‘Dit is geen overgangsperiode, het is een breuk’, vatte de Canadese premier Mark Carney de huidige toestand van de wereld kernachtig samen. Voor Europa betekent het dat het als unie zelfstandig moeten worden. Voor jou als ambtenaar misschien wel dat je je de komende tijd meer moet richten op Brussel en minder op Den Haag. Meer besef moet hebben van wat Europa is en kan zijn. Maar over wat voor Europa hebben we het dan? Daarvoor moet je bij de Duitse filosoof Peter Sloterdijk (1947) zijn. Ja, de vleesgeworden, witte, oude, betweterige mastodont you love to hate, en die vorig jaar Het continent zonder eigenschappen: bladwijzers in het boek Europa uitbracht. Moeilijk leesbaar, matig vertaald en gezien de huidige ontwikkelingen misschien wel deels achterhaald. Onze redacteur en bestuurskundig historicus Ton Baetens breekt niettemin een overtuigende lans voor dit boek.
Beeld: © ANP/Thomas Banneyer
Peter Sloterdijk
Auteur: Ton Baetens
Het is een prachtboek. Waarin in een fiks aantal hoofdstukken Europa ontleed wordt. Genadeloos op de operatietafel gelegd. Aan stukken gereten.
Sloterdijk doet dat aan de hand van een aantal sterk gekozen metaforen. Zijn eerste metafoor duidt Europa aan als ‘Latijns-Europa’. Een typisch Sloterdijkiaanse vondst – een samenstel van woorden, dat je even op het verkeerde been zet. Latijns-Europa? -Amerika zul je bedoelen? Het leidt tot een geweldige reflectie op ‘waar Europa nu eigenlijk vandaan komt’. De stelling van Sloterdijk: in het huidige Europa herkennen we de belangrijkste elementen van het oude Romeinse Rijk (vandaar ‘Latijns’): 'In dramaturgisch opzicht is het Romeinse Rijk tot op heden niet ‘ten onder gegaan.'
Europa is in de ogen van Sloterdijk ‘het werkterrein van her-ensceneringen van Romeinse bevelssystemen. Daaruit zijn – met een vertraging van duizend jaar en meer – de moderne Europese ‘staten’ voortgekomen.’ En net als het Romeinse Rijk heeft ook de Europese Unie te kampen met de vraag waar de logische grens van de Unie ligt. Tot op het niveau dat het piept en kraakt: ‘Zij vormen politieke systemen die ertoe zijn veroordeeld vroeger of later op hun manier te ervaren wat al in de dagen van weleer het Romeinse dilemma was: de imperiale overexpansie.’
Ook in een ander opzicht is Europa aan dat oude Rome gebonden – als stad waar de zetel van de Rooms-Katholieke Kerk zich bevindt. Want ook dat is zó kenmerkend voor Europa, stelt Sloterdijk vast. Als er iets identitairs aan Europa kleeft, dan is het wel die voedingsbodem van geloof, vorst en natie.
"Als er iets identitairs aan Europa kleeft, dan is het wel die voedingsbodem van geloof, vorst en natie"
Continent met verschillende verschijningsvormen
Sloterdijk speelt, zoals gezegd, in ieder hoofdstuk met een (of soms meerdere) metaforen om dat ongrijpbare Europa te duiden. Het Latijns-Europa, maar ook de Grande École van de wereld. Of door ‘de revolutie’ als uitgangspunt te kiezen voor de voortdurend veranderende werkelijkheid. Denk aan de Franse Revolutie, die vrijheid, gelijkheid en broederschap beloofde en min of meer de grondlegger van een democratische rechtsorde werd. Maar denk evenzeer aan de Industriële Revolutie, die ons continent een enorme welvaartsprong (en bijbehorende dominantie) schonk. Maar, zo hoor je Sloterdijk denken: tegen welke prijs?
Een andere metafoor die Sloterdijk magistraal uitwerkt, is de metafoor van Europa als schip. Die ontleent hij aan de Spaanse jezuïet Baltasar Gracián, die ‘muntte in zijn in 1651 verschenen roman El Criticón de meest lucide metafoor voor het schip dat uitvaart om nieuwe werelden te ontdekken: ‘het draagbare Europa’. Het maakt de queeste van Columbus beter te begrijpen: 'Columbus maakte van zichzelf niet minder dan een zeilende apostel; hem was, zo meende hij, in overeenstemming met zijn doopnaam, de taak toebedeeld Christus opnieuw over het water te dragen, dit keer over de Atlantische voorde.’
