‘Waarom werken we elkaar tegen? We willen toch allebei een dak boven ieder hoofd?’

Zeven oplossingen voor de woonopgave. Dat was de opbrengst van de zoektocht van Stefanie Blokhuizen, de fictieve, zelfbenoemde Minister voor Wonen. Hoe haalbaar zijn deze oplossingen? En wat betekenen ze voor de interbestuurlijke samenwerking? Vorige maand reflecteerden we daarop met hoogleraar Peter Boelhouwer. Vandaag is het de beurt aan Mohammed Acharki, bestuurder van woningcorporatie Zayaz.

portret acharki
©Zayaz

In de vorige aflevering stelde Boelhouwer dat een minister voor wonen in ieder geval niet dé oplossing is. Volgens hem moeten we Nederland opnieuw inrichten, waarbij we belangen als het woningtekort, duurzaamheid en de landbouw naast elkaar gaan afwegen: 

‘Nederland is helemaal niet vol. In Londen wonen 14 miljoen mensen op het oppervlak van de Provincie Utrecht. Het zijn de keuzes die we maken, waardoor het gaat wringen.'

Anders dan Peter Boelhouwer, pleit Mohammed Acharki wél voor een minister voor Wonen: ‘Het helpt als er een minister komt die dit dossier belangrijk maakt.’ Al is hij het met Boelhouwer eens dat er niet één oplossing is: ‘Al deze oplossingsrichtingen zijn nodig als we het woonprobleem willen oplossen’, zegt hij als we de oplossingen van de Minister voor Wonen aan hem voorleggen.
 

Minister voor Wonen
Voor drie weken benoemde de fictieve Stefanie Blokhuizen zichzelf tot Minister voor Wonen. Ze trok door het hele land om honderden mensen te vragen naar hun oplossingen voor de huidige woonproblemen. Buurtbewoners, experts, mensen van woningcoöperaties, onderzoeksbureaus en overheden. Wat is er volgens hen nodig om de wooncrisis op te lossen? 

Minister voor Wonen is een initiatief van verschillende partijen, waaronder deskundigen, politici en woningcorporaties. Uit de gesprekken die ze voerden kwamen zeven oplossingsrichtingen
  1. De regeldruk serieus verminderen
  2. Gemeenten, zorg voor voldoende betaalbare woningen
  3. Sneller bouwen
  4. Intensief samenwerken
  5. Gebruikmaken van alles wat er al is
  6. Maak doorstroming mogelijk en zorg voor passende woningen
  7. Een daadkrachtige minister die de regie pakt

Gevangen in ons eigen denkraam

Volgens Acharki is een overkoepelend probleem dat we gevangen zitten in ons eigen denkraam: 

‘Veel organisaties denken al snel te weten wat goed is voor een ander. Bij onze woningcorporatie dachten we bijvoorbeeld altijd dat mensen geholpen zijn met een appartement of een eengezinswoning. Maar toen we Tiny Houses gingen bouwen, kregen we meer dan 800 belangstellenden voor één zo’n huisje.’

‘Door de wooncrisis zijn we gaan experimenteren met verschillende woonvormen, zoals dus Tiny Houses, maar ook het splitsen van bestaande woningen en flexibele woningen. Die experimenten leren ons dat er een grote behoefte is aan andere woonvormen, nog los van de wooncrisis. Een beetje afstand van het eigen denkraam, helpt dus om op andere oplossingen uit te komen.

‘Op die manier zijn we ook anders naar woningdelen gaan kijken. Als je vanuit je eigen denkraam kijkt, kan je makkelijk denken: wie wil nou een huis delen met een onbekende? Dus bieden we huizen aan een huishouden. Maar toen we een peiling deden onder woningzoekenden in Den Bosch, blijkt dat bijna een kwart het prima vindt om onder bepaalde voorwaarden een woning te delen. Dat betekent dat woningdelen een belangrijk onderdeel van de oplossing kan zijn.’
 

Als we een woning willen splitsen, staat de regel over parkeren ons vaak in de weg

De regeldruk serieus verminderen

Oplossing 1 van de Minister voor Wonen is daarbij een belangrijke: de regeldruk serieus verminderen. Acharki: ‘Veel mensen die een woning willen delen, doen dat niet omdat ze dan bijvoorbeeld gekort worden op hun uitkering.’

