Wanneer je achttien wordt, verandert er veel. En al helemaal als je tot dat moment jeugdzorg ontving en in een beschermde omgeving woonde. Eenmaal ‘volwassen’ moet je daaruit en veel jongeren met een jeugdzorgverleden raken vervolgens dak- of thuisloos. Nicoline den Ouden werkt bij het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (VWS) en is projectleider van de Landelijke Aanpak 16-27. De aanpak helpt gemeenten beter zicht te krijgen op deze groep jongeren, om vervolgens betere ondersteuning te bieden. ‘Na al die individuele casussen, geitenpaadjes en kleine succesjes zei ik: dit kan toch niet langer? Van al die patronen moeten we een concrete aanpak maken.’
Beeld: © Joshua Rood
Nicoline den Ouden: ‘De verhalen van de jongeren zorgen ervoor dat dit onderwerp echt gaat leven: dan veranderen ze van cijfertjes op papier naar echte mensen.’
Auteur: Lotte Breunesse
Nicoline den Ouden weet nog goed wat, of eigenlijk wie, voor haar de aanleiding was om zich bezig te gaan houden met jongeren die op hun achttiende de jeugdzorg verlaten. Als gezinsvoogd begeleidde ze een meisje dat bijna achttien werd en als bijbaantje in een kroeg werkte. In een gesprek over haar volgende stap gaf ze aan dat er een vaste klant was die haar had aangeboden om bij hem te komen wonen. Den Ouden ging, tegen haar professionele gewoonte in, naar die kroeg om hem te ontmoeten. De man leek haar in de basis geen verkeerde kerel, maar ze had wel haar twijfels. Toen keken het meisje en zij elkaar aan. ‘Uit haar blik bleek dat ze hetzelfde dacht als ik – vrouwen voelen dat, als je begrijpt wat ik bedoel. Maar uit die blik sprak ook: ik kan geen kant op. En ik wist ook dat dat zo was. Wat kon ik doen?’
Bij het weggaan gaf Den Ouden haar een knuffel en verzekerde het meisje dat ze altijd bij haar mocht aankloppen, wat er ook gebeurde. Zo’n drie weken later zat ze weer bij Den Ouden op kantoor, zeer gehavend. Het was maar korte tijd echt goed gegaan. Daarna wilde de man seks in ruil voor de slaapplek. Uiteindelijk heeft ze het meisje af moeten zetten bij de daklozenopvang.
‘Die machteloosheid van: we doen het maar gewoon omdat het nu eenmaal niet anders kan. Dat is waarom ik dit blijf agenderen, om daar verandering in te brengen.’
"Die machteloosheid van: we doen het maar gewoon omdat het nu eenmaal niet anders kan. Ik blijf agenderen om daar verandering in te brengen."
Van geitenpaadjes naar concrete aanpak
Den Ouden startte haar carrière als gezinsvoogd bij de Jeugdbescherming. Toen al kon ze zich verbazen over hoe slecht de overgang naar het volwassen leven geregeld is voor jongeren in een kwetsbare positie. ‘Poppetjes zoals ik – professionals, uitvoerders – deden allemaal hun stinkende best, maar binnen de eigen cirkel van invloed lukte het maar minimaal om iets voor elkaar te krijgen. Dat viel mij toen al op, maar ik had op dat moment niet het idee dat ik er iets aan kon veranderen.’
Later, als manager Complexe Zorg bij Jeugdbescherming West, was ze nog steeds met deze groep bezig. Van maatwerkconstructen bedenken tot raamcontracten met gemeentes afsluiten – het bleef ploeteren. Uiteindelijk maakte ze de overstap naar het Ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd (OZJ), als zzp’er. Dit actieprogramma van onder andere VWS is gericht op het begeleiden van hervormingen in de jeugdzorg.
De overgang van jeugdzorg naar volwassenheid en de zorgen die daarbij ontstaan, zijn daarin belangrijke aandachtspunten. In die rol werkt Den Ouden veel samen met de VNG en gemeentes, om te kijken hoe zij deze groep het beste kunnen ondersteunen. Daar ontstond Landelijke Aanpak 16-27. ‘Ook vanuit het OZJ was ik veel aan het regelen op individuele casussen, geitenpaadjes aan het bewandelen, kleine succesjes aan het behalen. Toen zei ik: dit kan toch niet langer? Van al die patronen moeten we een concrete aanpak maken.’
