Wat hebben Trump-stemmers, Meloni-aanhangers en bezorgde verdedigers van de rechtsstaat met elkaar gemeen? Volgens schrijver Ilja Leonard Pfeijffer meer dan ze zelf vermoeden. In zijn nieuwe boek Absolute democratie laat hij zien hoe de democratie niet zozeer van buitenaf wordt aangevallen, maar van binnenuit wordt herschreven. Overheid van Nu ging met Pfeijffer in gesprek over macht, tegenmacht en de ongemakkelijke vraag wat democratie vandaag eigenlijk nog is. ‘Een dictatuur van de meerderheid voelt in de ogen van haar aanhangers bij uitstek democratisch.’
Beeld: © Stephan Vanfleteren
Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Betrokkenheid – waarin die dan ook ontaardt – is wat mij betreft de kern van een gezonde democratie, ook al is het momenteel verleidelijk om je ervan af te keren.’
Auteur: Joris Jenster
Ilja Leonard Pfeijffer troont in zijn werkkamer in Genua wanneer we hem via een videoverbinding spreken. Achter hem klassieke Italiaanse barokmeubels, zware kasten, ornamenten. Hij rookt shag. Denkt hardop en formuleert zorgvuldig. Aanleiding van ons gesprek: Absolute democratie, kroniek van een aangekondigde afrekening, zijn nieuwe essaybundel die 3 februari jl. verscheen.
Enkele jaren geleden schreef Pfeijffer de vuistdikke roman Alkibiades, over het verval van de Atheense democratie. Na wat formaliteiten maak ik hem erop attent dat de parallellen tussen beide werken ons niet zijn ontgaan. Waar laatstgenoemde een historische waarschuwing is, beschrijft Absolute democratie een vergelijkbare politieke dynamiek – zei het als actuele diagnose. Hij vertelt: ‘Het klopt dat die twee boeken onmiddellijk met elkaar verbonden zijn. Absolute democratie is in zekere zin Alkibiades deel twee. Beide boeken komen voort uit dezelfde zorgen, dezelfde observaties en dezelfde analyse van wat er op dit moment aan de hand is. Het gaat over dezelfde fenomenen.’
Wat bedoelt u precies met ‘absolute democratie’, en waarin verschilt ze van de constitutionele democratie zoals we die lange tijd vanzelfsprekend vonden?
Ilja Leonard Pfeijffer: ‘Decennialang was het een vanzelfsprekendheid dat democratie was ingebed in een rechtsstatelijk systeem: een systeem van checks and balances, waarin bevoegdheden en verantwoordelijkheden worden begrensd door grondwet en wet. Het was zelfs een tautologie om te spreken van een constitutionele democratie.
Maar dat model wordt de laatste jaren steeds nadrukkelijker uitgedaagd door een alternatief, waarin het als ondemocratisch wordt gezien dat de winnaar van verkiezingen zich moet laten beperken door de rechtsstaat, door ongekozen rechters of door instituties zoals de Europese Unie. In dat alternatief geldt verkiezingswinst als een absolutistisch mandaat: het idee dat je op grond daarvan het recht hebt om te doen wat je wilt.
Als je constitutionele democratie ziet als een voortdurende poging om belangen tegen elkaar af te wegen, dan is absolute democratie in wezen een dictatuur van de meerderheid.’
"Absolute democratie is in wezen de dictatuur van de meerderheid"
Momenteel illustreert Trump die logica als geen ander, maar ook Europese landen blijken vatbaar. Wat is volgens u de aantrekkingskracht van dit alternatief?
‘Het is belangrijk om te beseffen dat absolute democratie voor haar aanhangers juist het toppunt van democratie is. Wij zijn het er hier waarschijnlijk over eens dat dit model gevaarlijk is en kan ontaarden in dictatuur, maar voor de kiezers van Trump, Wilders, Meloni of Orbán is het juist ondemocratisch wanneer de wil van het volk wordt beperkt door rechters, adviesraden of andere instituties. Daarom hecht ik zo aan die term absolute democratie: om duidelijk te maken dat het in de ogen van haar aanhangers bij uitstek democratisch is.’
"Dictaturen zijn in wezen veel efficiënter. Zo is de democratie nooit bedoeld geweest"
Het is dus een definiëringskwestie?
‘In zekere zin wel. Het is mij gebeurd dat ik hier in Genua een verkiezingsbijeenkomst van de centrumrechtse coalitie bijwoonde, waar allerlei fatsoenlijke rechtse mensen – en ook een paar minder fatsoenlijke rechtse mensen – samen waren. Ik sprak daar een ouder echtpaar dat het volledig met mij eens was dat de democratie ten onder ging. Althans, totdat het gesprek concreet werd. Hun voorbeelden waren dat Marine Le Pen door rechters buitenspel was gezet en dat Trump voortdurend werd gedwarsboomd door ongekozen rechters.
