Leiden Kennisstad: afstemmen aan de voorkant en gezamenlijk tempo bepalen

Gemiddeld zit een gemeente in 33 regionale samenwerkingen. Maar ook binnen de gemeentegrenzen worden er coalities gesmeed om de positie van de stad te versterken. Kennisstad Leiden, waarin de gemeente samen optrekt met Leidse kennisinstellingen, is zo’n samenwerking. Hoe pakken ze dat aan en wat levert het op? ‘Leuk dat er vanuit de universiteit een wetenschappelijk artikel wordt gepubliceerd over een onderwerp dat de stad aangaat, maar als wij niet begrijpen hoe je het in de dagelijkse praktijk kunt gebruiken, mis je een stap.’

Een skelet van een Tyranosaurus Rex
Beeld: ©ANP - Hollandse Hoogte- Dijkstra bv

In Leiden werken Universiteit Leiden, hogeschool Leiden, Naturalis Biodiversity Center, mboRijnland en gemeente Leiden samen in Leiden Kennisstad. Doel: stad en inwoners maximaal laten profiteren van de aanwezige kennis. De vijf partners financieren gezamenlijk de kernorganisatie van Leiden Kennisstad. Daarnaast worden projecten op ad hoc-basis gefinancierd, waarvoor elke deelnemende partij zijn eigen budgetten heeft.

Leiden Kennisstad begon in 2012 in de vorm van een gemeentelijk programma en in 2017 werd besloten om de samenwerking om te zetten in een vastere constructie, met doelen binnen drie thema’s: gezondheid & welzijn, biodiversiteit en cultureel erfgoed & collecties. Het hoofddoel is enerzijds om de betrokken kennisinstellingen te laten groeien en bloeien op het vlak van onderzoek en onderwijs, en anderzijds om de stad daarvan maximaal te laten profiteren. Lara Ummels, kennismakelaar van Leiden Kennisstad, en Steef Löwik, programmamanager vanuit de gemeente Leiden, vertellen erover.

Waar kwam in 2012 de wens uit voort om samen te werken binnen Leiden Kennisstad?

Ummels: ‘Het begon ermee dat de gemeente de band met de kennisinstellingen van de stad wilde versterken. Dat was geen vanzelfsprekende samenwerking, want de gemeente en de kennisinstellingen werkten eigenlijk langs elkaar heen. Na een paar jaar constateerden de samenwerkende partijen dat ze toch wel vrienden geworden waren en toen is ook het doel van kruisbestuiving gesteld: stad en kennisinstellingen moeten van elkaar profiteren.’

Heeft u daar een voorbeeld van?

Ummels: ‘De stad is een soort grote collegezaal en onderzoekslab voor de universiteit en hogeschool. Je ziet dat veel studenten in hun opleiding – of dat nu op mbo-, hbo- of wo-niveau is – veel meer met stadspartners bezig zijn als het gaat om onderzoek en onderwijs. Daarvoor hebben we een heel systeem opgetuigd en daardoor staan de studenten veel sneller dan normaal met hun poten in de klei. Voor de onderwijsinstellingen levert dat profilering op en mede daardoor heeft de stad de titel European City of Science binnengesleept.’

Löwik: ‘Een ander voorbeeld is de taskforce studentenhuisvesting die we hebben opgezet. Daarin kijken we, op basis van de trend qua inschrijvingen, hoeveel studentenwoningen er precies nodig zijn. Gerelateerd daaraan kijken we ook breder naar studentenwelzijn: dat is een thema dat je vanuit één perspectief kunt bekijken, maar dat zich uiteindelijk beter in een brede samenwerking als Leiden Kennisstad laat aanpakken.’

Ummels: ‘Uiteindelijk is er door de gemeente en alle Leidse onderwijsinstellingen een verklaring getekend voor het verbeteren van het studentenwelzijn. Daaraan zie je goed dat je met Leiden Kennisstad echt zetjes kunt geven om concrete zaken in gang te zetten.’

Löwik: ‘Een ander concreet voorbeeld ligt op het gebied van veiligheid. De universiteit, gemeente en politie zijn samenwerking aangegaan in het aanstellen van een stadscriminoloog. Die doet onderzoek naar de veiligheidsbeleving van de inwoners van Leiden, en doet aan de hand daarvan concrete voorstellen ter verbetering. Mogelijke maatregelen om de veiligheidsbeleving te vergroten zijn bijvoorbeeld het wat kleiner knippen van de bosjes, het veranderen van de verlichting en cameratoezicht.

Zowel de inwoners, de politie als de universiteit hebben profijt van de stadscriminoloog. De universiteit profiteert ervan dat het onderzoek praktijkgericht is, de politie kent de plekken waar er iets moet gebeuren aan de veiligheidsbeleving en inwoners voelen zich veiliger.’

De stad is een soort grote collegezaal en onderzoekslab voor de universiteit en hogeschool

Hoe is zoiets als de stadscriminoloog tot stand gekomen?

