Een maand geleden luidden we massaal het nieuwe jaar in. Flessen champagne werden gepopt, vuurwerk(-mitrailleurs) werd afgestoken, hulpverleners werden belaagd en traditiegetrouw werd er flink gereld. Dat vanaf komende jaarwisseling in het hele land (waarschijnlijk) een algeheel vuurwerkverbod geldt, zat er al een tijdje aan te komen. Maar hoe succesvol dat gaat zijn hangt helemaal af van de aanpak, weet criminoloog en veiligheidsdeskundige Marnix Eysink Smeets. ‘In het politieke debat ligt te veel nadruk op repressie.’

Beeld: © Eigen beheer

Marnix Eysink Smeets: ‘Hoe sneller het ons lukt om er een nieuwe, betere traditie voor in de plaats te zetten, hoe soepeler de overgang zal gaan.’

Auteur: Jaike Reitsema

In 1980 maakte u voor het eerst oud en nieuw mee als jonge politieofficier in Den Haag. Hoe was dat?

‘Precies zoals ik verwacht had. Het hele jaar krijg je te horen dat het vechten wordt. Dus op 31 december zet je je helm op, neem je je wapenstok in de hand en dan wordt het inderdaad vechten. Ook in die tijd had de jaarwisseling in Den Haag alle schijn van een burgeroorlog. Winkeliers timmerden hun ramen dicht en jongeren verzamelden kerstbomen en ander brandbaar materiaal om brandstapels mee te maken. Andere Tijden heeft er zelfs nog een aflevering over gemaakt: De Haagse Kerstbomenoorlog. Als je daar als politieagent aankwam, werd je onthaald met vuurpijlen, volle flessen bier en wat ze maar konden vinden. Maar ja, je bent politieman geworden om de samenleving te beschermen, dus dat doe je.’

"Het eerste jaar hoefde de ME pas om vier uur ’s nachts te komen, het jaar daarop om vijf uur en het jaar daarna hoefde ze helemaal niet meer te komen"

Vijf jaar na uw eerste oud en nieuw als agent koos uw team in Den Haag voor een wat ongebruikelijke aanpak. Hoe ging dat?

‘Om te begrijpen waarom zoiets feestelijks als oud en nieuw altijd uitmondt in oorlog, besloten we het gesprek aan te gaan. Dat deden we onder andere door een film te maken over oud en nieuw in Den Haag. Met vier camerateams gingen we de straat op om Hagenezen te spreken. Eén camerateam is beroofd van alle apparatuur, maar met behulp van de wijkagent hebben we dat teruggekregen. Met die film gingen we nog verder de wijken in om het gesprek te starten. Zo begonnen we beter te begrijpen welke dynamieken er spelen in zo’n wijk en wat de mensen daar drijft.’

‘Het was onderdeel van een aantal positieve nudges die we hebben losgelaten op deze Haagse buurten waar het vaak uit de hand loopt. Eén daarvan was bijvoorbeeld om de buurt zelf een feest te laten organiseren. Dan krijg je andere mensen op straat dan alleen jonge mannen en verandert de sfeer. Opeens heeft iedereen er dan belang bij dat zo’n avond goed verloopt. En zo hadden we wel een stuk of dertig kleinere maatregelen. Dat nudgen bleek te werken. Het eerste jaar hoefde de ME pas om vier uur ’s nachts te komen, het jaar daarop om vijf uur ’s nachts en het jaar daarna hoefde ze helemaal niet meer te komen.’

"Op dit moment is de pakkans nog 25 procent van wat het ooit was"

Hoe is de situatie rondom oud en nieuw in de afgelopen veertig jaar veranderd?

‘Je hebt een aantal verschillende probleemtypen rondom nieuwjaar, en die zijn wel veranderd. Je hebt al heel lang de oude volkswijken en kleine dorpen met gesloten gemeenschappen waar het vaak uit de hand loopt. Door een goede band op te bouwen met de mensen daar, samen dingen te organiseren én in te grijpen als iemand over de schreef gaat, is daar veel te winnen, zoals in de wijken in Den Haag waar ik als jonge politieman kwam.’

‘Maar de laatste jaren is er een nieuw probleemtype bijgekomen. Vooral in de grotere steden zie je jongeren uit de straatcultuur die het hele jaar door een gespannen verhouding met de politie hebben. Zij zien de jaarwisseling als een uitgelezen kans om de politie aan te pakken. Als de politie heel repressief optreedt, is dat voor hen onderdeel van het feestje. Daarnaast is de pakkans met oud en nieuw klein. Door de jaren heen is het aantal aanhoudingen tijdens nieuwjaar steeds minder geworden. Op dit moment is het nog 25 procent van wat het ooit was.’

