Ketensamenwerking: ‘Vaak zijn de intenties goed, maar is de uitvoering ondermaats’

Samenwerking tussen organisaties bij complexe megaprojecten. Daar doet Alfons van Marrewijk onderzoek naar. We vroegen hem naar zijn belangrijkste les over samenwerken. ‘Het kan soms met heel simpele dingen beter, maar die moeten wel regelmatig op de agenda.’

Van Marrewijk is bedrijfsantropoloog en als hoogleraar Project Management verbonden aan Norwegian Business School en aan de VU Amsterdam. Zijn onderzoek richt zich met name op ketensamenwerking in de bouw- en infrasector. ‘Maar grote kans dat in andere sectoren dezelfde dynamieken spelen.’

Alfons van Marrewijk

In de serie Samenwerken volgens wetenschappers, vragen we wetenschappers  vanuit verschillende disciplines naar hun belangrijkste les over samenwerken. Bedrijfsantropoloog Alfons van Marrewijk benadrukt het belang van reflectie tijdens de samenwerking.

Wat is vanuit dat onderzoek uw belangrijkste les over samenwerken?

‘Meestal zijn de project partners bij de kick-off vol goede moed. Zowel de opdrachtgever als de verschillende ketenpartijen willen graag samenwerken. De intenties zijn dus vaak goed, maar de uitvoering meestal ondermaats.’

‘De belangrijkste les vanuit m’n onderzoek is dan ook om veel serieuzer te investeren in de samenwerking zelf. Tijdens de kick-off is iedereen nog wel benieuwd wie de ander is, en wat diens belangen en ideeën zijn. Maar dan gaat iedereen zelf aan het werk en raakt de betrokkenheid uit zicht.’

'Iedere partij heeft toch een ingesleten manier van doen, die overal weer net anders is.'

‘Vergelijk het met een duikboot: bij de start is er champagne, dan duiken we naar beneden, en pas als het misgaat komt iedereen weer naar boven. Ver afgedreven van elkaar, want iedere partij heeft toch eigen routines, die overal weer net anders is. Er is dan een conflict nodig om iedereen weer bij elkaar te brengen, maar daarmee gaat wel vertrouwen verloren, dat kan maar twee, drie keer, daarna is het vaak onherstelbaar. Die duikboten moeten dus veel regelmatiger aan de oppervlakte komen, om te zien waar iedereen heengaat.’
 

Hoe doe je dat dan beter?

‘Door meer reflectie op de dagelijkse werkpraktijk. Dat kan met soms heel simpele dingen, maar die moeten wel met regelmaat op de agenda. Het helpt als er naast het projectmanagement iemand is die dit agendeert.’
Concrete vormen die je daarbij kan gebruiken:
1. Bespreken waar iedereen mee bezig is geweest en welke thema’s daarbij hebben gespeeld.
2. Storytelling workshop waarbij je een gezamenlijk verhaal ontwikkelt over het project waar je aan werkt.
3. Op een persoonlijk niveau zorgen delen. Mogelijke vorm is dat een iemand op de praatstoel zit en deelt wat die heeft gezien en vraagt of iemand dat uit kan leggen.
4. Een “inner circle”: het projectteam praat dan in een cirkel over thema’s binnen het project en daar omheen zitten verschillende stakeholders die direct feedback daarop kunnen geven.’

‘Voor lezers die hier meer over willen weten is het leuk om het proefschrift van Hans Ruijter te bekijken, over reflectie en veerkracht in samenwerkingen. Hij laat zien dat reflectie op samenwerking oefening vereist, waarbij herhaling en vooral een lange adem nodig zijn.’