Samenwerken volgens het boek(je): Het dorp, een geschiedenis

In deze zomerrubriek onderzoekt Overheid van Nu wat we kunnen leren over samenwerken in Nederland uit non-fictie romans. We lezen: Het geluk van Limburg van Marcia Luyten, Het nieuwe land van Eva Vriend, Van wie is de stad van Floor Milikowski, Het Pauperparadijs van Suzanna Jansen en Het Dorp van Wim Daniels.

Iemand houdt het boek Het dorp van Wim Daniëls vast

Het dorp (Thomas Rap, 2019) van Wim Daniëls is in de eerste plaats een ode aan het dorp van voor het Ik-tijdperk dat in de jaren 70 begon. Meer dan dat biedt het ook stof tot nadenken over wat een vitaal dorp anno nu zou moeten zijn. En welke rol je daar als overheid in kunt spelen.

Samenvatting

Het dorp heeft als ondertitel Een geschiedenis. Veelzeggend genoeg, want auteur Wim Daniëls, zelf in 1954 geboren en getogen in het Brabantse dorp Aarle-Rixtel (dat nu met drie andere dorpen behoort tot de gemeente Laarbeek in de buurt van Eindhoven) beschrijft het dorpsleven van zijn jeugd. Dat dorpsleven bereikte in die periode van de jaren 50 en 60 een hoogtepunt om daarna vanaf de jaren 70 langzaam te verdwijnen.

Het boek is een eerbetoon. Aan de benauwdheid en sociale druk, die veel dorpelingen deed snakken en ontsnappen naar de anonimiteit en (zo ervaren) vrijheid van de stad, wordt nauwelijks aandacht besteed. Daniëls focust op de charme, een wereld van heggen, zandpaden en huisvrouwen met schorten voor. Waar je de nieuwtjes oppikte bij de dorpspomp, de smidse of – later – bij een van de talloze kruideniers in een dorp als Aarle-Rixtel.

Middenstand en verenigingsleven floreerden, dorpsfiguren gaven kleur aan het leven, de burgemeester kende iedereen. Het dorp als synoniem voor gemeenschapszin. Wie aan de gemeenschapszin van het dorp niet wil bijdragen, stelt Daniëls, is het dorp niet waardig.

Hoewel nostalgisch, blijft Daniëls niet in het geidealiseerde verleden hangen. Wat – in veel opzichten – verloren is gegaan, is ook waaraan nog altijd behoefte bestaat. De verbondenheid, het gevoel erbij te horen, het elkaar kennen en groeten - het dorp als belangrijk onderdeel van je identiteit. Tegen de stroom van gemeentelijke fusies in wordt dat de laatste jaren weer met hartstocht en enig succes nagestreefd.

Daniëls geeft in het (meest politieke) slothoofdstuk dan ook boeiende voorbeelden van kernendemocratie, dorpskringen, vitale dorpenprojecten en dorpscoöperaties. Deze worden toch ook - steeds vaker lijkt het - begripvol ondersteund door de hogere bestuurlijke gremia, die zich sterk maken voor vergroting van hun slagkracht om de steeds zwaardere takenpakketten voor gemeentes aan te kunnen.

Zo is Het dorp toch een geslaagde ode aan het verleden die inspiratie biedt voor het heden.

Dit boek in 5 kenmerkende begrippen

Nostalgisch – Daniëls schreef het klassieke Het dorp door Wim Sonneveld in boekvorm, compleet met sneren naar het door hem verguisde leven in de moderne stad.

Kritiekloos – Het dorp kan in de ogen van de auteur alleen maar goed doen; aan de leegloop van veel dorpen en de redenen daarvoor besteedt hij geen aandacht.

Toegankelijk – Daniëls schrijft – ongetwijfeld bewust – op B1-niveau. In taal die ook de minder snuggere dorps- of stadsbewoner goed kan bevatten.

Verhelderend – je leert veel over de grondslagen van het dorp; waar komen de dingen zoals ze zijn uit voort.

Inspirerend – Daniëls blijft niet hangen in nostalgie maar gebruikt de geschiedenis als voeding voor wat kan in de huidige tijd.

Samenwerken volgens Het dorp

Bestuurders zijn vaker wel dan niet fusievoorstanders en hebben daar goede bestuurlijke redenen voor. Redenen die bij de gemiddelde inwoner alleen niet tot de verbeelding spreken. Geen dorpeling die roept: hè, ja, laten we fuseren met het naburige dorp waar we de afgelopen eeuwen prettig afstand van hebben gehouden. Of beter: laten we een stadswijk worden!

Bestuurders, maakt Daniëls duidelijk, komen door de vele fusies letterlijk en figuurlijk op steeds grotere afstand van de inwoners te staan, en hebben vaak ook minder voeling met het gebied en de mensen waar ze over gaan. Illustrerend is de soms holle naamgeving van gefuseerde gemeenten. In het omarmen en ondersteunen van bijvoorbeeld dorpscoöperaties en dorpskringen ligt de mogelijkheid om weer nader tot de burger te komen en met die burger samen te werken en taken te verdelen.

De overheid, stelt Daniëls, heeft als taak de identiteit van het dorp te respecteren en het gevoel van verbondenheid op dorpsniveau te bevorderen.