"Er is een nieuw probleemtype bijgekomen - jongeren uit de straatcultuur die het hele jaar door een gespannen verhouding met de politie hebben"

Waarom zijn er zoveel minder aanhoudingen?

‘Dat zou de politie moeten vertellen. Wat ik in ieder geval zie, is dat de lokale politie de afgelopen jaren behoorlijk onder druk is komen te staan. Zij hebben minder tijd en ruimte om in de buurten te zijn. Door de politie zelf wordt ook de intrede van het zware illegale vuurwerk genoemd, maar vergeet niet dat deze daling al inzette vóór de opkomst van het zware vuurwerk.’

Wat vindt u op dit moment van de aanpak van het aankomende algeheel vuurwerkverbod?

‘In de politiek ligt op dit moment veel te veel nadruk op het repressieve gedeelte. Het handhavingsplan Jaarwisseling van het ministerie van Justitie en Veiligheid is een diarree aan maatregelen waarmee ze alles wat niet gewenst is, willen wegdringen. Ingrid Coenradie van JA21 riep zelfs dat het leger erop af moet. Dan denk ik: wacht eens even. Jij was zelf tegen het vuurwerkverbod. Daarnaast was je bewindspersoon in een kabinet dat totaal geen aandacht heeft besteed aan het leeglopen van de lokale politie én een kabinet dat heeft gezorgd voor het laagste vertrouwen in de politiek ooit.’

"Het handhavingsplan Jaarwisseling is een diarree aan maatregelen waarmee ze alles wat niet gewenst is, willen wegdringen"

Hoe zou het wel moeten?

‘Het is een kwestie van nabijheid en maatwerk. En gelukkig zijn er heel veel gemeenten die dat goed doen, vooral bij de klassieke brandhaarden. De gemeente Kampen is een mooi voorbeeld. Vroeger waren daar veel ongelukken en gedoe rondom carbidschieten. Maar op een gegeven moment is de gemeente samen gaan werken met lokale schuttersgilden. Ze maken samen afspraken en de gemeente geeft ze ook vertrouwen. Daar loopt het inmiddels al jaren gesmeerd. Het is belangrijk om lessen te trekken uit dit soort goede voorbeelden en uit vorige jaarwisselingen.’

‘Wat we in ieder geval keer op keer zien, is dat domweg verbieden niet werkt. Je moet vooral een goed beeld hebben van hoe je de jaarwisseling wél wil zien en dan met goede alternatieven komen. En dan heb ik het niet alleen over vuurwerkshows. Die zijn mooi, maar je moet je afvragen of daar het publiek op afkomt dat normaal een cobra naar een agent zou gooien. Je moet je focussen op de groep die rottigheid uithaalt en kijken hoe je hen kunt beïnvloeden. Elke groep vraagt om een andere benadering.’

"Vuurwerkshows zijn mooi, maar je moet je afvragen of daar het publiek op afkomt dat normaal cobra’s naar de politie gooit"

Heeft repressief optreden dan helemaal geen zin?

‘Repressief optreden is ook heel belangrijk. Ik geloof dat tachtig procent valt en staat bij preventie en twintig procent bij repressie. Ik ben van wat ik graag noem: ‘repressie met chirurgische precisie’. Grenzen stellen en dan heel nadrukkelijk de gasten eruit halen die daaroverheen gaan. Repressie moet geloofwaardig zijn, niet zoals de grootspraak in de landelijke politiek nu. Elk jaar roepen ze dat ze harder gaan optreden en nooit zie je het terug in het aantal aanhoudingen. Zo verlies je geloofwaardigheid. De mensen die over grenzen heengaan, moeten voelen dat ze er echt niet mee weg gaan komen.’

Kijkt u met goede moed naar de komende jaarwisseling?

‘Ik denk dat de overgang naar een ander soort nieuwjaar te vergelijken zal zijn met de overgang naar roetveegpiet. Het heeft tijd nodig, maar tegenwoordig zitten we in een nieuwe situatie waar nog maar weinig vraagtekens bij worden geplaatst. Hoe sneller het ons lukt om een nieuwe, betere traditie ervoor in de plaats te zetten, hoe soepeler de overgang zal gaan.’