Sloterdijk brengt hier allerhande kernwaarden van Europa bij elkaar: vrijheid, geloof, ontdekken, innoveren, maar evenzeer: grof geweld en roofzucht. ‘Columbus had, om met Jean-Paul Sartre te spreken, zijn vrijheid ‘geëngageerd’ voor de grandioze dwaling van zijn vertrek naar Indië; de zeevaarder zelf had met de veronderstelling dat hij uit vrijheid had gehandeld weinig kunnen beginnen – hij zag in zichzelf niets dan een loyale dienaar van de Spaanse kroon en een instrumenteel gevolmachtigde van God.'
Immers, Europeanen gaan niet ‘zomaar’ te water. Dat doen we in 'de figuur van de heilige Drie-eenheid [...]: de alliantie van oorlog, handel en zeeroverij [...] in de realistische, maar niet van kleingeestigheid gespeende veronderstelling dat mensen van Europese komaf zich alleen onder invloed van laag-bij-de-grondse motieven op zee wagen – of het nu machtswellust en winstbejag is, dan wel eigendunk en opgeblazenheid onder een vlag, of omdat hun op het vasteland geen zinvolle levenstaken voor ogen staan, om over geloofwaardige kansen op geluk maar te zwijgen'.
"Sloterdijk brengt allerhande kernwaarden van Europa bij elkaar: vrijheid, geloof, ontdekken, innoveren, maar evenzeer grof geweld en roofzucht"
Oorlogslittekens
Maar misschien is Europa nog wel het meest een continent dat getekend is door oorlog. Het koloniale Europa was nog in staat om vooral geweld op anderen uit te oefenen – oorlog en geweld vonden vooral ‘elders’ plaats. De Wereldoorlogen troffen toch vooral het oude continent. Dat is in de ogen van Sloterdijk de meest scherpe definitie van Europa: een continent van ‘Geschiedenis a priori.1 Waarbij bovendien de nasleep van beide Wereldoorlogen van enorme invloed was én is op het doen en laten van het huidige Europa.
Vooral de naschok van Der frische, fröhliche Krieg was enorm: 'Als de Eerste Wereldoorlog een sleutelrol heeft gespeeld voor het opkomen van vragen naar de essentie, de toekomst en het lot van Europa, dan vooral omdat zich al snel na het einde van die oorlog in november 1918 op het hele continent het gevoel verspreidde dat er uiteindelijk alleen maar verliezers waren.'
In de kern was het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog al het failliet van het oude Europa. Het Europa van nationale staten, die zo langzamerhand al aan het einde van hun krachten waren. Een logisch gevolg van die eerder benoemde overexpansie: de Commonwealth, die Engeland al nauwelijks tot niet meer ‘bij elkaar hield’. De koloniale overheersing van andere landen door Frankrijk, Spanje en in mindere mate Portugal, België, Nederland (om er maar een paar te noemen), die Duitsland ‘jaloers’ had gemaakt. De natiestaat en de nadruk op eigenheid, die nu juist het Habsburgse Rijk op zijn grondvesten deed trillen. Zoeken naar ein Platz an der Sonne leidde mede tot die Eerste Wereldoorlog.
Nadien was Europa niet meer hetzelfde: 'waarvoor het later gemunte hybride neo-Duitse nomen Verunsicherung treffend zou zijn – een uitdrukking die door het Engelse uncertainty en het Franse incertitude slechts ontoereikend kan worden weergegeven. ‘Veronzekerd’, dat was het bestaan van Europeanen die zich aan een naoorlogse wereld met onzekere spelregels zagen ‘blootgesteld.'
"De dagen moe, brengen we onze dagen in een zekere ledigheid door"
Een boek over Europa kan niet compleet zijn zonder een verwijzing naar Oswald Spengler. Als er één boek is dat de Weltschmerz van Europa goed onder woorden weet te brengen, dan is het wel Der Untergang des Abendlandes. Sloterdijk: 'Als diagnosticus van de Europese crisis vóór de Eerste Wereldoorlog had Spengler een scherp oog gekregen voor de conflictlijnen waarlangs de in tientallen jaren opgestuwde potentialen tot ontlading zouden komen. Niet alleen in kringen van de Europese jeugd was in een klimaat van prospererende levensfilosofieën een besef gegroeid van de toenemende vertechnisering van het bestaan; iedereen had het over de sociale vervreemding van individuen, over de hectiek van de grote stad en de toenemende vluchtigheid van de relaties tussen ontwortelde mensen.’
