‘Een minister voor wonen is niet dé oplossing voor de woonopgave’

De woonopgave lossen we niet op met een minister voor wonen. Dat stelt Peter Boelhouwer, hoogleraar ‘huisvestingssystemen’ aan de TU Delft. Boelhouwer bestudeert hoe de woningmarkt functioneert. In een uur dat voorbijvloog, vroegen we hem hoe we de woonopgave dan wél kunnen oplossen. Volgens hem moeten we Nederland opnieuw inrichten, waarbij we belangen als het woningtekort, duurzaamheid en de landbouw naast elkaar gaan afwegen.

te koop bord aan de gevel van een huis
©Ministerie van BZK

Voor drie weken benoemde de fictieve Stefanie Blokhuizen zichzelf tot Minister voor Wonen. Ze trok door het land om honderden mensen te spreken over de woonopgave. Buurtbewoners, verschillende experts en mensen van woningcoöperaties en overheden. Wat is volgens hen nodig om de wooncrisis op te lossen? Uit deze zoektocht kwamen zeven oplossingsrichtingen. Van sneller bouwen tot gebruikmaken wat er al is.
 

De fictieve Minister voor Wonen is een initiatief van verschillende partijen, waaronder deskundigen, politici en woningcorporaties. Uit de gesprekken die ze voerden kwamen zeven oplossingsrichtingen:

1.            De regeldruk serieus verminderen

2.            Gemeenten, zorg voor voldoende betaalbare woningen

3.            Sneller bouwen

4.            Intensief samenwerken

5.            Gebruikmaken van alles wat er al is

6.            Maak doorstroming mogelijk en zorg voor passende woningen

7.            Een daadkrachtige minister die de regie pakt

Hoe haalbaar zijn deze verschillende oplossingen? En wat betekenen ze voor de interbestuurlijke samenwerking? Daarop reflecteren we in twee afleveringen met wetenschapper Peter Boelhouwer en met Mohammed Acharki, directeur van woningcoöperatie Zayaz. Vandaag deel 1!

Het onbesproken struikelblok: geld

Als we Boelhouwer vragen om te reflecteren op de oplossingsrichtingen, denkt hij even na. Om vervolgens snel te concluderen dat de belangrijkste oplossing er niet bij staat: meer geld.

Boelhouwer: ‘De woonproblemen oplossen kost gewoon veel geld. We stellen hoge eisen aan nieuwe woningen: de woningen moeten duurzaam zijn, in het stedelijk gebied worden gebouwd en aan strenge kwaliteitseisen voldoen. Bij het maken van die plannen is niet realistisch gekeken naar wat ze betekenen. Wat kost het als we aan al deze eisen willen voldoen?’

‘Nu zitten we vast, omdat vooralsnog niemand bereid blijkt om de kosten te betalen. Voorheen hadden gemeenten een rol in de financiering van woningbouw, maar die hebben daar sinds de decentralisaties (in het sociaal domein, red.) geen geld meer voor. Daarnaast keken we in het verleden naar de woningcorporaties, maar die hebben sinds 2013 te maken met een verhuurderheffing, waardoor er minder geld overblijft voor de bouw.’

‘Dan blijft de samenleving over. De woningbouw wordt nu via de markt gefinancierd, maar de huidige woningtekorten en woningprijzen maken duidelijk dat ook dat niet werkt. Er is een grote groep mensen die graag een woning wil, maar het niet meer kan betalen. Of zeer lang op een wachtlijst moet staan. De woningmarkt kan niet goed als vrije markt functioneren wanneer je allerlei ruimtelijke beperkingen oplegt.’

‘Dat samen maakt dat op dit moment niemand de kosten voor grootschalige woningbouw op dure locaties kan ophoesten. Daarom hebben we twee opties. Of de kwaliteitseisen moeten naar beneden, bijvoorbeeld door voor goedkopere locaties te kiezen. Of iemand moet voor de kosten opdraaien. Dat laatste lijkt het meest voor de hand te liggen; zowel bij de wederopbouw, het groeikernenbeleid als de VINEX zijn er via het rijk forse subsidies verstrekt.’