‘Dat is een voorbeeld van een regel die belemmert dat we een dak voor zoveel mogelijk mensen kunnen organiseren. We maken ook mee dat een regel over parkeren ons in de weg staat, als we een woning willen splitsen. Omdat er geen plek is voor een extra parkeerplaats, wordt de kans voor het huisvesten van soms 4 personen weggenomen.’

‘Zo wordt er nog vaak gekeken. Het is hard nodig dat we meer meebewegen met de behoeften die er zijn in de samenleving. Ik wil zelf graag een eigen auto, maar mijn zoon hoeft dat bijvoorbeeld niet. Hij vindt een auto delen ideaal. Als dat een nieuwe tendens is onder jongeren, dan moeten we natuurlijk anders naar parkeren gaan kijken. Ofwel door de toetsers anders naar dit vraagstuk te laten kijken. Ofwel door regels – desnoods tijdelijk – opzij te zetten.’
 

Hoe verloopt jullie samenwerking met de overheid, als jullie zo’n regel aan de kaak stellen? 

‘Vaak gaat dat goed, maar soms vraag ik me ook af of er voldoende gedeeld belang is. Hoe kan een gemeente en een woningcorporatie een meningsverschil hebben, als we er allebei zijn om het belang van de burger te dienen? Als je dat belang vooropzet, dan vind je elkaar ook makkelijker.’

‘Dat raakt ook aan het vertrouwen tussen burger en overheid. We moeten als land leren om ongelijke gevallen ook ongelijk te behandelen. Niet alleen zeggen: dit is het beleid of de regel. Die regel is ooit met een bedoeling ontstaan. Dat vraagt van instanties en overheden dat ze vertrouwen en ruimte geven aan hun mensen die in de praktijk werken.’

‘Als ik als ambtenaar of medewerker van een woningcorporatie niet de kracht en ruimte heb om naar jouw specifieke situatie te kijken en daarnaar te handelen, dan blijf jij in sommige situaties met je probleem zitten. Burgers willen zich gezien en gehoord voelen. En daar kunnen overheid en maatschappelijke instanties samen het verschil maken door het belang van de burger voorop te zetten.’

Daarbij helpt het als er een minister komt, die dit dossier belangrijk maakt

Iedereen is verantwoordelijk, dus niemand is verantwoordelijk

Na een half uur praten met Acharki, is al een duizelingwekkend aantal partijen langsgekomen die een rol spelen bij de woonopgave: rijksoverheid, woningcoöperaties, projectontwikkelaars, provincies, gemeentes en sociale wijkteams, om het sociale en fysieke domein samen te brengen. En ook de kiezer: ‘Er zijn gemeenten in Nederland die de voorkeur geven aan het bouwen van koopwoningen in plaats van sociale huurwoningen. En die vertegenwoordigers zijn weer gekozen door de mensen die er wonen.’

Of de zeven oplossingen die we Acharki voorleggen haalbaar zijn, hangt volgens hem af van de samenwerking tussen die partijen, de wil om dingen te veranderen, en of het lukt om de opgave voorop te zetten en organisatiebelangen achterop. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid, benadruk hij.

Krijg je bij zo’n gezamenlijke verantwoordelijkheid niet het probleem dat uiteindelijk niemand zich écht verantwoordelijk voelt?

‘Klopt, dat is een terecht punt. Er zijn meerdere partijen verantwoordelijk, daarom gaat het ons helpen als de rijksoverheid de regie neemt in het oplossen van de wooncrisis.’

‘Je ziet dat er een tekort is aan ruimte om te bouwen. Doordat gemeenten in discussie blijven over binnenstedelijk bouwen of bouwen aan de rand van de stad. Het is een soort gevecht. Voor beide kanten zijn allerlei argumenten te noemen, maar dat gedoe belemmert ons. We kunnen geen stappen zetten. 

‘Daarbij helpt het als er een minister komt, die dit dossier belangrijk maakt. Iemand die afspraken maakt met gemeenten, regio’s, ontwikkelaars en corporaties om te leveren. Om belemmeringen op nationaal niveau weg te nemen, zoals stikstofproblemen. En om bouwlocaties aan te wijzen als lokale partijen er niet uitkomen.’