"Als iedereen een beetje verantwoordelijk is, is niemand het echt – dat is het probleem met deze doelgroep"
Gaten in vangnet en beschikbare data
In de eerste plaats hoopt Den Ouden dat met de Landelijke Aanpak 16-27 meer bewustwording wordt gecreëerd. Eerder zag ze dat de verantwoordelijkheid voor deze problematiek door gemeenten nog te veel bij andere partijen werd gelegd, wat in eerste instantie logisch lijkt omdat ze onder het domein Jeugd vallen.
‘Toch zul je als gemeente naar deze groep moeten kijken als: dit zijn onze jongeren. Dit zijn onze inwoners, wij moeten goed voor ze zorgen of in elk geval de regie pakken. Voor en na hun achttiende. Juist omdat we anders zorgvragen voor de toekomst creëren, en die zijn niet de schuld van het kind. Ik hoop dat we bijdragen aan een ander beeld van deze jongeren. Deze jongeren zijn echt niet zo complex, maar het systeem om hen heen is complex.’
Wat die bewustwording soms in de weg zit, is dat er weinig data beschikbaar zijn. Dat komt volgens Den Ouden simpelweg doordat niemand de ontwikkelingen goed bijhoudt. We weten: van de ongeveer 41.000 kinderen in Nederland die binnen de jeugdzorg wonen, zijn er per jaar zo’n 20.000 die hun woonplek moeten verlaten.
‘Daarvan zou de gemeente moeten weten wat hun woon-zorgbehoeften zijn en hoe ze daarin kunnen acteren. Zo groot is dit aantal relatief gezien niet, maar omdat het slecht wordt bijgehouden, blijft het een ongrijpbare groep.’ Daarnaast is bekend dat van de jongeren onder de 27 jaar in de daklozenopvang, 50 tot 60 procent een verleden in de jeugdzorg heeft.
"Je doet met de huidige aanpak aan kapitaalvernietiging: alle investeringen in deze jongeren worden zo tenietgedaan."
Consequent volgen
Er wordt nog heel veel niet bijgehouden. Bijvoorbeeld wanneer kwetsbare jongeren te maken krijgen met tienerzwangerschap of uitbuiting, of als iemand door omstandigheden terechtkomt in het criminele circuit. ‘Ik pleit ervoor dat we bij jongeren die jeugdzorg met verblijf hebben gehad, in de periode tussen hun zestiende en hun zevenentwintigste blijven vragen: hoe gaat het met jou? Wat gebeurt er in je leven wat ook een consequentie kan zijn van opgroeien in de jeugdzorg?’
Als deze zaken wel worden bijgehouden, kan de gemeente volgens Den Ouden veel beter aantonen waarom juist deze jongeren rond hun achttiende een extra steuntje in de rug nodig hebben. ‘Omdat we dit niet weten, gebeuren er dingen in hun leven waar ze zelf niet veel aan kunnen doen. Die kosten ons als maatschappij heel veel geld en inspanning, en zijn voor de jongeren zelf ongezond, gevaarlijk en niet goed. Je doet op de huidige manier echt aan kapitaalvernietiging: alle investeringen in deze jongeren worden zo tenietgedaan.’
"Om te zorgen dat de boodschap daadwerkelijk aankomt, koos de Landelijke Aanpak 16-27 voor een podcast."
De beweging verder brengen
Over deze doelgroep is ontzettend veel geschreven. In principe is het dan ook bekend wat het probleem is. Om te zorgen dat de boodschap daadwerkelijk aankomt, koos de Landelijke Aanpak 16-27 ervoor om dit project te vertalen naar een podcast. ‘Door te luisteren naar mensen die je voorgingen en de jongeren waar het om gaat, blijft informatie hopelijk beter plakken. Luisteraars kunnen dan met frisse energie geïnspireerd verder met het aanpakken van dit probleem.’
Met de podcast 'Wie niet past, loopt vast' proberen ze vooral beleidsmakers en beslissers rondom dit thema te bereiken. Mensen die werken voor overheden, maar tot nog toe niet echt grip hebben gekregen op dit fenomeen.