Het oude Europa trilde dus al tijden tot in zijn voegen – dat was de observatie van Spengler. Het was een ervaring die in die tijd breed gedeeld werd, zo stelt Sloterdijk: ‘De typische kenmerken van de decadentie die Nietzsche in Wagners kunst dacht te hebben waargenomen – het brute, het kunstmatige en het idiote, waarmee uitgeputte subjecten zich een laatste interessantheid laten voorspiegelen – waren in de literatuur, op het toneel en in de dagbladpers alomtegenwoordig.'
Hadden we het net over de invloed van Spengler, een goede tweede is Robert Musil. Die met zijn Der Mann ohne Eigenschaften (1930) de grondlegger is van dat typerende beeld van de Europeaan: ‘De dagen moe, brengen we onze dagen in een zekere ledigheid door. Niet al te geprononceerd. Maar vooral keurig. Burgerlijk. Inwisselbaar.’
"Maar vooral keurig. Burgerlijk. Inwisselbaar"
Het pluisje in onze navel
Sloterdijk borduurt op beide boeken voort. In een aantal hoofdstukken wordt de gekozen metafoor persoonlijker. Althans, dan doet Sloterdijk zijn best om de Europeaan in zijn wezen te begrijpen en te verklaren. Door bijvoorbeeld de (misschien wel) typisch Europese vorm van de autobiografie te analyseren. Hoe de freischwebende Intelligenz al eeuwenlang op zichzelf reflecteert. Maar tegelijkertijd daarmee de wereld om zich heen duidt en in een ingewikkelde parabolische redenering zichzelf en ook de ander de maat neemt. Of zoals Sloterdijk dat verwoordt: ‘dire vrai sur soi-même’ (mocht het je nog niet duidelijk zijn: Sloterdijk is niet ‘van de straat’ en spreekt zijn talen).
Sloterdijk laat ook nu weer in een lange lijn zien, hoe die autobiografische literatuurvorm, door Augustinus, via Petrarca, Jean-Jacques Rousseau en vele, vele anderen, tot op de dag van vandaag een samenhangende verklaring biedt voor ‘dat wat Europa’ is. Of liever: kenmerkend is voor het enigszins zelfkritische, beschouwende, navelstarende Europa.
Sloterdijk zegt dat ‘iets’ krachtiger: 'Als multi-superbische, multi-zelfzuchtige, multi-narcistische maatschappelijke orde en staatsorde vertrouwt het historisch ervaren Europa op de wederzijds dempende effecten van een groot aantal particuliere en collectieve egoïsmen.' Vrij vertaald: we zijn heel erg zo niet teveel met onszelf bezig. En met het pluisje in onze navel. Deze constatering verleidt Sloterdijk overigens tot zijn (voor zover ik heb opgemerkt) enige low culture verwijzing. Namelijk naar een song van Pink Floyd: 'Brain Damage’, waarvan deze versregel eruit springt: ‘There’s someone in my head but it’s not me.’
Europa is dus veel meer dan de optelsom van individuele staten.2 In zijn woorden: ‘Dit soort overwegingen dienen om de these te staven dat Europa in topologisch opzicht nog iets heel anders is dan een geografische entiteit. Het is een cultureel fenomeen dat men, om een zinswending van Marx op te pakken, een aantal ‘metafysische spitsvondigheden’ ten laste mag leggen; het vormt een holografisch lichaam, waarbij oppervlakkige waarnemingen en diepe inzichten op een ingewikkelde manier in elkaar overgaan.’
"De nieuwe wereld’ diende vooral als overstromingsbekken voor Europese overschotten aan mensen, frustraties en vage energieën op zoek naar opdrachten"
Europa en de losse vis
Na de beschouwing van die eerdere metafoor ‘Het schip’ volgt wat later in het boek nog een even mooie talige vondst.3 De metafoor van ‘losse vis’. Losse vis is iets wat je kan ‘pakken’. Waarop je kunt jagen. En als je het gevangen hebt, is het ‘rechtmatig’ van jou. Die nogal willekeurige interpretatie van mijn en dijn kenmerkt Europa. Zo zijn we landen en continenten gaan ontdekken. Hebben we overal in de wereld huisgehouden. Hebben we ons verrijkt ten koste van anderen. Losse vis, nietwaar?