Portretfoto Peter Boelhouwer
©TU Delft

Gevecht om ruimte

Daar komt nog een tweede punt bij: ruimte. Een strijd om de schaarse ruimte die we in Nederland hebben. Een strijd waar niet alleen de woonopgave aan meedoet.

Boelhouwer: ‘Het huidige woningtekort kunnen we oplossen door 9% in plaatst van 8% van ons land te gebruiken voor woningen. Dat is eigenlijk nog het minst ingewikkelde vraagstuk, als je het vergelijkt met hoeveel ruimte we nodig hebben voor waterberging, natuur, duurzame energie en landbouw.’

‘We moeten een paar fundamentele keuzes maken. Waarom moeten we hier varkensvlees voor China produceren? We gebruiken twee derde van ons landschap voor 6% van ons Bruto Nationaal Product. Het zijn politieke vraagstukken. Een afweging van belangen, over opgaven heen.’

We moeten Nederland opnieuw inrichten. Niet zeuren als ergens een natuurgebied sneuvelt, maar die natuur ergens anders terugbrengen.


‘Daarom is een minister voor wonen ook niet genoeg’, stelt Boelhouwer. ‘Zo’n arme vrouw of man moet dan alle problemen oplossen, zonder daar de middelen voor te krijgen. We hebben eerder een minister voor ruimtelijke ordening nodig, die naar alle aspecten van ruimtelijke ordening kijkt. Niet alleen naar de woonopgave.’

‘We kiezen er nu voor om 30 regio’s hun eigen energieopgave op te laten lossen. Als je vanuit landsbelang kijkt, kun je dat veel beter centraal regelen. Produceer duurzame energie op plekken waar minder mensen wonen. Nu gaan we een stukje Nederland waar de woningmarkt zeer krap is, vol zetten met windmolens.’

‘We moeten Nederland opnieuw inrichten. Niet zeuren als ergens een natuurgebied sneuvelt, maar die natuur dan wel weer ergens anders terugbrengen.’

Hoe lossen we de woonopgave op?

Boelhouwer ziet niet alleen in de politiek een conflict van belangen, maar ook in de samenleving:

‘Veel bouwprojecten worden enorm vertraagd door bezwaarschriften van omwonenden. Soms gaan ze zelfs helemaal niet door. Dat zijn vaak bezwaren van mensen die zelf al een huis bezitten. Die niet willen dat de woonopgave in hun achtertuin wordt opgelost. De verwachting is dat het aantal bezwaarschriften alleen maar verder gaat toenemen.’

De problemen zijn dus: geldgebrek en conflicterende belangen. Binnen de politiek en in de samenleving. Hoe lossen we dat op?

Als hij kijkt naar de zeven oplossingsrichtingen die we hem voorleggen, ziet Boelhouwer zeker kansen in het verminderen van de regeldruk (‘waarbij je wel moet bedenken dat de meeste regels er niet voor niets zijn’), het makkelijker maken om door te stromen en beter gebruik maken van bestaande gebouwen.

Boelhouwer: ‘Als je de regels daarover versoepelt, komt er heel wat woongelegenheid bij. Nu is het bijvoorbeeld heel lastig om in een vakantiewoning te wonen, een Tiny House neer te zetten of een woning te splitsen.’

‘Er zijn andere oplossingen dan alleen maar bouwen. Maar met alleen die alternatieve oplossingen komen we er niet. Daarvoor is het absolute tekort simpelweg te groot.’

Boelhouwer benadrukt dat er keuzes gemaakt moet worden. Beter samenwerken helpt, maar nog meer dan dat is het zaak om fundamentele keuzes te maken. Keuzes die specifieke deelopgaven overstijgen.

Boelhouwer: ‘Nederland is helemaal niet vol. In Londen wonen 14 miljoen mensen op het oppervlak van de Provincie Utrecht. Het zijn de keuzes die we maken, waardoor het gaat wringen. Het kan niet allemaal.’

‘Waar ik voor zou kiezen? Wat mij betreft is de meest logische keuze om de landbouw flink in te krimpen. Dat is de meest vervuilende sector, die financieel het minst opbrengt en de meeste ruimte consumeert.’