Wat ik me op dat moment realiseerde was: we waren het er volledig over eens dát de democratie in gevaar was, maar we stonden diametraal tegenover elkaar in wat we daaronder verstonden. Het probleem reikt dus verder dan polarisatie alleen. Het is alsof de brandweerman en de pyromaan het er met elkaar over eens zijn dat het huis in brand staat, zonder het gesprek te voeren over waar de brand is ontstaan.’
Dat absolute karakter, daar gaat ook een zekere efficiëntie, een zekere daadkracht, vanuit.
‘Dat is juist. Al is democratie nooit bedoeld geweest als een efficiënt systeem. Dictaturen zijn in wezen veel efficiënter dan democratieën. Het wezenlijke kenmerk van een constitutionele democratie is het voorkomen van machtsconcentratie door geïnstitutionaliseerde tegenmacht, desnoods ten koste van efficiëntie. Dat besef dreigt verloren te gaan, ook in Nederland.’
"De overheid kan en moet uitleggen waarom de rechtsstaat en procedures noodzakelijk zijn, ook als die ten koste gaan van snelheid en efficiëntie"
Wat betekent deze ontwikkeling concreet voor een land als Nederland, waar beleid normaal gesproken juist sterk leunt op instituties, ambtelijke expertise en procedures?
‘Dat zien we nu al. Als je om electorale redenen een asielcrisis uitroept en een beroep wilt doen op staatsnoodrecht, dan botsen twee modellen frontaal: het absolutistische democratiemodel en de rechtsstaat. De één zegt: wij hebben gewonnen en de kiezer wil dit. De ander zegt: het mag niet. Als dat conflict niet wordt beslecht, leidt dat tot bestuurlijke stilstand, zoals we de afgelopen kabinetsperiode hebben gezien.’
Je zou kunnen zeggen: een kritische blik op het functioneren van rechtstatelijke instituties hoort ook bij een gezonde democratie. Wanneer slaat die kritiek om in ondermijning?
‘Het is volstrekt legitiem om het oneens te zijn met een specifiek advies of een concrete uitspraak, bijvoorbeeld van de Raad van State, en daar inhoudelijk tegenin te gaan. Maar het wordt problematisch wanneer men het instituut als zodanig in diskrediet brengt, bijvoorbeeld door te zeggen dat het politiek gekleurd is en daarom per definitie onbetrouwbaar. Dan tast je het fundament van de rechtsstaat aan.’
Wat vraagt deze situatie van de manier waarop de overheid communiceert en legitimiteit zoekt?
‘De overheid kan en moet uitleggen waarom de rechtsstaat en procedures noodzakelijk zijn, ook als die ten koste gaan van snelheid en efficiëntie. Dat is uit te leggen. Maar het vraagt wel moed en consistentie. Het lastige is dat overheden onder die populistische druk juist steeds risicomijdender en voorzichtiger worden.
Politiek is verworden tot mediacratie, een permanente campagne waarin de peiling van morgen zwaarder weegt dan het landsbelang op lange termijn. Politici sluiten zich aan bij de publieke opinie, in plaats van de samenleving rijp te maken voor noodzakelijke besluiten. Het stikstofdossier is daar natuurlijk een schoolvoorbeeld van.’
"Absolutistische leiders zij nergens meer bij gebaat dan bij onze onverschilligheid"
Hoe is in dit verhaal een rol weggelegd voor ambtenaren?
‘Ambtenaren belichamen de continuïteit en expertise van de rechtsstaat. Voor iemand als Trump is die continuïteit een gevaar gebleken. Hij gaat uit van the enemy from within, vervangt de ambtelijke top en ontmantelt het systeem daarmee van binnenuit. Uiteraard is loyaliteit belangrijk, maar het is naar mijn idee niet in alle omstandigheden de hoogste deugd. Je zit daar niet om stromannen te zijn, maar vanwege kennis, ervaring en institutioneel geheugen. Juist dat maakt de ambtelijke rol onmisbaar in een gezonde democratie.’
En waar ligt de morele opgave voor burgers?
‘Alles begint met bewustzijn. Dat is voor mij de reden om hier weer een boek aan te wijden. Mensen moeten begrijpen wat er aan de hand is. Absolutistische leiders zijn immers nergens meer bij gebaat dan bij onze onverschilligheid. Betrokkenheid – waarin die dan ook ontaardt – is wat mij betreft dan ook de kern van een gezonde democratie, ook al is het momenteel verleidelijk om je ervan af te keren.’