‘De verhalen van de jongeren zorgen ervoor dat het echt gaat leven: dan veranderen ze van cijfertjes op papier naar echte mensen.’
Die fragmenten zijn los te downloaden en kunnen weer gebruikt worden in bijvoorbeeld presentaties, om aan te tonen wat de link is tussen een verleden in de jeugdzorg en dakloosheid. Ook zijn er posters te downloaden via de website. ‘Die kun je gebruiken om de beweging verder te brengen. Waar het met alleen taal niet lukt, lukt het misschien wel met beeld of geluid.’
"Met deze gasten kun je de oorlog winnen, ze zijn super veerkrachtig. Waarom laten we ze zo vallen?"
Met je neus op je eigen privileges
Het maakproces heeft Den Ouden veel inzichten gebracht. ‘Als je in het potje zit kun je niet op het etiketje kijken. Dit probleem kan je echt oplossen door van buitenaf te kijken, en in te zien dat we allemaal schakels vormen die invloed op elkaar hebben. Het doet me verdriet hoeveel moeite het kost om dat uit te leggen.’
Dit herkende ze in het verhaal van Mirthe Biemans, die te gast was in de podcast. Zij is directeur van TUIS, een tak van Housing First Nederland, en deelt de verbazing van Den Ouden. ‘Zij zei: we zijn het nu gewoon aan het doen met een aantal gemeenten, en het is helemaal niet zo moeilijk. Zij dacht dat het super moeilijk zou zijn, maar dat is het niet als je van buitenaf bekijkt aan welke knoppen je moet draaien.’
Maar wat het meest blijft kleven, zijn toch de verhalen van de jongeren met een verleden in de jeugdzorg zelf. ‘Het snijdt door mijn ziel, om te zien in welke penarie deze jongeren nog steeds zitten, ook nu ze ver in de twintig zijn. Vooral omdat ze zelf vaak niet doorhebben dat ze zo veel dingen doen vanuit overlevingsdrang. Er is eigenlijk geen sterker slag dan deze kinderen. Met deze gasten kun je de oorlog winnen, hier heb je iets aan als maatschappij als je ze een zetje zou geven. Ze zijn super veerkrachtig. Waarom laten we ze zo vallen?’
In de podcast stelt Den Ouden dezelfde vragen aan jongeren die opgegroeid zijn bij hun ouders, als aan jongeren die uit de jeugdzorg komen. ‘Uit die antwoorden wordt zo duidelijk wat het verschil is. Het maakt je nederig als je beseft hoeveel privileges wij hebben, puur omdat wij wel een stabiele thuisbasis kennen’, zegt ze. Zo stelde ze bijvoorbeeld deze vraag over wat je zou doen als je in slaap bent gevallen in de trein.
"Als je weet wat er nodig is, ga het dan in het klein gewoon doen."
Al doende anders doen
Een les die ambtenaren uit deze podcast en uit de aanpak kunnen trekken, is dat je enerzijds goed moet weten wat er aan de hand is. Anderzijds is het misschien nog wel belangrijker om gewoon te gaan doen. Weten dat je fouten gaat maken, en ervoor zorgen dat je daarmee om weet te gaan.
Den Ouden: ‘Als je versnelt op een onderwerp, moet je bezig zijn om iets groots aan te pakken op een kleine manier. De opgave waar we voor staan is zo groots dat het ook kan verlammen. Als je weet wat er nodig is, ga het dan in het klein gewoon doen. Stel ambities, en blijf volhouden. Haal het uit de pilotsfeer en ga ervoor staan.’
Nog steeds verandert er volgens Den Ouden te weinig, en ook veel te langzaam. Maar zij ziet dat niet als iets dat haar tegenhoudt, maar juist als drijfveer om door te gaan en oplossingen te blijven bedenken.
‘Dat is voor iemand die zo weinig geduld heeft zoals ik echt wel ingewikkeld. Ik heb mezelf moeten leren dat als je met grote veranderingen bezig bent, je het moet vergelijken met zo’n grote olietanker: als je die een tik tegen het roer geeft, voelt geen enkele passagier dat, maar uiteindelijk komt die olietanker wel op een andere bestemming uit dan zonder die tik.’