Gemeenteraden moeten politiek gesprek durven voeren over het sociaal domein

Vijf jaar na de decentralisaties concludeert de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) dat gemeenteraden op veel plekken nog worstelen met hun nieuwe rol in het sociaal domein. Raadsleden moeten meer richting geven, en minder controleren. ‘We zijn op de goede weg, maar we zijn er nog niet’, stelt Albertine van Vliet, ROB-lid en waarnemend burgemeester in Wijk bij Duurstede. ‘De raad moet aan het stuur gaan zitten en moet zich écht als opdrachtgever van het college gaan zien.’

Atriumlezing
Albertine van Vliet presenteert ‘Decentrale taak is politieke zaak’. Foto: VNG / Serge Ligtenberg

Decentrale taak is politieke zaak in 1 minuut:

  • Gemeenteraden moeten meer ‘aan het stuur’ gaan zitten; minder praten over de uitvoering, en meer politieke gesprekken voeren over de richting van het beleid in het sociaal domein. Zij moeten zich meer positioneren als opdrachtgever van het college.
  • Daarin heeft iedereen een rol te spelen volgens de ROB;
    • Raadsleden moeten met elkaar in gesprek over wat goede kaders zijn en over de eisen die de raad aan kadernota’s wil stellen.
    • De voorzitter van de raad moet faciliteren dat de raadsleden niet met het college, maar met elkaar in debat gaan.
    • Colleges moeten onderbouwde scenario’s voorleggen en geen enkelvoudige voorstellen, zodat raadsleden meer keuzeruimte hebben.
    • Griffiers moeten raadsleden bewustmaken van hun rol als opdrachtgever van het college, en hen ondersteunen bij hun kaderstellende rol.
    • Het Rijk moet meer aandacht besteden aan de doorvertaling van gedecentraliseerde wetten naar de praktijk. Zodat gemeenten weten waar zij keuzevrijheid hebben, en waar hun beleid door wettelijke kaders begrensd wordt.

Hoe gaan gemeenten om met nieuwe verantwoordelijkheden?

In januari 2015 werden de Jeugdwet, de Participatiewet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) gedecentraliseerd. ‘Als we de taak lokaal beleggen, dan is het gemakkelijker om integrale oplossingen te vinden’, vat Albertine van Vliet de gedachte achter die decentralisaties samen. Wat goede (jeugd)zorg is, werd voortaan aan gemeenten overgelaten. Het betekende een enorme verzwaring van het takenpakket van gemeenten.

Op verzoek van de Eerste Kamer en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) volgde de Raad voor het Openbaar Bestuur de afgelopen vijf jaar hoe gemeenten omgaan met hun nieuwe verantwoordelijkheden. Hierbij keek de ROB specifiek naar de gevolgen van de decentralisaties op de kwaliteit van het lokale bestuur en het functioneren van de democratie.

Het adviesrapport Decentrale taak is politieke zaak werd op donderdag 13 februari gepresenteerd door Albertine van Vliet tijdens een Atriumlezing bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

‘Het is niet een kwestie van professionaliseren, maar van politiseren’

‘Twee jaar na de introductie van de nieuwe taken zagen we dat gemeenten zich heel goed hadden voorbereid’, vertelt Van Vliet. ‘Ze hadden veel geld opzijgezet en ze hadden zichzelf ook getraind om niet te snel op incidenten te reageren; ging er iets mis? Dan werd er niet direct een schuldige aangewezen en wethouders hoefden niet gelijk op te stappen.’

‘De laatste drie jaar is er wel iets aan het veranderen. Raadsleden oriënteren zich meer op hun rol, en op de financiële kaders. We zien dat gemeenteraden worstelen met hoe zij goed kunnen sturen en hoe zij meer kunnen doen dan alleen controleren op de uitvoering’, stelt Van Vliet. ‘De gemeenteraad zit nog niet overal aan het stuur, maar zou dat wel moeten zitten. Dat is, zoals de NSOB (Nederlandse School voor Openbaar Bestuur, red.) ook al zei, niet een kwestie van professionaliseren, maar van politiseren.’

