In haar werk als huis- en straatarts ziet Michelle van Tongerloo hoe mensen hopeloos verstrikt raken in de ‘lokettenjungle’. Met Stichting Lekker Geven richtte ze haar eigen systeem op: vrij van bureaucratie. Maar ironisch genoeg weten inmiddels juist hulpverleners uit het reguliere systeem haar te vinden. Toch vindt Van Tongerloo het te makkelijk om alleen naar het falende systeem te wijzen: ‘Ik denk dat we veel meer in onze eigen omgeving moeten kijken naar wat we voor elkaar kunnen doen, en niet steeds met ons vingertje naar de overheid moeten wijzen.’ 

Beeld: © Frank Ruiter

Michelle van Tongerloo: ‘In principe zijn wij ook een loket in de lokettenjungle geworden, maar met een heel belangrijk verschil: wij zouden nooit iemand wegsturen.’

Auteur: Jaike Reitsema 

Een hotelkamer voor een vader en dochter die in hun auto slapen, kinderopvang voor een alleenstaande moeder wier bijstand is stopgezet en een nieuw gebit voor een dakloze man die op zoek is naar een baan. Het zijn allemaal voorbeelden van kosten die Stichting Lekker Geven heeft vergoed. De donaties die de stichting krijgt, gaan direct naar de mensen die het nodig hebben, zonder ingewikkelde bureaucratie. Afgelopen november beschreef Van Tongerloo in een artikel in NRC hoe belangrijk zo’n bureaucratieloos systeem is in een wereld waarin we protocollen zijn gaan verwarren met de werkelijkheid. 

Hoe ontstond Stichting Lekker Geven?

‘Stichting Lekker Geven is ontstaan toen ik ging schrijven over wat ik meemaakte in mijn werk als straatarts. Wat me daarin opviel, is dat zorg in de basis helemaal niet zo complex is. Mensen hebben de onderste treden van Maslows piramide nodig: eten, onderdak en zekerheid, om van daaruit rustig verder te bouwen naar de top. Alleen lukt het ons door een verwarrende jungle aan loketten niet om daarin te voorzien.’ 

‘Daarom begon ik met mijn eigen geld deze dingen voor ze in te kopen, en dat doe ik nog steeds. Ik koop zorg in, een slaapplek of iets anders dat een patiënt nodig heeft. Toen ik daarover begon te schrijven, begonnen andere mensen ook geld aan te bieden. Letterlijk: afgevaardigden van bedrijven stonden soms met enveloppen voor de deur en zeiden: “Michelle, dit slaat nergens op, je moet gewoon een stichting starten.” En daar hadden ze gelijk in.’ 

"Als een bakker slecht brood bakt, gaat hij failliet. Maar wij kunnen rustig doorgaan zonder iemand te helpen en ervaren daarvan niet de consequenties."

In je artikel in NRC waarschuw je voor die ‘lokettenjungle’. Wat houdt die jungle in?

‘De zorg is heel aanbodgericht ingericht. Een zorgverlener heeft een aanbesteding gewonnen om een bepaalde vorm van zorg te verlenen binnen een bepaalde tijd. Als je als patiënt aankomt, wordt gekeken: pas jij daarin? In plaats van: wie ben jij en wat heb jij nodig? Mensen die niet in dat hokje passen, worden doorgestuurd naar het volgende loket. Niemand neemt eigenaarschap, en het ergste is dat dat gewoon kan. 

De overheid, hulporganisaties en huisartsen zoals ik, hebben iets gemeen. We kunnen allemaal ons protocol afdraaien zonder iemand écht te helpen, en uiteindelijk wordt niemand daarop afgerekend. Met droge ogen verwijzen we iemand door naar het volgende loket, terwijl we dondersgoed weten dat diegene daarmee niet geholpen is. En aan het einde van de maand krijgen we gewoon betaald. Als een bakker slecht brood bakt, gaat hij failliet. Als een automonteur auto’s maar half repareert, komen de klanten niet meer terug. Maar wij kunnen rustig doorgaan zonder iemand te helpen en ervaren daar niet de consequenties van.’ 

"Uiteindelijk is het een probleem dat ons allemaal aangaat. Het vertrouwen in de overheid brokkelt af."

Wie ervaren daar de consequenties wel van?

‘In eerste instantie de economische daklozen die van loket naar loket gestuurd worden. Alleenstaande moeders die tussen wal en schip vallen, Rotterdammers met psychische problemen die niet bij de ggz terechtkunnen en mensen die gewoonweg hun rekeningen niet kunnen betalen, bijvoorbeeld. Dan is er ook nog een groep die ik in de Pauluskerk tegenkom, die niet eens welkom is bij de loketten, zoals ongedocumenteerden en arbeidsmigranten.  

Maar uiteindelijk is het een probleem dat ons allemaal aangaat. Het vertrouwen in de overheid brokkelt af en daarmee groeit er iets scheef in onze samenleving. Daarnaast kost het onze samenleving ongelooflijk veel geld. Een plek in de opvang kost al gauw 15.000 euro per jaar. Bovendien vergroot dakloosheid de kans op ernstige gezondheidsklachten, die bijna altijd pas behandeld worden als het al misgaat. Dat is duur én vaak te laat.’ 

