, weerspiegelt de vrijheid die gemeentes hebben bij de invulling van het inburgeringstraject. Van Schendel is daar erg blij mee: “Hoe complex ook, het is voor ons veel overzichtelijker dan toen de verantwoordelijkheid bij nieuwkomers zelf lag. Wij hebben nu als gemeente de regie: het traject wordt continu aangepast aan de praktijk en resultaten, wat doorontwikkeling mogelijk maakt.”

"Hoe complex ook, de inburgering is voor ons als gemeente nu veel overzichtelijker"

Impactprogramma

Van Zantvoorts films laten vaak knelpunten zien, maar bieden geen oplossingen. De kracht van Klantreis is dat men het totaalplaatje krijgt, waar we in Nederland nog vaak op ons eigen eiland zitten. Toch hoopt Van Zantvoort dat zijn film de aanzet kan zijn van positieve verandering. Daartoe heeft hij in samenwerking met experts voor Klantreis een impactprogramma ontwikkeld. Instellingen kunnen een besloten vertoning aanvragen met een nagesprek, om echt met die knelpunten uit de film aan de gang te gaan. “Aanvankelijk zei ik dat ik blij was als het inburgeringstraject één procent verbeterd zou worden met deze film. Maar met dit programma wordt dat misschien wel drie procent”, grapt de regisseur.

Vertoning Klantreis en nagesprek

Op 17 september 2026 organiseren we een vertoning van de documentaire Klantreis, met een nagesprek met onder meer regisseur Ton van Zantvoort, beleidsadviseur Lot van Schendel, Arne van Hout - directeur-generaal Openbaar Bestuur en Democratische Rechtsstaat (BZK), en ambtenaren die betrokken zijn bij het onderwerp. We voeren het gesprek over de relatie tussen de documentaire en de bestuurlijke en gemeentelijke praktijk. Aanmelden kan hier. Let op! Er is een beperkt aantal plaatsen beschikbaar, dus wees er snel bij!

Datum: donderdag 17 september 2026
Tijd: 13.15 - 15.30 uur
Locatie: Ministerie van BZK, Den Haag
Ruimte: Auditorium
Programma: filmvertoning + nagesprek met Ton van Zantvoort, Arne van Hout en Lot van Schendel