Ummels: ‘Voor Leiden Kennisstad hebben we een werkgroep waarin, naast Steef Löwik namens de gemeente, ook zijn evenknieën van de andere deelnemende partijen zitten. Die afgevaardigden komen elke vier weken bij elkaar. Om te kijken of er een nieuwe gezamenlijke uitdaging is. Om te kijken of alles goed loopt. En om het met elkaar te delen als een van de partijen een project start waarop een andere partij kan aanhaken. Daarnaast is er ook een stuurgroep van bestuurders die elk kwartaal samenkomen en ook hun wensen voor Leiden Kennisstad neerleggen.

Eens per jaar organiseren we ook het symposium Leiden Kennisstad, waar zo’n 170 medewerkers van alle samenwerkende partijen naartoe komen om het over allerlei thema’s te hebben. Daar ontstaan natuurlijk allerlei dwarsverbanden en toevallige ontmoetingen waaruit nieuwe concrete ideeën voor de samenwerking voortvloeien.’

Wat is de rol van kennismakelaar daarin?

Ummels: ‘Het is mijn taak om overal voelsprieten te hebben. Je ziet vaak dat partijen op een bepaald thema willen samenwerken maar dat het ingewikkeld is om dat concreet te maken. Dat komt ook omdat alle partijen een eigen belang hebben. Op dat soort momenten is het zaak om zo goed mogelijk duidelijk te maken wat ieders belangen zijn en om daarin een zo goed mogelijke weg te vinden, dus zonder dat iemand zich gepasseerd of niet serieus genomen voelt.’

Hoe bepalen jullie wat wel en niet bij Leiden Kennisstad hoort?

Ummels: ‘Het is belangrijk om te benoemen dat Leiden Kennisstad niet alleen een samenwerkingsverband is, maar ook de signatuur van de stad. Als er wordt samengewerkt aan projecten die goed zijn voor dit profiel van de stad als plek van kennis & cultuur, noemen we dat Leiden Kennisstad, ook als het project formeel eigenlijk niet binnen de samenwerking plaatsvindt.

Binnen de samenwerking hebben we drie hoofdthema’s – gezondheid & welzijn, biodiversiteit en cultureel erfgoed & collecties – en als daar iets volstrekt buiten valt, doen we er niet actief iets mee. Daarnaast hebben we de stelregel dat er minstens drie van de vijf partijen betrokken moeten zijn om het binnen het kader van Leiden Kennisstad te laten plaatsvinden.’

De taal van de wetenschap en die van de gemeente verschillen van elkaar en Leiden Kennisstad probeert die werelden beter met elkaar te laten praten

Waarin ligt de sleutel tot geslaagde samenwerking?

Ummels: ‘Het is heel belangrijk om er rekening mee te houden dat elke betrokken partij zijn eigen tempo heeft. Dus, als je samen iets voor elkaar wil krijgen, moet je een gezamenlijk tempo vinden. Dat is soms best lastig, bijvoorbeeld als er wethouders zijn die voor het einde van hun politieke termijn nog iets voor elkaar gekregen willen hebben.

Doordat ik als kennismakelaar “van alle partijen” ben, heb ik de bevoorrechte positie dat ik meer inzicht heb in de belangen die er bij alle betrokkenen meespelen. Die kennis helpt enorm om de tempo’s gelijkt te kunnen trekken.’

Löwik: ‘Daarnaast is het zaak om rekening te houden met de verschillende belangen die er spelen. Soms kan het aan de voorkant wat tijd kosten om de belangen op elkaar af te stemmen en om ook goede afspraken over de samenwerking én de financiën te maken, maar dat is de tijd waard. Dat zorgt er later voor dat alle partijen op de juiste manier toegewijd zijn aan het project, en je niet krijgt dat de ene partij harder gaat lopen dan de andere partij.’

Ummels: ‘Het vertalen van elkaars belangen vind ik soms lastig. Hoe ga je bijvoorbeeld een gemeentelijke opgave op het gebied van vergroening vertalen naar een project waar een onderzoeker ook iets aan heeft? De taal van de wetenschap en die van de gemeente verschillen van elkaar en Leiden Kennisstad probeert die werelden beter met elkaar te laten praten.’

Löwik: ‘Heel platgeslagen zeggen we vaak tegen elkaar: leuk dat er vanuit de universiteit een wetenschappelijk artikel wordt gepubliceerd over een onderwerp dat de stad aangaat, maar als wij niet begrijpen hoe je het in de dagelijkse praktijk kunt gebruiken, mis je een stap. Er is dus vaak wel een vertaalslag nodig van wat een onderzoek heeft opgeleverd en hoe die kennis naar concrete acties in het beleid kan voeren. Daarin zit ook de les besloten dat samenwerking niet ophoudt bij het opleveren van een rapportje, maar dat het gaat om het hele proces.’

Wat hopen jullie in de toekomst met Leiden Kennisstad te bereiken?

Löwik: ‘Met het in de wacht slepen van de titel European City of Science kiezen we er nog bewuster voor om ons Europees te profileren. De stip op de horizon die we met elkaar hebben gezet, is dat Leiden in 2030 een van de gezondste, groenste en meest culturele steden van het land én van Europa is. Dat geeft het gesprek en de samenwerking tussen de partijen meteen veel meer richting mee.’

Lees hier meer over Leiden Kennisstad.