In je artikel in NRC schrijf je dat ambtenaren van deze ‘reguliere loketten’ ondertussen ook bij jullie aankloppen voor hulp

‘Zeker. We hadden afgelopen jaar meer dan 160 organisaties die bij ons aanklopten voor hulp, en de gemeente Rotterdam staat inmiddels in de top vijf van aanvragers. Ik snap ook heel goed dat ze bij ons aankloppen, want ze moeten leveren volgens bepaald beleid en er is niet onbeperkt geld.’ 

Heb je een voorbeeld van een casus waarbij de gemeente bij jullie aanklopte?

‘Ik heb er heel veel, maar eentje is wel exemplarisch. Het ging om een man die werkte en een auto-ongeluk kreeg, waardoor hij ernstig ziek werd en zijn baan verloor. Hij kon zijn huur niet meer betalen en raakte dakloos. Om te overleven begon hij te dealen en raakte steeds verder op het verkeerde pad. Tot hij uiteindelijk toch aanklopte voor hulp bij de gemeente. 

Zijn begeleider zag dat hij echt zijn leven op orde wilde krijgen. Hij had zich ingeschreven, kreeg een uitkering en had zelfs een woning gevonden. Alleen stond er nog een straf open van drie maanden detentie. Als hij vast komt te zitten, stopt zijn uitkering. Dan raakt hij zijn huis weer kwijt en valt alles opnieuw uit elkaar. De vraag waarmee de ambtenaar bij ons kwam, was: kunnen jullie drie maanden huur betalen? Zodat hij na zijn straf niet weer helemaal opnieuw hoeft te beginnen? Dat is op zich heel kosteneffectief, want de grootste kapitaalvernietiging is woningverlies.’ 

"We kunnen wel blijven wachten tot de overheid alles voor ons oplost, maar ondertussen worden de problemen steeds groter."

Wat vind je ervan dat dit niet via de officiële weg kan?

Van Tongerloo kaatst direct een vraag terug: ‘Moet de overheid dan alles oplossen?’ 

‘Ik denk namelijk dat dat een utopie is. Dat kán gewoon niet. We moeten veel meer in onze eigen omgeving kijken naar wat we voor elkaar kunnen doen, en niet steeds met het vingertje naar de overheid wijzen. Het gemak waarmee wij Lekker Geven hebben opgezet en een vangnet zijn geworden, dat is geen hogere wiskunde. Dat kan iedereen. We kunnen wel blijven wachten tot de overheid alles voor ons oplost, maar ondertussen worden de problemen steeds groter. Er komt een punt waarop we het zelf moeten gaan doen.’ 

Wat zou een ambtenaar wel meteen kunnen toepassen zonder te wachten op een systeemverandering?

‘Het belangrijkste is om iemand vast te houden en niet meer los te laten. Je moet begrijpen dat dakloze mensen die van hot naar her worden gestuurd, totaal geen vertrouwen meer hebben in het systeem. Ik lees in gemeentelijke dossiers weleens dingen als: de patiënt is niet transparant genoeg, of: patiënt werkt niet mee. Terwijl dat heel goed te verklaren is. Diegene staat onder veel stress en is misschien wel bang om de uitkering of zelfs kinderen te verliezen. Vervolgens zie ik dat de volgende ambtenaar het narratief van de ‘lastige patiënt’ overneemt en na één incident het dossier meteen sluit.’ 

Als deze mensen bij mij komen, hebben ze ook echt geen vertrouwen in mij, en dat neem ik ze niet kwalijk. Ik zeg in zo’n geval: ik blijf bij je staan tot het is opgelost. En dat doe ik dan ook. Zo leert iemand op je bouwen en valt dat schild dat iemand heeft opgebouwd beetje bij beetje weg. Je begint te snappen hoe iemand in elkaar zit en krijgt begrip voor de situatie, waardoor je iemand ook beter kunt helpen. Soms is hulpverlenen ook een training in uithoudingsvermogen.’ 

"Het belangrijkste is om iemand vast te houden en niet meer los te laten tot het is opgelost."

Hoe zorg je er bij Stichting Lekker Geven voor dat je niet in datzelfde ‘loketdenken’ vervalt?

‘Daar zit altijd een spanningsveld, want elk jaar worden we groter. We krijgen meer aanvragen, meer personeel en er gaat steeds meer geld om in onze stichting. Toch is het altijd gelukt om het laagdrempelig te houden. We kijken alles persoonlijk na en als we denken: dit is niet voor ons, gaan we alsnog in gesprek. Als we denken dat iemand beter geholpen is bij een andere instantie, dan mailen wij diegene met de betreffende organisatie in de cc en checken we of het contact ook echt tot stand is gekomen. Ja, in principe zijn wij ook een loket in de lokettenjungle geworden. Maar met een heel belangrijk verschil: wij zouden nooit iemand wegsturen.’