Jammer dat wetten uitvoeringspraktijk beschrijven

Dat gemeenteraden in het sociaal domein weinig politieke debatten voeren over de kaderstelling, maar vooral controleren op de uitvoering, heeft volgens de ROB ook veel te maken met de wettelijke kaders die door het Rijk gesteld zijn. ‘Het is jammer dat in de drie nieuwe wetten al heel erg was voorgeschreven hoe die door de gemeenten moesten worden uitgevoerd. Eigenlijk had de wet niet al de uitvoeringspraktijk moeten beschrijven. Dan was er ook voor de raad veel meer mogelijk geweest om vooraf een politiek gesprek te voeren, en als opdrachtgever van het college kaders te stellen.’

‘Binnen de grenzen zijn de mogelijkheden even onbegrensd als daarbuiten’

Van Vliet hoopt dat gemeenteraden zich de komende jaren comfortabeler en zelfverzekerder gaan voelen in hun rol. ‘U bent niet aan het controleren, u bent echt de opdrachtgever van het college’, roept zij aanwezige raadsleden op tijdens de Atriumlezing. ‘Wethouders zijn echt uw uitvoerders, uw dienaren.’

‘Voer met elkaar het debat over de maatschappelijke waarden die u belangrijk vindt voor de toekomst van uw gemeente. En baseer daarop welke effecten het sociaal beleid in uw gemeente zou moeten hebben. Kaders zouden geen nota’s van 70 pagina’s moeten zijn met allerlei taal zoals ‘eigen kracht’ die voor iedereen iets anders kan betekenen. Laten we toewerken naar kadernota’s van twee of drie pagina’s waarin staat: dit is wat we willen, dit is wat het mag kosten, en dit is hoe we dat gaan controleren.’

‘Jules Deelder deed ooit de uitspraak: binnen de grenzen zijn de mogelijkheden even onbegrensd als daarbuiten.’ Van Vliet hoopt dat gemeenteraden meer naar dat adagium gaan werken. ‘Natuurlijk zijn er grenzen. Er is altijd te weinig tijd en er zijn altijd financiële beperkingen. Maar kijk met elkaar naar wat er wel kan, binnen de grenzen die er zijn.’

Niet alleen raadsleden moeten in actie komen

Om raadsleden in staat te stellen meer vooraf het politieke debat met elkaar te voeren, heeft volgens de ROB iedereen een rol te spelen. Raadsleden moeten met elkaar in gesprek over wat goede kaders zijn en over de eisen die de raad aan kadernota’s wil stellen. De voorzitter van de raad moet faciliteren dat de raadsleden niet met het college, maar met elkaar in debat gaan. Colleges moeten onderbouwde scenario’s voorleggen, geen enkelvoudige voorstellen, zodat raadsleden meer keuzeruimte hebben.

Griffiers moeten raadsleden bewustmaken van hun rol als opdrachtgever van het college, en hen ondersteunen bij hun kaderstellende rol. En het Rijk moet meer aandacht besteden aan de doorvertaling van gedecentraliseerde wetten naar de praktijk, zodat gemeenten weten waar zij keuzevrijheid hebben, en waar hun beleid door wettelijke kaders begrensd wordt.

‘Vijf jaar is helemaal niets’

‘Vijf jaar is helemaal niets’, concludeert Albertine van Vliet haar lezing. ‘Het zal nog zeker vijf jaar duren voor we zeggen, de raad heeft grip op zijn eigen rol, en voelt zich daar vertrouwd bij. Ik verheug me op alle discussies in de gemeenteraden, als alle raadsleden opstaan en met elkaar het gesprek gaan voeren. Een gesprek over de waarden die zij de colleges willen meegeven in het sociaal domein.’

Albertine van Vliet presenteerde het adviesrapport Decentrale taak is politieke zaak op 13 februari tijdens de atriumlezing van de VNG. De VNG maakte daar ook een podcast van, die je hier kunt luisteren. Het adviesrapport kun je hier lezen.