Sterker nog, dat hebben we in een systeem gegoten: van 'ondernemingslustige lieden uit Europa [die] de Nieuwe Wereld in het vizier kregen, [..] niet alleen als projectiedoek voor de geluksdromen van kapiteins, koningsraadslieden, kredietverstrekkers, reders en schatgravers; zij diende vooral als overstromingsbekken voor Europese overschotten aan mensen, frustraties en vage energieën op zoek naar opdrachten die de moeite lonen – energieën die op zekere dag aan de overkant van de Atlantische Oceaan onder de titel pursuit of happiness met grondwettelijke garanties omkleed werden.'
De wankele identiteit van Europa
De optelsom van al die identitaire verschijningsvormen is evenzeer overweldigend als verwarrend. Ja, ben je geneigd te denken, dit alles (en misschien nog wel meer) kenmerkt Europa. Kenmerkt ons. En in diezelfde beweging vervaagt die verschijningsvorm. Wat zijn we nu echt? Wat bindt ons? 'Vaak komt ironie niet enkel alleen, soms produceert zij ook voetnoten [...]. Toen de Engelsen in juni 2016 bij een nodeloos uitgeschreven referendum met een krappe meerderheid voor het uittreden uit de Europese Unie stemden, kozen ze er uiteindelijk voor geen lid meer te willen zijn van een club die bereid was leden als hen op te nemen.'
"Gebruiken we de shocktherapie om eindelijk een verbonden, democratische en rechtsstatelijke unie te vormen?"
Heeft het allemaal nog wel zin?
In de afgelopen twee eeuwen hebben veel denkers en dichters het hoofd gebroken over een adequaat medicijn voor Europa: 'In dat oordeel kwamen – in het spoor van Nietzsche – zulke tegengestelde denkers als Martin Heidegger, Herbert Marcuse, Jacques Ellul, Theodor W. Adorno, Jacques Derrida en anderen met elkaar overeen. Als pathognostici van hun eigen civilisatie gaven auteurs van dit slag meer of minder discrete aanwijzingen hoe de van verre komende scheefgroei op het vlak van de hele cultuur gecorrigeerd zou kunnen worden.’
Soms op een fatalistische toon, zoals de late Heidegger die aansloeg toen hij stelde: ‘Alleen een god kan ons nog redden’. Waarbij andere denkers meer geloofden in een recept van ‘bemiddeling tussen westerse ratio en oostelijke bezinning, zoals talrijke denkers van Hermann Hesse tot Raimon Panikkar die hebben aanbevolen’. Terwijl weer anderen alleen nog maar geloven in een shocktherapie, ‘zoals die recent in subculturele kringen wordt aangeprezen, waar men liefst wil leren hoe je pijpleidingen kunt opblazen, om de aanslag te onderbreken die de op fossiele energie gebaseerde beschaving pleegt op het ecosysteem van de planeet'.
Die shocktherapie, die is nu toegediend. Maar anders dan Sloterdijk vermoedde tijdens het schrijven van dit boek uit 2025. Het medicijn lijkt nu extern toegediend. Zoals de Canadese premier Carney het in Davos formuleerde: dit is geen overgangstijd, maar een breuk. De trans-Atlantische relatie, die Europa na de Tweede Wereldoorlog zo lang heeft vormgegeven, die is in moordend tempo aan het veranderen. Sterker nog: die lijkt (of is) onhoudbaar. Trump, handelstariefoorlogen, Oekraïne al dan niet in de steek laten, Groenland (of was het IJsland?) willen hebben, Poetinverering, rechts-radicale partijen als AFD (in Duitsland) aan de macht willen – met dergelijke vrienden heeft Europa geen vijanden nodig.
Maar anders dan al die andere keren, lukte het de Europese Unie de afgelopen weken om nu eens niet larmoyant af te wachten. Maar werd er in sneltreinvaart initiatief getoond. Een gezamenlijke militaire verkenningsmissie vormgegeven én uitgevoerd. Een big bazooka met tegenvoorstellen voor handelstarieven op tafel gelegd. Europa laat zien dat het tanden heeft. Maakt tempo.
En daarmee is het boek van Sloterdijk ook alweer tot op zekere hoogte achterhaald. Misschien slaapwandelen we nu niet meer eigeschaploos naar onze ondergang. En gebruiken we shocktherapie om eindelijk een verbonden, democratische en rechtsstatelijke unie te vormen.